4. Let op dat je niet valt

Let op dat je niet valt
Hij zal jouw pleitbezorger zijn als je valt
Hij bidt voor jou
Keer tot Hem terug met berouw en belijdenis
Hij zal ons vergeven, reinigen en herstellen
Help de zondaar terug op te staan
Vergeef elkander
Geef terug wat je onrechtmatig hebt verkregen
Waak en bid
Vraag, geloof en je zult ontvangen
Hij zal voor je zorgen
Zijn engelen zullen over je waken
Hij zal je de weg tonen en je Zijn wil leren
Luister naar Zijn stem en volg Hem
 
Let op dat je niet valt

“Want ik stel er prijs op, broeders, dat gij weet, dat onze vaderen allen onder de wolk waren, allen door de zee heengingen, allen zich in Mozes lieten dopen in de wolk en in de zee,allen hetzelfde geestelijke voedsel aten, en allen dezelfde geestelijke drank dronken, want zij dronken uit een geestelijke rots, welke met hen medeging, en die rots was de Christus.

En toch heeft God in het merendeel van hen geen welgevallen gehad, want zij werden neergeveld in de woestijn….Daarom, wie meent te staan, zie toe, dat hij niet valle.” 1 Cor. 10:1-12

We moeten te allen tijde met God verbonden zijn. We zijn alleen veilig wanneer we ons in Zijn wil bevinden en geleid worden door Zijn Geest.

“Ziet toe, broeders, dat bij niemand uwer een boos, ongelovig hart zij, door af te vallen van de levende God, maar vermaant elkander dagelijks, zolang men nog van een heden kan spreken, opdat niemand van u zich verharde door de misleiding der zonde.” Heb. 3:12, 13

Toen Jezus de menselijke natuur op zich nam, bond Hij de mensheid aan zichzelf door een band van liefde die door geen enkele macht kan verbroken worden behalve door de keuze van de mens zelf. Door de verleidingen die hij aanbiedt zal Satan  ons steeds aanzetten tot het verbreken van deze band – tot de beslissing om ons van Christus te verwijderen. Het is hiervoor dat we moeten waakzaam zijn, strijden en bidden, zodat niets ons kan verlokken tot het kiezen van een andere meester; want we zijn altijd vrij om dat te doen. Maar laten we steeds zien op Christus, en Hij zal ons behoeden. Ziende op Hem zijn we veilig. Niets kan ons uit Zijn hand wegrukken.

“De Heer zal me van alle kwaad redden en me veilig naar zijn hemels koninkrijk brengen.”  2Ti 4:18 

Om zonder struikelen verder te gaan, moeten we de zekerheid hebben dat een almachtige hand ons ondersteunt maar dat ook een oneindig medelijden wordt betoond wanneer we vallen. Alleen God kan te allen tijde onze roep om hulp horen.

“Zie, God is mij een helper, de Here is het, die mij schraagt.” Psalm 54:4

 

Hij zal jouw pleitbezorger zijn als je valt

“Mijn kinderkens, dit schrijf ik u, opdat gij niet tot zonde komt. En als iemand gezondigd heeft, wij hebben een voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de rechtvaardige.” 1 Joh. 2:1

Op het moment dat de mens  inging op de verleidingen van de Satan, en datgene deed waarvan God had gezegd dat hij het niet mocht doen, kwam Christus, de Zoon van God,  tussen, plaatste zich tussen de levende en de dood en sprak, “Laat de straf op Mij komen. Ik zal de plaats innemen van de mens. Hij krijgt een tweede kans.”

“Christus Jezus, die gestorven is, meer nog, die is opgewekt en aan de rechterhand van God zit, pleit voor ons.” Rom. 8:34

Vanaf het moment dat het kind van God nadert tot de troon van genade, wordt hij een cliënt van de grote Pleitbezorger. Bij de eerste uiting van berouw en verlangen naar vergiffenis zet Christus zich voor de zaak in en pleit voor de Vader, als ware het voor Hemzelf.

“Daarom kan Hij ook volkomen behouden, wie door Hem tot God gaan, daar Hij altijd leeft om voor hen te pleiten.” Hebr. 7:25

 

Hij bidt voor jou

“Simon, Simon, zie, de Satan heeft verlangd ulieden te ziften als de tarwe, maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet zou bezwijken. En gij, als gij eenmaal tot bekering gekomen zijt, versterk dan uw broederen.” Lucas 22:31, 32

Alhoewel Petrus vreselijk gezondigd had, werd hij toch niet verlaten. De woorden van Christus werden op zijn ziel geschreven, “Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet zou bezwijken.” Toen hij door bittere wroeging werd gekweld, gaf dit gebed, en de herinnering aan de liefdevolle blik van Christus, hem hoop.

Jezus doet alles om onze ziel te vrijwaren van wanhoop. Hij schermt ons af voor Satans hevige aanvallen. Indien wij toch door de vele verleidingen verrast worden of misleid in de zonde, keert Hij zich niet van ons af om ons over te laten aan ons lot. Nee, nee, zo is de verlosser niet. Christus bidt voor ons.

Dezelfde ontferming die Hij had voor Petrus, heeft Hij voor iedereen die door verzoeking gevallen is. Het is Satans werk om de mens tot zonde te brengen en hem dan hulpeloos te laten en bang om vergeving te vragen. Maar waarom zouden we vrezen? God heeft gezegd, “Ik zal u geenszins begeven, Ik zal u geenszins verlaten. Komt toch en laat ons tezamen richten, zegt de HERE; al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw; al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol.” Heb. 13:5 – Jesaja 1:18

God heeft in alles voorzien zodat elke zwakte kan verholpen worden. In elke situatie is er van Hem een bemoediging om tot Christus te komen.

“Hij is lankmoedig jegens u, daar Hij niet wil, dat sommigen verloren gaan, doch dat allen tot bekering komen.” 2 Petrus 3:9

De Here verdraagt de verkeerdheden van de mens zeer lang. Aan allen geeft Hij de mogelijkheden om tot inzicht te komen en de zonde na te laten.

Een stille getuige waakt over de ziel. Hij zet zich in om haar te winnen en tot Christus te trekken. De engelen laten hen die verleid worden nooit geheel over aan de vijand die geen ontferming kent en ieder ter dood zou brengen indien hij daartoe de toelating kreeg. Zolang er hoop is, totdat hij zich tot eigen ondergang geheel verzet tegen de Heilige Geest, wordt de mens door hemelse wezens beschermd.

De goddelijke Leraar verdraagt de dwalenden in al hun verdorvenheid. Zijn liefde vermindert niet; Zijn inspanningen om hen te winnen houden niet op. Met uitgestrekte armen wacht Hij keer op keer om de dwalende, de opstandige en zelfs de afvallige te verwelkomen. Zijn hart is geraakt door de hulpeloosheid van het kleine kind dat ruw wordt behandeld. Hij hoort altijd het hulpgeroep van de ellendige. Ieder is waardevol in Zijn ogen maar Zijn bijzondere aandacht en sympathie gaat uit naar de ruwe, norse, opstandige ziel; want Hij kent de oorzaken van alles. Degene die het gemakkelijkst verzocht wordt en het sterkst neigt tot zonde is het onderwerp van Zijn bijzonder zorg.

“Gelijk zich een vader ontfermt over zijn kinderen, ontfermt Zich de HERE over wie Hem vrezen. Want Hij weet, wat maaksel wij zijn, gedachtig, dat wij stof zijn.” Psalm 103:14

“De liefde is lankmoedig, de liefde is goedertieren.” 1 Cor. 13:4

Er zijn mensen die de vergevende liefde van Christus hebben ervaren en die werkelijk verlangen kinderen van God te zijn. Zij beseffen echter dat hun karakter onvolmaakt is en hun leven vol fouten. Ze vragen zich af of hun hart wel vernieuwd werd door de Heilige Geest. Maar zij moeten niet wanhopig worden. We zullen ons allen dikwijls moeten neerbuigen en wenen aan Jezus’ voeten omwille van onze tekortkomingen en fouten; maar we moeten niet ontmoedigd worden. Zelfs wanneer de vijand overwint, verwerpt de Here ons niet. Hij zal ons niet begeven en niet verlaten. Nee, Christus staat aan de rechterhand van God en komt steeds voor ons tussen. De geliefde apostel Johannes zegt, “Mijn kinderkens, dit schrijf ik u, opdat gij niet tot zonde komt. En als iemand gezondigd heeft, wij hebben een voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de rechtvaardige. 1 Joh. 2:1 En vergeet ook niet de woorden van Christus, “De Vader houdt van jullie.” Hij verlangt om ons met Zichzelf te verzoenen, om in ons Zijn zuiverheid en heiligheid te weerspiegelen. Als we ons aan Hem overgeven, zal Hij die in ons een goed werk is begonnen het ook tot het einde toe volbrengen. Bidt meer en vertrouw meer.

God geeft ons niet op omwille van onze zonden. Het kan zijn dat we fouten maken en de Heilige Geest bedroeven maar als we berouw hebben en tot Hem komen met gebroken hart, zal Hij zich niet van ons afkeren. Hindernissen moeten verwijderd worden. Verkeerde gevoelens werden gekoesterd, er was trots, zelfvoldaanheid, ongeduld, en gemopper. Dit alles scheidt ons van God. Zonden moeten beleden worden; het werk van genade moet dieper in het hart doordringen.

Niemand is volmaakt en we maken allemaal fouten en zondigen; maar als de zondaar bereidt is zijn fouten in te zien wanneer deze door Gods Geest worden bekend gemaakt en ze te belijden met een nederig hart… zal God hem herstellen.

Ben je gevallen voor de verzoeking? Zoek dan zonder aarzeling Gods barmhartigheid en genade. Deze genade strekt zich uit tot iedere zondaar. De Here roept tot ons waar we ook zijn: “Kom terug afgedwaalde kinderen en ik zal jullie dwalingen genezen.” De zegeningen van God zijn voor hen die acht geven op het pleiten van de Geest. “ Zoals een vader zich ontfermt over zijn kinderen zo ontfermt de Here zich over hen die Hem vrezen.”

Want genadig en barmhartig is de HERE, uw God: Hij zal het aangezicht niet van u afwenden, indien gij tot Hem wederkeert. 2 Chron. 30:9

 

Keer tot Hem terug met berouw en belijdenis

“Daarom zal Ik u richten, huis Israëls, ieder naar zijn eigen wegen, luidt het woord van de Here Here. Bekeert u en wendt u af van al uw overtredingen, dan zal u dat niet een struikelblok tot ongerechtigheid worden. Werpt alle overtredingen die gij begaan hebt, van u weg, en vernieuwt uw hart en uw geest. Waarom toch zoudt gij sterven, huis Israëls? Want Ik heb geen welgevallen aan de dood van wie sterven moet, luidt het woord van de Here Here; daarom bekeert u, opdat gij leeft.” Ezechiël 18:30-32

Elke dag dat je in de zonde blijft, sta je aan de kant van Satan. Indien je ziek zou worden en zou sterven zonder berouw te hebben dan zou je verloren zijn.

Het koesteren van een zonde is voldoende om de poorten van de hemel voor jou te sluiten. Omdat de mens niet kon gered worden met de smet van een zonde op zich, kwam Jezus om te sterven op het kruis van kalvarie.

Je enige veiligheid is te vinden bij Christus. Kom tot Hem en stop met zondigen, nu. Zijn liefdevolle en genadige stem spreekt vandaag tot jou, maar wie kan zeggen dat ze ook morgen nog zal spreken?

Zoek de HEER nu hij zich laat vinden,
roep hem terwijl hij nabij is.
 “Laat de goddeloze zijn slechte weg verlaten,
laat de onrechtvaardige zijn snode plannen herzien.
Laat hij terugkeren naar de HEER,
die zich over hem zal ontfermen;
laat hij terugkeren naar onze God,
die hem ruimhartig zal vergeven.” Jesaja 55:6, 7

“En wanneer dan mijn volk, het volk dat mij toebehoort, het hoofd buigt, al biddend mijn aanwezigheid zoekt en terugkeert van zijn dwaalwegen, dan zal ik het aanhoren vanuit de hemel, zijn zonden vergeven en het land genezen.” 2 Chron. 7:14

Wanneer de mens tegen de heilige en barmhartige God gezondigd heeft, dan kan hij geen betere weg volgen dan die van berouw en belijdenis in tranen en gebrokenheid van het hart. Dit is wat God van hem verlangt; een gebroken hart en een berouwvolle geest.

“De HERE is nabij de gebrokenen van harten Hij verlost de verslagenen van geest.” Psalm 34:8

Gods volk moet met kennis van zaken handelen. Ze moeten niet tevreden zijn voor zij elke gekende zonde hebben beleden; dan is het hun voorrecht en plicht te geloven dat Jezus hen heeft aangenomen.

Oprechte belijdenis wordt steeds gekenmerkt door de bekentenis van specifieke zonden. Deze zonden kunnen van die aard zijn dat ze alleen voor God kunnen beleden worden. Het kunnen ook zonden zijn die beleden moeten worden aan personen die eronder geleden hebben. Ze kunnen ook van die aard zijn dat ze publiekelijk moeten beleden worden omdat meerder mensen getuige zijn geweest. Maar elke belijdenis moet duidelijk omschreven zijn en ter zake. Erken die zonden waaraan je schuldig bent.

Elke zonde die men met een berouwvol hart aan God bekent maakt, zal Hij verwijderen. Dit geloof vormt het leven van de gemeente.

 

Hij zal ons vergeven, reinigen en herstellen

Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.” 1 Joh. 1:9

“Ik zal rein water over u sprengen, en gij zult rein worden; van al uw onreinheden en van al uw afgoden zal Ik u reinigen; een nieuw hart zal Ik u geven en een nieuwe geest in uw binnenste; het hart van steen zal Ik uit uw lichaam verwijderen en Ik zal u een hart van vlees geven. Mijn Geest zal Ik in uw binnenste geven en maken, dat gij naar mijn inzettingen wandelt en naarstig mijn verordeningen onderhoudt.” Ezech. 36:25-27

“Keer weder, Afkerigheid, Israël, luidt het woord des HEREN, Ik zal u niet donker aanzien, want Ik ben genadig, luidt het woord des HEREN, Ik zal niet altoos blijven toornen. Alleen, erken uw ongerechtigheid, dat gij van de HERE, uw God, zijt afgevallen.” Jer. 3:12, 13

Wie zijn fouten verbergt, zal geen voorspoed kennen,
wie ze toegeeft en vermijdt, krijgt vergeving.” (NBV) Spreuken 28:13

“Mijn zonde maakte ik U bekend, en mijn ongerechtigheid verheelde ik niet; ik zeide: Ik zal de HERE mijn overtredingen belijden, en Gij vergaaft de schuld mijner zonden.” Psalm 32:5

Vanzodra we bereid zijn onze zonden op te geven en onze schuld te bekennen, wordt de hindernis tussen de ziel en de Verlosser verwijderd.
Voor de overtreder van Gods wet bestaat er maar een voorziening. Oprecht berouw en belijdenis van zonde, en geloof in het reinigend bloed van Christus, zal vergeving brengen en tegenover zijn naam wordt vergeven geschreven.

“Welzalig hij, wiens overtreding vergeven, wiens zonde bedekt is; welzalig de mens, wie de HERE de ongerechtigheid niet toerekent, en in wiens geest geen bedrog is.” Psalm 32:1, 2

En het bloed van Jezus, zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde.” 1 Joh. 1:7

 

Help de zondaar terug op te staan

“Broeders, zelfs indien iemand op een overtreding betrapt wordt, helpt gij, die geestelijk zijt, hem terecht in een geest van zachtmoedigheid, ziende op uzelf; gij mocht ook eens in verzoeking komen.” Galaten 6:1, 2

Het bovenstaande vers bevat bijzondere aanwijzingen voor het omgaan met hen die een misstap hebben begaan. Het gaat hier niet om mensen die met opzet zondigen maar om degene die onmoedwillig tot zonde zijn gekomen door onwaakzaamheid of te weinig gebed waardoor ze de verleiding van de Satan niet konden onderscheiden en zo in de val zijn gelopen. Er moet een verschil gemaakt worden tussen zij die bewust zondigen en hun zonde handig verbergen en zij die door de zonde overvallen worden zonder dit te zelf te zoeken. Beide gevallen kunnen niet op dezelfde wijze benaderd worden. Zij die met voorbedachte rade zondigen moeten anders behandelt worden dan zij die erdoor overvallen worden. “Gij die geestelijk zijt,” gij die met de Here wandelt, “help hen terecht in een geest van zachtmoedigheid,’ – veeg niet alle hoop en moed weg uit de ziel, maar help de zondaar terug op te staan met zachtmoedigheid, “ziende op uzelf, gij mocht ook eens in de verzoeking komen.

Bemoedig de mensen;breng hen in gebed voor de Heer. Velen die gevallen zijn in de verzoeking worden vernederd door hun mislukkingen, en ze voelen alsof het geen zin heeft om naar God toe te gaan; deze gedachte echter komt van de vijand. Wanneer ze gezondigd hebben en het gevoel hebben dat ze niet kunnen bidden, zeg hen dat het dan juist het moment is om te bidden. Hoe verlegen en diep vernederd ze ook mogen zijn, Hij die getrouw is en rechtvaardig zal wanneer ze in oprechtheid hun zonde belijden, hen vergeven en hen reinigen van alle ongerechtigheid.

“Velen stond je bij met raad en daad en wie de moed ontzonk, heb je gesterkt. Je woorden richtten hem die struikelde weer op, aan knikkende knieën gaf je nieuwe kracht.” Job 4:3, 4

Wanneer hij die gedwaald heeft oprecht berouw betoond en zich onderwerpt aan de terechtwijzing van Christus, zal hij wederom op de proef worden gesteld. Maar ook wanneer hij zich niet bekeert en buiten de gemeente komt te staan dan hebben Gods dienaars nog steeds een werk voor hem te doen. Ze moeten er alles voor doen om hem tot berouw te brengen. Hoe erg de overtreding ook moge geweest zijn, indien hij toegeeft aan de werking van Gods Geest door belijdenis en het nalaten van zijn zonde en blijk geeft van berouw dan moet hij vergeven worden  en terug opgenomen worden in de gemeenschap.

“Beken elkaar uw zonden en bid voor elkaar, dan zult u genezen. Want het gebed van een rechtvaardige is krachtig en mist zijn uitwerking niet.” Jakobus 5:16

“Broeders en zusters, als een van u afdwaalt van de waarheid en een ander laat hem daarheen terugkeren, dan mag hij weten: wie een zondaar van het dwaalspoor terugbrengt, redt hem van de dood en wist tal van zonden uit.” Jakobus 5:19, 20

Indien je denkt dat jou broeder jou onrecht heeft aangedaan, ga dan in vriendelijkheid en liefde tot hem, en zo kun je tot wederzijds begrip en verzoening komen. Indien je erin slaagt om een einde te maken aan de moeilijkheden dan heb je jou broeder teruggewonnen zonder zijn zwakheden openbaar te maken. De verzoening heeft menige zonden bedekt voor het oog van anderen.

“Wie een overtreding bedekt, jaagt liefde na; maar wie een zaak ophaalt, brengt scheiding tussen vrienden.” Spreuken 17:9


Vergeef elkander

“Ziet toe op uzelf! Indien uw broeder zondigt, bestraf hem, en indien hij berouw heeft, vergeef hem. En zelfs indien hij zevenmaal per dag tegen u zondigt en zevenmaal tot u terugkomt en zegt: Ik heb berouw, zult gij het hem vergeven.” Lucas 17:3, 4

Indien een broeder iets verkeerds doet en om vergeving vraagt, schenk hem dan vergeving. Indien hij niet nederig genoeg is om het je te vragen, vergeef hem dan in je hart, en geef uiting aan de vergiffenis door je woorden en daden. Dan zal niets van de last van zijn zonde op jou wegen. “ Ziet toe op jezelf, je mocht ook eens verzocht worden.” “En zelfs indien hij zevenmaal per dag tegen u zondigt en zevenmaal tot u terugkomt en zegt: Ik heb berouw, zult gij het hem vergeven.” We moeten niet alleen zeven keer vergeven maar zeven maal zeventig keer. Dat is zoveel zoals God ons vergeeft.

Iemand moet nooit tot een ander zeggen,”Wanneer ik zie dat je jou leven hebt verbeterd, zal ik je vergeven.” Dat is niet Gods plan. Dat is overeenkomstig de menselijke zondige natuur. Door te tonen dat je niet met je broeder wilt omgaan, pijnig je niet alleen zijn ziel en jezelf, maar je brengt ook droefenis aan het hart van Christus.

“En zijn meester werd toornig en gaf hem in handen van de folteraars, totdat hij hem al het verschuldigde zou betaald hebben.  Alzo zal ook mijn hemelse Vader u doen, indien gij niet, een ieder zijn broeder, van harte vergeeft.”

“Alle bitterheid, gramschap, toorn, getier en gevloek worde uit uw midden gebannen, evenals alle kwaadaardigheid. Maar weest jegens elkander vriendelijk, barmhartig, elkander vergevend, zoals God in Christus u vergeving geschonken heeft.” Ef 4:31

“En wanneer gij staat te bidden, vergeeft wat gij tegen iemand mocht hebben, opdat ook uw Vader in de hemelen uw overtredingen vergeve. Indien gij echter niet vergeeft, zal ook uw Vader, die in de hemelen is, uw overtredingen niet vergeven.” Markus 11:25, 26

Velen zijn vurig in godsdienstige werken, terwijl er tussen henzelf en hun broeders geschillen zijn die ze zouden kunnen bijleggen. God vraagt van hen al het mogelijke te doen om de eenheid te herstellen. Alleen wanneer ze dit doen kan hij hun diensten aanvaarden.

“Wanneer je dus je offergave naar het altaar brengt en je je daar herinnert dat je broeder of zuster je iets verwijt, laat je gave dan bij het altaar achter; ga je eerst met die ander verzoenen en kom daarna je offer brengen.” (NBV) Matt. 5:23, 24

Hij die weigert te vergeven vergooit zijn eigen hoop op vergeving.

Het kan zijn dat hij eens vergeving ontvangen heeft; maar zijn onbarmhartige geest toont dat hij nu Gods vergevende liefde verwerpt. Hij heeft zichzelf van God verwijderd, en bevindt zich in dezelfde toestand als voor zijn vergeving. Hij heeft zijn bekering verloochend en zijn zonden zijn op hem alsof hij zich nooit bekeerd had.

“Omdat God u heeft uitgekozen, omdat u zijn heiligen bent en hij u liefheeft, moet u zich kleden in innig medeleven, in goedheid, bescheidenheid, zachtmoedigheid en geduld. Verdraag elkaar en vergeef elkaar als iemand een ander iets te verwijten heeft; zoals de Heer u vergeven heeft, moet u elkaar vergeven. En bovenal, kleed u in de liefde, dat is de band die u tot een volmaakte eenheid maakt.” (NBV) Col. 3:12

Wanneer iemand ons kwaad heeft berokkend kunnen we ons met hem verzoenen in ons hart. We kunnen de andere vergeven en hem met liefde benaderen, zonder bitterheid of kwade gevoelens. De goedheid van God die Hij door ons openbaart zal de tegenpartij tot berouw brengen en leiden tot een vernieuwde eenheid tussen elkaar.

“Wees goed voor elkaar en vol medeleven; vergeef elkaar zoals God u in Christus vergeven heeft.”(NBV) Efe 4:32 

“Handel niet uit geldingsdrang of eigenwaan, maar acht in alle bescheidenheid de ander belangrijker dan uzelf.”(NBV) Flp 2:3 

 

Terug pagina 2