Blijvende liefde, innerlijke vrede, voortdurende vreugde en dankbaarheid zijn eigenschappen die de mens niet in zichzelf heeft. God echter verlost ons van wat ons hindert om Hem en anderen werkelijk lief te hebben en schenkt ons de bovenvernoemde eigenschappen in onbeperkte mate. Hoe kunnen we ze ontvangen? Door onszelf te geven en aan te nemen wat God schenkt. Deze bijbelstudies helpen ons een relatie met God op te bouwen die al deze zegeningen met zich meebrengt. Lees ook de gedeelten in 'Stappen naar Christus' waarnaar verwezen wordt met SNC.

Bijbelstudie - Stappen naar Christus - les 1

God houdt van de mensen

Velen twijfelen aan de liefde en goedheid van God. Deze twijfel heeft als gevolg dat ze niet bereid zijn alles aan Hem te geven uit vrees dat ze zichzelf zullen tekort doen maar juist daardoor doen ze zich werkelijk tekort. Ja, God vraagt een totale overgave maar in de plaats daarvan geeft Hij alles wat ons diep gelukkig maakt. Deze studie wil ons tot een groter besef brengen van Zijn liefde voor ons.

Hoe was de aarde nadat ze geschapen werd?
Gen 1:31: “ En God zag alles wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed.”

Waarom dan is er zoveel ellende en dood in deze wereld?
Romeinen 5:12: “Daarom, gelijk door één mens de zonde de wereld is binnengekomen en door de zonde de dood, zo is ook de dood tot alle mensen doorgegaan, omdat allen gezondigd hebben.”

“Door de overtreding van Gods wet –wet van liefde (zie Matteüs 22:38, 39)- kwam er ellende en dood.” (SNC 1:2)

Wat deed God ter wille van de mens nadat deze gezondigd had?
Genesis 3:17: “En tot de mens zeide Hij: Omdat gij naar uw vrouw hebt geluisterd en van de boom gegeten, waarvan Ik u geboden had: Gij zult daarvan niet eten, is de aardbodem om uwentwil vervloekt; al zwoegende zult gij daarvan eten zolang gij leeft.”

Om “uwentwil” betekent: voor uw welzijn. (SNC 1:3)

Welke zekerheid krijgen we betreffende de omstandigheden waarin we ons bevinden?

Romeinen 8:28: “Wij weten nu, dat [God] alle dingen doet medewerken ten goede voor hen, die God liefhebben.”

Welke beschrijving geeft Mozes van God toen Hij aan hem voorbijging?

Exodus 34:6, 7: “De HERE ging aan hem voorbij en riep: HERE, HERE, God, barmhartig en genadig, lankmoedig, groot van goedertierenheid en trouw, die goedertierenheid bestendigt aan duizenden, die ongerechtigheid, overtreding en zonde vergeeft.”

“Wie is een God als Gij, die de ongerechtigheid vergeeft en de overtreding van het overblijfsel van zijn erfdeel voorbijgaat, die zijn toorn niet voor eeuwig behoudt, maar een welbehagen heeft in goedertierenheid!” Micha 7:18

In wie hebben de mensen dit liefdevolle karakter van God kunnen aanschouwen?
Johannes 1:18: “Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, die aan de boezem des Vaders is, die heeft Hem doen kennen.”

 “Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond en wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de eniggeborene des Vaders, vol van genade en waarheid.” Johannes 1:14

Door welk werk openbaarde Jezus Gods liefde voor de mens?
Lucas 4:8: “ De Geest des Heren is op Mij, daarom, dat Hij Mij gezalfd heeft, om aan armen het evangelie te brengen; en Hij heeft Mij gezonden om aan gevangenen loslating te verkondigen en aan blinden het gezicht, om verbrokenen heen te zenden in vrijheid, om te verkondigen het aangename jaar des Heren.”

Aan welke vernedering had de Zoon van God zich onderworpen om dit werk voor ons te doen?
Filippenzen 2:5: “die, in de gestalte Gods zijnde, het Gode gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en aan de mensen gelijk geworden is. En in zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij Zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood des kruises.” (SNC 1:9-11)

Welke schuld, die wij onmogelijk konden vereffenen heeft Hij betaald?
Jesaja 53:5: “Maar om onze overtredingen werd hij doorboord, om onze ongerechtigheden verbrijzeld; de straf die ons de vrede aanbrengt, was op hem, en door zijn striemen is ons genezing geworden."

Welke gevolgen had dit voor Zijn relatie met de Vader?
Matteüs 27:46: “Omstreeks het negende uur riep Jezus met luider stem, zeggende: Eli, Eli, lama sabachtani? Dat is: Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?”

“Dat was de reden , dat het hart van de Zoon van God brak” (SNC 1:12)

“Maar wij zien Jezus, die voor een korte tijd beneden de engelen gesteld was vanwege het lijden des doods, opdat Hij door de genade Gods voor een ieder de dood zou smaken, met heerlijkheid en eer gekroond.” Hebreeën 2:9

Was dit offer nodig om in het hart van de Vader liefde op te wekken voor de mens?
Johannes 3:16: “Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe.”

“De Vader heeft ons lief, niet vanwege die grote verzoening, maar Hij zorgde voor die verzoening, omdat Hij van ons houdt.” (SNC 1:13)

“Want God was in Christus de wereld met Zichzelven verzoenende.” 2 Korintiërs 5:19

Is het rechtvaardig van God ons te vergeven en ons Zijn kinderen te noemen?
Romeinen 3:26: “zodat Hijzelf rechtvaardig is, ook als Hij hem rechtvaardigt, die uit het geloof in Jezus is.”

Het offer van Christus voldoet volkomen aan de eis van de wet; betaling van de schuld en gehoorzaamheid.

Hoe volkomen heeft God Zijn Zoon aan de mensheid gegeven?
Hebreeën 2:11: “daarom schaamt Hij Zich niet hen broeders te noemen.”

“De Zoon des mensen is ons Offer, onze Verdediger, onze Broer, die voor de Vader staat in onze menselijke gedaante, die eeuwig één zal zijn met hen die Hij verlost heeft.” (SNC 1:16)

Waarin ligt de absolute zekerheid dat God ons alles wat goed is zal schenken?
Romeinen 8:32: "Hoe zal Hij, die zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard, maar voor ons allen overgegeven heeft, ons met Hem ook niet alle dingen schenken?"

  "Iedere gave, die goed, en elk geschenk, dat volmaakt is, daalt van boven neder, van de Vader der lichten, bij wie geen verandering is of zweem van ommekeer." Jakobus 1:17

Waartoe worden wij ten allen tijde uitgenodigd?
1 Johannes 3:1: “Ziet, welk een liefde ons de Vader heeft gegeven, dat wij kinderen Gods genoemd worden.”

“Hoe meer we het karakter van God bestuderen in het licht van het kruis, des te meer zien we hoe genade, tederheid en vergevensgezindheid samengaan met eerlijkheid en rechtvaardigheid en des te duidelijker ontdekken we de ontelbare bewijzen van die oneindige liefde en een teder meeleven, dat zelfs het diepste verlangen van een moeder naar haar afgedwaald kind overtreft.” (SNC 1:18)