Stappen naar Christus - 6

Geloof en aanvaarding

1. Voordat uw geweten tot leven is gekomen door de Heilige Geest, bent u iets gaan ontdekken van het kwaad, dat in de zonde schuilt en van de macht, de schuld en de ellende, die daarbij hoort. U bekijkt de zonde met afschuw. U merkt, dat de zonde u van God heeft afgehouden en dat u gebonden bent door de macht van het kwaad. Hoe meer u vecht om te ontsnappen, hoe meer u uw eigen hulpeloosheid beseft. Uw motieven zijn onzuiver. Uw hart is onrein. U ziet in, dat uw leven gevuld is met egoïsme en zonde. U wilt graag vergeving ontvangen, gereinigd worden en vrijheid ontvangen. In harmonie te zijn met God, op Hem te lijken — hoe kunt u
dat bereiken?

2. U hebt vrede nodig - de hemelse vergeving, innerlijke vrede en liefde. Met geld kan dit niet gekocht worden. Het verstand kan het niet verschaffen; met wijsheid valt het niet te bereiken. U moet alle hoop laten varen, dat u dit ooit in eigen kracht zou kunnen verkrijgen. Maar God biedt het u gratis aan, „ zonder geld en zonder prijs" (Jesaja 55:1). U kunt het bezitten, als u uw hand uitstrekt om het te pakken. De Heer zegt: „Al waren uw zonde als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw; al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol" (Jesaja 1:18). „Een nieuw hart zal Ik u geven en een nieuwe geest in uw binnenste" (Ezechiël 36:26).U hebt uw zonden beleden en er van harte afstand van genomen. U hebt besloten om uzelf aan God te geven. Ga dan nu naar
Hem toe en vraag Hem of Hij uw zonde wil afwassen en u een nieuw hart wil geven. Geloof dan dat Hij dit gedaan heeft, omdat Hij het beloofd heeft. Dat is de les die Jezus de mensen tijdens Zijn verblijf op aarde leerde, dat we moeten geloven dat we de gave, die God ons belooft, hebben ontvangen.

3. Jezus genas de mensen van hun ziekten, wanneer ze geloofden in Zijn kracht. Hij hielp hen met de dingen, die zij konden zien, om ze op die manier vertrouwen in Hem te geven, met betrekking tot die dingen, die zij niet konden zien. En zo bracht Hij hen er toe om te geloven in Zijn macht om zonden te vergeven. Dit zei Hij heel duidelijk, toen Hij de man genas, die verlamd was: „Opdat gij weten moogt, dat de Zoon des mensen macht heeft op aarde zonden te vergeven — toen zeide Hij tot de verlamde -: Sta op, neem uw bed op en ga naar uw huis"(Matteüs 9:6)..4 En ook Johannes, de evangelist, zegt van de wonderen van Jezus: „ deze zijn geschreven, opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zoon van God, en opdat gij, gelovende, het leven hebt in zijn naam"(Johannes 20:31). Van dit eenvoudige Bijbelverhaal van hoe Jezus de zieken genas, kunnen we leren hoe we kunnen geloven in Hem, wat de vergeving van onze zonden betreft.

4. Laten we onze aandacht richten op de verlamde in Bethesda. De arme stakker was hulpeloos. Hij had zijn ledematen achtendertig jaar lang niet gebruikt. Toch vroeg Jezus hem: „ Sta op, neem uw bed op en wandel". De zieke man had kunnen zeggen: „Heer, als u mij gezond wilt maken, dan zal ik op uw woord gehoorzamen". Maar nee, hij geloofde de woorden van Christus; hij geloofde dat hij gezond gemaakt was en hij probeerde het onmiddellijk. Hij wilde lopen en hij liep. Hij gehoorzaamde aan het woord van Christus en God gaf hem de kracht. Hij was gezond. Op dezelfde manier gaat het met u als zondaar. U kunt de zonde uit uw verleden niet goedmaken. U kunt uw hart niet veranderen en uzelf heiligen. Maar God belooft om dit allemaal te doen door Christus. U gelooft die belofte. U belijdt uw zonden en geeft uzelf aan God. U hebt de wil om Hem te dienen. Zo zeker als u deze wil hebt, zo zeker zal God Zijn woord aan u waarmaken. Als u de belofte gelooft — als u gelooft, dat u genezen en gereinigd bent — zorgt God er voor dat
dit ook zo is. U bent gezond, zoals de verlamde van Christus de kracht kreeg om te lopen, toen hij geloofde, dat hij genezen was. Als u het gelooft dan is dit een feit.

5. Wacht niet totdat u het gevoel hebt dat u gezond gemaakt bent, maar zeg: „ Ik geloof het. Het is zo, niet omdat ik het voel, maar omdat God het beloofd heeft". Jezus zegt: „Al wat gij bidt en begeert, gelooft, dat gij het hebt ontvangen en het zal geschieden" (Marcus 11:24). Deze belofte is voorwaardelijk: we moeten bidden naar Gods wil. Maar het is de wil van God om ons van zonde te reinigen, om ons Zijn kinderen te maken en om ons in staat te stellen een heilig leven te leiden. We mogen dus om deze zegeningen vragen en geloven dat we ze krijgen. En we mogen God danken, dat we ze gekregen hebben. Het is ons voorrecht om naar Jezus toe te gaan en gereinigd te worden en om oog in oog te staan met de wet, zonder schaamte of schuldgevoelens. „ Zo is er dan nu geen veroordeling voor hen, die in Christus Jezus zijn," (Romeinen 8:1) "die niet naar het vlees wandelen maar naar de Geest." (Romeinen 8:4).

6. Voortaan bent u niet van uzelf. U bent gekocht voor een prijs. „Wetende, dat gij niet met vergankelijke dingen, zilver of goud, zijt vrijgekocht... maar met het kostbare bloed van Christus, als van een onberispelijk en vlekkeloos lam" (1 Petrus 1:18, 19). Door
eenvoudig in God te gaan geloven, heeft de Heilige Geest in uw hart nieuw leven gewekt. U bent een nieuwgeboren kind in Gods gezin en Hij houdt van u, zoals Hij van Zijn Zoon houdt. Nu u uzelf aan Jezus hebt gegeven, mag u niet daarop terugkomen en mag u niet van Hem weggaan. Elke dag moet u het herhalen: „ Ik ben van Christus. Ik heb mijzelf aan Hem gegeven". Vraag Hem, of Hij u Zijn geest wil geven en u door Zijn genade wil bewaren. Door uzelf aan God te geven en door in Hem te geloven, wordt u Zijn kind. U moet uw leven dus op Hem concentreren. De apostel zegt: „Nu gij Christus Jezus, de Here, aanvaard hebt, wandelt in Hem" (Kolossenzen 2:6).

7. Er zijn mensen, die schijnen te denken, dat ze een proeftijd hebben gekregen en dat ze aan de Heer moeten bewijzen, dat zij veranderd zijn, voordat zij aanspraak kunnen maken op Zijn zegen. Zij kunnen echter nu reeds op deze zegen rekenen. Zij moeten Zijn genade bezitten en de Geest van God moet hen helpen bij hun zwakheden, willen zij aan het kwaad weerstand kunnen bieden. Jezus wil graag, dat we naar Hem toekomen zoals we zijn: zondig, hulpeloos en in een gevoel van afhankelijkheid. We mogen met al onze zwakheden naar Hem toekomen, met ons onverstand, met onze zondigheid en vol berouw aan Zijn voeten neervallen. Zijn heerlijkheid omringt ons met Zijn liefdevolle armen. Onze wonden worden verbonden en wij worden van alle onreinheid bevrijd. Op dit punt schieten duizenden mensen te kort: zij geloven niet dat Jezus hen persoonlijk en afzonderlijk vergeving schenkt. Zij nemen God niet op Zijn woord. Het is echter het voorrecht van allen, die aan de voorwaarden voldoen, om er zeker van te zijn dat voor elke zonde vergeving in overvloedige mate beschikbaar is. Zet die bange gedachte, dat Gods beloften niet voor u bedoeld zijn, van u af. Zij zijn
bedoeld voor elke berouwvolle zondaar.

8. Er is voor gezorgd, dat de kracht en de genade van Christus door dienstvaardige engelen bij elke gelovige worden gebracht. Niemand is zo zondig dat hij geen kracht, reinheid en rechtvaardigheid zou kunnen vinden in Jezus, Die ook voor hem gestorven is. Jezus staat klaar om de zondaar van zijn kleren, die vol vlekken zijn en vuil zijn door de zonde, te ontdoen en hem met de witte klederen van gerechtigheid te bekleden. Hij biedt hen aan om te leven in plaats van te sterven. God ’behandelt ons niet op dezelfde manier als waarop wij, als beperkte mensen, elkaar behandelen: Hij koestert gedachten van genade en liefde en van het tederste
medeleven. Hij zegt: „De goddeloze verlate zijn weg en de ongerechtige zijn gedachten en hij bekere zich tot de Here, dan zal Hij Zich over hem ontfermen - en tot onze God, want Hij vergeeft veelvuldig" (Jesaja 55:7). „ Ik vaag uw overtredingen weg
als een nevel en uw zonden als een wolk" (Jesaja 44:22). „Want Ik heb geen welgevallen aan de dood van wie sterven 'moet, luidt het woord van de Here Here; daarom bekeert u, opdat gij leeft" (Ezechiël 18:32).

9. Satan staat klaar om ons de heerlijke, goddelijke zegeningen te ontnemen. Hij wil de mens elk glimpje hoop en elke lichtstraal ontnemen. Maar u moet niet toelaten, dat hij dit doet. Leen uw oor niet aan de verleider, maar zeg: „ Jezus stierf, opdat ik zou leven. Hij houdt van mij en wil niet dat ik verloren zal gaan. Ik heb een hemelse Vader, Die meevoelt. En hoewel ik Zijn liefde heb misbruikt en de
zegeningen, die Hij mij gaf, heb verspild, sta ik op en ga ik tot mijn Vader en zeg: „ Ik zal opstaan en naar mijn vader gaan en tot hem zeggen: Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en voor u, ik ben niet meer waard uw zoon te heten; stel mij gelijk met een uwer dagloners". De gelijkenis vertelt ons hoe de zwerver ontvangen zal worden: ,,En toen hij nog veraf was, zag zijn vader hem en werd met
ontferming bewogen. En hij liep hem tegemoet, viel hem om de hals en kuste hem" (Lucas 15:18).

10. Maar hoe teer en aangrijpend deze gelijkenis ook mag zijn, toch wordt hierin de oneindige liefde van de hemelse Vader nog onvoldoende uitgedrukt. De Heer verklaart via Zijn profeet „ Ja, Ik heb u liefgehad met eeuwige liefde, daarom heb Ik u getrokken in goedertierenheid" (Jeremia 31:3).Terwijl de zondaar nog ver verwijderd is van het huis van de Vader en zijn bezit verspilt in een vreemd land, gaat het hart van de Vader naar hem uit. En elk verlangen, dat in het binnenste is gewekt, om tot God terug te keren, is het gevolg van het zachte pleiten van Zijn Geest, Die de afgewekene ertoe probeert te brengen, ja, hem smeekt en trekt om het liefdevolle hart van de Vader op te zoeken. Als u de rijke beloften van de Bijbel voor u ziet, kunt u dan plaats geven aan twijfel? Kunt u geloven dat, als de arme zondaar graag wil terugkeren, de Heer hem er in Zijn strengheid van weerhoudt om vol berouw voor Hem te knielen? Weg met
zulke gedachten! Niets kan uw eigen hart meer kwaad doen, dan er zulke gedachten op na te houden over onze hemelse Vader. Hij haat de zonde, maar Hij houdt van de zondaar en Hij gaf Zichzelf in Jezus Christus, opdat allen, die dat wensen gered zouden kunnen worden en de eeuwige zaligheid in het koninkrijk der heerlijkheid kunnen bezitten. Hoe had Hij in krachtiger of liefdevoller bewoording Zijn liefde voor ons kunnen uiten als m deze woorden, die Hij koos: „Kan ook een vrouw haar zuigeling vergeten, dat zij zich niet ontfermen zou over het kind van haar schoot? Al zouden zij die vergeten, toch vergeet Ik u niet" (Jesaja 49:15).

11. Zie omhoog, u, die twijfelt en beeft. Jezus leeft om voor ons te bemiddelen. God zij gedankt voor de gave van Zijn lieve Zoon. Bid, dat Hij niet tevergeefs voor u gestorven mag zijn. De Geest nodigt u op dit moment uit. Kom met uw hele hart tot Jezus. U mag aanspraak maken op Zijn zegen. Denk er aan, wanneer u de beloften naleest, dat deze uitingen zijn van onuitsprekelijke liefde en medelijden. Het grote hart van oneindige liefde gaat in grenzeloos erbarmen uit naar de zondaar. „ En in Hem hebben wij de verlossing
door zijn bloed de vergeving van de overtredingen" (Efeziërs 1:7). Ja, geloof slechts dat God' u helpt! Hij wil het beeld van Zijn wezen in de mens vernieuwen. Als u vol berouw naar Hem toegaat en uw zonden belijdt, zal Hij tot u komen met genade en vergeving.