Zondig niet meer

“Kom tot bezinning, zoals het u betaamt, en zondig niet langer. Sommigen van u hebben geen enkele kennis van God. U moest u schamen.” (NBV) 1 Cor. 15:34

Christus is niet voor ons gestorven opdat we zouden kunnen doorgaan met de passies en de gewoontes van de wereldse mens.

“Die zelf onze zonden in zijn lichaam op het hout gebracht heeft, opdat wij, aan de zonden afgestorven, voor de gerechtigheid zouden leven.” 1 Petrus 2:24

Daarom moeten we onze zonden van zelfzucht, van onvriendelijkheid, van luiheid, van verkeerde gewoonten en praktijken met beslistheid en vastberadenheid uit ons leven verwijderen. Hij die zich van de Satan afkeert moet geen ruimte laten voor zijn verzoekingen. Laten zij die tot Christus komen Hem aanschouwen als de zondedrager en laten zij door geloof beslag leggen op de voorzieningen die Hij heeft getroffen om hen te verlossen, niet in hun zonden maar van hun zonden.

“U weet dat Jezus verschenen is om de zonden weg te nemen; er is in hem geen zonde. Ieder die in hem blijft, zondigt niet. Ieder die zondigt, heeft hem nooit gezien en kent hem niet. Kinderen, laat niemand u misleiden: wie rechtvaardig leeft is een rechtvaardige, zoals ook Jezus rechtvaardig is, en wie zondigt komt uit de duivel voort, want de duivel heeft vanaf het begin gezondigd. De Zoon van God is dan ook verschenen om de daden van de duivel teniet te doen. Wie uit God geboren is zondigt niet, want Gods zaad is blijvend in hem. Hij kán zelfs niet zondigen, want hij is uit God geboren.” 1Johannes 3:5-9

Aan iedereen die zich volkomen aan God overgeeft is het voorrecht gegeven om zonder zonde te leven, in gehoorzaamheid aan de wet van de hemel.

De Verlosser nam de zwakheden van de mensheid op Zich en leefde een zondeloos leven, zodat de mens niet bang zou zijn dat hij omwille van de zwakheid van de menselijke natuur niet in staat zou zijn te overwinnen. Christus is gekomen om ons deelachtig te maken aan de goddelijke natuur en Zijn leven getuigt ervan dat de vereniging van de mens met het goddelijke, geen zonde begaat.

“We weten dat iemand die uit God geboren is niet zondigt. De Zoon, die uit God geboren werd, beschermt hem, zodat het kwaad geen vat op hem heeft.” (NBV) 1 Johannes 5:18

De mens is van nature geneigd om in te gaan op de suggesties van de Satan, en hij kan deze vijand niet weerstaan tenzij Christus, de Grote Overwinnaar in hem verblijft, zijn wensen leidt en hem kracht schenkt. Alleen God kan de macht van Satan beperken.

“Gij dan, mijn kind, wees krachtig in de genade van Christus Jezus” 2 Tim. 2:1

Het verlossingsplan beoogt onze volledige bevrijding van de macht van Satan. Christus verwijdert de berouwvolle ziel altijd van de zonde. Hij is gekomen om de werken van de duivel teniet te doen, en Hij heeft alle voorzieningen getroffen opdat de Heilige Geest zou gegeven worden aan de bekeerde ziel om deze voor zondigen te behoeden.

Het werk van de verzoeker moet niet als een excuus worden gebruikt voor een zondige daad. Satan verheugt zich wanneer Hij de volgelingen van Christus excuses hoort maken voor de gebreken in hun karakter. Het zijn juist deze excuses die tot de zonde leiden. Voor het zondigen bestaat er geen excuus. Een heilig karakter, een leven naar het voorbeeld van Christus is mogelijk voor elk berouwvol en gelovig kind van God.

Hij die geen voldoende vertrouwen heeft in Christus om te geloven dat Hij hem kan weerhouden om te zondigen, heeft niet het vertrouwen dat hem toegang zal verlenen tot het koninkrijk van God.

“Kom tot bezinning, zoals het u betaamt, en zondig niet langer. Sommigen van u hebben geen enkele kennis van God. U moest u schamen.” (NBV) 1 Cor. 15:34

Velen die het geloof belijden weten niet wat ware bekering is. Ze hebben geen ervaring in de gemeenschap met de Vader door Jezus Christus en ze hebben nooit de goddelijke kracht ervaren die het hart heiligt. Bidden en zondigen, zondigen en bidden, hun leven is vol van kwaadwilligheid, bedrog, jaloersheid en zelfzucht. De gebeden van deze klasse zijn een gruwel voor God. Het ware gebed brengt de krachten van de ziel in het gevecht en verandert het leven.

Elke mislukking van Gods kinderen is te wijten aan een gebrek van vertrouwen.

De sterkste verzoeking kan geen excuus zijn voor de zonde. Hoe groot de druk ook is die op de ziel weegt de overtreding van Gods wet blijft een daad die het gevolg is van een eigen keuze. Aarde nog hel kunnen ons dwingen om een enkele kwade daad te verrichten. Satan valt ons aan daar waar we zwak zijn, maar we hoeven niet toe te geven. Hoe sterk en onverwacht de aanval ook is, God heeft voorzien in hulp, in Zijn kracht kunnen we overwinnen.

“Ik vermag alle dingen in Hem, die mij kracht geeft.” Fil. 4:13

Jezus kwam om morele kracht te brengen die moet verenigd worden met de menselijke inspanning. Nooit moeten Zijn volgelingen zichzelf toestaan Hem uit het oog te verliezen. Hij is hun voorbeeld in alle dingen.

Hij overwon in de menselijke natuur, vertrouwende op Gods kracht. Dat is het voorrecht die we allen hebben.

“Maar als medewerkers Gods vermanen wij u ook de genade Gods niet tevergeefs te ontvangen.” 2 Cor. 6:1

Verloochen jezelf en neem dagelijks je kruis op

“Hij zeide tot allen: Indien iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme dagelijks zijn kruis op en volge Mij. Want ieder, die zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen; maar ieder, die zijn leven verloren heeft om Mijnentwil, die zal het behouden. Want wat baat het een mens, als hij de gehele wereld wint, maar zichzelf verliest of zelf schade lijdt? “ Lucas 9:23-25

Zelfverloochening en het kruis liggen meteen op het pad van elke volgeling van Christus. Het kruis is dat wat de natuurlijke genegenheden en de eigen wil kruist. Wanneer het hart niet geheel God toebehoort, indien de wil en de genegenheden en gedachten niet aan de wil van God worden onderworpen, zal men er niet in slagen de principes van ware godsdienst uit te voeren en te leven naar het voorbeeld van Christus.

Je kan niet tezelfdertijd jezelf dienen en dienaar zijn van Christus.

Het eigen ik wil altijd als eerste gediend worden; maar de Heer wil het hele hart, de hele ziel. Hij wil niet op de tweede plaats komen.

De overgave van jezelf is de essentie van de leer van Christus.

De strijd tegen het eigen ik is de grootste strijd die ooit gestreden werd. Je moet strijden om jezelf geheel aan God over te geven; de onderwerping van de ziel aan God is noodzakelijk wil je een nieuw en heilig leven leiden.

Zijn we bereid de prijs te betalen voor het eeuwige leven? Zijn we bereid ons neer te zetten en de kost te berekenen, of de hemel het opofferen van onze eigen verlangens wel waard is? Willen we alles loslaten zodat onze wil geheel in overeenstemming kan gebracht worden met de wil van God? Pas wanneer we daartoe bereid zijn, zullen we de vernieuwende kracht van Gods genade ervaren.
Van zodra we tot de Here komen ontdaan van onszelf zal Hij de leegte vullen met Zijn Heilige Geest. Dan kunnen we erop vertrouwen dat Hij ons van Zijn volheid zal schenken.

“Want in Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk; en gij hebt de volheid verkregen in Hem.” Col 2:9

In Christus woonde al de volheid der Godheid lichamelijk. Daarom kon Hij onaangetast door de zonde in de wereld staan, alhoewel Hij in alle dingen op gelijke wijze als wij werd verzocht en voortdurend door de zonde werd omringd. Zullen wij geen deelhebben aan deze ‘volheid der godheid’ en is het niet alleen op deze wijze dat we kunnen overwinnen zoals Hij overwon? We verliezen veel door ons niet steeds te bepalen bij het karakter van Christus.

“Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was, die, in de gestalte Gods zijnde, het Gode gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en aan de mensen gelijk geworden is. En in zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij Zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood des kruises.” Fil. 2:5-8

“Want Ik ben van de hemel nedergedaald, niet om mijn wil te doen, maar de wil van Hem, die Mij gezonden heeft.” Joh. 6:38

De menselijke wil van Christus zou Hem niet naar de woestijn hebben gebracht om te vasten en te worden verzocht door de duivel. Zijn eigen wil zou Hem niet geleid hebben om vernedering, spot, verachting, lijden en de dood te doorstaan. Zijn menselijke natuur schrok terug van al deze dingen net zoals dat bij ons is. Waarom leefde Christus? Om de wil van Zijn Vader te doen. Christus heeft ons een voorbeeld nagelaten om na te volgen.

“Wie niet zijn kruis draagt en achter Mij komt, kan mijn discipel niet zijn.” Lucas 14:27

Onze enige hoop op de overwinning is de vereniging van onze wil met die van de Vader en de voortdurende samenwerking met Hem. We kunnen niet ons eigen ik koesteren en het koninkrijk Gods binnengaan. Als we ooit tot een ononderbroken wandel met God willen komen dan is dat door de verloochening van ons zelf en het ontvangen van de gezindheid van Christus.

Het is niet alleen aan het begin van het Christelijke leven dat de verloochening van ons zelf moet gebeuren. Bij elke stap voorwaarts moet ze hernieuwd worden.

Niemand kan zich een ware Christen noemen tenzij hij een dagelijkse ervaring heeft met de dingen God, dagelijks zichzelf verloochend en het kruis van Christus draagt.
De rijkdom van de beloften die we in de Bijbel vinden, zijn voor hen die dagelijks het kruis opnemen en zichzelf verloochenen.
Zelfverloochening houdt in dat men zijn geest beheerst wanneer de passie de overhand probeert te krijgen. Ze wordt gezien in het weerstaan van de verzoeking om kwaad te spreken en te bekritiseren, in het geduldig omgaan met een moeilijk en lastig kind, in het doen van onze plicht wanneer anderen nalatig zijn en de lasten en verantwoordelijkheden te dragen daar waar men kan, niet om de roem en de eer of om een hoger plaatsje te verkrijgen, maar omwille van de Heer die ons een werk heeft gegeven om dat te doen met onwankelbare trouw.  Zelfverloochening is zwijgen wanneer we redenen hebben om onszelf te prijzen en het loven overlaten aan anderen. Het is goed doen aan anderen daar waar we geneigd zijn ons zelf te dienen.

Het kruis van Christus dragen betekent onze zondige verlangens beheersen en Christelijke hoffelijkheid beoefenen al lijken de omstandigheden niet uitnodigend. Het betekent de noden te zien van anderen en ons zelf te verloochenen om hen te helpen en ons hart en huis te openen voor de eenzame, de verstotene, de vreemdeling en de ellendige, zelfs als dit beslag legt op onze middelen en ons geduld.

De zelfopoffering, de sympathie, de liefde, die geopenbaard werd in het leven van Christus moet terug gezien worden in hen die met God samenwerken.

 

Neem Zijn juk op

“Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven;  neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; want mijn juk is zacht en mijn last is licht.” Matt. 11:28

Het juk en het kruis staan symbool voor de overgave van de wil aan God. Het dragen van het juk brengt de mens in gemeenschap met de geliefde Zoon van God. Het opnemen van het kruis legt het eigen Ik het zwijgen op en plaatst de mens daar waar hij leert de lasten van Christus te dragen. We kunnen Christus niet volgen zonder Zijn juk of kruis op te nemen en het te dragen, volgend in Zijn voetsporen.

Wanneer je je eigen wil en wijsheid opgeeft, en van Christus leert, zul je toegang krijgen tot het koninkrijk van God. Hij vraagt van ons een volkomen en openhartige overgave. Laat je door Hem leiden, kneden en vormen. Neem Zijn juk op jezelf. Onderwerp je aan Zijn onderwijzing.

Op het moment dat Zijn juk wordt aangepast aan je nek, wordt het gemakkelijk om dragen; dan kan het zwaarste geestelijke werk verricht worden en de zwaarste lasten worden gedragen, want de Here heeft de kracht en de macht, en Hij geeft blijdschap bij het verrichten van het werk.
De plicht wordt een lust en het offer aangenaam. Het pad dat voorheen in duisternis gehuld was, wordt verlicht met de stralen van de Zon der Gerechtigheid.

“Halleluja. Welzalig de man, die de HERE vreest, die van harte lust heeft in zijn geboden.” Psalm 112:1

Wanneer je alleen de eer van God voor ogen hebt, zal het gemakkelijk zijn om de Here te dienen en het pad naar de hemel te bewandelen. Ons gehele wezen moet aan God gewijd worden; want onze dierbare Verlosser bewoont nooit een verdeeld hart. Onze neigingen en verlangens moeten allen onder de leiding staan van de Heilige Geest.

“Telkens als ik uw woorden hoorde,
nam ik ze als voedsel tot mij.
Uw woorden gaven mij een diepe vreugde,
want ik behoor u toe, o HEER,
God van de hemelse machten.” Jer 15:16 

Beschouw jezelf dood voor de zonde maar levend voor God

“Wat zullen wij dan zeggen? Mogen wij bij de zonde blijven, opdat de genade toeneme? Volstrekt niet! Immers, hoe zullen wij, die der zonde gestorven zijn, daarin nog leven? Of weet gij niet, dat wij allen, die in Christus Jezus gedoopt zijn, in zijn dood gedoopt zijn? Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat, gelijk Christus uit de doden opgewekt is door de majesteit des Vaders, zo ook wij in nieuwheid des levens zouden wandelen. Want indien wij samengegroeid zijn met hetgeen gelijk is aan zijn dood, zullen wij het ook zijn met hetgeen gelijk is aan zijn opstanding; dit weten wij immers, dat onze oude mens medegekruisigd is, opdat aan het lichaam der zonde zijn kracht zou ontnomen worden en wij niet langer slaven der zonde zouden zijn, want wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde.” Romeinen 6:1-7

“ Het leven van een Christen is geen aanpassing of verbetering van het oude leven, maar een verandering van natuur. Men is gestorven aan het eigen ik en de zonde en heeft een heel nieuw leven.”

Zo moet het ook voor u vaststaan, dat gij wel dood zijt voor de zonde, maar levend voor God in Christus Jezus.” Romeinen 6:11

“Laat dan de zonde niet langer als koning heersen in uw sterfelijk lichaam, zodat gij aan zijn begeerten zoudt gehoorzamen, en stelt uw leden niet langer als wapenen der ongerechtigheid ten dienste van de zonde, maar stelt u ten dienste van God, als mensen, die dood zijn geweest, maar thans leven, en stelt uw leden als wapenen der gerechtigheid ten dienste van God. Immers, de zonde zal over u geen heerschappij voeren, want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.” Romeinen 6:12-14

Belijdende Christenen, indien er aan u niet meer licht wordt gegeven dan wat in deze teksten zit, zult u zonder excuus zijn wanneer u zich laat beheersen door zondige verlangens en passies.

Weet gij niet, dat gij hem, in wiens dienst gij u stelt als slaven ter gehoorzaamheid, ook moet gehoorzamen als slaven, hetzij dan van de zonde tot de dood, hetzij van de gehoorzaamheid tot gerechtigheid? Romeinen 6:16

“Want waar men door beheerst wordt, daarvan is men slaaf.” 2 Petrus 2:19


Jezus antwoordde: ‘Waarachtig, ik verzeker u: iedereen die zondigt is een slaaf van de zonde. Joh 8:34 

Indien wij toegeven aan boosheid, begeerte, hebzucht, haat, zelfzucht, of enige andere zonde, dan worden we dienaars van de zonde. “ Niemand kan twee Heren dienen.”Als we de zonde dienen kunnen we Christus niet dienen.

“Maar Gode zij dank: gij waart slaven der zonde, doch gij zijt van harte gehoorzaam geworden aan die vorm van onderricht, die u overgeleverd is; en, vrijgemaakt van de zonde, zijt gij in dienst gekomen van de gerechtigheid.” Rom. 6:17, 19

Leg je hele wezen in de handen van de Heer, je ziel, je lichaam, en je geest. Neem het besluit om Hem helemaal toe te behoren, uit liefde, bewogen door Zijn wil, geleid door Zijn gezindheid, doordrongen van Zijn Geest.

“Want ik ben door de wet voor de wet gestorven om voor God te leven. Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, dat is, niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij. En voor zover ik nu nog in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft overgegeven.” Galaten 2:19, 20

“Daar Christus dan naar het vlees geleden heeft, moet ook gij u wapenen met dezelfde gedachte, dat, wie naar het vlees geleden heeft, onttrokken is aan de zonde, om niet meer naar de begeerten van mensen, maar naar de wil van God de tijd, die nog rest in het vlees, te leven.” 1 Petrus 4:1, 2

“Want de liefde van Christus dringt ons, daar wij tot het inzicht gekomen zijn, dat een voor allen gestorven is. Dus zijn zij allen gestorven. En voor allen is Hij gestorven, opdat zij, die leven, niet meer voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem, die voor hen gestorven is en opgewekt.” 2 Cor. 5:14, 15

“Als u nu met Christus uit de dood bent opgewekt, streef dan naar wat boven is, waar Christus zit aan de rechterhand van God. Richt u op wat boven is, niet op wat op aarde is. U bent immers gestorven, en uw leven ligt met Christus verborgen in God. En wanneer Christus, uw leven, verschijnt, zult ook u, samen met hem, in luister verschijnen. Laat dus wat aards in u is afsterven: ontucht, zedeloosheid, hartstocht, lage begeerten en ook hebzucht–hebzucht is afgoderij–, want om deze dingen treft Gods toorn degenen die hem ongehoorzaam zijn. Vroeger hebt u ook die weg gevolgd en zo geleefd,  maar nu moet u alles wat slecht is opgeven: woede en drift, vloeken en schelden. Bedrieg elkaar niet, nu u de oude mens en zijn leefwijze afgelegd hebt en de nieuwe mens hebt aangetrokken, die steeds vernieuwd wordt naar het beeld van zijn schepper en zo tot inzicht komt.” Col. 3:1-10

Terug pagina 2 hoodstuk 4