Stappen Naar Christus - 2

De zondaar heeft Christus nodig

1. De mens had heel in het begin zuivere mogelijkheden en een evenwichtige geest. Hij was een volmaakt wezen en leefde in harmonie met God. Zijn gedachten waren rein, zijn doelstellingen verheven. Maar door zijn ongehoorzaamheid werden zijn krachten aangetast. Zelfzucht nam de plaats in van liefde. Zijn wezen werd zo verzwakt door de zonde, dat het niet langer mogelijk was om in eigen kracht de macht van het kwaad te weerstaan. De mens werd een gevangene van de satan en hij zou dat altijd zijn gebleven, als God niet op een speciale manier tussenbeide was gekomen. Het was de bedoeling van de verleider om het plan, dat God met de
schepping van de mens had, in de war te sturen en om de aarde te vullen met ellende en narigheid. En dan zou hij naar al dit kwaad kunnen wijzen als het resultaat van het feit dat God de mens had geschapen.
2.Toen hij nog niet gezondigd had, stond de mens in een vreugdevolle relatie tot Hem, „ in wie al de schatten der wijsheid en kennis verborgen zijn".(Kol. 2:3)
Maar na zijn zonde schiep de mens niet langer vreugde in het heilige en probeerde hij zich voor de aanwezigheid van God te verbergen. En dat is nog steeds de situatie, wanneer iemands hart niet vernieuwd is. Het is niet in overeenstemming met God en het vindt geen vreugde meer in een band met Hem. De zondaar zou trouwens nooit gelukkig kunnen zijn in de aanwezigheid van God. Hij zou zich terugtrekken, weg uit het gezelschap van de heilige wezens. Zelfs al zou hij in de hemel worden toegelaten: hij zou er geen vreugde aan beleven. De geest van onzelfzuchtige liefde, die daar hoogtij viert, waar elk hart is afgestemd op het hart van Hem, Die oneindig is in liefde, zou geen aanknopingspunt hebben in zijn innerlijk.
3. Zijn gedachten, zijn belangstelling, zijn motieven, zouden vreemd zijn aan die van de zondeloze wezens, die daar wonen. Hij zou een valse toon zijn in de hemelse melodie. De hemel zou voor hem een plaats van kwelling zijn; hij zou er naar verlangen om verborgen te zijn voor Hem, Die het licht is en Die het middelpunt is van de vreugde, die daar heerst. Het is geen plotselinge opwelling van God om de boze mensen uit de hemel te houden; zij worden buitengesloten vanwege hun ongeschiktheid om in dat gezelschap te verkeren. De heerlijkheid van God zou voor hen een verterend vuur zijn. Zij zouden ernaar verlangen om vernietigd te worden, om weg te zijn van voor het gezicht van Hem, Die stierf om hen te kunnen verlossen.
4. Het is voor ons onmogelijk om in eigen kracht te ontsnappen uit het moeras van de zonde, waarin we verzonken zijn. Onze harten zijn slecht en wij zullen ze nooit kunnen veranderen. „Komt ooit een reine uit een onreine — niet één"(Job 14:4; Rom 8:7)) . 5.Opvoeding, cultuur, wilskracht en de pogingen van de mens hebben allemaal hun eigen plaats, maar in dit opzicht zijn ze machteloos. Ze mogen bijdragen tot een uiterlijk correct gedragspatroon, maar ze kunnen het hart niet veranderen, ze kunnen de bronnen van het leven niet zuiveren. Er moet een kracht zijn, die van binnenuit werkt, een nieuw leven dat van boven is, voordat een zondig mens in een heilig mens veranderd kan worden. Die kracht is Christus. Alleen Zijn genade kan de levenloze eigenschappen in het innerlijk van de mens tot leven wekken en hem naar God leiden en naar het heilige. De Heiland zei: „ Tenzij een mens wederom geboren wordt", dus tenzij hij een nieuw hart krijgt, nieuwe verlangens, nieuwe doelstellingen en motieven, die tot een nieuw leven aanzetten, „ kan hij het koninkrijk Gods niet zien".(Joh 3:3)De gedachte dat het voldoende is om het goede, dat de mens van nature in zich heeft, te ontwikkelen, is een fatale vergissing.
6. „Doch een ongeestelijk mens aanvaardt niet hetgeen van de Geest Gods is, want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is".(1 Kor. 2:14) „Verwonder u niet, dat Ik u gezegd heb: Gijlieden moet wederom geboren worden".(Joh. 3:7) Van Christus staat geschreven: „ In het Woord was leven en het leven was het licht der mensen"(Joh 1:4) — de enige naam onder de hemel „ aan de mensen gegeven, waardoor wij moeten behouden worden".( Hand. 4:12)
7.Het is niet genoeg om het geduld en de liefde van God te zien, om Zijn vrijgevigheid, Zijn vaderlijke zorg en Zijn karakter te aanschouwen. Het is niet genoeg om de wijsheid en de rechtvaardigheid van Zijn wet te onderscheiden en om te beseffen dat deze gebaseerd is op het eeuwige principe van de liefde. De apostel Paulus besefte dit allemaal, toen hij uitriep: „ -.. ik stem toe, dat de wet goed is". „ Zo is dan de wet heilig, en ook het gebod is heilig en rechtvaardig en goed". Maar hij voegde er in bitterheid over zijn innerlijke nood en wanhoop aan toe: ..... ik echter ben vlees, verkocht onder de zonde".(Rom 7:16, 12, 14)
8. Hij verlangde naar die zuiverheid, naar de gerechtigheid, die hij uit zichzelf niet kon bereiken en hij riep uit: „ Ik ellendig mens! Wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?"(Rom 7:24) Dat is de kreet, die in alle landen en in alle tijden is opgestegen uit bezwaarde harten. En op dit alles is er maar één antwoord: „ Zie, het lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt".(Joh 1:29)
9. De Geest van God heeft heel wat beelden gebruikt om die waarheid te illustreren en duidelijk te maken aan hen, die graag van de last van schuld bevrijd willen worden. Toen Jacob, na zijn bedrog tegen Ezau, uit het huis van zijn vader wegvluchtte, drukte er een zwaar gevoel van schuld op hem. Alleen en verlaten, gescheiden van alles dat het leven de moeite waard had gemaakt, werd hij, boven al het andere, vooral bezwaard door die ene gedachte: de vrees dat zijn zonde hem had afgesneden van God, dat hij door de Hemel in de steek was gelaten. Bedroefd ging hij op de kale grond liggen, met alleen de eenzame heuvels rondom hem, en met daarboven de hemel, helder van sterren. Terwijl hij sliep, zag hij plotseling een vreemd licht. En zie, vanaf de vlakke grond, waarop hij lag, scheen een lange, schimmige ladder omhoog te leiden helemaal tot aan de poorten van de hemel. Over die ladder gingen engelen van God op en neer, terwijl uit de heerlijkheid daarboven de goddelijke stem een boodschap van troost en hoop liet horen. Zo werd Jakob bekend met de oplossing van zijn diepste verlangen: een Redder. Vol blijdschap en dankbaarheid zag hij een manier waarop hij, een zondaar, weer in contact met God zou kunnen komen. De geheimzinnige ladder uit zijn droom stelde Jezus voor, de enige verbinding tussen God en de mens.
10. Dit is hetzelfde beeld, waarnaar ook Christus verwees' in Zijn gesprek met Nathanaël, toen Hij zei......gij zult de hemel open zien en de engelen Gods opstijgen en nederdalen op de Zoon des mensen".(Joh 1:52) In zijn afvalligheid vervreemdde de mens van God; de verbinding tussen hemel en aarde werd doorgesneden. Over de kloof, die daartussen lag, was geen contact mogelijk. Maar door Christus is er weer een band tussen de aarde en de hemel. Door Zijn eigen verdienste heeft Christus de kloof, die Christus verjaagt de geldwisselaars uit de tempel (Johannes 2: 13-17) door de zonde was ontstaan, overbrugd, zodat de dienstvaardige engelen weer contact met de mensen kunnen onderhouden. Christus heeft de gevallen mens, in zijn situatie van zwakheid en hulploosheid, met de Bron van oneindige kracht in verbinding gesteld.
11. Maar de menselijke dromen van vooruitgang zijn tevergeefs, alle pogingen om het mensdom te verheffen zijn tevergeefs, als die ene Bron van hulp en hoop voor de gevallen mensheid buiten beschouwing wordt gelaten. „ ledere gave, die goed, en elk geschenk, dat volmaakt is",(Jak 1:17) is van God. Er bestaat geen echte karaktergrootheid los van Hem. En de enige weg naar God is Christus. Hij zegt: „ Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij".(Joh 14:6) Het hart van God gaat uit naar Zijn aardse kinderen met een liefde sterker dan de dood. Toen Hij Zijn Zoon gaf, goot Hij de hele hemel uit in die ene gave.
12. Het leven van de Heiland, Zijn dood en Zijn bemiddelingswerk, het werk van de engelen, het pleiten van de Geest, de Vader, Die boven en door dit alles heen Zijn invloed laat gelden, de onophoudelijke belangstelling van de kant van de hemelse wezens - dat alles speelt een rol ten gunste van de redding van de mens. Laten we dat verbazingwekkende offer, dat voor ons gebracht is, overdenken! Laten we de moeite en de inzet van de hemel om het verlorene terug te brengen en terug te leiden naar het huis van de Vader, op waarde schatten. Sterkere motieven en krachtiger middelen konden niet worden aangewend. De geweldige beloning voor het doen van het goede, het genieten van de hemel, het gezelschap van de engelen, de verheffing en ontwikkeling van onze mogelijkheden in alle eeuwigheid - levert dit alles niet een enorme aandrang op en moedigt dit ons er niet toe aan om ons hart in liefdevolle dienst te geven aan onze Schepper en Verlosser?
13. En aan de andere kant is er het oordeel, dat God heeft uitgesproken over de zonde, de onontkoombare straf, de degeneratie van ons karakter en de uiteindelijke vernietiging, die ons voor wordt gehouden In Gods Woord, om ons te waarschuwen tegen een leven in dienst van de satan.
14. Behoren we niet een open oog te hebben voor Gods genade? Wat had Hij verder nog kunnen doen? Laten we ons in de juiste verhouding brengen tot Hem, Die met een verbazingwekkende liefde van ons houdt. Laten we gebruik maken van de mogelijkheden, die er voor ons zijn, opdat we op Hem zullen gaan lijken en weer opnieuw kunnen omgaan met de dienstvaardige engelen en weer de harmonie en gemeenschap met de Vader en de Zoon kunnen ervaren.

Terug