Scheiding Kerk en Staat

Zal een prediker van het woord gesteund worden door de overheid?

Samenvatting

Inleiding
Bevoegdheden van de overheid
Een overheid naar Gods wil
Gods onderhoudsplan
De verklaringen van de ZDA kerk met betrekking tot de relaties kerk - overheid
Een voorstel voor de oplossing van het financieel probleem

 

Samenvatting

De Belgische overheid voorziet in financiële steun voor de erkende erediensten.
De vraag is of de wetgeving met betrekking tot de erkenning van erediensten en de steun ervan een goede wetgeving is.
Het antwoord wordt gevonden in de Schrift, de Geest der Profetie, de verklaringen van de ZDA wereldkerk en de geschiedenis van de gewetensvrijheid.

Het is God die de overheid heeft ingesteld (Rom 13:1)
Hij heeft deze overheid beperking opgelegd in haar wetgevende macht.
De wetten die de overheid mag maken, moeten beperkt blijven tot het handelen, de uiterlijke zaken van deze wereld, en mogen geen bepalingen bevatten voor de gedachten en overtuigingen van het volk. Door zich daaraan te houden zorgt zij voor een volkomen gewetensvrijheid. (Rom 13: 3, 4, Grote Strijd, grondwet V.S., M. Luther )

De overheid maakt burgerlijke wetten. God maakt morele wetten. De overheid mag alleen de overtreding van de burgerlijke wet bestraffen. Godsdienst is een zuivere morele kwestie en kan geen onderwerp vormen van burgerlijke wetten. (Matt. 22:21, M. Luther )

In de grondwet van de V.S. vinden we een goed voorbeeld van wat een overheid naar Gods wil moet zijn.
Deze grondwet beperkt de macht van de overheid die geen wetten kan maken betreffende erkenning en ondersteuning van godsdiensten. Elke burger heeft de vrijheid om zelf te beslissen wie en wat hij wil erkennen en ondersteunen; dit zijn gewetenszaken. (Argumenten tegen overheidssteun)

Gods plan voor het onderhoud van zijn gemeente staat duidelijk beschreven in de Bijbel en de Geest der Profetie. Door tienden en vrijwillige gaven moet er meer dan genoeg zijn om de dienaars van het evangelie te onderhouden. Ook schenkingen van niet-gelovigen die door Gods Geest gedrongen worden, dragen bij tot de ondersteuning van het evangeliewerk.

De officiële verklaringen van de ZDA wereldkerk waarschuwen tegen een langdurige overheidssteun en vermelden dat een overheidssteun voor de salariering van de werkers van het evangelie niet kan.

De financiële problemen onder Gods volk zijn te wijten aan ontrouw en daar moet iets tegen gedaan worden. Ellen White vergelijkt deze ontrouw met de ontrouw van Achan. De maatregelen die toen moesten genomen worden om terug Gods zegen over de gemeente te brengen kunnen ons ook in de huidige omstandigheden uit de moeilijkheden helpen.(Patriarchen en profeten hfst 45 Jozua 5:13-15; 6,7)

De Schrift, de Geest der Profetie, de geschiedenis en de verklaringen van de wereldkerk vertellen ons allen dat het geen zin heeft de mogelijkheid om overheidssteun te bekomen te bekijken. De mogelijkheden die de overheid biedt berusten op principes tegenstrijdig aan de goddelijke principes. wij zijn geroepen om de gewetensvrijheid in de volle betekenis van het woord te verdedigen en te getuigen van de efficiëntie van Gods plan voor de voorziening van Zijn volk.

Inleiding

Stemmen gaan op in de gemeente om in deze tijden van financiële moeilijkheden steun te zoeken bij de overheid voor de salariëring van de predikanten.
De Belgische grondwettelijke bepalingen houden zo’n mogelijkheid in. Deze bepalingen voorzien in de erkenning van erediensten en de financiering van hun dienaars en gebouwen. De Katholieke, Joodse, Islamitische, Protestantse, Orthodoxe, en Anglicaanse kerken en de vrijzinnigen ontvangen allen overheidssteun. .
Zo gaat er elk jaar 800 miljoen euro of 32 miljard BF naar de ondersteuning van geloofsgemeenschappen. Daarvan is er 600 miljoen euro of 24 miljard BF voor de RKK bestemd, de betaling van het katholieke onderwijsnet niet meegerekend.

“Waarom zouden wij ook geen deel van de koek mogen hebben?” redeneren sommigen, “Wij behoren nu toch ook tot de erkende erediensten!”
Maar hebben we ons al de vraag gesteld hoe die koek gebakken wordt? Is overheidssteun principieel aanvaardbaar? Zijn de bepalingen in de Belgische grondwet in overeenstemming met de bevoegdheden die God aan de door Hem ingestelde overheid heeft gegeven? Is overheidssteun in overeenstemming met Gods plan voor het onderhoud van Zijn gemeente? Wat zegt de ZDA wereldkerk over de relatie kerk - overheid. Het zijn de antwoorden op deze vragen die bepalen of we al dan niet de mogelijkheid tot overheidssteun moeten overwegen? Wat als de antwoorden duidelijk maken dat overheidssteun geen mogelijkheid is, is er dan een uitweg uit de financiele problemen?

Bevoegdheden van de overheid

Is de overheid bevoegd om wetten en bepalingen te maken betreffende erkenning en financiering van erediensten?

Het is God die de overheid heeft ingesteld.

Rom 13:1: “Ieder mens moet zich onderwerpen aan de overheden, die boven hem staan. Want er is geen overheid dan door God en die er zijn, zijn door God gesteld. Wie zich dus tegen de overheid verzet, wederstaat de instelling Gods, en wie dit doen, zullen een oordeel over zich brengen.”

Indien God de overheid heeft ingesteld, is Hij het die bepaalt wat de bevoegdheden van die overheid zijn ook op het gebied van de wetten die ze mag maken. Wat zijn de beperkingen die God aan de overheid heeft opgelegd?

Rom 13:3, 4: “Want, als iemand goed handelt, behoeft hij niet bevreesd te zijn voor de overheidspersonen, maar wel, als hij verkeerd handelt. Wilt gij zonder vrees voor de overheid zijn? Doe het goede, en gij zult lof van haar ontvangen.
Zij staat immers in dienst van God, u ten goede. Maar indien gij kwaad doet wees dan bevreesd; want zij draagt het zwaard niet tevergeefs; zij staat immers in de dienst van God, als toornende wreekster voor hem, die kwaad bedrijft.

De wetten die de overheid mag maken betreffen alleen het handelen. Zij schenken vrijheid aan hen die goed handelen en zij straffen hen die kwaad handelen. Deze wetten kunnen geen bepalingen bevatten betreffende de gedachten en overtuigingen.

In de 'Grote Strijd' wordt deze gedachte ondersteund:
“Williams was de eerste in de moderne Christelijke wereld die gewetensvrijheid en gelijkheid van alle overtuigingen voor de wet als de grondslag van het burgerlijk gezag beschouwde.” Hij zei dat het de plicht van de overheid was misdadigers te straffen, maar vond dat ze niet het recht hadden het geweten aan banden te leggen. Hij verklaarde: “het volk of de overheid mag beslissen wat men aan zijn medemens verschuldigd is, maar als ze godsdienstige verplichtingen willen opleggen, gaan ze hun boekje te buiten…men mag de mensen niet dwingen naar de kerk te gaan of hen verplichten een bepaalde kerk te steunen” (Grote Strijd, p. 276)

De beperkingen die God aan de overheid heeft gesteld werden zeer goed begrepen door de grondleggers van de grondwetsartikelen betreffende de godsdienstvrijheid in de nieuwe natie van de V. S.
Thomas Jefferson schrijft:
“Believing with you that religion is a matter which lies solely between Man & his God, that he owes account to none other for his faith or his worship, that the legitimate powers of government reach actions only, & not opinions,(de wetgevende machten van de overheid moeten zich beperken tot het handelen en zich afhouden van de meningen en overtuigingen.)  I contemplate with sovereign reverence that act of the whole American people which declared that their legislature should "make no law respecting an establishment of religion, or prohibiting the free exercise thereof," thus building a wall of separation between Church & State.” (Thomas Jefferson, Jefferson's Letter to the Danbury Baptists)

Op een ander moment zei Jefferson, “The legitimate powers of government extend to such acts only as are injurious to others.” (De wetgevende machten van de overheid reiken enkel tot de handelingen die schadelijk zijn voor anderen.)

Thomas Jefferson was misschien niet direct geïnspireerd door Luther maar zeker wel door de zelfde geest die Luther inspireerde.

      “Luther legde met klem de nadruk op het feit dat “gewetensvrijheid” een Christelijk principe was. Volgens Luther bestaat de taak van de overheid erin om de uiterlijke vrede in de maatschappij te bewaren. De burgerlijke overheid heeft niets te doen met het opleggen van geestelijke wetten. “
The laws of worldly government extend no farther than to life and property and what is external upon earth,” (De wetten van de wereldse overheid reiken niet verder dan het leven en het eigendom en alles wat kan waargenomen worden op aarde.” (Luther, On Secular Authority)

Deze beperkingen in de bevoegdheden van de overheid worden ook in de woorden van Jezus naar voor gebracht:
“Toen zeide Hij tot hen: Geeft dan de keizer wat des keizers is, en Gode wat Gods is.” Matt. 22:21
Er zijn dus zaken die de Keizer toebehoren en zaken die alleen God toebehoren. Deze woorden worden gesproken tot de onderdanen van God en Keizer. Daaruit kunnen we begrijpen dat het de verantwoordelijkheid is van het volk te streven naar een bestuur dat zich aan deze principes houdt. Het volk moet duidelijk maken aan de overheid dat zij zich moet beperken tot de bescherming van de onvervreemdbare rechten van de mens die erin bestaan God te dienen naar zijn geweten en daarvoor op geen enkel vlak benadeeld te worden in de maatschappij.
De scheiding tussen de bevoegdheden van de Keizer en die van God wordt tot uiting gebracht in het bestaan van twee soorten wetten: burgerlijke wetten en morele wetten.
De burgerlijke wetten zijn de wetten die de overheid mag maken om de misdaad te straffen en de burger te beschermen, zij hebben betrekking om het handelen en de uiterlijke zaken van deze wereld. De morele wetten zijn Gods domein, zij hebben betrekking op de innerlijk zaken, de gedachten en overtuigingen.

De morele wet oordeelt het hart. Zij zegt:“Hij die zijn broeder haat is een moordenaar.”
De burgerlijk wet straft de kwade daad. 1 petrus 2;13 “Onderwerpt u aan alle menselijke instellingen, om des Heren wil: hetzij aan de keizer, als opperheer, hetzij aan stadhouders, als door hem gezonden tot bestraffing van boosdoeners, maar tot lof van wie goed doen.”
De overheid bestraft geen immoraliteit zoals haat. Zij bestraft de overtreding van de burgerlijke wet zoals moord.
De overheid kan zich niet bezighouden met het hart van de mens en zaken zoals berouw en vergiffenis omdat ze daar niet over kan oordelen. Dit zijn zaken die behoren tot de relatie God en mens.
Burgerlijke wetten kunnen zich niet in deze relatie mengen. Doen ze dit wel dan ontstaat daardoor veel ellende en onrecht zoals de geschiedenis duidelijk heeft bewezen. Het door de overheid overtreden van de haar door God opgelegde beperkingen, heeft al miljoenen levens gekost en hypocriete maatschappijen geschapen die gebouwd zijn op angst en onderdrukking. De geschiedenis van Nebukadnezar en zijn beeld en Daniel in de leeuwenkuil tonen duidelijk Gods afkeer van een overheid die zich moeit met het geweten van zijn onderdanen.

God heeft de overheid ingesteld om de godsdienstvrijheid te waarborgen. Zij moet de maatschappij beschermen tegen iedere poging om die vrijheid te beknotten.

In wat men de “leer” noemt, “van de twee koninkrijken,” maakt Luther niet alleen deze waarheid duidelijk maar geeft ook het volk de verantwoordelijkheid de overheid daarop te wijzen door te weigeren zich aan wetten te onderwerpen die niet tot haar bevoegdheid behoren.

“God has ordained the two governments: the spiritual, which by the Holy Spirit under Christ makes Christians and pious people; and the secular, which restrains the unchristian and wicked so that they are obliged to keep the peace outwardly... The laws of worldly government extend no farther than to life and property and what is external upon earth. For over the soul God can and will let no one rule but himself. Therefore, where temporal power presumes to prescribe laws for the soul, it encroaches upon God’s government and only misleads and destroys souls. We desire to make this so clear that every one shall grasp it, and that the princes and bishops may see what fools they are when they seek to coerce the people with their laws and commandments into believing one thing or another…We are to be subject to governmental power and do what it bids, as long as it does not bind our conscience but legislates only concerning outward matters (Wij moeten ons onderwerpen aan de overheid en doen wat ze zegt zolang dat niet tegen ons geweten is en zij alleen wetten maakt betreffende uiterlijke zaken).... But if it invades the spiritual domain and constrains the conscience, over which God only must preside and rule, we should not obey it at all but rather lose our necks. Temporal authority and government extend no further than to matters which are external and corporeal.”


Een overheid naar Gods wil

Hebben we een voorbeeld van een overheid die zich houdt aan de beperkingen die God aan de overheid heeft opgelegd?
In het boek ‘De Grote strijd’ worden we op zo’n overheid gewezen.

We vinden daar de geschiedenis van een zekere Roger Williams, waarvan gezegd wordt:
Hij stichtte de eerste staat (in de V.S.) uit de nieuwe geschiedenis die het recht op gewetens­vrijheid in de volste betekenis van het woord erkende. Het grondbeginsel van Roger Williams' kolonie luidde: „Iedereen heeft het recht God volgens zijn eigen geweten te dienen" (Ibid., vol. 5, p. 354).
Zijn klei­ne staat, Rhode Island, werd een toevluchtsoord voor de verdrukten, het breidde zich uit en bloeide dankzij zijn grondbeginselen - burger­rechten en godsdienstvrijheid - die later de hoekstenen van de Amerikaanse republiek werden.”

Daar hebben we dus een natie waarvan gezegd wordt dat “zij het recht op gewetensvrijheid in de volste betekenis van het woord erkende.”
Waar erkent een staat de vrijheden van het volk, waar staan die opgeschreven, waarin zijn die vastgelegd? Is het niet in de grondwet?

Dat is wat we even verder lezen in hetzelfde hoofdstuk.
" De Amerikaanse Grondwet waarborgt uitdrukkelijk het recht op gewetensvrijheid: „Er zal in de Verenigde Staten nooit een bewijs van godsdienstige overtuiging moeten worden voorgelegd voor de uit­oefening van een openbaar ambt."
„Het Congres mag geen wetten maken die een godsdienst erkennen of de godsdienstvrijheid aan banden leggen."

Dat ons land deze beginselen niet ten volle naleeft blijkt uit de grondwettelijke bepalingen die voorzien in erkenningen van erediensten en de financiering ervan. Hoe dit tot stand is gekomen en hoe sommigen daarover denken kunt u hier lezen: http://www.law.kuleuven.ac.be/jura/41n1/stox.html

Sommige stemmen gaan op om de betrokkenheid van de overheid inzake godsdiensten nog groter te maken. Rik Torfs , docent kerkelijk recht, KU Leuven stelt zelfs voor, “Waarom niet denken aan een staatssecretaris voor religieuze zaken?” (KERSTESSAY (3). Voor het zinken de kerk uit?
Omdat religie belangrijk is
Rik Torfs 29/12/2003)

De mannen die de Grondwet opstelden, erkenden het eeuwige beginsel dat de relatie tussen de mens en zijn God niet door menselijke wetten kan worden geregeld en dat het recht op gewetensvrijheid onvervreemdbaar is. " (Congressional documents (U.S.A.), serial no. 200, document no. 271). (Grote Strijd, De Pilgrim Fathers)

Wat dat in de praktijk betekende betreffende de overheidssteun van de overheid aan religies leren we uit de vele argumenten waarmee het grondwetsprincipe van de gewetensvrijheid werd verdedigd.

Elke nieuwe staat van de VS, had de keuze om de grondwet al dan niet te onderschrijven. In elke staat moesten de principes uit de grondwet opnieuw verdedigd worden. Daardoor beschikken wij vandaag over heel gedetailleerde verslagen van de verdediging van de standpunten. De grootste verdedigers van de godsdienstvrijheid zoals beschreven in de grondwet van de VS, waren Thomas Jefferson en James Madison. Enkele van hun argumenten heb ik hierna in eigen woorden samengevat. (De bronnen van deze argumentaties zijn: Blakely’s, “American State Papers,” pp. 27-38; Bancroft’s “History of the Constitution, “ Vol. 1, p. 216)

 Religie laten ondersteunen door de overheid maakt religie tot een zaak van de overheid. Wanneer je ergens geld in investeert dan doe je dat omdat je gelooft er profijt uit te halen en je zult er voor zorgen dat dit ook gebeurt. We mogen niet naïef zijn en denken dat dit in ons geval niet zo is. Als je ergens voortdurend veel geld in stopt dan ga je dit zien als je eigen zaak waarover je iets te zeggen wilt hebben, want je wilt dat het geld opbrengt. In de ogen van de overheid is die opbrengst de meerwaarde die godsdiensten, volgens hun mening,  aan de maatschappij geven.  Religie wordt zo in meer of mindere mate onderhevig aan de wetten en de regels van de overheid die hier de investeerder is. Dit is een reden waarom in de verklaringen van de generale conferentie gewaarschuwd wordt tegen een dergelijke praktijk. (zie verder).

Het geld waarmee de overheid de verschillende erkende godsdienstige organisaties ondersteunt, komt niet uit de zakken van ministers die religieus bewogen zijn of gedrongen worden door het evangelie. Dat geld komt van een bevolking waarvan ook kan gezegd worden dat zij niet bewogen is door het evangelie. Dat geld komt van de belastingbetaler. De bevolking wordt zo verplicht te betalen voor het onderhoud van door de overheid erkende religies. Zij wordt verplicht een God te dienen en meerdere religies te ondersteunen waarvoor zij niet heeft gekozen. Hier treed de overheid de haar  door God gegeven bevoegdheid te buiten. Dit is helemaal tegen het principe van de godsdienstvrijheid. De ondersteuning van een religie is een zaak van het geweten en niet van een overheid. Het is niet aan de overheid om iemand te verplichten welke godsdienst dan ook te ondersteunen. Dat is een zaak van het geweten. Het is een onvervreemdbaar recht van de mens om daar zelf over te beslissen.

Roger Williams zei:“Men mag de mensen niet dwingen naar de kerk te gaan of hen verplichten een bepaalde kerk te steunen” Wat!!! zeiden zijn tegenstanders…is de arbeider zijn loon niet waardig?’ ‘ja’, antwoordde hij. .op voorwaarde dat hij betaald wordt door degenen die hem in dienst nemen’(Bancroft, pt. 1, ch. 19, par. 25)

De geschiedenis geeft onweerlegbaar bewijs van het feit dat religies ondersteund door de overheid pervers worden. Het zijn trouwens de meest perverse religies die zich in die steun verheugen. Het evangelie van Jezus Christus echter heeft een dergelijke steun niet nodig. Ze heeft bewezen het sterkst te bloeien in tijden van tegenspoed en onderdrukking. De waarheid onderhoudt zichzelf. Het is de leugen die voor haar behoudt beroep doet op wetten die God heeft verboden. Vele valse religies zouden zonder overheidssteun snel verdwijnen.

De grootste vrijheid voor de mens ontstond toen een natie in haar grondwet stelde dat ze geen religie nodig had. Zij wilde geen religie onderschrijven, noch ondersteunen. Deze vrijheid werd gevonden in de grondwet van de USA  waarvan de geest der profetie zegt:” dat zij het recht op gewetens­vrijheid in de volste betekenis van het woord erkende” (Ellen G. White, De Grote Strijd, de Pilgrim Fathers)

Thomas Jefferson een van de grondleggers van die grondwet zegt:
“Een overheid zal het best varen door elke burger te beschermen in de belevenis van zijn godsdienst, met dezelfde beschermende hand die ook zijn persoon en eigendom beschermt, door elke sekte gelijke rechten te geven en niet toe te laten dat de ene sekte de rechten van de andere aantast.”

Onze Belgische regering negeerde dit principe door het instellen van “erkende godsdiensten” wat onder andere heeft geleid tot het lidmaatschap van onze kerk met de VPKB.
Hebben we daar onze kans niet gemist om te tonen dat we strijders zijn voor de godsdienstvrijheid?
Dit systeem geeft voorrang aan bepaalde religies t.o.v. van andere. Zij discrimineert religies die zich niet willen of kunnen aansluiten bij de erkende godsdiensten. Deze moeten dan maar het risico lopen als gevaarlijke sekte geklasseerd te worden.

Thomas Jefferson schreef:
”Niemand zal ertoe gedwongen worden om een eredienst, een plaats van eredienst of een dienstwerk  bij te wonen of te ondersteunen. Ook mag men niemand laten lijden omwille van zijn godsdienstige overtuigingen of geloof; meningen op het vlak van de godsdienst mogen in geen enkel geval de mogelijkheden om deel te nemen aan het burgerlijk leven verminderen of vermeerderen.  De rechten die hier gelden zijn de natuurlijke rechten van de mensheid.

“No, man shall be compelled to frequent or support any religious worship, place, or ministry whatsoever, nor shall suffer on account of his religious opinions or belief; opinion in matters of religion shall in nowise diminish, enlarge, or affect civil capacities. The rights hereby asserted are of the natural rights of mankind.”
(Bancroft’s, “History of the Constitution,” Vol. 1, p. 216.)

 

“Alleen de leugen behoeft overheidssteun. De waarheid houdt zichzelf staande.”

“It is error alone which needs the support of government. Truth can stand by itself.” (Thomas Jefferson, Notes on Virginia, 1782; from George Seldes, ed., The Great Quotations, Secaucus, New Jersey: Citadel Press, 1983, p. 363)

Dit is een waarheid die door de Bijbel ondersteund wordt.
Het waren enkele Farizeeën die over de beweging van de eerste Christengemeente zeiden:
“En nu zeg ik u: Laat u niet in met deze mensen en laat hen geworden; want indien dit streven of dit werk uit mensen is, zal het vernietigd worden,
maar indien het uit God is, zult gij hen niet kunnen vernietigen; het mocht eens blijken, dat gij tegen God strijdt.” Hand 5:38

Als de beweging van de waarheid zich in stand houdt wanneer men haar onderdrukt dan behoeft zij zeker geen steun wanneer ze niet onderdrukt wordt.

Gods onderhoudsplan

Zowel de Bijbel als de Geest der Profetie openbaren in alle duidelijkheid Gods plan voor het onderhoud van hen die de waarheid verkondigen. Dit plan wordt mooi samengevat in de volgende uitspraak:
“God is het die de mensen met goederen zegent. Hij doet dit om hen in staat te stellen voor de voortgang van Zijn werk te kunnen geven. Hij geeft zonneschijn en regen. Hij doet de planten groeien. Hij schenkt gezondheid en de bekwaamheid om middelen te vergaren. Al onze zegeningen komen van Zijn milde hand. Hij wil dat mannen en vrouwen op hun beurt dankbaarheid tonen door Hem een deel in tienden en gaven, in dankoffers, in vrijwillige offers en in zoenoffers, terug te betalen. Zouden de middelen in de schatkist vloeien in overeenstemming met dit goddelijk vastgestelde plan – een tiende van alle inkomsten, en milde offergaven – dan zou er overvloed zijn voor de bevordering van het werk des Heren.” (Ellen G. White, Van Jeruzalem tot Rome p. 54)


Het plan van God sluit niet uit dat ook zij die geen deel uitmaken van Zijn gemeente bijdragen geven voor de vooruitgang van het werk. De Bijbel geeft tal van voorbeelden van heersers en vooraanstaande mensen die Gods volk ondersteunden nadat zij op de hoogte waren gebracht van hun noden, werken en doelstellingen. Door Gods Geest gedrongen toonden zij hun enthousiasme en goedkeuring voor het werk door het rijkelijk met hun middelen te ondersteunen.


"Zolang wij in deze wereld vertoeven, en de Geest van God met de wereld strijd, moeten we gunsten ontvangen en mededelen. We moeten aan de wereld het licht geven van de waarheid zoals deze in de heilige Schriften wordt naar voorgebracht, en van de wereld moeten we de middelen ontvangen die ze geven wanneer ze door God daartoe gedrongen zijn ter ondersteuning van Zijn werk. God heeft de deur van genade nog niet gesloten. Hij beweegt nog altijd de harten van koningen en heersers en het past ons die zo begaan zijn met de zaak van godsdienstvrijheid niet in de weg te staan van deze gunsten of onszelf af te wenden van de hulp die God heeft bekomen door mensen te bewegen tot het ondersteunen van de vooruitgang van Zijn zaak.” (Ellen G White, Testimonies to Ministers, p 197-203.)


Merk op dat het altijd de mensen zijn die beantwoorden op het werk van God in hun harten die hun middelen geven ter ondersteuning van Zijn werk. Zoiets kan onmogelijk gezegd worden van de overheidssteun die vandaag aan godsdienstige organisaties wordt gegeven. Dit geld wordt niet gegeven omdat het hart van het volk of de ministers bewogen is door God om Zijn werk te ondersteunen. Dat overheidsgeld komt van mensen die helemaal niet bewogen zijn voor Gods zaak. Het grootste gedeelte van dat geld gaat naar godsdienstorganisaties die helemaal niets met Gods werk te maken hebben, integendeel, het zijn grote tegenstanders van het evangelie. Kunnen wij met een gerust geweten gebruik maken van een systeem dat mensen verplicht geld te geven voor organisaties die vijanden zijn van het evangelie? Bovendien gaat het hier alleen maar om de erkende godsdiensten. Dat wil zeggen dat de overheid (al dan niet beïnvloed door kerkelijke machten ) zelf beslist aan wie zij wel en aan wie zij geen steun geeft en dat niet op grond van de waarheden die verkondigd worden maar op grond van politieke overwegingen. Een godsdienstige organisatie die zich niet voegt naar haar wensen of past in haar politieke schema’s kan dus niet rekenen op overheidssteun. Zou God een hand hebben in deze manier van doen? Volgens mij niet. 

In verband hiermee zei Thomas Jefferson, opsteller van de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring en de grondwet:

“Ik ben voor godsdienstvrijheid en tegen alle manoeuvres die een legaal overwicht tot stand brengen van de ene secte tegenover de andere.”  
“I am for freedom of religion and against all maneuvers to bring about a legal ascendancy(overwicht) of one sect over another. (Thomas Jefferson, letter to Elbridge Gerry, January 26, 1799. From Gorton Carruth and Eugene Ehrlich, eds., The Harper Book of American Quotations, New York: Harper & Row, 1988, p. 499.)”

Zal het ontvangen van overheidssteun ons vuriger maken in het brengen van het evangelie? Dat geld komt niet als gevolg van de werking van Gods geest of door het brengen van de boodschap aan hen die daar het beheer over hebben.  Ik bedoel daarmee niet dat we moeten evangeliseren om geld te ontvangen maar dat deze geldelijke steun niets te maken heeft met Gods werk aan het hart van mensen die middelen hebben. Een hoop administratie en wat gelobby zal volstaan om te bekomen wat men wilt in een land die het met scheiding van kerk en staat niet zo nauw neemt.  Zal er iemand God loven en prijzen als we dat geld krijgen, zal iemand zijn liefde voor de Here toenemen en hem vuriger maken? Ik geloof het niet. Maar indien wij gezegend zouden worden door Gods plan te volgen dan zouden al deze ervaringen wel ons deel zijn.

 

De verklaringen van de ZDA kerk met betrekking tot de realties kerk - overheid

Een contract met de overheid waarbij een voortdurende steun wordt verkregen zal onvermijdelijk leiden tot compromissen wanneer de overheid haar voorwaarden verandert. Dit gevaar wordt duidelijk uitgedrukt in een officiële verklaring van onze wereldkerk betreffende verhoudingen tussen de overheid en de kerk. Deze verklaring maakt trouwens duidelijk dat we geen overheidssteun mogen aannemen voor het betalen van hen die voor de kerk werken.

“Daarbij, om een vereniging van staat en kerk te vermijden, mag geen overheidssteun aanvaard worden voor het financieren van religieuze activiteiten zoals erediensten, evangelisatie, de publicaties van godsdienstige teksten, of voor de lonen van hen die werken voor de kerk, zij het in de administratie of in het evangeliewerk.” De verklaring vermeldt nog dat het geld van de overheid wel mag aanvaard worden door hen die geestelijk werk doen in een overheidsfunctie.
“In addition, to avoid a union of church and state, government funds should not be accepted to pay for religious activities such as worship services, evangelism, the publishing of religious texts, or for the salaries of those working in church administration or in the gospel ministry, except for the provision of spiritual services to those whose lives are so fully regulated by the state as to make the provision of such services impracticable without state involvement.”

De eenheid van onze wereldkerk is absoluut niet gebaat met een congregationalistisch gedrag van kerken en federaties die zich niet wensen neer te leggen bij de officiële verklaringen van de wereldkerk zoals de bovenstaande en andere.

De verklaringen onder het onderwerp godsdienstvrijheid waarschuwen ook voor het gevaar van aanhoudende overheidssteun.

“Aanhoudende overheidssteun in tegenstelling met eenmalige financiële bijdragen leveren een bijzonder gevaar op. Het is zo goed als onmogelijk om als instelling niet afhankelijk te worden, zij het gedeeltelijk, van aanhoudende overheidssteun. Dergelijke overheidssteun is gewoonlijk verbonden aan overheidsvoorschriften. Het kan zijn dat deze voorschriften bij de aanvang van de steun de Christelijke principes niet overtreden maar dergelijke voorschriften zijn, zoals we allemaal weten onderworpen aan veranderingen. Een afhankelijkheid van deze overheidssteun kan bij een verandering van de voorschriften leiden tot de totale opdoeking van de ondersteunde instellingen omwille van het plotse tekort aan middelen.”
“In instances when the acceptance of government funding does not violate the foregoing principles, careful consideration should be given to whether government funds should be accepted. Ongoing government funding, as opposed to single financial contributions, presents a particular danger. It is virtually impossible for institutions not to become at least partially dependent on ongoing governmental funding streams. Such government funding typically is accompanied by governmental regulation. While such regulation may not violate Christian principles when the money is first received, such regulations are subject to change. In the event that regulations governing the receipt of government funds change to require the abandonment of the principles for our institutions described in the Bible and by Ellen G White, ongoing governmental funding must be refused, even if as a result the institution must be closed, sold or significantly restructured. Declaration of the Seventh-day Adventist Church on Church-State Relations http://www.adventist.org/beliefs/other_documents/other_doc8.html

 

Voorstellen voor het wegwerken van de financiële problemen

Waarom kent onze kerk financiële problemen? Zeker niet omdat ze geen overheidssteun ontvangt! Het plan van God zoals hierboven beschreven voorziet in voldoende middelen voor de werking van Zijn kerk indien Zijn volk dit plan volgt. We moeten toegeven dat dit niet gebeurt. Vele leden van onze kerk zijn ontrouw in het geven van hun tienden en geven ook weinig ondersteuning door vrijwillige gaven. Het onthouden van tienden is een kwalijke zaak, niet alleen voor het lid dat zich daaraan bezondigt maar ook voor de hele gemeente.
Ellen White vergelijkt het onthouden van de tienden met de zonde van Achan waaronder het hele volk van Israël vreselijk heeft geleden toen velen het leven lieten bij de aanval op Ai. De verantwoordelijkheid voor deze ramp lag niet alleen bij Achan maar ook bij het leiderschap die te veel op haar eigen vermogens vertrouwde.
Dit wordt zeer duidelijk beschreven in Patriarchen en profeten hfst 45 Jozua 5:13-15; 6,7
De belangrijkste teksten uit dit verhaal die ons hier onmiddellijk aanbelangen heb ik hieronder geplaatst.

“kort na de inneming van Jericho besloot Jozua om Ai, een stadje in een ravijn, niet ver van de Jordaan, aan te vallen. Verspieders die uitgezonden werden, brachten bericht dat de inwoners weinig in getal waren, en dat er geen groot leger voor nodig was de stad in te nemen. De grote overwinning die God voor hen had behaald, had de Israëlieten met zelfvertrouwen vervuld. Omdat Hij hun het land Kanaän had beloofd, voelden ze zich zeker en vergaten dat ze alleen succes konden hebben als God hen hielp. Zelfs Jozua maakte zijn plannen voor de verovering van Ai zonder eerst God te raadplegen.

De Israëlieten waren begonnen zich te beroemen op eigen kracht, en beschouwden hun vijanden met minachting. Men verwachtte een gemakkelijke overwinning, en achtte een leger van drieduizend man voldoende voor de verovering. Ze vielen aan zonder de zekerheid te hebben dat God met hen was. Ze naderden de poorten van de stad, maar daar ontmoetten ze felle tegenstand. In paniek over het aantal van hun vijanden en hun grondige voorbereiding, sloegen ze in verwarring op de vlucht. De Kanaänieten achtervolgden hen; ze verdreven hen van de poorten der stad en sloegen hen. Hoewel het verlies betrekkelijk gering was - slechts zesendertig man - ontmoedigde de nederlaag het gehele volk. "Het hart van het volk versmolt en het werd als water."

Dit laatse is ook het gevoel waar sommige van onze broeders en zusters mee rond lopen nu de kerk zich in zo’n grote financiële en geestelijk nood bevindt.

“Jozua beschouwde hun tegenslag als een bewijs van Gods misnoegen en scheurde zijn klederen, terwijl hij zich op zijn aangezicht ter aarde wierp voor de ark des Heren tot aan de avond, hij en de oudsten van Israël, terwijl ze zich stof op het hoofd strooiden.”

Het was geen tijd om te wenen en te klagen, maar voor directe en besliste maatregelen. In het kamp was een verborgen zonde, en deze moest aan het licht gebracht en weggedaan worden, eer Gods tegenwoordigheid en Gods zegen met Zijn volk konden zijn. "Ik zal voortaan niet meer met u zijn, indien gij niet de ban uit uw midden uitdelgt."

We weten allemaal wat deze zonde was en wie de dader was.
Interessant is wat er over deze zonde en haar gevolgen wordt gezegd.

Achan bedreef zijn zonde ondanks de duidelijkste en ernstigste waarschuwingen en de machtigste openbaringen van Gods almacht
De ene zonde was gevolgd door de andere, en hij had het goud en zilver, dat voor Gods schatkamer bestemd was, gestolen - hij had God beroofd van de eerstelingen van het land Kanaän…
De dodelijke zonde die aanleiding was tot de ondergang van Achan, had zijn wortels in de hebzucht, de zonde die men onder alle zonden als algemeen en als het minst belangrijk beschouwt. Terwijl andere zonden ontdekt en bestraft worden, hoort men zelden een woord van afkeuring als het tiende gebod wordt overtreden. De grootte van deze zonde en de gevolgen ervan leren we in de geschiedenis van Achan…”

Merk op hoe Ellen White deze zonde van Achan vergelijkt en op gelijke hoogte stelt met de zonde van het onthouden van tienden.

“Worden niet soortgelijke zonden ook nu bedreven, ondanks alle waarschuwingen? Het verbod om aan hebzucht toe te geven, is nog evenzeer van kracht voor ons als het was voor Achan toen deze de buit van Jericho begeerde. God heeft het afgoderij genoemd. Jezus waarschuwt: "Gij kunt niet God dienen èn Mammon." "Ziet toe, dat gij u wacht voor alle hebzucht." Hiervan "mag onder u zelfs geen sprake zijn." Matthèüs 6.24; Lucas 12:15; Efeze 5:3
Voor ons ligt het noodlottig einde van Achan, van Judas, van Ananias en Saffira. Achter dit alles zien we Lucifer, de "zoon des dageraads" Jesaja 14:12, die door een hogere positie te begeren, de heerlijkheid en glans van de hemel verbeurde. En toch heerst, ondanks alle waarschuwingen, de begeerte overal.

In alles ontdekt men haar sporen. Ze verwekt ontevredenheid en verdeeldheid in gezinnen; ze verwekt haat en nijd van de armen tegen de rijken; ze zet de rijken aan om de armen te verdrukken. En dit kwaad bestaat niet alleen in de wereld, maar ook in de gemeente. Hoe algemeen komen zelfzucht, gierigheid, nalatigheid in het weldoen, bedrog en beroven van God "in tienden en gaven" Maleachi 3:8  (Engelse vertaling) voor! Onder goed bekendstaande gemeenteleden zijn er helaas vele Achans! Menigeen komt trouw naar de kerk, neemt deel aan het avondmaal des Heren, terwijl hij goederen bezit die hij op oneerlijke wijze verkregen heeft, die dingen die God heeft vervloekt. Voor een kostbaar kleed van Sinear offeren tallozen de rust van hun geweten en hun hoop op de hemel op. Velen verruilen hun oprechtheid, hun bruikbaarheid om te dienen voor een zak met zilveren sikkelen.

De kreten van de lijdende armen worden niet gehoord; de verbreiding van het evangelie wordt tegengehouden; de smaad van wereldlingen wordt gewekt door gebruiken die de christelijke belijdenis tot een leugen maken; en toch blijft de hebzuchtige belijder doorgaan met het vergaderen van schatten. "Mag een mens God beroven? Toch berooft gij Mij" Maleachi 3.8, zegt God.”

De zonde van Achan raakte het gehele volk. Ter wille van de zonde van één persoon rust vaak Gods ongenoegen op de gemeente, tot de overtreding is ontdekt en weggedaan. De invloed waarvoor de gemeente het meest beducht moet zijn, is niet die van openbare tegenstanders, ongelovigen en lasteraars, maar van christenen wier leven in strijd is met hun belijdenis. Zij weerhouden Gods zegeningen en verzwakken Zijn volk.

Als de kerk in moeilijkheden is, wanneer er kilheid en geestelijk verval heersen, waardoor de vijand van God de ruimte wordt gegeven te triomferen, laten de leden dan niet met de armen over elkaar blijven zitten, terwijl zij hun ongelukkige toestand beklagen, maar laten zij informeren of er niet een Achan in het kamp is. Laat ieder in nederigheid het hart onderzoeken om de verborgen zonden te vinden, waardoor Gods aanwezigheid buitengesloten wordt.”

Uit deze tekst blijkt dat alleen een geestelijke opwekking gepaard gaande met een vermaning en bestraffing van de zonde, Gods zegen terug over de gemeente kan brengen.

Gods Woord, de Geest der Profetie en de geschiedenis maken duidelijk dat de overheid door God beperkingen werd opgelegd. Haar wetten hebben als doel de vrijheid van het geweten te bewaren en de misdaad te bestraffen. Heel wat overheden gaan die bevoegdheid te buiten door wetten en bepalingen voor te schrijven betreffende godsdiensten. Sommige geloofsgemeenschappen halen daar ogenschijnlijke tijdelijke voordelen uit.
God echter heeft voorzien in een systeem dat zorgt voor het onderhoud van Zijn gemeente. Dit systeem staat helemaal los van wat overheden doen of beslissen. Indien Gods volk liefde heeft voor haar taak en getrouw is aan Gods woord zal ze geen tekort maar overvloed hebben. In tijden van nood moet zij haar eigen getrouwheid onderzoeken en alle hindernissen voor Gods beloofde zegen uit de weg ruimen.

Mal 3:10  “Breng de gehele tiende naar de voorraadkamer, opdat er spijze zij in mijn huis; beproeft Mij toch daarmede, zegt de HERE der heerscharen, of Ik dan niet voor u de vensters van de hemel zal openen en zegen in overvloed over u uitgieten.”

U geschiedde naar uw geloof!

 

Terug