Toekomst Zevende-dags Adventisten

De gewetensvrijheid bedreigt

De naderende strijd

De Bijbel een bron van veiligheid

De laatste waarschuwing

De tijd der benauwdheid

Gods volk verlost

De aarde verwoest

Het einde van de strijd

 

De gewetensvrijheid bedreigd

De protestanten staan tegenwoordig veel positiever tegenover het rooms-katholicisme dan vroeger. In de landen waar de rooms-katholieken niet in de meerderheid zijn en de aanhangers van de paus een verzoenende houding aannemen om hun invloedssfeer uit te breiden heerst een groeiende onverschilligheid tegenover de leerstellingen die de protestantse kerken scheiden van het pausdom. Hoe langer hoe meer mensen vinden dat wij op de belangrijke punten toch niet zó veel van elkaar verschillen als men wel denkt en dat een beetje toegeeflijkheid van onze kant zal bijdragen tot een betere verstandhouding met Rome. Vroeger stelden de protestanten de gewetensvrijheid, die zo duur is betaald erg op prijs. Zij leerden hun kinderen het pausdom te verafschuwen en ze waren ervan overtuigd dat ze God niet trouw waren als ze het op een akkoordje probeerden te gooien met Rome. Maar er is intussen veel veranderd!

De verdedigers van het pausdom beweren dat men de rooms-katholieke kerk onrechtvaardig heeft behandeld en de protestanten zijn geneigd deze voorstelling van zaken over te nemen. Velen zeggen dat het niet rechtvaardig is als men de kerk van vandaag beoordeelt op grond van de gruwelen en absurditeiten die haar heerschappij gedurende de eeuwen van onwetendheid en duisternis hebben gekenmerkt. Zij verontschuldigen haar gruwelijke wreedheid met het argument dat ze het gevolg was van de barbaarsheid van die dagen en wijzen erop dat Rome onder invloed van de moderne beschaving is veranderd.

Deze mensen vergeten blijkbaar dat deze trotse macht al achthonderd jaar lang beweert dat ze onfeilbaar is. Ze heeft deze aanspraak nooit opgegeven, maar heeft die in de negentiende eeuw met meer nadruk dan ooit tevoren vastgelegd en uitgesproken. Rome kan de beginselen die haar beleid in vroegere eeuwen hebben bepaald niet ontkennen daar ze beweert dat „de kerk nooit heeft gedwaald en volgens de Heilige Schrift ook nooit zal dwalen" (John L. von Mosheim, In-stitutes of Ecclesiastical History, b. 3, century 11, part 2, Ch. 2, sec 9, note 17).

De rooms-katholieke kerk zal haar aanspraak op onfeilbaarheid nooit opgeven. Alles wat ze gedaan heeft tijdens de vervolgingen van hen die haar dogma's verwierpen, beschouwt ze als juist. Zou Rome trouwens niet op dezelfde manier te werk gaan als ze daar weer de kans toe kreeg? Als de beperkingen die nu door de burgerlijke overheid worden opgelegd, zouden worden opgeheven en als Rome weer in haar vroegere macht zou worden hersteld, zou men zien hoe vlug de rooms-katholieke kerk weer tot onderdrukking en vervolging zou overgaan.
Een bekend schrijver zegt het volgende over de houding van het pausdom tegenover de gewetensvrijheid en over de gevaren die met name de Verenigde Staten bedreigen als de rooms-katholieken hun beleid kunnen doordrukken:

Velen zijn geneigd elke vrees voor het rooms-katholicisme in de Verenigde Staten toe te schrijven aan fanatisme of kinderachtigheid. Die mensen kunnen niets ontdekken in het karakter en de houding van het roomse systeem dat in strijd is met onze vrije instellingen en zien niets onheilspellends in de groei van die kerk. Laten we daarom eerst enkele grondbeginselen van onze regeringsvorm vergelijken met die van de rooms-katholieke kerk.
De grondwet van de Verenigde Staten waarborgt de gewetensvrijheid. Niets wordt meer op prijs gesteld en niets is zó fundamenteel. Paus Pius IX heeft in zijn encycliek van 15 augustus 1854 gezegd: „De absurde dwaalleringen en het geraaskal ter verdediging van de gewetensvrijheid zijn de gruwelijkste dwaling - een plaag die meer dan alle andere moet worden gevreesd in een staat". Dezelfde paus heeft in zijn encycliek van 8 december 1864 een banvloek uitgesproken over hen „die gewetensvrijheid en godsdienstvrijheid verdedigen", alsook over „allen die beweren dat de kerk geen geweld mag gebruiken."

De vreedzame toon die Rome in de Verenigde Staten aanslaat, betekent niet dat ze nu een andere mentaliteit heeft. Ze is verdraagzaam, waar ze in de minderheid is. Bisschop O'Connor heeft gezegd: „Wij dulden de godsdienstvrijheid alleen tot het ogenblik dat het tegenovergestelde zonder gevaar voor de rooms-katholieke wereld kan worden ingesteld"... De aartsbisschop van St. Louis heeft eens gezegd: „Ketterij en ongeloof zijn misdaden. In Christelijke landen, zoals bijvoorbeeld Italië en Spanje, waar alle mensen rooms-katholiek zijn en waar de rooms-katholieke godsdienst een wezenlijk onderdeel is van de wetgeving van het land, worden ze ook bestraft zoals elke andere misdaad"...

Iedere kardinaal, aartsbisschop en bisschop in de rooms-katholieke kerk legt een eed van trouw af aan de paus, waarin de volgende woorden worden gebruikt: „ketters, scheurmakers en rebellen tegen onze heer (de paus), of tegen zijn voornoemde opvolgers, zal ik met al mijn kracht vervolgen en bestrijden" (Josiah Strong, Our Country, ch 5, par. 2-4).

Het is een feit dat er ware christenen zijn in de rooms-katholieke kerk. Duizenden mensen in die kerk dienen God volgens het beste licht dat zij hebben. Zij mogen de Bijbel niet lezen en kunnen daarom de waarheid niet leren kennen. Ze hebben nooit het verschil gezien tussen een spontane godsdienst en een godsdienst die slechts bestaat uit vormen en ceremoniën. God ziet vol barmhartigheid en tederheid neer op deze mensen, die zijn grootgebracht in een misleidend en onbevredigend geloof. Hij zal stralen van het licht laten doordringen in de dichte duisternis die hen omringt. Hij zal hun de waarheid zoals die in Jezus is, openbaren, en velen zullen zich bij Gods volk aansluiten.

Maar het rooms-katholieke systeem is tegenwoordig niet méér in harmonie met het evangelie van Christus dan in welke vroegere periode van zijn geschiedenis ook. De protestantse kerken verkeren in grote duisternis, want anders zouden ze de tekenen der tijden wel onderscheiden.
De rooms-katholieke kerk heeft grootse plannen en bestrijkt een zeer groot gebied. Ze gebruikt elk middel om haar invloedssfeer en haar macht te vergroten voor de zware strijd om weer de wereldheerschappij te krijgen, opnieuw tot vervolgingen over te gaan en om alles wat het protestantisme tot stand heeft gebracht te vernietigen. Het rooms-katholicisme wint overal terrein. Kijk maar naar het toenemend aantal rooms-katholieke kerken en kapellen in protestantse landen. Denk maar aan de populariteit van rooms-katholieke hogescholen en seminaries in Amerika, die ook door protestanten op grote schaal worden gesteund. Denk maar aan de groei van het ritualisme in Engeland en aan de vele mensen die tot het rooms-katholicisme overgaan. Dit alles zou de verdedigers van de zuivere beginselen van het evangelie moeten verontrusten.

De protestanten hebben het met het pausdom op een akkoordje gegooid en hebben het gesteund. Ze hebben compromissen gesloten en toegevingen gedaan waar zelfs de rooms-katholieken verbaasd over staan en die ze gewoon niet kunnen begrijpen. De mensen sluiten hun ogen voor de ware aard van het rooms-katholicisme en voor de gevaren die zouden voortvloeien uit de heerschappij van de rooms-katholieke kerk. Ze moeten worden wakker geschud om paal en perk te stellen aan de vooruitgang van deze uiterst gevaarlijke vijand van de burgerrechten en de godsdienstvrijheid.

Tal van protestanten denken dat het rooms-katholicisme niet aantrekkelijk is en dat de rooms-katholieke eredienst bestaat uit saaie, inhoudsloze ceremoniën. Maar hierin vergissen ze zich deerlijk. Hoewel het rooms-katholicisme is gebaseerd op misleiding, is het toch geen grof en onhandig bedrog. De eredienst van de rooms-katholieke kerk is zeer indrukwekkend. De pracht en praal en de plechtige riten betoveren de zinnen van de mensen en leggen het zwijgen op aan de stem van de rede en het geweten. De ogen worden gestreeld.

Prachtige kerken, indrukwekkende processies, gouden altaren, met juwelen bezette schrijnen, prachtige schilderijen en buitengewoon mooie beelden spreken de zin voor schoonheid erg aan. Ook het oor wordt gestreeld. De muziek is onovertroffen. De rijke klanken van het orgel die zich verenigen met het gezang van vele stemmen stijgen op naar de machtige koepels en weerklinken tussen de door pijlers gedragen zijbeuken van haar enorme kathedralen: dit moet de mensen wel met eerbied en ontzag vervullen.

Deze pracht en praal en deze ceremonies, die slechts de spot drijven met het verlangen van de ziel die de zonde beu is, zijn slechts het bewijs van haar innerlijke verdorvenheid. De godsdienst van Christus heeft zulke attracties niet nodig. In het licht dat straalt van het kruis verschijnt het ware christendom zó zuiver en lieflijk dat geen enkele uiterlijke sier zijn innerlijke waarde nog kan verhogen. God stelt alleen heiligheid en zachtmoedigheid op prijs.

Een schitterende stijl is niet noodzakelijk een bewijs van zuivere, verheven gedachten. Verheven kunstopvattingen en een zeer verfijnde smaak komen vaak voor bij mensen die wereldsgezind en zinnelijk zijn. Satan gebruikt dit alles vaak om de mensen de behoeften van de ziel en het toekomstige, eeuwige leven te laten vergeten, om ze los te maken van hun oneindige Helper en ze alleen voor deze wereld te laten leven.

Een godsdienst van uiterlijkheden is aantrekkelijk voor het niet-wedergeboren hart. De pracht en praal van de rooms-katholieke eredienst oefent een verleidende, betoverende kracht uit die velen misleidt. Ze gaan de rooms-katholieke kerk dan beschouwen als de enige poort naar de hemel. Alleen zij die zeer vast staan op het fundament van de waarheid en wier hart is vernieuwd door Gods Geest, zullen bestand zijn tegen haar invloed. Duizenden die Christus niet door eigen ervaring hebben leren kennen, zullen wel de vormen van de godsvrucht overnemen, maar de kracht daarvan missen. Zo'n godsdienst heeft de massa juist nodig.

De rooms-katholieke kerk heeft zich het recht toegeëigend om zonden te vergeven. Daarom vinden veel rooms-katholieken het niet zo erg als zij zondigen. Men kan alleen vergiffenis krijgen door de biecht. Voor velen is dit eigenlijk ook een vrijbrief om te zondigen. Wie neerknielt voor een gevallen mens en de verborgen gedachten en overleggingen van zijn hart opbiecht, verlaagt zichzelf en elke goede neiging die in hem is. Als men zijn eigen zonden blootlegt aan een priester - een feilbare, zondige sterveling, die heel vaak verdorven is door wijn en losbandigheid - verlaagt men zichzelf en bezoedelt men bijgevolg zichzelf. Daar de priester als vertegenwoordiger van God wordt beschouwd, vormen de mensen een godsbeeld dat gebaseerd is op de mens in zijn gevallen toestand. Deze onterende biecht van mens tot mens is de geheime bron waaruit veel van het kwaad is gevloeid dat de wereld besmeurt en haar rijp maakt voor de uiteindelijke vernietiging. Toch zal iemand die met zichzelf ingenomen is liever bij een andere sterveling gaan biechten dan zijn ziel voor God bloot te leggen. De mens doet liever boete voor de zonde dan dat hij met de zonde breekt. Het is gemakkelijker het vlees te kastijden met een ruwe pij, geseling en knellende ketenen dan de vleselijke lusten te kruisigen. De vleselijke mens draagt liever een zwaar juk dan het juk van Christus.

Er is een opvallende gelijkenis tussen de kerk van Rome en de Joodse gemeente ten tijde van Christus' eerste komst. Terwijl de Joden in het geheim elk beginsel van Gods wet met voeten traden, hielden ze zich voor het oog van de mensen stipt aan haar geboden en verzwaarden die bovendien nog met eisen en overleveringen, zodat het moeilijk was ze na te leven. Zoals de Joden beweerden dat ze de wet gehoorzaamden, beweren de rooms-katholieken dat ze het kruis vereren. Ze vereren het symbool van Christus' lijden, terwijl ze Christus in hun leven verloochenen.

Rooms-katholieken brengen kruisen aan op hun kerken, altaren en gewaden. Overal ziet men het kruisteken. Overal wordt het uiterlijk geëerd en verheerlijkt. Maar de leer van Christus wordt begraven onder een hoop zinloze tradities, verkeerde interpretaties en strenge voorschriften.
De woorden van de Heiland over de fanatieke Joden gelden nog veel meer voor de leiders van de rooms-katholieke kerk: „Zij binden zware lasten bijeen en leggen die op de schouders der mensen, maar zelf willen zij ze met hun vinger niet verroeren" (Matteüs 23:4). Oprechte gelovigen vrezen dag en nacht voor de gramschap van een beledigde God, terwijl tal van kerkelijke leiders in weelde en zingenot leven.

De verering van beelden en relikwieën, het aanroepen van heiligen en de verheerlijking van de paus zijn listen van Satan om de mensen van God en van zijn Zoon af te leiden. Hij wil hun ondergang bewerken en daarom probeert hij hun aandacht af te leiden van Christus, de enige weg ter zaligheid. Hij zorgt voor allerlei dingen die de plaats moeten innemen van Hem die gezegd heeft: „Komt tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven" (Matteüs 11:28).
Satan probeert voortdurend een verkeerd beeld te geven van Gods karakter, van de zonde en van de ware belangen die in de grote strijd op het spel staan. Zijn drogredenen doen afbreuk aan de eisen van Gods wet en geven de mens een vrijbrief om te zondigen.

Terzelfdertijd zorgt hij ervoor dat ze een verkeerd idee van God krijgen en meer met vrees en haat dan met liefde naar Hem opzien. De wreedheid die eigen is aan zijn karakter wordt aan de Schepper toegeschreven. Deze wreedheid krijgt gestalte in verschillende godsdiensten en komt tot uiting in verschillende vormen van aanbidding. Zo worden de mensen verblind en kan Satan ze gebruiken om tegen God te strijden. Door deze verkeerde voorstelling van Gods karakter zijn de heidenen gaan geloven dat ze mensenoffers moeten brengen om God gunstig te stemmen en daardoor zijn er in de verschillende vormen van afgodendienst gruwelijke wreedheden bedreven.

De rooms-katholieke kerk, die de vormen van het heidendom en van het christendom in zich verenigt en net zoals het heidendom de mensen een verkeerd beeld van God geeft, heeft even wrede en afschuwelijke misdaden gepleegd. Toen Rome de opperheerschappij voerde, waren er martelwerktuigen om de mensen te dwingen haar leer te aanvaarden. Wie haar aanspraken niet wilde erkennen, moest maar naar de brandstapel. Er zijn zoveel moorden gepleegd dat men het juiste aantal pas zal kennen wanneer ze in het oordeel aan het licht worden gebracht. Kerkelijke gezagsdragers hebben onder leiding van hun leermeester, Satan, gezocht naar middelen om hun slachtoffers zo vreselijk mogelijk te folteren zonder dat zij daaronder bezweken. In vele gevallen werden deze duivelse praktijken steeds opnieuw herhaald tot aan de uiterste grens van wat een mens kan verdragen zodat de strijd werd opgegeven en de gemartelde de dood als een uitkomst beschouwde.

Dat was het lot van de tegenstanders van Rome. Voor haar eigen aanhangers had zij de tucht van de geseling, het vasten en de kastijding in elke denkbare, weerzinwekkende vorm. Om de gunst van de hemel te verwerven, overtraden de boetelingen Gods wetten door de wetten van de natuur te schenden. Men leerde hun de banden te verbreken die God heeft ingesteld om het verblijf van de mens op aarde aangenamer te maken. Op de kerkhoven liggen miljoenen slachtoffers die tijdens hun leven tevergeefs hun liefde en elke gedachte of elk gevoel van genegenheid voor hun medemensen hebben onderdrukt, omdat deze uitingen „Gode niet welgevallig" zouden zijn.
Als we enig inzicht willen krijgen in de nooit aflatende wreedheid die Satan eeuwenlang aan de dag gelegd heeft - niet onder de mensen die nog nooit over God hebben horen spreken, maar in onze christelijke wereld - dan hoeven we maar de geschiedenis van de rooms-katholieke kerk te bestuderen. De vorst van het kwaad bereikt zijn doel door middel van dit reusachtige stelsel van misleiding: hiermee beledigt hij God en brengt hij rampen over de mensheid. Wanneer we zien hoe goed hij erin slaagt zich te vermommen en wat zijn werk kan doen door bemiddeling van de leiders van de rooms-katholieke kerk, kunnen we beter begrijpen waarom hij zo'n grote afkeer van de Bijbel heeft. Als men dit Boek leest, leert men de barmhartigheid en liefde van God kennen. Het wordt dan duidelijk dat God de mensen géén van die zware lasten oplegt. God vraagt slechts een verbroken geest, een verbroken en verbrijzeld hart.

Christus heeft tijdens zijn leven op aarde nooit gezegd dat mannen en vrouwen zich in kloosters moeten opsluiten om zich voor te bereiden op de hemel. Hij heeft nooit geleerd dat liefde en genegenheid moeten worden onderdrukt. Het hart van de Heiland vloeide over van liefde. Naarmate de mens de morele volmaaktheid meer benadert, des te fijner worden zijn gevoelens, des te scherper ziet hij de zonde en des te groter wordt zijn medeleven met de gekwelde mens. De paus beweert wel dat hij de stedehouder van Christus is, maar kan zijn karakter de vergelijking met het karakter van Christus doorstaan? Heeft Christus ooit mensen naar de kerker of de pijnbank laten brengen omdat ze Hem niet vereerden als de Koning des hemels? Heeft Hij ooit de mensen die Hem niet wilden aanvaarden ter dood veroordeeld? Toen Hij slecht werd ontvangen in een dorp der Samaritanen was de apostel Johannes erg verontwaardigd en vroeg: „Here, wilt Gij, dat wij zeggen, dat vuur van de hemel zal nederdalen om hen te verteren?" Jezus keek zijn discipel vol medelijden aan en veroordeelde zijn hardheid met de woorden. „De Zoon des mensen is niet gekomen om der mensen zielen te verderven, maar om te behouden" (Lucas 9:54; Lucas 9:56 - Statenvertaling). Wat een verschil tussen de geest van Christus en die van zijn zogenaamde stedehouder.

De rooms-katholieke kerk wil zich nu van haar beste kant laten kennen en probeert al de gruwelijke wreedheden die zij in het verleden heeft bedreven goed te praten. Uiterlijk heeft ze het kleed van Christus aangedaan, maar innerlijk is ze niet veranderd. Alle beginselen die het pausdom in het verleden heeft aangenomen, worden nog altijd verdedigd. De leerstellingen die zijn verzonnen in de donkere Middeleeuwen worden nog altijd gehandhaafd. Laat niemand zichzelf misleiden. Het pausdom waaraan de protestanten nu eer willen bewijzen, is nog altijd hetzelfde pausdom dat de wereld heeft beheerst in de tijd van de Hervorming toen godsmannen opstonden om zijn verdorvenheid aan de kaak te stellen waardoor zij hun eigen leven in gevaar brachten. Het pausdom is nog even trots en arrogant als in de tijd toen het wilde heersen over koningen en prinsen en toen het aanspraak meende te mogen maken op goddelijke voorrechten. Zijn geest is nog altijd even wreed en tiranniek als toen het de menselijke vrijheid aan banden legde en de heiligen des Allerhoogsten doodde.

Het pausdom beantwoordt volkomen aan de beschrijving van de profetie: het is de afval van de laatste tijd (2 Tessalonicenzen 2:3,4). Het neemt altijd de gedaante aan die het best aan zijn doel beantwoordt. Onder de veranderende verschijningsvorm van de kameleon verbergt het pausdom echter het onveranderlijke gif van de slang. Zijn stelregel is: „We hoeven ons woord niet te houden tegenover ketters of mensen die van ketterij worden verdacht'' (Lenfant, vol. l, p. 516). Zal deze macht, waarvan de geschiedenis over een periode van duizend jaar met het bloed van de heiligen is geschreven, nu worden erkend als een deel van Christus' gemeente?

In protestantse landen wordt terecht beweerd dat er niet meer zo'n groot verschil is tussen het protestantisme en het rooms-katholicisme, zoals vroeger wel het geval was. Er heeft zich een verandering voorgedaan, maar niet in het pausdom. Het rooms-katholicisme lijkt inderdaad veel op het moderne protestantisme omdat het protestantisme sinds de tijd van de hervormers zo verschrikkelijk verwaterd is.

De protestantse kerken willen op goede voet staan met de wereld. Daarom zijn ze verblind door een valse liefde. Zij willen niet inzien dat het niet juist is als men gelooft dat alle kwaad goed is. Het onvermijdelijke gevolg daarvan zal zijn dat ze op den duur gaan denken dat al het goede slecht is. In plaats dat ze het geloof verdedigen dat eens aan de heiligen is overgeleverd, bieden ze als het ware Rome nu hun verontschuldigingen aan omdat ze zo „liefdeloos" tegen haar zouden zijn geweest en vragen vergiffenis voor hun fanatisme.

Er zijn heel veel mensen, zelfs onder degenen die het rooms-katholicisme niet gunstig gezind zijn, die het gevaar van haar macht en invloed niet inzien. Velen beweren dat de intellectuele en morele duisternis van de Middeleeuwen de verspreiding van haar dogma's, haar bijgeloof en haar onderdrukking hebben bevorderd. Ze menen echter dat een herleving van onverdraagzaamheid en tirannie uitgesloten is door het hogere ontwikkelingspeil in de moderne tijd, door de algemene verspreiding van de kennis en door de grotere vrijheid op godsdienstig gebied. Ze vinden de gedachte dat zo'n toestand zich ook in deze moderne tijd zou kunnen voordoen gewoon belachelijk. Het is een feit dat onze generatie veel licht heeft ontvangen op intellectueel, moreel en godsdienstig gebied. De wereld wordt overspoeld door het hemelse licht uit Gods heilig Woord. Maar we mogen niet vergeten dat hoe groter het licht is dat wij hebben ontvangen, hoe groter ook de duisternis is van hen die het vervormen en verwerpen.

Als de protestanten de Bijbel biddend zouden onderzoeken, zouden ze het ware karakter van het pausdom ontdekken en het verafschuwen. Velen zijn echter zo eigenwijs en menen dal ze er absoluut geen behoefte aan hebben om God in alle nederigheid te zoeken, opdat ze zijn waarheid zouden leren kennen. Hoewel ze zich beroemen op het licht dat ze hebben, kennen ze de Bijbel niet, noch de kracht Gods. Ze willen hun geweten sussen en zoeken dan naar de minst geestelijke en minst vernederende middelen. Zij zijn op zoek naar een methode waardoor ze God kunnen vergeten, maar waarmee ze toch de indruk geven dat ze juist wél aan Hem denken. Het pausdom kan in de behoeften van al deze mensen voorzien. Het is geschikt voor twee groepen waartoe bijna alle mensen behoren: zij die zalig willen worden door hun eigen werken en zij die verlost willen worden in hun zonden. Dit is het geheim van de macht van het pausdom.

Wij hebben al bewezen dat een tijd van grote geestelijke en intellectuele duisternis de doelstellingen van het pausdom erg heeft bevorderd. Wij moeten nu nog aantonen dat een tijd van grote intellectuele ontwikkeling óók gunstig zal blijken te zijn voor het pausdom.
In de afgelopen eeuwen toen de mensen Gods Woord niet hadden en de waarheid niet kenden, waren hun ogen geblinddoekt en liepen duizenden in de val omdat ze het net dat voor hun voeten was gespannen niet zagen. Veel mensen zijn in onze tijd verblind door de schittering van menselijke theorieën en speculaties, "ten onrechte zo genoemde kennis". Ze zien het net niet en lopen er even makkelijk in alsof ze geblinddoekt waren. God wil dat wij onze intellectuele vermogens beschouwen als een gave van de Schepper en dat wij ze gebruiken in de dienst van waarheid en gerechtigheid, maar wanneer mensen hoogmoed en eerzucht verheerlijken en hun eigen theorieën stellen boven het Woord van God, kan kennis rampzaliger zijn dan onwetendheid. Zo zal de valse wetenschap van onze tijd, die het geloof in de Bijbel ondermijnt, evenveel bijdragen tot het succes van het pausdom met zijn bekoorlijke vormen, als de onwetendheid die gezorgd heeft voor zijn uitbreiding in de donkere Middeleeuwen.

In de bewegingen die op dit ogenblik in de Verenigde Staten ijveren voor staatssteun aan instellingen en gebruiken van de kerk, lopen de protestanten in de voetsporen van Rome. Neen, nog erger, ze openen de deur voor het pausdom zodat het in het protestantse Amerika de heerschappij kan verwerven die het in de Oude Wereld heeft verloren. Deze beweging wordt des te belangrijker door het feit dat haar voornaamste oogmerk de wettelijke verplichting van de zondagsheiliging is - een gebruik dat zijn oorsprong vindt in de kerk van Rome en dat zij als teken van haar gezag beschouwt. De protestantse kerken zijn doordrongen van de geest van het pausdom - de geest van aanpassing aan wereldse praktijken en eerbiediging van menselijke overleveringen in plaats van Gods geboden. Daardoor zullen ze de zondag op dezelfde manier verdedigen als het pausdom al vóór hen gedaan heeft.

Als men wil weten welke middelen in de snel naderende strijd zullen worden gebruikt, hoeft men maar in de geschiedenis na te gaan welke middelen Rome voor hetzelfde doel heeft gebruikt. Als men wil weten hoe de aanhangers van de paus en de protestanten tezamen zullen optreden tegenover mensen die hun leerstellingen verwerpen, hoeft men maar na te gaan wat Rome heeft gedaan met de sabbat en zijn verdedigers.

 

Terug Pagina 2