Maak een recht spoor met uw voeten

“En maakt een recht spoor met uw voeten, opdat hetgeen kreupel is niet uit het lid gerake, doch veeleer geneze. Jaagt naar vrede met allen en naar de heiliging, zonder welke niemand de Here zal zien. Ziet daarbij toe, dat niemand verachtere van de genade Gods, dat er geen bittere wortel opschiete en verwarring stichte, en daardoor zeer velen zouden besmet worden.” Heb. 12:13-15

Wat moeten we doen om met onze voeten een recht spoor te maken? We moeten altijd en overal in vriendelijkheid spreken, en tegen iedereen Christelijke hoffelijkheid en bekommernis betonen. We kunnen geen ergernis vertonen en ongeduldig zijn terwijl we als Christenen willen doorgaan. De Geest van Christus heeft niets te doen met ergernissen en ongeduld.

“Weest dan navolgers Gods, als geliefde kinderen, en wandelt in de liefde, zoals ook Christus u heeft liefgehad.” Ef. 5:1,2

We zouden onszelf altijd moeten beheersen. Laten we altijd zien op het volmaakte voorbeeld. Het is zonde om ongeduldig en geërgerd te spreken of zich boos te voelen ook al zeggen we niets. We moet waardig door het leven gaan als vertegenwoordigers van Christus en getuigen van de Geest die in Hem was.

Zij die hun harten en huizen openen om Christus uit te nodigen met hen te verblijven zouden de morele atmosfeer zuiver moeten houden van strijd, bitterheid, toorn, bedriegerij, of onvriendelijke woorden. In een huis waar strijd, jaloersheid en bitterheid is, zal Jezus niet verblijven.

Ongeduld brengt de vijand van God en de mensen in je gezin en verjaagt de engelen Gods. Indien jij in Christus verblijft en Christus in jou dan kun je geen boze woorden spreken.

“Maar de vrucht van de Geest is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing.” Ga 5:22 

"Uw vriendelijkheid zij alle mensen bekend. De Here is nabij.” Flp 4:5

Wandel waardig je roeping

Indien wij allen de hier opvolgende tekst zouden memoriseren en dagelijks van harte opzeggen bij onszelf, zou er dan iets veranderen in ons leven? Zou de scheppende kracht van deze woorden datgene tot stand brengen wat het zegt? Zou dat een verschil maken in ons gezin, in de gemeente, in de kring waar we in vertoeven? Dat zou zeker zo zijn. Deze woorden geven het licht van Christus heerlijkheid weer. Zoals God sprak, “er zij licht,” en het licht was er, zo zal ook het licht in deze woorden alle duisternis uit ons leven verwijderen.
Wil je weten of dit echt waar is, dan moet je het doen.

“Als gevangene in de Here, vermaan ik u dan te wandelen waardig der roeping, waarmede gij geroepen zijt, met alle nederigheid en zachtmoedigheid, met lankmoedigheid, en elkander in liefde te verdragen, en u te beijveren de eenheid des Geestes te bewaren door de band des vredes.” Ef. 4:1-3

“Doet alles zonder morren of bedenkingen, opdat gij onberispelijk en onbesmet moogt zijn, onbesproken kinderen Gods te midden van een ontaard en verkeerd geslacht, waaronder gij schijnt als lichtende sterren in de wereld.” Flp. 2:14-16

“Daarom houden ook wij sedert de dag, dat wij dit gehoord hebben, niet op voor u te bidden en te vragen, dat gij met de rechte kennis van zijn wil vervuld moogt worden, in alle wijsheid en geestelijk inzicht, om de Here waardig te wandelen, Hem in alles te behagen, in alle goed werk vrucht te dragen en op te wassen in de rechte kennis van God. Zo wordt gij met alle kracht bekrachtigd naar de macht zijner heerlijkheid tot alle volharding en geduld, en dankt gij met blijdschap de Vader, die u toebereid heeft voor het erfdeel der heiligen in het licht.” Col. 1:9-12

 “ En dit bid ik, dat uw liefde nog steeds meer overvloedig moge zijn in helder inzicht en alle fijngevoeligheid, om te onderscheiden, waarop het aankomt. Dan zult gij rein en onberispelijk zijn tegen de dag van Christus, vervuld van de vrucht van gerechtigheid, welke door Jezus Christus is, tot eer en prijs van God.” Fil. 1:9-11

“Doet dan aan, als door God uitverkoren heiligen en geliefden, innerlijke ontferming, goedheid, nederigheid, zachtmoedigheid en geduld.Verdraagt elkander en vergeeft elkander, indien de een tegen de ander een grief heeft; gelijk ook de Here u vergeven heeft, doet ook gij evenzo. En doet bij dit alles de liefde aan, als de band der volmaaktheid.En de vrede van Christus, tot welke gij immers in een lichaam geroepen zijt, regere in uw harten; en weest dankbaar.Het woord van Christus wone rijkelijk in u, zodat gij in alle wijsheid elkander leert en terechtwijst en met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen zingende, Gode dank brengt in uw harten. En al wat gij doet met woord of werk, doet het alles in de naam des Heren Jezus, God, de Vader, dankende door Hem!” Col 3:12-17

“Maakt dan mijn blijdschap volkomen door eensgezind te zijn, een in liefdebetoon, een van ziel, een in streven, zonder zelfzucht of ijdel eerbejag; doch in ootmoedigheid achte de een de ander uitnemender dan zichzelf; en ieder lette niet slechts op zijn eigen belang, maar ieder lette ook op dat van anderen. Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was.” Fil. 2:3, 4

“De liefde zij ongeveinsd. Weest afkerig van het kwade, gehecht aan het goede.
Weest in broederliefde elkander genegen, in eerbetoon elkander ten voorbeeld,in ijver onverdroten, vurig van geest, dient de Here. Weest blijde in de hoop, geduldig in de verdrukking, volhardend in het gebed, bijdragend in de noden der heiligen, legt u toe op de gastvrijheid. Zegent wie u vervolgen, zegent en vervloekt niet. Weest blijde met de blijden, weent met de wenenden. Weest onderling eensgezind, niet zinnende op hoge dingen, maar voegt u in het eenvoudige. Weest niet eigenwijs. Vergeldt niemand kwaad met kwaad; hebt het goede voor met alle mensen. Houdt zo mogelijk, voor zover het van u afhangt, vrede met alle mensen.” Rom. 12:9-18

“Ten slotte, weest allen eensgezind, medelijdend, hebt de broeders lief, weest barmhartig en ootmoedig, en vergeldt geen kwaad met kwaad of laster met laster, maar zegent integendeel, wijl gij hiertoe geroepen zijt, dat gij zegen zoudt beërven.” 1 Petrus 3:8, 9

Groei voortdurend in genade

“Maar wast op in de genade en in de kennis van onze Here en Heiland, Jezus Christus.” 2 Petrus 3:18

Jezus was als mens volmaakt en toch groeide Hij in genade. Lu 2:52  “En Jezus nam toe in wijsheid en grootte en genade bij God en mensen.” Zelfs de meest volmaakte Christen kan voortdurend blijven groeien in de kennis en liefde Gods.

“Eerst een halm, daarna een aar, daarna het volle koren in de aar.” Marcus 4:28

In elk ontwikkelingsstadium van ons leven kunnen we volmaakt zijn; wanneer Gods doel met ons in vervulling gaat, zullen we voortdurend groeien. Heiligmaking is een werk dat het leven lang doorgaat. Hoe meer kansen we krijgen, hoe meer ervaring we kunnen opdoen en hoe meer kennis we krijgen. We zullen sterk worden in het dragen van verantwoordelijkheden. De mogelijkheden die we krijgen en aangrijpen zullen ons doen groeien in wijsheid.

Ons werk bestaat erin te streven, daar waar we leven en werken, naar de volmaaktheid die Christus bereikte in elke stadium van het karakter.

In de oneindige gave van Zijn Zoon heeft God de hele wereld omgeven met een atmosfeer van genade. Deze genade is zo werkelijk als de lucht die de aarde omgeeft. Allen die er voor kiezen om deze leven-schenkende atmosfeer in te ademen, zullen groeien naar de volmaakte man of vrouw in Christus.

De genadegaven van de Geest zullen in het karakter tot rijpheid komen. Je geloof zal toenemen, je overtuigingen zullen sterker worden en je liefde kan volmaakt worden. Steeds meer zal je het beeld van Christus weerspiegelen in alles wat zuiver, edel en liefdevol is.

“En wij allen, die met een aangezicht, waarop geen bedekking meer is, de heerlijkheid des Heren weerspiegelen, veranderen naar hetzelfde beeld van heerlijkheid tot heerlijkheid, immers door de Here, die Geest is.” 2 Cor. 3:18

Elke dag weer werkt God voor de heiligmaking van de mens en de mens moet met Hem samenwerken, zich ernstig inspannend om juiste gewoonten te ontwikkelen.

Heiligmaking is niet het werk van een moment, een uur, of een dag. Het is voortdurend groeien in genade.

Zolang we in deze wereld zijn zullen we te doen hebben met tegenstrijdige invloeden. Er zullen provocaties zijn die het humeur beproeven. Wanneer we deze provocaties met de juiste geest tegemoet gaan  worden de Christelijke genadegaven ontwikkeld. Indien Christus in ons woont, zullen we geduldig zijn, vriendelijk, verdraagzaam, en opgewekt blijven temidden van ergernissen en irritaties. Dag aan dag, jaar aan jaar zullen we de overwinning behalen over ons eigen ik en groeien naar een edel heroïsme. Dit is de taak die ons gegeven is; maar deze taak kan niet vervuld worden zonder de hulp van Jezus, vastbeslotenheid, doelgerichtheid, voortdurende waakzaamheid en onophoudelijk gebed.

“Laten wij daarom met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade, opdat wij barmhartigheid ontvangen en genade vinden om hulp te verkrijgen te gelegener tijd.” Heb. 4:16

De genade van Christus is essentieel, elke dag, elk moment. Tenzij deze altijd met ons is zullen de tegenstrijdigheden van het natuurlijke hart tevoorschijn komen en ons leven zal een gedeelde dienst openbaren.

“Gij dan, mijn kind, wees krachtig in de genade van Christus Jezus.” 2 Tim. 2:1

Hij zal je genade schenken om geduldig te zijn, Hij zal je genade schenken om trouw te zijn. Hij zal je genade geven om je rusteloosheid te overwinnen, Hij zal je hart verwarmen met Zijn eigen liefelijke Geest, Hij zal je ziel uit haar zwakheid opwekken.

“Mijn genade is u genoeg, want de kracht openbaart zich eerst ten volle in zwakheid.” 2 Cor. 12:9

Overvloedige genade wordt geschonken om de gelovige ziel vrij te houden van zonde, want de hele hemel met haar onuitputtelijke hulpbronnen wordt ter onzer beschikking gesteld.

Niemand kan zich waarlijk een Christen noemen tenzij hij een dagelijkse ervaring heeft in de dingen van God en dagelijks zichzelf verloochent, met blijdschap het kruis draagt en Christus volgt. Elke ware Christen zal dagelijks groeien in het leven met God.

“Maar dan groeien wij, ons aan de waarheid houdende, in liefde in elk opzicht naar Hem toe, die het hoofd is, Christus.” Ef. 4:15

Laat een levend geloof als een gouden draad doorheen de uitvoering van zelfs de kleinste plichten lopen. Dan zal al het dagelijkse werk de Christelijke groei bevorderen. Men zal voortdurend op Christus blijven zien. Liefde voor Hem zal een vitale kracht geven aan alles wat ondernomen wordt. Dat is ware heiligmaking, want heiligmaking bestaat uit het opgewekt vervullen van de dagelijkse plichten in volmaakte gehoorzaamheid aan Gods wil.

Er bestaat geen echte heiligmaking buiten de gehoorzaamheid aan de waarheid. Zij die God met het hele hart liefhebben zullen ook al Zijn geboden liefhebben. Het geheiligde hart is volkomen in harmonie met de voorschriften van Gods wet; want deze zijn heilig, rechtvaardig en goed.

Hij die verlangt de waarheid te kennen moet bereid zijn om alles aan te nemen wat ze openbaart. Hij kan geen enkel compromis sluiten met de leugen.

“Ik heilig Mijzelf voor hen, opdat ook zij geheiligd mogen zijn in waarheid.” Joh. 17:19

Zij die een deel van de waarheid verwerpen kunnen geen deel hebben aan de Bijbelse heiliging.
Het werk van de heiligmaking moet het leven lang blijven doorgaan. Dit werk kan echter niet doorgaan in het hart wanneer het licht van welk deel ook van de waarheid wordt verworpen of verwaarloosd. De geheiligde ziel is niet tevreden met onwetendheid, maar ze verlangt in het licht te wandelen en naar groter licht te zoeken.

“Voorts dan, broeders, vragen wij en vermanen wij u in de Here Jezus, dat gij, zoals gij van ons vernomen hebt, hoe gij moet wandelen en Gode behagen, zoals gij ook inderdaad wandelt, dat nog meer doet. …  Want dit wil God: uw heiliging.” 1 Thess. 4:1-3

Getuig van je geloof

“Maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de Heilige Geest over u komt, en gij zult mijn getuigen zijn.” Handelingen 1:8

“Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb.” Matt. 28:19, 20

“om hun ogen te openen ter bekering uit de duisternis tot het licht en van de macht van de satan tot God, opdat zij vergeving van zonden en een erfdeel onder de geheiligden zouden ontvangen door het geloof in Mij.” Handelingen 26:18

“En met grote kracht gaven de apostelen hun getuigenis van de opstanding des Heren Jezus, en er was grote genade over hen allen.” Handelingen 4:33

“en zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en spraken het woord Gods met vrijmoedigheid.” Handelingen 4:31

“Toen zij nu de vrijmoedigheid van Petrus en Johannes zagen en bemerkt hadden, dat zij ongeletterde en eenvoudige mensen uit het volk waren, verwonderden zij zich, en zij herkenden hen, dat zij met Jezus geweest waren.” Handelingen 4:13

Om anderen te overtuigen van de kracht van Christus’ genade, moeten we Zijn kracht ervaren in ons eigen hart en ons leven.

“omdat onze evangelieprediking niet slechts in woorden tot u gekomen is, maar ook in kracht en in de Heilige Geest en in grote volheid” 1 Thess. 1:5

“Het leven is verschenen, wij hebben het gezien en getuigen ervan, we verkondigen u het eeuwige leven dat bij de Vader was en aan ons verschenen is. Wat wij gezien en gehoord hebben, verkondigen we ook aan.” 1 Joh. 1:2, 3

Het kruis van Kalvarie moet hoog boven de mensen verheven worden. Het moet hun gedachten bezighouden en hun aandacht opeisen. Dan zullen alle geestelijke vermogens met goddelijke kracht geladen worden.

“Want ik schaam mij het evangelie niet; want het is een kracht Gods tot behoud voor een ieder die gelooft…gelijk geschreven staat: De rechtvaardige zal uit geloof leven.” Rom. 1:16, 17

Het evangelie moet niet gebracht worden als een levensloze theorie maar als een kracht die het leven kan veranderen. God verlangt dat zij die Zijn genade ontvangen getuigen zouden zijn van Zijn kracht.

Nooit zou er een prediking of bijbelstudie mogen zijn die de luisteraars niet wijst op het Lam Gods dat de zonden van de wereld wegneemt. Elke ware leer maakt Christus tot het middelpunt, elk beginsel ontvangt kracht uit Zijn woorden.

Christus plaatste zich op het niveau van de mensen. Hij bracht de waarheid op de meest duidelijke en krachtige manier in eenvoudige taal. De nederige, de arme, de ongeletterde, kon door het geloof in Hem de meest verheven waarheden begrijpen.

“En het merendeel van de schare hoorde Hem gaarne.” Marcus 12:37

Hij sprak van de waarheden die betrekking hebben op het gedrag en die de mens met de eeuwigheid verenigen.

Terwijl Zijn onderwijs eenvoudig was, sprak Hij als iemand die grote autoriteit had. Dit kenmerk maakte het verschil met het onderwijs van alle andere. De rabbijnen spraken met aarzeling en twijfel, alsof de Schriften zo konden geïnterpreteerd worden dat het ene het andere tegensprak. De luisteraars werden dagelijks in meer onzekerheden ondergedompeld. Maar Jezus onderwees de Schriften als een onbetwistbare autoriteit. Elk onderwerp werd met kracht gepresenteerd alsof Zijn woorden niet konden worden betwist.

“En zij stonden versteld over zijn leer, want zijn woord was met gezag.” Lukas 4:32

Wanneer zijn leerstellingen werden aangevochten, verdedigde Hij deze met grote vurigheid en zekerheid om Zijn toehoorders te laten zien dat Hij bereid was, indien nodig, te sterven om de autoriteit van Zijn leer te bevestigen.

“Bewaar door de Heilige Geest, die in ons woont, het goede, dat u is toevertrouwd.” 2 Tim. 1:14

“Maar heiligt de Christus in uw harten als Here, altijd bereid tot verantwoording aan al wie u rekenschap vraagt van de hoop, die in u is, doch met zachtmoedigheid en vreze, en met een goed geweten, opdat bij al het kwaad, dat men van u spreekt, zij die uw goede wandel in Christus smaden, beschaamd gemaakt worden.” 1 Petrus 3:15, 16

Jezus was kalm en vriendelijk, hij verloor Zijn zelfbeheersing niet bij hevige conflicten in de strijd tegen de tegenstrever.

“Uw spreken zij te allen tijde aangenaam, niet zouteloos; gij moet weten, hoe gij aan ieder het juiste antwoord moet geven.” Col 4:6

“Wanneer zij u overleveren, maakt u dan niet bezorgd, hoe of wat gij spreken zult; want het zal u in die ure gegeven worden wat gij spreken moet; want gij zijt het niet, die spreekt, doch het is de Geest uws Vaders, die in u spreekt.” Matt. 10:19, 20

“De Trooster, de Heilige Geest, die de Vader zenden zal in mijn naam, die zal u alles leren en u te binnen brengen al wat Ik u gezegd heb.” Joh. 14:26

“Neemt u daarom in uw hart voor, niet vooraf te bedenken, hoe gij u zult verdedigen. Want Ik zal u mond en wijsheid geven, welke al uw tegenstanders niet zullen kunnen weerstaan of weerleggen.”  Luc. 21:14, 15

“Laat zo uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de hemelen is, verheerlijken.” Matt. 5:16

Wanneer we verbonden blijven met het licht, zullen we kanalen van licht zijn en in onze woorden en werken zullen we het licht in de wereld verspreiden.

“Hun heeft God willen bekendmaken, hoe rijk de heerlijkheid van dit geheimenis is onder de heidenen: Christus onder (in) u, de hoop der heerlijkheid.” Col. 1:27

Gods dienaars moeten de waarheid in hun hart hebben om deze met succes aan anderen te kunnen doorgeven. Ze moeten geheiligd zijn door de waarheden die ze verkondigen anders zullen ze een struikelblok zijn voor de zondaars. Zij die door God geroepen zijn om te dienen in de heilige zaken, zijn geroepen om zuiver te zijn van hart en heilig in het leven. “reinigt u, gij die de vaten des HEREN draagt.” Jes. 52:11

“Alleen, gedraagt u waardig het evangelie van Christus, opdat, hetzij ik kom en u zie, hetzij ik afwezig blijf, ik van u moge horen, dat gij vaststaat in een geest, een van ziel medestrijdende voor het geloof aan het evangelie.” Fil. 1:27

“opdat gij onberispelijk en onbesmet moogt zijn, onbesproken kinderen Gods te midden van een ontaard en verkeerd geslacht, waaronder gij schijnt als lichtende sterren in de wereld.” Fil. 2:15

De waarheid voor deze tijd moet zich met kracht manifesteren in het leven van hen die ze geloven en aan de wereld worden meegedeeld.

De laatste stralen van genadevol licht, de laatste boodschap van genade die de wereld moet ontvangen, is een openbaring van Zijn liefdevol karakter. De kinderen van God moeten getuige zijn van Zijn heerlijkheid. In hun eigen leven en karakter moeten ze openbaren wat de genade Gods voor hen heeft gedaan.

Laten je woorden, je geest, je handelingen een levende getuigenis zijn van Jezus, en de Here zal er voor zorgen dat het getuigenis van Zijn heerlijkheid, geleverd in een wel geordend leven en goddelijke conversatie, zal groeien en toenemen in kracht.

Er is niets naar waar Christus meer verlangt dan naar vertegenwoordigers die Zijn geest en karakter aan de wereld openbaren. Er is niets waar de wereld meer nood aan heeft dan aan een openbaring door de mensheid van de liefde van de Verlosser. De hele hemel wacht op kanalen doorheen welke de heilige olie kan vloeien tot blijdschap en zegening van menselijke harten.

“Laat uw enthousiasme niet bekoelen, maar laat u aanvuren door de Geest en dien de Heer. Wees verheugd door de hoop die u hebt, wees standvastig wanneer u tegenspoed ondervindt, en bid onophoudelijk.” Rom. 12:11, 12

Verdraag de beproeving van je geloof

“Trouwens, allen, die in Christus Jezus godvruchtig willen leven, zullen vervolgd worden.”  2 Tim. 3:12

“Laten derhalve ook zij, die naar de wil van God lijden, hun zielen aan de getrouwe Schepper overgeven, steeds het goede doende.” 1 Petrus 4:19

 “ Geliefde broeders en zusters, wees niet verbaasd over de vuurproef die u ondergaat; er overkomt u niets uitzonderlijks. Hoe meer u deel hebt aan Christus’ lijden, des te meer moet u zich verheugen, en des te uitbundiger zal uw vreugde zijn wanneer zijn luister geopenbaard wordt. Als u gehoond wordt omdat u de naam van Christus draagt, prijs u dan gelukkig, want dat betekent dat de Geest van God in al zijn luister op u rust. Laat niemand van u moeten lijden omdat hij een moordenaar is, een dief, misdadiger of onruststoker. Maar als u lijdt omdat u christen bent, schaam u dan niet en draag die naam tot eer van God.” (NBV) 1 Petrus 4:12-16

“Want God heeft ons niet gegeven een geest van lafhartigheid, maar van kracht, van liefde en van bezonnenheid. Schaam u dus niet voor het getuigenis van onze Here of voor mij, zijn gevangene, maar wees mede bereid voor het evangelie te lijden in de kracht van God.”  2 Tim. 1:7, 8

“En weest niet bevreesd voor hen, die wel het lichaam doden, maar de ziel niet kunnen doden; weest veeleer bevreesd voor Hem, die beide, ziel en lichaam, kan verderven in de hel.” Matt. 10:28

“Vernedert u dan onder de machtige hand Gods, opdat Hij u verhoge te zijner tijd. Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u. Wordt nuchter en waakzaam. Uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden. Wederstaat hem, vast in het geloof, wetende, dat aan uw broederschap in de wereld hetzelfde lijden wordt toegemeten. Doch de God van alle genade, die u in Christus geroepen heeft tot zijn eeuwige heerlijkheid, Hij zal u, na een korte tijd van lijden, volmaken, bevestigen, sterken en grondvesten.” 1 Petrus 5:6-10

Terug pagina 1 pagina 3