Hij zal overtuigen van Zonde, van Gerechtigheid en van oordeel

“En als Hij komt, zal Hij de wereld overtuigen van zonde en van gerechtigheid en van oordeel.” Johannes 16:8

Het is door het werk van de Heilige Geest aan ons hart dat we overtuigd worden van zonde en onze nood voelen aan vergeving. Alleen hij die berouw heeft zal vergeven worden; maar het is Gods genade die het hart boetvaardig maakt. Al onze zwakheden en tekortkomingen kent Hij en Hij zal ons helpen.

“Want doordat Hij zelf in verzoekingen geleden heeft, kan Hij hun, die verzocht worden, te hulp komen.” Hebr. 2:18
Heb 4:15  “Want de hogepriester die wij hebben is er een die met onze zwakheden kan meevoelen, juist omdat hij, net als wij, in elk opzicht op de proef is gesteld, met dit verschil dat hij niet vervallen is tot zonde. Laten we dus zonder schroom naderen tot de troon van de Genadige, waar we telkens als we hulp nodig hebben barmhartigheid en genade vinden.”

God zend Zijn boodschappers onder de leiding van Zijn Geest :
“om hun(onze) ogen te openen ter bekering uit de duisternis tot het licht en van de macht van de satan tot God, opdat zij (wij) vergeving van zonden en een erfdeel onder de geheiligden zouden ontvangen door het geloof in Mij.” Handelingen 26:18

God zend geen boodschappers om de zondaar te vleien. Hij verkondigd geen boodschap van vrede die Zijn afgedwaalde kind in slaap sust in een noodlottige zekerheid. Hij legt zware lasten op het geweten van de afgedwaalde en dringt met overtuigende woorden als een tweesnijdend zwaard tot in het diepste van zijn ziel. Zijn dienende engelen stellen hem de verschrikkelijke oordelen van God voor ogen om het besef van zijn nood te verdiepen en hem te doen uitroepen, “wat moet ik doen om gered te worden?”

“Toen ze dit hoorden, waren ze diep getroffen en vroegen aan Petrus en de andere apostelen: ‘Wat moeten we doen, broeders?’
Petrus antwoordde: ‘Keer u af van uw huidige leven en laat u dopen onder aanroeping van Jezus Christus om vergeving te krijgen voor uw zonden. Dan zal de heilige Geest u geschonken worden,
want voor u geldt deze belofte, evenals voor uw kinderen en voor allen die ver weg zijn en die de Heer, onze God, tot zich zal roepen.’ Handelingen 2:37-39

Heb 4:12  “Want levend en krachtig is het woord van God, en scherper dan een tweesnijdend zwaard: het dringt diep door tot waar ziel en geest, been en merg elkaar raken, en het is in staat de opvattingen en gedachten van het hart te ontleden.”

“Welzalig hij, wiens overtreding vergeven, wiens zonde bedekt is;
welzalig de mens, wie de HERE de ongerechtigheid niet toerekent, en in wiens geest geen bedrog is.
Want zolang ik zweeg, kwijnde mijn gebeente weg onder mijn gejammer de ganse dag;
want dag en nacht drukte uw hand zwaar op mij, mijn merg verdroogde als in zomerse hitte. sela
Mijn zonde maakte ik U bekend, en mijn ongerechtigheid verheelde ik niet; ik zeide: Ik zal de HERE mijn overtredingen belijden, en Gij vergaaft de schuld mijner zonden. sela
Daarom bidde iedere vrome tot U ten tijde dat Gij U laat vinden; zelfs bij een stortvloed van geweldige wateren zullen die hem niet bereiken.” Psalm 32

Erken je schuld en je nood aan Zijn gerechtigheid

‘Keer weder, Afkerigheid, Israël, luidt het woord des HEREN, Ik zal u niet donker aanzien, want Ik ben genadig, luidt het woord des HEREN, Ik zal niet altoos blijven toornen.
Alleen, erken uw ongerechtigheid, dat gij van de HERE, uw God, zijt afgevallen…”

God maakt ons bewust van onze schuld opdat we tot Christus zouden gaan, en door Hem verlost worden van de slavernij van de zonde.

Zij die bewust geworden zijn van hun schuld weten welke zonden ze moeten belijden opdat ze rein zouden staan voor God. Nu is de tijd om van deze gelegenheid gebruik te maken. Door Zijn kostbaar bloed heeft Jezus ons de mogelijkheid gegeven om ons in nederigheid te berouwen.

“Daarom, gelijk de Heilige Geest zegt: Heden, indien gij zijn stem hoort,
 verhardt uw harten niet …” Hebr. 3:7

Zij die zich nog niet voor God hebben vernederd in de erkenning van hun schuld, hebben nog niet de eerste voorwaarde voor hun aanvaarding vervuld.

“Toen zeide de mens: De vrouw, die Gij aan mijn zijde gesteld hebt, die heeft mij van de boom gegeven en toen heb ik gegeten.” Genesis 3:12

De geest van zelfrechtvaardiging vond haar oorsprong bij de “vader van de leugens”;deze geest werd gezien bij onze eerste ouders vanaf het moment dat ze zich onder de invloed van Satan stelden. Vanaf dan hebben alle kinderen van Adam dezelfde geest geopenbaard. In de plaats van in nederigheid hun fouten te bekennen probeerden ze zichzelf te verexcuseren door anderen, de omstandigheden of God  de schuld te geven van hun verkeerde handelswijze.

Voor de onbekeerde mens is het natuurlijk om anderen de schuld te geven voor zijn zonden van ongeduld, ergernis, rancune, opvliegendheid, uitbarstingen van toorn en alle andere verkeerde gevoelens waaraan hij uiting geeft. Het is pas wanneer hij zelf de volledige verantwoordelijkheid neemt voor deze zonden dat God in hem een waar berouw kan uitwerken en hem de overwinning kan geven over zijn zwakheden.

De enige reden waarom onze zonden niet vergeven zijn, is omdat we niet erkend hebben voor God dat we hem met onze overtredingen hebben verwond, met onze zonden hebben doorboord, schuldig staan en nood hebben aan Zijn genade. Een erkentenis die de uitstorting is van het diepste van onze ziel zal haar weg vinden naar het hart van de oneindige ontferming.

“De HERE is nabij de gebrokenen van harten Hij verlost de verslagenen van geest.” Psalm 34:18

Jes 57:15  “Want zo zegt de Hoge en Verhevene, die in eeuwigheid troont en wiens naam de Heilige is: In den hoge en in het heilige woon Ik en bij de verbrijzelde en nederige van geest, om de geest der nederigen en het hart der verbrijzelden te doen opleven.”

Kom tot Christus zoals je bent, aanschouw Zijn liefde totdat je hart gebroken wordt. “een verbroken en verbrijzeld hart veracht Gij niet, o God.” Psalm 51:17

De kracht van Jezus zal het voornemen van je hart, om je af te keren van de zonde, sterken. Door Zijn kracht zal Hij je helpen het goede te doen en de waarheid aan te kleven. Zijn kracht zal je berouw oprecht en waarachtig maken.

Hij zal je berouw geven

“Hem heeft God door zijn rechterhand verhoogd, tot een Leidsman en Heiland om Israël bekering en vergeving van zonden te schenken.” Handelingen 5:31

Door het tonen van Zijn liefde, door het dringend verzoek van Zijn Geest tracht Hij de mens over te halen tot het betonen van berouw; want berouw is een gave van God, en wie Hij vergeeft, maakt Hij eerst berouwvol.

“Ik zal over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem uitgieten de Geest der genade en der gebeden; zij zullen hem aanschouwen, die zij doorstoken hebben, en over hem een rouwklacht aanheffen als de rouwklacht over een enig kind, ja, zij zullen over hem bitter leed dragen als het leed om een eerstgeborene.” Zacharia 12:10

“Zalig die treuren, want zij zullen vertroost worden.” Matt 5:4

“Verdriet dat God geeft leidt tot inkeer die men nooit berouwt en tot redding; verdriet dat de wereld geeft leidt alleen maar tot de dood.” (NBV) 2 Cor. 7:10

We voelen dikwijls spijt omdat de gevolgen van onze kwade daden ons in onaangename toestanden brengen; maar dat is geen berouw. Echte spijt voor de zonde is het resultaat van het werk van de Heilige Geest. De Geest openbaart de ondankbaarheid van het hart die de Verlosser heeft bedroeft en veracht en brengt ons in berouw aan de voet van het kruis. Door elke zonde wordt Jezus opnieuw verwond; en terwijl we zien op Hem die we hebben doorstoken, treuren we over de zonden die Hem hebben gepijnigd. Een dergelijk berouw leidt tot een blijvende afkeer van de zonde.

Waar berouw zal een mens ertoe brengen zijn eigen schuld te dragen en deze in alle eerlijkheid te bekennen.

“Ik zal naar mijn vader gaan en tegen hem zeggen: “Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u, ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden; behandel mij als een van uw dagloners.”
Hij vertrok meteen en ging op weg naar zijn vader.”
“Zijn vader zag hem in de verte al aankomen. Hij kreeg medelijden en rende op zijn zoon af, viel hem om de hals en kuste hem.” (NBV) Lukas 15:18-20

“en mijn volk waarover mijn naam is uitgeroepen, verootmoedigt zich en zij bidden en zoeken mijn aangezicht en bekeren zich van hun boze wegen, dan zal Ik uit de hemel horen, en hun zonde vergeven en hun land herstellen.”
2 Kron. 7:14

“De goddeloze verlate zijn weg en de ongerechtige man zijn gedachten en hij bekere zich tot de HERE, dan zal Hij Zich over hem ontfermen; en tot onze God, want Hij vergeeft veelvuldig.” Jesaja 55:7

Belijd je zonden, laat ze na en geef Hem je hart

“Wie zijn overtredingen bedekt, zal niet voorspoedig zijn; maar wie ze belijdt en nalaat, die vindt ontferming.” Spreuken 28:13

Van zodra we erin toestemmen om de zonde op te geven en onze schuld te bekennen, wordt elke hindernis tussen de ziel en God verwijderd.

Christus is in staat om iedereen die tot Hem komt, in geloof, volkomen te verlossen. Hij zal hen reinigen van alle zonden wanneer ze Hem toelaten dit te doen. Maar indien ze aan hun zonden blijven vasthouden, kunnen ze onmogelijk verlost worden; want de gerechtigheid van Christus bedekt geen zonden waar geen berouw werd voor getoond.

We kunnen geen vrede vinden met God indien we geen berouw tonen voor een bewuste zonde en deze erkennen en nalaten. Berouw houdt in dat we droevige zijn over de zonde en er een afkeer van hebben. We zullen ons niet van de zonde afkeren tenzij we de vreselijke aard ervan inzien; pas wanneer we met ons hele hart ons ervan afkeren zal ons leven werkelijk veranderen.

Velen proberen hun leven te veranderen door hier en daar iets te doen aan hun slechte gewoontes en hopen zo Christen te worden, maar zij beginnen op de verkeerde plaats. Ons eerste werk is met ons hart.

“Mijn zoon, geef mij uw hart.” Spreuken 23:26

De Here moet ons hele hart bezitten anders kunnen wij nooit veranderd worden naar Zijn gelijkenis. Van nature zijn we van Hem vervreemd. De Heilige Geest beschrijft onze toestand met de volgende woorden: “Wee het zondige volk… beladen met ongerechtigheid… Waar wilt gij nog meer geslagen worden, dat gij voortgaat met af te wijken? Het gehele hoofd is ziek, het gehele hart vol krankheid;
van de voetzool af tot de schedel is er niets gaaf; wonden, striemen en verse kwetsuren, die niet uitgedrukt zijn noch verbonden noch met olie verzacht.” Jesaja 1:4-6. We worden vastgehouden in Satans macht maar God wil ons bevrijden en genezen. Dit echter eist een gehele transformatie, een herschepping van onze hele natuur, we moeten onszelf helemaal aan Hem geven.
Het gevecht met onszelf,  is de grootste strijd die ooit gestreden werd. De overgave van onszelf, het geven van onze wil aan God, vereist een strijd; maar de ziel moet zich aan God onderwerpen voordat ze herschapen kan worden in een leven dat vreugde vindt in het vervullen van Gods wil.

“…dat gij, wat uw vroegere wandel betreft, de oude mens aflegt, die ten verderve gaat, naar zijn misleidende begeerten, dat gij verjongd wordt door de geest van uw denken, en de nieuwe mens aandoet, die naar de wil van God geschapen is in waarachtige gerechtigheid en heiligheid.” Ef. 4:22-24

Het Christelijke leven is geen aanpassing of verbetering van het oude, maar een transformatie van de natuur. Men is gestorven aan zichzelf en de zonde, en er is een totaal nieuw leven.

Wat betekent het om aan jezelf en de zonde te sterven en een nieuw leven te hebben? Als je gestorven bent aan jezelf en de zonde heb je je rechten op zelfzucht en wereldse genoegens opgegeven. Je hebt ook je rechten opgegeven om Satans methodes te gebruiken in je strijd. Hij wil jou aansporen tot ongeduld, ergernis, wrevel, woede, naijver, jaloersheid, winstbejag, haat, bitterheid en opstandigheid, maar je kunt Gods methodes van liefde en vergeving gebruiken.

“Zo moet u ook uzelf zien: dood voor de zonde, maar in Christus Jezus levend voor God.” Rom 6:11

“Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, dat is, niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij.” Galaten 2:20  

“Want wie Christus Jezus toebehoren, hebben het vlees met zijn hartstochten en begeerten gekruisigd.” Galaten 5:24

Een volledige toewijding aan God is nodig. Hij wil ons hart niet delen met een afgod maar daar alleen wonen. We moeten daarom aan onszelf en aan de wereld sterven.

“Zo moet het ook voor u vaststaan, dat gij wel dood zijt voor de zonde, maar levend voor God in Christus Jezus.” Romeinen 6:11

Wanneer je gestorven bent aan jezelf en levend voor God en je aan Hem onderwerpt, zal Hij je de liefde geven om geduldig en vriendelijk met anderen om te gaan; om je vijanden lief te hebben; om goed te doen aan hen die je haten en je op een verachtelijke manier misbruiken; en te vergeven op het moment dat iemand je verkeerd behandelt.

Je bent bang dat de volledige opgave van al je idolen je gebroken zal achterlaten. God is de ‘Rots’ en we moeten op Hem vallen en gebroken worden. Het is pas dan, wanneer we gebroken zijn dat we waardig worden Zijn kinderen te zijn..

“De offeranden Gods zijn een verbroken geest; een verbroken en verbrijzeld hart veracht Gij niet, o God.” Psalm 51:17

“De blijdschap over Zijn verlossing” Psalm 51:12 en de overwinning zullen ons deel zijn wanneer onze overgave volkomen is. Het is een vreugde en een overwinning die we nooit kunnen ervaren zolang we vasthouden aan wat God veracht.

Met God valt niet te spotten; Christus aanvaardt geen halve toewijding. Hij vraagt alles. Hij zal ons niets opleveren wanneer we iets van onszelf weerhouden. Hij heeft ons gekocht aan een oneindige prijs en Hij verlangt dat je alles vrijwillig aan Hem geeft.

“Zo zal dus niemand van u, die niet afstand doet van al wat hij heeft, mijn discipel kunnen zijn.” Lukas 14:33

God trekt ons in Zijn eeuwige liefde maar het is pas wanneer we die liefde beantwoorden door een terugkeer naar Hem dat Hij Zijn liefdevolle armen om ons heen sluit.

“En toen hij nog veraf was, zag zijn vader hem en werd met ontferming bewogen. En hij liep hem tegemoet viel hem om de hals en kuste hem.” Lukas 15:20

Maar wat geven we op wanneer we ons aan Hem geven? Een door zonde verdorven ziel geven we aan Jezus om die door Zijn genade te laten reinigen en te redden van de dood door Zijn ongeëvenaarde liefde.

Bij velen is het eigen ik altijd aan het streven naar de heerschappij. Ook bij hen die beweren Jezus te volgen zijn er die nooit aan zichzelf zijn gestorven. Nog nooit hebben ze zich laten vallen op de rots en zijn gebroken geweest. Tenzij dit hun ervaring wordt, zullen ze blijven leven voor henzelf en als ze sterven zal het te laat zijn om daar iets aan te veranderen.

“Bekeert u en wendt u af van al uw overtredingen, dan zal u dat niet een struikelblok tot ongerechtigheid worden.
Werpt alle overtredingen die gij begaan hebt, van u weg, en vernieuwt uw hart en uw geest. Waarom toch zoudt gij sterven, huis Israëls?” Ezechiël 18:30, 31

 

Terug pagina 1 pagina 3