5. Leef het geheiligde leven

Hij heeft jullie geroepen om heiligen te zijn
Bevestig uw roeping en verkiezing
Vind de weg tot heiligheid
Gaat in door de enge poort
Wandel in het licht
Maak een recht spoor met uw voeten
Wandel waardig je roeping
Groei voortdurend in genade
Getuig van je geloof
Verdraag de beproeving van je geloof
Vertrouw op God in de beproeving
Wreek jezelf niet
Laat u liever tekort doen
Neem geen aanstoot
Beheers je geest
Onderhoud Zijn geboden
Breng de kinderen tot Jezus
Wees een voorbeeld voor je kinderen
Tuchtig je kinderen in liefde
 
 
 
 
 

Hij heeft jullie geroepen om heiligen te zijn

“Aan de gemeente van God in Korinte, geheiligd door Christus Jezus, aan hen die zijn geroepen om zijn heiligen te zijn, en aan allen die de naam van onze Heer Jezus Christus aanroepen.” 1 Cor. 1:2

“Gezegend zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus, die ons met allerlei geestelijke zegen in de hemelse gewesten gezegend heeft in Christus. Hij heeft ons immers in Hem uitverkoren voor de grondlegging der wereld, opdat wij heilig en onberispelijk zouden zijn voor zijn aangezicht.” Ef. 1:3, 4

“Gelijk ons Zijn Goddelijke kracht alles, wat tot het leven en de godzaligheid behoort, geschonken heeft, door de kennis Desgenen, Die ons geroepen heeft tot heerlijkheid en deugd; Door welke ons de grootste en dierbare beloften geschonken zijn, opdat gij door dezelve der goddelijke natuur deelachtig zoudt worden, nadat gij ontvloden zijt het verderf, dat in de wereld is door de begeerlijkheid.” (STV) 2 Petrus 1:3, 4

Niemand van ons moet een excuus zoeken voor zijn opvliegendheid, zijn karaktergebreken, zijn zelfzucht, afgunst, jaloersheid, of enig ander onreinheid van de ziel, het lichaam of de geest. God heeft ons geroepen tot heerlijkheid en deugd. We moeten op deze roep ingaan en ze gehoorzamen.

“Maar wij behoren God te allen tijde om u te danken, door de Here geliefde broeders, dat God u als eerstelingen Zich verkoren heeft tot behoudenis, in heiliging door de Geest en geloof in de waarheid. Daartoe heeft Hij u ook door ons evangelie geroepen tot het verkrijgen van de heerlijkheid van onze Here Jezus Christus.” 2 Thess. 2:13, 14

“dat gij, wat uw vroegere wandel betreft, de oude mens aflegt, die ten verderve gaat, naar zijn misleidende begeerten, dat gij verjongd wordt door de geest van uw denken, en de nieuwe mens aandoet, die naar de wil van God geschapen is in waarachtige gerechtigheid en heiligheid.” Ef. 4:22 – 24

“Want God heeft ons niet geroepen tot onreinheid, maar in heiliging.” 1 Thess. 4:7

“om de grote daden te verkondigen van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft tot zijn wonderbaar licht.” 1 Petrus 2:9

“Geliefden, ik vermaan u als bijwoners en vreemdelingen, dat gij u onthoudt van de vleselijke begeerten, die strijd voeren tegen uw ziel.” 1 Perus 2:11

“Maar van hoererij en allerlei onreinheid of hebzucht mag onder u zelfs geen sprake zijn, zoals het heiligen betaamt, en evenmin van onwelvoegelijkheid en zotte of losse taal, die geen pas geven, doch veeleer van dankzegging. Want hiervan moet gij doordrongen zijn, dat in geen geval een hoereerder, onreine of geldgierige, dat is een afgodendienaar, erfdeel heeft in het Koninkrijk van Christus en God. Laat niemand u misleiden met drogredenen, want door zulke dingen komt de toorn Gods over de kinderen der ongehoorzaamheid. Doet dan niet met hen mede.” Ef 5:3-7

“Richt uw oog op de apostel en hogepriester onzer belijdenis, Jezus,die getrouw is jegens Hem, die Hem heeft aangesteld… Zijn huis zijn wij, indien wij de vrijmoedigheid en de hoop, waarin wij roemen, tot het einde onverwrikt vasthouden.” Heb. 3:1-6

“Daarom, geliefden, beijvert u in deze verwachting, onbevlekt en onberispelijk te blijken voor Hem in vrede.” 2 Petrus 3:14

 

Bevestig uw roeping en verkiezing

“Beijvert u daarom des te meer, broeders, om uw roeping en verkiezing te bevestigen; want als gij dit doet, zult gij nimmer struikelen. Want zo zal u rijkelijk worden verleend de toegang tot het eeuwige Koninkrijk van onze Here en Heiland, Jezus Christus.” 2 Petrus 1:10, 11

Roeping en rechtvaardigmaking zijn niet hetzelfde. Roeping is het trekken van de zondaar tot Christus, het is het werk van de Heilige Geest aan het hart dat overtuigt van zonde en tot berouw uitnodigt.

Velen horen de genadevolle uitnodiging, worden getest en beproefd; maar weinigen worden verzegeld met het zegel van de levende God. Weinige willen zich vernederen als een klein kind, opdat zij toegang zouden krijgen tot het koninkrijk Gods.

Want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren.” Matt. 22:14

Door alle eeuwen heen en op alle plaatsen zijn zij die geloven dat Jezus hen persoonlijk van de zonde zal verlossen, degene die van God geroepen en uitverkoren zijn. Ze zijn Zijn oogappel. Zij gehoorzamen Zijn oproep, en komen uit de wereld om zich af te scheiden van elke onreine gedachte en elke onheilige praktijk. Het is een droevig feit dat het grootste deel van Gods belijdend volk niet het geloof heeft in Christus als hun persoonlijke verlosser. Indien ze de beloften van God hadden geloofd, ze zouden dagelijks Zijn genade hebben ontvangen en overwonnen hebben door de verdiensten van een gekruisigde en verrezen Verlosser.

Hij die niet genoeg vertrouwen heeft in Christus om te geloven dat Hij hem de kracht kan geven om niet te zondigen, heeft niet het geloof dat hem toegang verschaft tot het koninkrijk van God.

Wie, O Here zal staan wanneer Gij verschijnt? Alleen zij die reine handen hebben en een zuiver hart zullen staan op de dag van Zijn komst.

Hopend op de uiteindelijke verheerlijking, die ons in de gemeenschap zal brengen met de zondeloze engelen en ons een leven brengt in een plaats waar zonde niet aanwezig is, moeten we reinheid zoeken; want niets anders dan reinheid zal kunnen staan op de dag van God en opgenomen worden in een zuivere en heilige Hemel.

“En nu, kinderkens, blijft in Hem, opdat wij, als Hij zal geopenbaard worden, vrijmoedigheid hebben en voor Hem niet beschaamd staan bij zijn komst.” 1Jo 2:28 

“Beijvert u daarom des te meer, broeders, om uw roeping en verkiezing te bevestigen.” 2 Petrus 1:10

God heeft in Zijn woord de voorwaarden gesteld waarop elke mens verkozen wordt tot het eeuwig leven. Deze voorwaarden zijn, gehoorzaamheid aan Zijn geboden door het geloof in Christus. God heeft een karakter verkozen in harmonie met Zijn wet, en iedereen die de maatstaf van zijn eisen zal bereiken, zal toegang verleend worden tot het koninkrijk. Jezus zelf zei, “Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven; doch wie aan de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem.” Joh. 3:36

“Niet een ieder, die tot Mij zegt: Here, Here, zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan, maar wie doet de wil mijns Vaders, die in de hemelen is.” Matt. 7:21

In het boek Openbaring verkondigt Hij, “Zalig zijn zij, die Zijn geboden doen, opdat hun macht zij aan den boom des levens, en zij door de poorten mogen ingaan in de stad.” (STV) Op. 22:14

Elke persoon die zijn eigen verlossing wil uitwerken met hart en ziel is uitverkoren. Hij die de wapenrusting Gods wilt aantrekken en de goede strijd van het geloof wilt aangaan is uitverkoren. Hij die wilt waken en bidden, de schrift wilt onderzoeken en de verzoeking wilt ontvluchten is uitverkoren. Hij die altijd wilt blijven vertrouwen en gehoorzaam wilt zijn aan elk woord dat uit de mond van God komt is uitverkoren. De voorzieningen tot verlossing zijn voor allen beschikbaar; de resultaten van de verlossing zullen ten deel vallen aan hen die zich aan de voorwaarden hebben onderworpen.

“En Hij zal zijn engelen uitzenden met luid bazuingeschal en zij zullen zijn uitverkorenen verzamelen uit de vier windstreken, van het ene uiterste der hemelen tot het andere.” Matt. 24:31

Christus zelf zal beslissen wie waardig is om de hemelse familie te vervoegen. Hij zal iedere mens oordelen naar zijn woorden en werken. Belijdenis op zich legt geen gewicht in de schaal. Het is het karakter dat beslist over het lot.

Gods uitverkorenen moeten onbevlekt staan temidden van de corrupte generatie van de laatste dagen. Zij moeten heiligheid nastreven naar lichaam en geest. Met dat werk moet niet gewacht worden. Ernstig en verstandig moet het gedaan worden onder de leiding van Gods Geest die inspraak moet hebben bij elke handeling.

“Doet dan aan, als door God uitverkoren heiligen en geliefden, innerlijke ontferming, goedheid, nederigheid, zachtmoedigheid en geduld.Verdraagt elkander en vergeeft elkander, indien de een tegen de ander een grief heeft; gelijk ook de Here u vergeven heeft, doet ook gij evenzo. En doet bij dit alles de liefde aan, als de band der volmaaktheid. En de vrede van Christus, tot welke gij immers in een lichaam geroepen zijt, regere in uw harten; en weest dankbaar.” Col. 3:12-15

"En u doe de Here toenemen en overvloedig worden in de liefde tot elkander en tot allen (zoals ook wij gezind zijn jegens u), om uw harten te versterken, zodat zij onberispelijk zijn in heiligheid voor onze God en Vader bij de komst van onze Here Jezus met al zijn heiligen.” 1 Thess. 3:12, 13

 

Vind de weg tot heiligheid

“Tomas zeide tot Hem: Here, wij weten niet, waar Gij heengaat; hoe weten wij dan de weg? Jezus zeide tot hem: Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij.” Joh. 14:5, 6

Er zijn niet vele wegen naar de hemel. Iedereen kan niet zijn eigen weg kiezen.
Er is ook geen redding buiten de Heer; “want er is ook onder de hemel geen andere naam aan de mensen gegeven, waardoor wij moeten behouden worden.” Handelingen 4:12

De weg waarin God heeft voorzien is zo volmaakt, zo volledig dat niemand er ook maar iets kan aan toevoegen. De weg is breed genoeg voor de grootste en hardnekkigste zondaar indien deze zich waarlijk bekeert maar ze is ook zo smal dat geen enkele zonde er kan bestaan. Dat is het pad dat opgeworpen werd voor allen die de Here verlost heeft, om daarin te wandelen.

“Daar zal een gebaande weg zijn, die de heilige weg genaamd wordt; geen onreine zal die betreden; maar hij zal alleen voor hen zijn; reizigers noch dwazen zullen erop dolen.” Jesaja 35:8

“Wie mag de berg des HEREN beklimmen, wie mag staan in zijn heilige stede? Die rein is van handen en zuiver van hart, die zijn ziel niet op valsheid richt, noch bedrieglijk zweert. Die zal van de HERE een zegen wegdragen en gerechtigheid van de God zijns heils.” Psalm 24:3-5

Er zal in de stad van God niets binnenkomen wat de stad verontreinigt. Allen die daar zullen wonen hebben een rein hart verkregen. Niet alleen rein in de zin zoals de wereld het ziet, vrij van al het lichzinnige en zondige passie, maar zuiver in de verborgen bedoelingen en beweegredenen van de ziel, vrij van trots en zelfzucht, nederig, onzelfzuchtig, als een kind.

 “En in haar zal niets onreins binnenkomen, en niemand, die gruwel en leugen doet, maar alleen zij, die geschreven zijn in het boek des levens van het Lam.” Opb 21:27 

“  Jaagt naar vrede met allen en naar de heiliging, zonder welke niemand de Here zal zien.” Heb 12:14

“Zie, gij zijt gezond geworden; zondig niet meer, opdat u niet iets ergers overkome.” Joh. 5:14

God zal niet de minste compromis met de zonde aangaan. Indien Hij dit had kunnen doen dan zou het voor Christus niet nodig geweest zijn om naar deze wereld te komen, te lijden en te sterven. Bekering is niet echt wanneer het karakter en het gedrag bij zij die de waarheid belijden niet veranderd wordt.

Het pad van herstel is het enige pad dat naar de stad van God leidt. Het is smal en de poort waardoor we kunnen binnengaan is eng; maar langs het pad moeten we mannen, vrouwen en kinderen leiden en hen leren dat indien ze willen gered worden ze een nieuw hart en een nieuwe geest moeten hebben. De oude geërfde karaktertrekken moeten overwonnen worden. De natuurlijke verlangens van de ziel moeten veranderd worden. Alle misleidingen, alle valsheid, alle kwaadsprekerij moet weggedaan worden. Mannen en vrouwen moeten het leven leiden dat Christus hen als voorbeeld geeft gegeven.

Ik smeek u mijn broeder om uw hart ernstig te onderzoeken en uzelf af te vragen: ‘Welke weg bewandel ik en waar zal die weg eindigen?”

“Soms schijnt een weg iemand recht, maar het einde daarvan voert naar de dood.” Spreuken 14:12

Het kruis staat daar waar twee wegen uiteengaan. Het ene is het pad van de gehoorzaamheid dat naar de hemel voert. Het ander pad is de brede weg waar de mens gemakkelijk met zijn zonden en gebreken kan wandelen. Deze laatste weg leidt tot de dood.

“Zo zegt de HERE: Zie, Ik stel u de weg des levens en de weg des doods voor.” Jer. 21:8

“De weg van de rechtvaardigheid leidt naar het leven,
een geëffend pad is het, vrij van de dood.” (NBV) Spreuken 12:28

Christus nodigt ons uit om het smalle pad te betreden waar elke stap het kenmerk van onzelfzuchtigheid en zelfverloochening draagt.

 

Gaat in door de enge poort

“Gaat in door de enge poort, want wijd is de poort en breed de weg, die tot het verderf leidt, en velen zijn er, die daardoor ingaan; want eng is de poort, en smal de weg, die ten leven leidt, en weinigen zijn er, die hem vinden.” Matt. 7:13, 14

Het pad dat ik voor je heb gesteld, zei Hij, is smal; het is moeilijk om door de poort te gaan; want de gouden regel sluit alle trots en zelfzucht uit. Er is inderdaad ook een bredere weg, maar aan het einde daarvan is de dood. Indien je het pad van het geestelijke leven wilt beklimmen moet je voortdurend opwaarts gaan want het is een stijgend pad. Je moet je bij de weinigen aansluiten want de grote menigte kiest het neerwaartse pad.

Op de weg die naar de dood leidt kan de hele mensheid gaan, met hun wereldse gezindheid, met hun zelfzucht, met al hun trots, oneerlijkheid en zedelijk verval. Er is plaats voor elke menselijke opinie en leerstelling, ruimte om elke neiging van het hart te volgen om alles te doen wat de eigenliefde beveelt. Om de brede weg op te gaan hoeft men niet te zoeken; want de ingang is zeer breed alsook de weg en de voeten van de mensen keren zich van nature naar dit pad dat naar de dood voert.

Maar de weg naar het leven is smal en de ingang eng. Indien je vasthoudt aan enige verlokkelijke zonde zul je de weg als te smal ervaren om erop te wandelen. Je eigen wegen, je eigen wil, je slechte gewoontes en praktijken moeten allemaal opgegeven worden als je de weg van de Heer wilt bewandelen.

De richtlijnen die te vinden zijn in Gods woord laten geen ruimte voor een compromis met het kwade. De Zoon van God is verschenen om alle mensen tot zich te trekken. Hij kwam niet om de wereld in slaap te wiegen, maar om de smalle weg te tonen waar allen moeten op gaan om de poorten van de stad van God te bereiken. Zijn kinderen moeten Hem volgen op de weg waarop Hij hen is voor gegaan; wat het hen ook moge kosten. Ze moeten bereid zijn alle comfort en zelfzuchtige bevredigingen op te geven. Ze moeten bereid zijn hard te werken en te lijden en voortdurend te strijden tegen de eigen zondige natuur.

“En iemand zeide tot Hem: Here, zijn het weinigen, die behouden worden? Hij zeide tot hen: Strijdt om in te gaan door de enge poort, want velen, zeg Ik u, zullen trachten in te gaan, doch het niet kunnen. “ Lukas 13: 23, 24

“Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt, en stenigt wie tot u gezonden zijn, hoe dikwijls heb Ik uw kinderen willen vergaderen, gelijk een hen haar kuikens onder haar vleugels, en gij hebt niet gewild.” Lu 13:34 

Zij die spreken in de vreze Gods hebben Zijn volk gewezen op de gevaarlijke zaken in hun leven en op hun zonden en ze hebben tot het uiterste geprobeerd om hen op te wekken. Ze hebben ontstellende zaken gesproken die angst en paniek konden brengen indien ze werden geloofd en aangenomen om hen te leiden naar diep berouw en bekering van zonde en ongerechtigheid. Ze hebben bekend gemaakt dat maar een klein overblijfsel van hen die belijden in de waarheid te geloven uiteindelijk zal gered zijn – niet omdat ze niet konden gered worden maar omdat ze niet wilden gered worden op de manier zoals God het doet. De weg die door de Heer werd gebaand is te smal en de poort is te eng om hen toe te laten terwijl ze de wereld genegen zijn of een of andere zelfzuchtige zonde koesteren. Voor deze dingen is er geen plaats; en toch zijn er heel weinig die bereid zijn afstand te doen van alles wat hen verhinderen kan op de smalle weg.

“Zo zegt de HERE: Gaat staan aan de wegen, en ziet en vraagt naar de oude paden, waar toch de goede weg is, opdat gij die gaat en rust vindt voor uw ziel.” Jer. 6:16

Indien we Christus als onze gids nemen, zal Hij ons veilig langs het smalle pad leidden. De weg kan dan wel ruw zijn en doornig en de beklimming steil en gevaarlijk met valkuilen links en rechts, wij kunnen het zwaar te verduren krijgen en moeten strijden wanneer we ons zwak voelen, we kunnen ontmoedigd worden en alleen nog hopen maar met Christus als onze gids zullen we het pad naar het eeuwige leven niet kwijt raken, we zullen niet falen in onze poging om de begeerde haven te bereiken.

Christus zelf is de weg voorgegaan en heeft het pad voor onze voeten geëffend.  Het smalle pad van de heiligheid, de weg die opgeworpen werd voor de verlosten om daarop te wandelen, wordt verlicht door Hem die het licht is van deze wereld. Als we Hem volgen in Zijn voetsporen, zal Zijn licht op ons schijnen, en als wij het licht weerspiegelen die de heerlijkheid van Christus op ons werpt zal het pad steeds helderder worden tot op de grote dag.

“Maar het pad der rechtvaardigen is als het glanzende morgenlicht, dat steeds helderder straalt tot de volle dag.” Spreuken 4:18, 19

 

Wandel in het licht

Wederom dan sprak Jezus tot hen en zeide: Ik ben het licht der wereld; wie Mij volgt, zal nimmer in de duisternis wandelen, maar hij zal het licht des levens hebben. Joh. 8:12

“En dit is de verkondiging, die wij van Hem gehoord hebben en u verkondigen: God is licht en in Hem is in het geheel geen duisternis. Indien wij zeggen, dat wij gemeenschap met Hem hebben en in de duisternis wandelen, dan liegen wij en doen de waarheid niet; maar indien wij in het licht wandelen, gelijk Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkander; en het bloed van Jezus, zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde.” 1 Joh. 1:5-7

Alleen dan wanneer men bereid is om zich van alle zonden te laten reinigen kan men de nauwe gemeenschap met Jezus beleven. Alleen zij die zuiver van hart zijn, kunnen in Zijn nabijheid verblijven.

Terwijl trots, onenigheid, en strijd voor heerschappij gekoesterd worden, is het niet mogelijk gemeenschap te hebben met Christus.

Onze Here wordt te schande gesteld door hen die beweren Hem te dienen maar Zijn karakter verkeerd voorstellen. Zo worden velen misleid en op een verkeerd pad gebracht.
Met hun mond belijden zij zonen van God te zijn, maar in hun leven en karakter ontkennen zij deze relatie. Zij geven de wil niet over aan God. Ze leven een leugen.

“Indien gij echter bittere naijver en zelfzucht in uw hart hebt, beroemt u dan niet en liegt niet tegen de waarheid. Dat is niet de wijsheid, die van boven komt, maar zij is aards, ongeestelijk, duivels; want waar naijver en zelfzucht heerst, daar is wanorde en allerlei kwade praktijk.” Jakobus 3:14, 15

We kunnen God niet meer beledigen dan door ons voor te doen als zijn discipelen terwijl we de Geest van Satan openbaren in onze woorden, ons gedrag en onze handelingen.

“Wie zegt in het licht te zijn en zijn broeder haat, die is in de duisternis tot nu toe. Wie zijn broeder liefheeft, blijft in het licht en in hem is niets aanstotelijks; maar wie zijn broeder haat, is in de duisternis en wandelt in de duisternis en hij weet niet waar hij heengaat, want de duisternis heeft zijn ogen verblind.” 1 Joh. 2:9-11

“Let dus goed op welke weg u bewandelt, gedraag u niet als dwazen maar als verstandige mensen. Gebruik uw dagen goed, want we leven in een slechte tijd. Wees niet onverstandig, maar probeer te begrijpen wat de Heer wil.” (NBV) Ef. 5:15-17

“Ik ben als een licht in de wereld gekomen, opdat een ieder, die in Mij gelooft, niet in de duisternis blijve.” Joh. 12:46

“Wie wijs is, geve op deze dingen acht; wie verstandig is, erkenne ze. Want de wegen des HEREN zijn recht: rechtvaardigen wandelen daarop, maar overtreders struikelen er.”  Hosea 14:9

“Wandelt, terwijl gij het licht hebt, opdat de duisternis u niet overvalle; en wie in de duisternis wandelt, weet niet, waar hij heengaat. Gelooft in het licht zolang gij het licht hebt, opdat gij kinderen des lichts moogt zijn.” Joh. 12:35, 36

“Want gij waart vroeger duisternis, maar thans zijt gij licht in de Here; wandelt als kinderen des lichts, want de vrucht des lichts bestaat in louter goedheid en gerechtigheid en waarheid, en toetst wat de Here welbehagelijk is. En neemt geen deel aan de onvruchtbare werken der duisternis, maar ontmaskert ze veeleer.” Ef. 5:8-11

Terug pagina 2