Iedereen wordt verzocht, maar de verzoeking is geen zonde

“Laat niemand, als hij verzocht wordt, zeggen: Ik word van Godswege verzocht. Want God kan door het kwade niet verzocht worden en Hijzelf brengt ook niemand in verzoeking. Maar zo vaak iemand verzocht wordt, komt dit voort uit de zuiging en verlokking zijner eigen begeerte. Daarna, als die begeerte bevrucht is, baart zij zonde; en als de zonde volgroeid is, brengt zij de dood voort.” Jakobus 1:13-15

We worden veelvuldig verzocht, want het is zo dat we beproefd worden tijdens onze proeftijd op deze aarde. God laat ons zo beproefd worden zodat we zouden weten wat in ons hart leeft. In de verzoeking zelf is er geen zonde, die is er pas wanneer we aan de verzoeking toegeven.

Satan suggereert en wekt bepaalde gedachten en gevoelens op waar zelfs de beste mensen worden mee lastig gevallen; indien deze echter niet gekoesterd worden, indien zij met afkeer worden teruggeslagen, blijft de ziel vrij van schuld en niemand wordt door hun invloed bevuild.

Gaat men in op kwade gedachten en verkeerde gevoelens dan wordt de ziel besmet en de basis wordt gelegd voor een verkeerde daad.

Indien we vrij willen blijven van zonde dan moeten we ons afkeren van dat wat haar opwekt. Elk gevoelen en verlangen moet onderworpen zijn aan het verstand en het geweten. Elke onheilige gedachte moet onmiddellijk verworpen worden.

Satan vindt in het menselijke hart een zwakke plek waar hij zich kan vestigen; een zondig verlangen wordt gekoesterd, waardoor zijn verzoeking kracht krijgt om zich te verwezenlijken.

“Geef de duivel geen kans.” Ef. 4:27

We proberen soms de verzoeking goed te praten en in harmonie te brengen met onze eigen gedachten. Op deze wijze met Satan in discussie gaan is een stap naar de nederlaag. De enige veilige weg naar de overwinning is ons af te keren van de verzoeking als ware ze de Satan zelf.

“De wapens waarmee wij ten strijde trekken dienen niet ons eigen belang, maar zijn er om met hun kracht bolwerken te slechten voor God. We halen spitsvondigheden neer en iedere verschansing die wordt opgetrokken tegen de kennis van God, we maken iedere gedachte krijgsgevangene om haar aan Christus te onderwerpen.” 2 Cor. 10:4, 5

Probeer je niet te fixeren op je verkeerde gedachten om deze te onderwerpen, maar zie op naar de Heer en concentreer je op Gods gedachten zoals die in Zijn woord zijn uitgedrukt.

“Ten slotte, broeders en zusters, schenk aandacht aan alles wat waar is, alles wat edel is, alles wat rechtvaardig is, alles wat zuiver is, alles wat lieflijk is, alles wat eervol is, kortom, aan alles wat deugdzaam is en lof verdient.” Fil. 4:8

Gij zult de Here, uw God, liefhebben uit geheel uw hart en uit geheel uw ziel en uit geheel uw verstand en uit geheel uw kracht. Marcus 12:30

Je gedachten moeten onderworpen worden aan de wil van God en je gevoelens aan het verstand en het Woord. God heeft je geen verbeeldingskracht gegeven om die zo maar haar beloop te laten gaan. De verbeeldingskracht moet beheerst worden en gericht naar hemelse zaken. Indien de gedachten verkeerd zijn, zullen ook de gevoelens verkeerd zijn. De gedachten en gevoelens vormen samen ons karakter. Wanneer je denkt als Christen geen beheersing te moeten hebben over de gedachten en de gevoelens dan breng je jezelf onder de invloed van de kwade engelen en je nodigt hen uit bij je te komen en je te leiden.

Satan neemt bezit van elke geest die zich niet beslist onder de leiding van Gods Geest heeft gebracht.

Indien de mens weigert geleid te worden door Gods Geest dan stelt hij zich onder de leiding van de geest van Satan. Er bestaat hier geen neutraal gebied.

We mogen niet impulsief handelen. We moeten leren luisteren naar de aanwijzingen van Gods Geest en in stilte en vertrouwen wachten op Zijn leiding. We mogen onze waakzaamheid niet verliezen. Er zijn tal van verzoekingen die we krachtig en vastberaden moeten weerstaan anders worden we verslagen.

Bij de eerste gedachte aan iets kwaads moeten we een gebed tot de hemel richten en zonder dralen de verzoeking weerstaan. Laten we steeds gedenken wat Jezus voor ons heeft gedaan en hoe Hij altijd klaar staat om ons te helpen.

“Maar hij moet bidden in geloof, in geen enkel opzicht twijfelende, want wie twijfelt, gelijkt op een golf der zee, die door de wind aangedreven en opgejaagd wordt. Want zulk een mens moet niet menen, dat hij iets van de Here zal ontvangen.” Jakobus 1:6

Men neigt tot de verleiding omdat men ingegaan is op de eerste gedachte daaraan en deze niet onmiddellijk heeft weerstaan en niet ten volle op God heeft vertrouwd. De boze is te allen tijde er op uit om God op een verkeerde manier voor te stellen en de geest te trekken tot dat wat verboden is. Indien mogelijk zal hij de geest richten op de wereldse zaken. Hij zal proberen de gevoelens op te wekken en de passies aan te wakkeren zodat onze genegenheid uitgaat naar dat wat niet goed is voor ons. Het is aan ons om elke emotie en passie te beheersen en te onderwerpen aan het verstand en het geweten. Dan verliest Satan zijn macht over de geest.

“Zalig is de man, die in verzoeking volhardt, want, wanneer hij de proef heeft doorstaan, zal hij de kroon des levens ontvangen, die Hij beloofd heeft aan wie Hem liefhebben.” Jakobus 1:12

“De standvastige is veilig bij u,
vrede is er voor wie op u vertrouwt.” Jes 26:3 

“Welzalig de man die … aan des HEREN wet zijn welgevallen heeft, en diens wet overpeinst bij dag en bij nacht. “ Psalm 1:1, 2

In de strijd is niets gevaarlijker dan de geest te laten afdwalen van Christus. De naam van Jezus heeft de kracht om Satans verzoekingen te weerstaan en hem te verslaan.

“Laat uw geest daarom voortdurend paraat zijn, wees waakzaam en vestig al uw hoop op de genade die u ontvangen zult wanneer Jezus Christus zich openbaart. Wees als gehoorzame kinderen en geef niet opnieuw toe aan de begeerten waardoor u vroeger, toen u nog onwetend was, werd beheerst,maar leid een leven dat in alle opzichten heilig is, zoals hij die u geroepen heeft heilig is.” (NBV) 1 Petrus 1:13-16

“Laten wij de belijdenis van hetgeen wij hopen onwankelbaar vasthouden, want Hij, die beloofd heeft, is getrouw.” Hebr. 10:23

De grootste strijd is niet tegen wat van buitenaf komt maar tegen alles wat het natuurlijke hart naar boven brengt.

“Arglistig is het hart boven alles, ja, verderfelijk is het; wie kan het kennen? “ Jer. 17:9

“Want uit het hart komen boze overleggingen, moord, echtbreuk, hoererij, diefstal, leugenachtige getuigenissen, godslasteringen.” Matt. 15:19

Er moet een voortdurende ernstige strijd zijn van de ziel tegen de kwade gedachten van onze geest. Er moet een voortdurende weerstand zijn tegen de verleiding tot zonde, zowel in gedachten als in handelen. De ziel moet bewaard blijven van elke smet door geloof in Hem die in staat is ons voor struikelen te behoeden.

Door gebed, door de studie van Zijn woord en door geloof in Zijn blijvende tegenwoordigheid kan de zwakste mens in verbinding blijven met Christus, Hij zal hem bij de hand houden met een hand die nooit loslaat.

Hij weet wat wij nodig hebben want Hij is ons voorgegaan in de strijd en heeft overwonnen. Hij kent de kracht en listen van de Satan maar ook de zwakheden van de mens want Hij is zelf mens geworden en heeft onder ons geleefd. Daarom kan Hij een volkomen hulp zijn voor hen die bij Hem hun toevlucht zoeken.

Jezus werd in alles verzocht

“Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan medevoelen met onze zwakheden, maar een, die in alle dingen op gelijke wijze als wij is verzocht geweest, doch zonder te zondigen. Laten wij daarom met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade, opdat wij barmhartigheid ontvangen en genade vinden om hulp te verkrijgen te gelegener tijd.” Hebr. 4:15, 16

Verleiding is geen zonde. Jezus was heilig en rein; toch werd Hij op alle vlakken zoals wij verzocht, maar dit gebeurde met een kracht en sterkte die de mens nooit te verduren zal krijgen. In Zijn succesvolle weerstand, heeft Hij een prachtig voorbeeld nagelaten die wij zouden moeten navolgen. Indien wij echter op onszelf vertrouwen of zelfgerechtigd zijn, zullen we vallen onder de kracht van de verleiding; maar als we op Jezus zien en op Hem vertrouwen krijgen we een kracht die de vijand heeft verslagen op het slagveld, en met iedere verleiding die op ons af komt zal Hij een uitweg bieden.
Wanneer de Satan ons bestormt, moeten we zijn verzoekingen met het zwaard van de Geest tegemoet gaan. Jezus zal ons helpen en de Satan terugdringen. De vader van de leugens schudt en beeft wanneer de waarheid Gods met vurige kracht in zijn gezicht wordt gegooid.”

“Voorts, weest krachtig in de Here en in de sterkte zijner macht.” Ef. 6:10

“Heb Ik u niet geboden: wees sterk en moedig? Sidder niet en word niet verschrikt, want de HERE, uw God, is met u, overal waar gij gaat.” Jozua 1:9

Steun op Hem; en door Zijn macht zul je al de vurige pijlen van de vijand doven en als overwinnaar uit de strijd komen.

Zelfs niet door een gedachte gaf de Verlosser toe aan de kracht van de verzoeking. Satan vindt in het menselijke hart altijd iets waar hij een steunpunt kan vinden; zondige verlangens worden gekoesterd, waardoor zijn verzoekingen kracht krijgen. Maar Christus zei van zichzelf, “want de overste der wereld komt en heeft aan Mij niets” Joh. 14:30

De verlokkingen waaraan Christus weerstond waren deze waar wij zo moeilijk aan weerstaan. De mate waarin Hij werd verzocht was evenredig met de grootheid van Zijn karakter. Terwijl Hij de vreselijke last droeg van de zonden van deze wereld doorstond Hij de beproevingen op gebied van de begeerte, de liefde voor deze wereld en de liefde voor zelfverheerlijking die leidt tot overmoed.

“De Zoon van God is dan ook verschenen om de daden van de duivel teniet te doen.” 1 Joh. 3:8

“Onze ziekten heeft hij op zich genomen, en onze smarten gedragen.”  Jesaja 53:4

De last van de zonden van deze wereld drukte zwaar op Zijn geest, en op Zijn gelaat was een onuitsprekelijk lijden te zien, een bittere zielenleed die nog nooit een sterveling had ervaren. Hij voelde de overweldigende onheilsgolf die de wereld overspoelde. Hij besefte de kracht van de begeerten waaraan werd toegegeven en de zondige passies die de wereld in hun greep hadden en die een onbeschrijfelijk lijden over de mens hadden gebracht.

In onze eigen kracht is het onmogelijk in te gaan tegen de onophoudelijke drang van onze gevallen natuur. Via deze weg brengt de Satan ons in verleiding. Christus wist dat de vijand tot elke individu zou komen, om voordeel te halen uit zijn overgeërfde zwakheden en met zijn valse insinuaties allen te verstrikken die niet op God vertrouwen. Door hetzelfde pad te betreden die de mens moet gaan heeft de Heer voor ons de weg tot overwinning bereid.

“Vestigt uw aandacht dan op Hem, die zulk een tegenspraak van de zondaren tegen Zich heeft verdragen, opdat gij niet door matheid van ziel verslapt. Gij hebt nog niet ten bloede toe weerstand geboden in uw worsteling tegen de zonde.” Hebr. 12:3, 4

We moeten op Christus zien; we moeten weerstand bieden zoals ook Hij weerstand heeft geboden; we moeten bidden zoals Hij bad; we moeten een hartverscheurende strijd voeren zoals Hij heeft gedaan, willen we overwinnen zoals Hij overwonnen heeft.

“Mijn zoon, indien zondaren u willen verleiden, bewillig niet.” Spreuken 1:10

Er was in Hem niets dat reageerde op de drogredenen van Satan. Hij gaf niet toe aan de zonde. Zelfs in gedachte neigde Hij niet tot de zonde. Zo kan het ook met ons zijn. Christus’ menselijke natuur was verbonden met de goddelijke natuur; Hij was uitgerust voor de strijd door de inwoning van de Heilige Geest. En Hij kwam om ook ons deelachtig te maken aan de goddelijke natuur. Zolang wij met Hem verbonden blijven door het geloof, heeft de zonde geen macht over ons.
Door geloof en gebed kan iedereen de eisen van het evangelie vervullen. Niemand kan ertoe gedwongen worden Gods wet te overtreden. De mens moet er eerst mee instemmen om te zondigen; men moet eerst van plan zijn de zondige daad te stellen voordat de passie kan heersen over het verstand. De verleiding zelf, hoe sterk ook, is geen excuus voor de zonde, “want de ogen des Heren zijn op de rechtvaardigen, en zijn oren tot hun smeking.” 1Petrus 3:12.

Roep tot de Here, Gij die verzocht wordt. Werp uzelf, hulpeloos, onwaardig, op Jezus en doe beroep op Zijn beloften. De Here zal het horen, Hij kent de kracht van de neigingen van het natuurlijke hart, en Hij zal ons in elke verzoeking helpen.

“Mijn genade is u genoeg, want de kracht openbaart zich eerst ten volle in zwakheid.” 2 Cor. 12:9

“Niet dat wij uit onszelf bekwaam zijn iets als ons werk in rekening te brengen, maar onze bekwaamheid is Gods werk.” 2 Cor. 3:5

De mens beschikt over alle hulp die ook Christus had in Zijn strijd met de Satan. Hij hoeft niet overwonnen te worden. Iedereen wordt verzocht, maar Gods woord zegt dat we niet boven ons vermogen zullen verzocht worden. We kunnen de vijand weerstaan en verslaan.

“Vernedert u dan onder de machtige hand Gods, opdat Hij u verhoge te zijner tijd. Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u. Wordt nuchter en waakzaam. Uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden. Wederstaat hem, vast in het geloof, wetende, dat aan uw broederschap in de wereld hetzelfde lijden wordt toegemeten.” 1 Petrus 5:6-9

“Want hiertoe zijt gij geroepen, daar ook Christus voor u geleden heeft en u een voorbeeld heeft nagelaten, opdat gij in zijn voetstappen zoudt treden; die geen zonde gedaan heeft en in wiens mond geen bedrog is gevonden; die, als Hij gescholden werd, niet terugschold en als Hij leed, niet dreigde, maar het overgaf aan Hem, die rechtvaardig oordeelt.” 1 Petrus 2:21-23

Jezus streed niet voor Zijn rechten. Dikwijls werd Zijn werk onnodig zwaar gemaakt omdat Hij gewillig was en nooit klaagde. Toch faalde Hij niet en Hij werd niet ontmoedigd. Hij leefde boven deze moeilijkheden, als in het licht van Gods aanschijn. Wanneer Hij ruw behandeld werd nam Hij geen weerwraak, maar Hij droeg de belediging met geduld.

Jezus werd hevig verleid om een impulsief en ongeduldig woord te spreken maar Hij heeft nooit met Zijn lippen gezondigd. Met een onverstoorbare kalmte bood Hij het hoofd aan de valstrikken, de smaad en spotternij van degenen die Hem omringden in de werkplaats. In de plaats van een boos antwoord te geven, hief Hij een psalm aan en Zijn metgezellen verenigden zich, voor zij het wel beseften, met Hem in gezang.

Omdat het leven van Jezus het kwade veroordeelde, was er zowel in Zijn eigen familie als erbuiten, verzet tegen Hem. Men sprak met spot over Zijn onzelfzuchtigheid en integriteit, Zijn verdraagzaamheid en vriendelijkheid werden als lafheid bestempeld.

Van alle bitterheid die de mensheid ten deel valt heeft Christus geproefd. Er waren er die hem minachten omwille van Zijn geboorte en zelfs tijdens Zijn kindertijd had Hij te doen met hun minachtende blikken en kwaad gevezel. Indien Hij dit alles met een ongeduldige blik of woord had beantwoord, indien Hij zich gewonnen had gegeven door het stellen van een verkeerde daad, zou Hij gefaald hebben in het vervullen van het verlossingsplan. Indien Hij ergens had toegegeven dat er een excuus bestaat voor de zonde, dan zou Satan getriomfeerd hebben en de wereld zou verloren geweest zijn. Daarom spande de verleider zich tot het uiterste in om Zijn leven zo lastig mogelijk te maken zodat Hij tot zonde gebracht zou kunnen worden. De Here echter heeft hem overwonnen.

“Dankt te allen tijde in de naam van onze Here Jezus Christus God, de Vader, voor alles. “Efe 5:20 

“De overste der wereld komt en heeft aan Mij niets.” Joh. 14:30

De Satan kon de Heer wel benauwen maar hij kon Hem niet bevuilen. Hij kon Hem doen lijden, maar niet doen zondigen. Hij maakte van het leven van Christus een lang tafereel van strijd en beproeving, maar met elke aanval verloor hij steeds meer greep op de mensheid.

“Maar zo heeft God in vervulling doen gaan wat Hij bij monde van alle profeten tevoren geboodschapt had, dat zijn Christus moest lijden.” Handelingen 3:18

Hij werd in alles zoals wij verzocht. Bij elke stap die Hij deed stond de Satan klaar om Hem aan te vallen, Hij overviel Hem met de sterkste verzoekingen, maar Hij zondigde niet en in Zijn mond werd geen bedrog gevonden. Onder dit alles leed de Heer en Zijn lijden was evenredig aan Zijn volmaaktheid en heiligheid. Maar de prins van de duisternis vond niets in Hem; er was geen enkele gedachte of gevoelen die inging op de verzoeking.

Christus leed zwaar onder de mishandelingen en de beschuldigingen van hen die Hij geschapen had en voor wie Hij een oneindig groot offer bracht. Elke onwaardige behandeling heeft Hij verdragen. De vijandigheid van de mensen was voor Hem een beproeving die een voortdurende offervaardigheid eiste. Het was weerzinwekkend om steeds omringd te zijn door mensen die door de Satan werden geleid. Hij wist dat Hij hen allen ogenblikkelijk kon neervellen door een openbaring van Zijn goddelijke kracht. Dit maakte Zijn beproeving nog zwaarder om te dragen.
Er overkomt ons geen moeilijkheid die Hij reeds in gelijke mate heeft gedragen, er is geen verdriet of lijden die Zijn hart niet heeft ervaren. Zijn gevoelens werden door verwaarlozing en onverschilligheid van zij die beweerden vrienden te zijn evenzeer geraakt als dat bij ons het geval is. Is je pad vol doornen? Het pad van Christus was dat ook, maar in veel grotere mate. Ben je door lijden getroffen? Hij was het ook. Niemand kan een groter voorbeeld zijn voor ons dan de Heer die voor ons geleden heeft.

Alleen Christus heeft alle lijden en verzoekingen doorstaan die een mens kan overkomen. Nooit werd iemand, geboren uit een vrouw, zo zwaar verzocht, nooit heeft iemand de zware last van de schuld en de zonden van de wereld gedragen dan Christus. Nooit was er een ander die zo kon meevoelen en zich ontfermen over het lot van de mens. Hij heeft vrijwillig deel genomen aan al de menselijke ervaringen. Hij kan niet alleen sympathie hebben maar ook echt meevoelen met iedereen die belast is, verzocht wordt en strijdende is.

“Tijdens zijn dagen in het vlees heeft Hij gebeden en smekingen onder sterk geroep en tranen geofferd aan Hem, die Hem uit de dood kon redden, en Hij is verhoord uit zijn angst, en zo heeft Hij, hoewel Hij de Zoon was, de gehoorzaamheid geleerd uit hetgeen Hij heeft geleden, en toen Hij het einde had bereikt, is Hij voor allen, die Hem gehoorzamen, een oorzaak van eeuwig heil geworden.” Hebr. 5:7-9


Wandel door de Geest en voldoet niet aan het begeren van het vlees.

“Dit bedoel ik: wandelt door de Geest en voldoet niet aan het begeren van het vlees. Want het begeren van het vlees gaat in tegen de Geest en dat van de Geest tegen het vlees want deze staan tegenover elkander zodat gij niet doet wat gij maar wenst.” Galaten 5:16, 17

We moeten weten dat wanneer  ons denken  hernieuwd en gereinigd werd, en wij een nieuwe natuur kregen, geschapen naar gerechtigheid en heiligheid dit geen betrekking had op onze vleselijke natuur. Deze zal pas geheiligd worden wanneer Jezus komt. Het is deze vleselijke natuur die de oorzaak blijft van de strijd tegen onze eigen begeerten. Jezus nam deze vleselijke natuur vrijwillig op zich zodat Hij op dezelfde wijze zoals wij kon verzocht worden, maar de verzoeking vanuit het eigen vlees zijn geen zonden. Pas wanneer we toegeven aan het vlees zondigen we. De drang om zelfzuchtig te handelen, zich te ergeren, ongeduldig te zijn enzovoort moet niet gevolgd worden. God is in staat om ons voor struikelen te behoeden als we onszelf aan Hem onderwerpen.
De Christen voelt nog steeds de neiging tot zonde want het vlees is afkerig van de Geest; maar de Geest voert een voortdurende strijd tegen het vlees. Hier hebben we de hulp van Christus nodig. De menselijke zwakheid verenigt zich met de goddelijke kracht, en geloof roept uit, “Maar Gode zij dank, die ons de overwinning geeft door onze Here Jezus Christus.” 1 Cor. 15:57

De grootste overwinning die ons gegeven wordt door de godsdienst van Christus is de beheersing van onszelf. Onze natuurlijke neigingen moeten beheerst worden, anders kunnen we nooit overwinnen zoals Christus overwonnen heeft.

“Maar doet de Here Jezus Christus aan en wijdt geen zorg aan het vlees, zodat begeerten worden opgewekt.” Romeinen 13:14

“Het is duidelijk, wat de werken van het vlees zijn: hoererij, onreinheid, losbandigheid, afgoderij, toverij, veten, twist, afgunst, uitbarstingen van toorn, zelfzucht, tweedracht, partijschappen, nijd, dronkenschap, brasserijen en dergelijke, waarvoor ik u waarschuw, zoals ik u gewaarschuwd heb, dat wie dergelijke dingen bedrijven, het Koninkrijk Gods niet zullen beerven. Maar de vrucht van de Geest is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing. Tegen zodanige mensen is de wet niet. Want wie Christus Jezus toebehoren, hebben het vlees met zijn hartstochten en begeerten gekruisigd. Indien wij door de Geest leven, laten wij ook door de Geest het spoor houden. Wij moeten niet praalziek zijn, elkander tartend, elkander benijdend.” Galaten 5:19-26

“Trouwens, ook wij allen hebben vroeger daarin verkeerd, in de begeerten van ons vlees, handelende naar de wil van het vlees en van de gedachten, en wij waren van nature, evenzeer als de overigen, kinderen des toorns, God echter, die rijk is aan erbarming, heeft, om zijn grote liefde, waarmede Hij ons heeft liefgehad,ons, hoewel wij dood waren door de overtredingen mede levend gemaakt met Christus” Ef. 2:3-5

“Dus wie in Christus Jezus zijn, worden niet meer veroordeeld. De wet van de Geest die in Christus Jezus leven brengt, heeft u bevrijd van de wet van de zonde en de dood. Waartoe de wet niet in staat was, machteloos als hij was door de menselijke natuur, dat heeft God tot stand gebracht. Vanwege de zonde heeft hij zijn eigen Zoon als mens in dit zondige bestaan gestuurd; zo heeft hij in dit bestaan met de zonde afgerekend, opdat in ons wordt volbracht wat de wet van ons eist. Ons leven wordt immers niet langer beheerst door onze eigen natuur, maar door de Geest.” (NBV)Romeinen 8:1-4

“Broeders en zusters, we hoeven ons niet langer te laten leiden door onze eigen wil. Als u dat wel doet, zult u zeker sterven. Als u echter uw zondige wil doodt door de Geest, zult u leven. Allen die door de Geest van God worden geleid, zijn kinderen van God…wij moeten delen in zijn lijden om met hem te kunnen delen in Gods luister.” (NBV)Romeinen 8:12-17

“Dat is uw roeping; ook Christus heeft geleden, om uwentwil, en u daarmee een voorbeeld gegeven. Treed dus in de voetsporen van hem die geen enkele zonde beging en over wiens lippen geen leugen kwam. Hij werd gehoond en hoonde zelf niet, hij leed en dreigde niet, hij liet het oordeel over aan hem die rechtvaardig oordeelt.”(NBV) 1 Petrus 2:21-23

Alhoewel Hij deel had aan de menselijke natuur met haar krachtige drang naar het kwade, gaf Hij nooit toe aan de verzoeking. Alles wat Hij deed was zuiver, opbouwend en edel.

“Nu dan, omdat Christus tijdens zijn leven op aarde heeft geleden, moet u zich net als hij wapenen met de gedachte dat wie in zijn aardse leven geleden heeft, met de zonde heeft afgerekend. Zo iemand laat zich gedurende de rest van zijn leven niet meer leiden door menselijke verlangens maar door Gods wil.”(NBV) 1 Petrus 4:1, 2

Zijn voorbeeld maakt duidelijk dat onze enige hoop op het eeuwig leven ligt in de onderwerping van onze lusten en passies aan de wil van God.

Terug pagina 1 pagina 3