2. Samenwerken met God in je verlossing
 
Gods deel, ons deel
Hij zal je tot zich trekken.
Weersta Zijn uitnodiging niet.
Hij zal overtuigen van Zonde, van Gerechtigheid en van oordeel
Erken je schuld en je nood aan Zijn gerechtigheid
Hij zal je berouw geven
Belijd je zonden, laat ze na en geef Hem je hart
Hij zal vergeven, reinigen, herstellen, en bevrijden om je het geheiligde leven te geven
Geloof en aanvaard
Hij zal in je leven en je kracht geven
Blijf in Hem en draag veel vrucht
 
Gods deel, ons deel

Wanneer we tot de vaststelling komen dat we ons in een verloren toestand bevinden,  hoeven we ons niet ontmoedigd te voelen. God heeft een wonderlijk plan om ons te redden en om ons kracht te geven zodat we het geheiligde leven, een leven van dagelijkse toewijding, kunnen ervaren. We moeten zijn plan ontdekken en dan met Hem samenwerken.

“Blijf u inspannen voor uw redding, en doe dat in diep ontzag voor God,
want het is God die zowel het willen als het handelen bij u teweegbrengt, omdat het hem behaagt.” Fil. 2:12

 Om Gods genade in ons effectief te maken moeten we ons deel doen. Het is niet in Gods plan om voor ons beslissingen te maken en de daaraan verbonden stappen te doen. Zijn genade wordt ons geschonken om ons in staat te stellen voor Hem te kiezen en naar die keuze te handelen, maar niet om dat te doen waartoe we zelf in staat zijn. Hij vraagt ons om met Hem samen te werken. De Heilige Geest werkt in ons opdat wij ons voor onze eigen verlossing zouden inspannen.

Lu 13:24  ‘Doe alle moeite om door de smalle deur naar binnen te gaan, want velen, zeg ik jullie, zullen proberen naar binnen te gaan maar er niet in slagen.

Zonder God kan de mens niets doen en God heeft het zo beschikt dat Hij niets zal doen voor het herstel van de mens zonder de samenwerking van het menselijke met het goddelijke. Het deel echter dat van de mens gevraagd wordt is onooglijk klein, het is echter essentieel om het verlossingswerk tot een succes te maken.

Hoe kunnen we met God samenwerken?

Gods deel

Ons deel

1. Hij zal ons tot Zich trekken

1. Weersta Zijn toenadering niet

2. Hij zal u overtuigen van zonde, van gerechtigheid en van oordeel.

2. Erken uw schuld en nood aan gerechtigheid.

3. Hij zal u berouw schenken

3. Belijdt uw zonden en laat ze na. Geef Hem uw hart

4. Hij zal u vergeven, reinigen , herstellen en bevrijden zodat u het geheiligde leven kunt leven.

4. Geloof en aanvaard.

5. Hij zal in u leven en u kracht schenken

5. Leef door geloof en draag veel vrucht

Strijd de goede strijd van het geloof

6. Wanneer u verzocht wordt zal Hij voor een uitweg zorgen.

6. Neem deze uitweg aan en onderwerp u aan Hem

Wees waakzaam dat u niet struikelt

7. Wanneer u struikelt zal Hij voor u bemiddelen

7. Wees berouwvol en keer terug naar Hem

Zoals u zult gemerkt hebben is Gods deel altijd het werk in uw hart terwijl ons deel bestaat uit samenwerken met Hem en uitwerken wat Hij in ons heeft bewerkt.

Hij zal je tot zich trekken.

“…als Ik van de aarde verhoogd ben, zal Ik allen tot Mij trekken.”
Joh 12:32

Het allereerste en belangrijkste wat men kan doen voor een ander is zijn ziel gevoelig en gewillig maken door de Here Jezus Christus voor te stellen als degene die alles verlaten heeft om zich over ons te ontfermen. Wanneer wij met ontferming bewogen worden door de Geest die in ons leeft en deze ontferming uiten in daden van liefde “verhogen”  we de Here Jezus. Door het verlaten van onze “comfortzone” en onze onbaatzuchtige inzet kunnen ze degene leren kennen die alles verlaten heeft om ons uit de put te halen. Dan kunnen ze dichter gebracht worden bij degene die de zonden draagt, de Verlosser die de zonden vergeeft door het evangelie zo klaar en duidelijk als mogelijk te presenteren.

“En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo moet ook de Zoon des mensen verhoogd worden, opdat een ieder, die gelooft, in Hem eeuwig leven hebbe.
Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe.
Want God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld veroordele, maar opdat de wereld door Hem behouden worde.”
Joh 3:14-17

“…gij zult Hem de naam Jezus geven. Want Hij is het die zijn volk zal redden van hun zonden.”
Matt 1:21

“Want het heeft de ganse volheid behaagd in Hem woning te maken, en door Hem, vrede gemaakt hebbende door het bloed zijns kruises, alle dingen weder met Zich te verzoenen, door Hem, hetzij wat op de aarde, hetzij wat in de hemelen is.”
Col 1:19, 20

Het kruis van Kalvarie moet de mensen zo duidelijk voor ogen geschilderd worden dat het hun hele denken in beslag neemt en al hun aandacht opeist. Dan zullen alle geestelijke vermogens met goddelijke kracht vervuld worden door God zelf.

“Zie, het lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt.”
Joh. 1:29

“Wij allen dwaalden als schapen, wij wendden ons ieder naar zijn eigen weg, maar de HERE heeft ons aller ongerechtigheid op hem doen neerkomen.”
Jesaja 53:6

Alleen Christus heeft alle moeiten en verzoekingen ervaren die de mens kan overkomen. Nooit werd een ander mens zo heftig belaagd met verzoekingen; nooit heeft iemand anders de zo zware last van de zonden en de pijn van deze wereld gedragen. Nooit is er iemand geweest van wie het meevoelen zo groot en zo liefhebbend was. Als deelgenoot aan al de ervaringen van de mens kan hij zich niet alleen ontfermen maar hij kan ook werkelijk meevoelen met elke belaste, verzochte en strijdende mens.

Omdat Hij in Zichzelf de kracht ervaren heeft van Satans verzoekingen en van het menselijk lijden en zijn zwakheid, weet Hij hoe Hij degene kan helpen die zich inspannen om zichzelf te helpen.

“Daarom moest Hij in alle opzichten aan zijn broeders gelijk worden, opdat Hij een barmhartig en getrouw hogepriester zou worden bij God, om de zonden van het volk te verzoenen.
Want doordat Hij zelf in verzoekingen geleden heeft, kan Hij hun, die verzocht worden, te hulp komen.”
Hebr. 2:17

Heb 5:7  Tijdens zijn dagen in het vlees heeft Hij gebeden en smekingen onder sterk geroep en tranen geofferd aan Hem, die Hem uit de dood kon redden, en Hij is verhoord uit zijn angst,

Onbezoedeld door corruptie en vreemd aan de zonde bad Hij toch dikwijls met sterk geroep en tranen. Hij bad voor Zijn discipelen en voor Zichzelf. Zo identificeerde Hij Zich met de noden, zwakheden en tekortkomingen die eigen zijn aan de mens.

Vanaf het moment dat Hij de woestijn van de verzoeking inging, veranderde Zijn gezichtsuitdrukking. De last van de zonden van deze wereld drukten op Zijn ziel, en Zijn uitdrukking was er een van onbeschrijfelijk lijden en zielensmart nooit eerder door een mens geproefd. Hij voelde de overweldigende golf van ellende die de wereld overspoelde. Hij besefte de kracht van de begeerte waaraan werd toegegeven en van de onheilige passie die de wereld in haar macht heeft en haar oneindig veel lijden heeft bezorgd.

Indien Satan erin geslaagd zou zijn om Jezus te doen toegeven aan een verzoeking, indien Hij Hem ertoe had kunnen brengen om door een daad of gedachte Zijn volmaakte zuiverheid te bevlekken, dan zou de prins van de duisternis de overwinning hebben behaald over de enige Hoop van de mens en de hele mensheid zou voor altijd in Zijn macht gekluisterd blijven. Maar terwijl Satan in staat was om Jezus te benauwen kon hij Hem niet met Zijn geest besmetten. Hij kon wel zielensmart teweeg brengen maar geen bezoedeling van de ziel. Hij maakte het leven van Christus een lang tafereel van strijd en beproeving.

“maar zo heeft God in vervulling doen gaan wat Hij bij monde van alle profeten tevoren geboodschapt had, dat zijn Christus moest lijden.” Handelingen 3:18

“Want om vele kinderen in zijn luister te laten delen achtte God, voor wie en door wie alles bestaat, het passend de bereider van hun redding door het lijden naar de uiteindelijke volmaaktheid te voeren.” (NBV) Hebr. 2:10

Gedurende de dertig jaar dat Hij op aarde was werd Zijn hart door een onvoorstelbare zielensmart benauwd. Het pad van de kribbe naar Kalvarie werd overschaduwd door verdriet en pijn. Hij was een man van smarten en vertrouwd met ziekte die een hartzeer verdroeg die geen taal kan beschrijven. De zonde hatende met een volmaakte haat, nam Hij de zonde van de wereld op Zich. Onschuldig zijnde droeg Hij de straf van de schuldige en gaf zichzelf als plaatsvervanger van de overtreder. De schuld van elke zonde drukte zwaar op de goddelijke ziel van de Verlosser van deze wereld. De kwade gedachten, de boze woorden, de kwade daden van elke zoon en dochter van Adam eisten hun vergelding in Hem; want Hij was in de plaats van de mens gekomen. Alhoewel Hijzelf geen schuld had aan de zonde, werd Zijn geest verscheurd en verpletterd door de overtredingen van de mens.
 2Co 5:21  Hem, die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid Gods in Hem.

Als vrijwilliger bracht onze Goddelijke plaatsvervanger Zijn ziel onder het zwaard van de gerechtigheid opdat wij niet verloren zouden gaan maar het eeuwig leven zouden hebben.

“die zelf onze zonden in zijn lichaam op het hout gebracht heeft, opdat wij, aan de zonden afgestorven, voor de gerechtigheid zouden leven; en door zijn striemen zijt gij genezen.” 1 Petrus 2:24 Prijst Zijn Naam!

“die zelf onze zonden in zijn lichaam op het hout gebracht heeft, opdat wij, aan de zonden afgestorven, voor de gerechtigheid zouden leven.” 1 Petrus 2:24

In Zijn laatste uren, toen Hij aan het kruis hing ervaarde Hij ten volle wat de mens moet ervaren in zijn strijd tegen de zonde. Hij besefte hoe slecht een mens kan worden wanneer hij aan de zonde toegeeft. Hij besefte de vreselijke gevolgen van de overtreding van Gods wet; want de ongerechtigheid van de wereld lag op Hem.

Satan benauwde Christus’ hart met zijn heftige verzoekingen. De verlosser kon niet verder zien dan het graf. De hoop van de overwinning over het graf en de aanvaarding van Zijn offer door de Vader ontbrak Hem. Hij vreesde dat de zonde die Hij droeg zo weerzinwekkend was voor de Vader  dat dit hun scheiding definitief zou maken. Christus voelde de angst die de zondaar zal voelen wanneer genade niet langer zal pleiten voor de schuldige mens. Het was de gewaarwording van de zonde en Gods toorn op Hem als plaatsvervanger van de mens die de beker die Hij dronk zo bitter maakte en uiteindelijk Zijn hart brak.

“Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten, verre zijnde van mijn verlossing, bij de woorden van mijn jammerklacht?
Mijn God, ik roep des daags, en Gij antwoordt niet, en des nachts, en ik kom niet tot stilte… Maar ik ben een worm en geen man, een smaad voor de mensen en veracht door het volk.
Allen die mij zien, bespotten mij, zij steken de lip uit, zij schudden het hoofd:… Vele stieren hebben mij omringd, buffels van Basan hebben mij omsingeld;
 zij sperren hun muil tegen mij open; een verscheurende, brullende leeuw.
Als water ben ik uitgestort en al mijn beenderen zijn ontwricht; mijn hart is geworden als was, het is gesmolten in mijn binnenste.” Psalm 22

“Hij is uit verdrukking en gericht weggenomen, en wie onder zijn tijdgenoten bedacht, dat hij is afgesneden uit het land der levenden? Om de overtreding van mijn volk is de plaag op hem geweest.” Jesaja 53:8

“Hij werd mishandeld, maar hij liet zich verdrukken en deed zijn mond niet open; als een lam dat ter slachting geleid wordt, en als een schaap dat stom is voor zijn scheerders, zo deed hij zijn mond niet open.” Jesaja 53:7

“Nochtans, onze ziekten heeft hij op zich genomen, en onze smarten gedragen; wij echter hielden hem voor een geplaagde, een door God geslagene en verdrukte.
Maar om onze overtredingen werd hij doorboord, om onze ongerechtigheden verbrijzeld; de straf die ons de vrede aanbrengt, was op hem, en door zijn striemen is ons genezing geworden.” Jesaja 53:4, 5

“maar wij zien Jezus, die voor een korte tijd beneden de engelen gesteld was vanwege het lijden des doods, opdat Hij door de genade Gods voor een ieder de dood zou smaken.” Heb 2:9

“Want ook Christus is eenmaal om de zonden gestorven als rechtvaardige voor onrechtvaardigen, opdat Hij u tot God zou brengen.” 1 Petrus 3:18

Hooglied 7:6  “Hoe schoon zijt gij, liefde; hoe heerlijk onder wat men verlangen kan!”

En nu stierf de Heer der heerlijkheid, een losprijs voor de mensheid. In het geven van Zijn dierbaar leven werd Christus niet ondersteund door een vreugdegevoel van overwinning; een drukkende duisternis omgaf Zijn geest. Het was niet de angst voor de dood die op Hem drukte. Het was niet de pijn en de schande van het kruis die Zijn onbeschrijfelijke angst veroorzaakte. Christus was de prins van het lijden en Zijn lijden kwam vanuit het besef van de boosaardigheid van de zonde, en dat de mens door zijn vertrouwdheid hiermee verblind was geworden voor de ware aard ervan. Christus zag hoe sterk de greep van de zonde was op het menselijk hart en hoe weinigen bereid waren te breken met de kracht ervan. Hij wist dat zonder Gods hulp de mensheid gedoemd was tot ondergang en Hij zag velen verloren gaan terwijl hun hulp en redding werd aangeboden.

“Want de Zoon des mensen is gekomen om het verlorene te zoeken en te redden.” Lucas 19:10

Terwijl de zondaar zich ver bevindt van het Huis van de Vader en hij zijn vermogen in een vreemd land verkwist, gaat het hart van de Vader in verlangen naar hem uit. Elk verlangen van de sterveling om terug te keren naar God komt voort uit het liefdevolle pleiten van Zijn Geest, die hem probeert over te halen en met dringend verzoek aanzet om terug te keren naar het liefdevolle hart van de Vader.

“Want zo zegt de Here Here: Zie, Ik zal zelf naar mijn schapen vragen en naar hen omzien;
zoals een herder naar zijn kudde omziet, wanneer hij te midden van zijn verspreide schapen is, zo zal Ik naar mijn schapen omzien en ze redden uit alle plaatsen waar zij verstrooid zijn geraakt op de dag van wolken en duisternis.”
Ezechiël 34:11, 12

In de gelijkenis zien we de herder op zoek gaan naar één enkel schaap. Indien er maar één verloren ziel ware geweest dan zou Christus voor haar Zijn leven hebben gegeven.
Een schaap dat van de kudde is afgeweken, is het meest hulpeloze van alle schepselen. Het moet door de Herder gezocht worden want het kan nooit zelf alleen zijn weg terug vinden. Zo is het ook met de ziel die zich van God heeft verwijderd; zij is even hulpeloos als het afgedwaalde schaap, en tenzij de goddelijke liefde tot haar redding komt, kan ze nooit haar weg terugvinden naar God.

Door een kracht onzichtbaar als de wind, werkt Christus voortdurend aan het hart. Beetje per beetje, soms onmerkbaar, wordt het hart door de indrukken die het ontvangt naar Christus getrokken. Deze indrukken kunnen ontvangen worden in momenten van overdenking, door het aanschouwen van Gods schepping, door het lezen van Gods woord, of door de woorden van een toegewijde predikant. Dan plots, wanneer de Geest een meer gerichte oproep maakt, geeft de ziel zich met blijdschap over aan de Heer Jezus. Velen zien dit als een plotselinge bekering maar in werkelijkheid is dit het resultaat van het lange pleiten van de Geest van God, - een geduldig langdurig proces.

“Ja, Ik heb u liefgehad met eeuwige liefde, daarom heb Ik u getrokken in goedertierenheid.” Jeremia 31:3

Weersta Zijn uitnodiging niet.

“Wendt u tot Mij en laat u verlossen, alle einden der aarde, want Ik ben God en niemand meer.” Jesaja 45:22

“Ziet dan toe, dat gij Hem, die spreekt, niet afwijst. Want als genen niet ontkomen zijn, toen zij Hem afwezen, die zijn godsspraak op aarde deed horen, hoeveel te minder wij, als wij ons afwenden van Hem, die uit de hemelen spreekt.” Hebr. 12:25

“Neigt uw oor en komt tot Mij; hoort, opdat uw ziel leve.” Jesaja 55:3

De weg tot God is vrijgemaakt voor allen die kiezen om te luisteren, berouw te hebben en te geloven. De hele hemel wacht op de samenwerking van de zondaar. De enige hindernis die op zijn weg staat, is degene die hij alleen kan verwijderen, zijn eigen wil. Hij moet zich aan Gods wil onderwerpen, en door berouw en geloof tot God komen voor zijn redding. Niemand zal tegen zijn eigen wil in gedwongen worden; Jezus trekt ons maar dwingt ons niet.

“Ja, Ik heb u liefgehad met eeuwige liefde, daarom heb Ik u getrokken in goedertierenheid.” Jeremia 31:3

Ps 36:7  “Hoe kostelijk is uw goedertierenheid, o God; daarom schuilen de mensenkinderen in de schaduw uwer vleugelen;”

Ro 2:4  “Of veracht gij de rijkdom van zijn goedertierenheid, verdraagzaamheid en lankmoedigheid, en beseft gij niet, dat de goedertierenheid Gods u tot boetvaardigheid leidt?”

De allereerste stap in het naderen tot God is zijn liefde die Hij heeft voor ons te kennen en te geloven; want het is door de aantrekking van Zijn liefde dat we tot Hem gebracht worden.

Er zijn mensen die nooit een liefdevolle vertrouwensrelatie hebben gekend met een aardse vader. Zij moeten beseffen dat hun hemelse Vader verlangt hen te omarmen met Zijn vergevende liefde.

Het licht dat van het kruis afstraalt openbaart de liefde Gods. Zijn liefde trekt ons naar Hem toe. Indien we niet weerstaan of onverschillig blijven, zullen we aan de voet van het kruis worden gebracht vol berouw over de zonden die de Verlosser aan het kruis heeft gebracht. Het is dan dat de Geest van God door het geloof een nieuw leven schept in de ziel. De gedachten en verlangens worden in gehoorzaamheid onderworpen aan de wil van Christus. Het hart en de geest worden herschapen naar het beeld van Hem die in ons werkt om alles aan Zichzelf te onderwerpen.

Iedereen die zich door God wil laten redden, zal Christus verlossen uit de put van verdorvenheid en van de doornen der zonde.
Misschien denk je te diep gevallen te zijn voor deze verlossing, heb goede moed, God heeft de eerste stap al genomen. Terwijl je in opstand was tegen Hem is Hij gekomen om je te zoeken. Met het tedere hart van een herder liet Hij de negenennegentig achter en ging op weg in de wildernis om te vinden wat verloren was. De ziel die gewond en geslagen is en bijna ten onder gaat, omsluit Hij in Zijn liefdevolle armen en brengt Hem met vreugde naar de kudde in veiligheid.

“Hij (Jezus) die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast, maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf en werd gelijk aan een mens.
En als mens verschenen, heeft hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood–de dood aan het kruis.”(NBV) Fil. 2:6-8

“God echter bewijst zijn liefde jegens ons, doordat Christus, toen wij nog zondaren waren, voor ons gestorven is.
Veel meer zullen wij derhalve, thans door zijn bloed gerechtvaardigd, door Hem behouden worden van de toorn. Want als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend zijn door de dood zijns Zoons, zullen wij veel meer, nu wij verzoend zijn, behouden worden, doordat Hij leeft;” Rom 5:8-10

Hoe zullen wij dan ontkomen, indien wij geen ernst maken met zulk een heil?” Heb 2:3

Als wij onze verloren toestand niet beseffen, dan zullen wij deze grote verlossing verwaarlozen. De dwaze maagden, Nicodemus, het lauwe Loadicea, en ikzelf dachten dat alles wel was tussen onszelf en God en dachten er niet aan onze ware toestand te onderzoeken.

Er is maar een manier om onze ware toestand te leren kennen. Dat is door Christus te aanschouwen! Het is onwetendheid betreffende de Christus die de mens ertoe brengt  te roemen in zijn eigen gerechtigheid. Wanneer we Zijn zuiverheid en verhevenheid overdenken, zullen we onszelf zien als verloren en hulpeloos, gekleed in de vuile vodden van eigen gerechtigheid zoals elke andere zondaar. We zullen beseffen dat indien we ooit verlost zullen worden, dat nooit zal zijn door eigen goedheid maar door Gods oneindige genade.

 

 

Terug pagina 2