Zorg dat je olie in je kruik hebt!

“Doch terwijl ze heengingen om te kopen, kwam de bruidegom, en die gereed waren, gingen met hem de bruiloftszaal binnen, en de deur werd gesloten. Later kwamen ook de andere maagden en zeiden: Heer, heer, doe ons open! Maar hij antwoordde en zeide: Voorwaar, ik zeg u, ik ken u niet.” Matt 25:10-12

De groep van de dwaze maagden zijn geen hypocrieten. Ze hebben achting voor de waarheid, wanneer nodig verdedigen ze de waarheid, ze verkiezen het gezelschap van hen die de waarheid liefhebben, maar ze hebben zich niet overgegeven aan de werking van Gods Geest. Ze zijn niet gevallen op de Rots Jezus Christus. Ze hebben hem niet toegelaten hun oude natuur te breken.
De Geest werkt aan het hart van de mens en naargelang zijn verlangen en medewerking, schept Hij in hen een nieuwe natuur. De dwaze maagden zijn tevreden met het oppervlakkige werk. Ze kennen de veranderende kracht Gods niet en Hij kent hen niet.
We moeten niet alleen het woord horen, maar het is nodig ons hart ervoor open te stellen zodat Gods Geest dat woord waar kan maken in ons leven. Zo zullen we olie in onze kruik hebben. Deze olie is het leven van Christus zelf. Het is Zijn werk in ons verricht. Zijn karakter in ons hersteld. Niemand kan olie halen bij een ander. Niemand kan olie opslaan voor een ander. De olie die vrij wordt aangeboden moet iedereen voor zichzelf bekomen. Hij moet bereid zijn alle zonde uit het leven weg te laten nemen.

“Als iemand zich van alle kwaad gereinigd heeft, wordt hij een bijzonder en geheiligd voorwerp, dat zijn eigenaar vele diensten kan bewijzen en geschikt is voor elk goed doel.” (NBV) 2 Tim 2:21

De hele hemel wacht op het vragen naar en openen van ons hart voor de olie.

Joh 14:13 “…en wat gij ook vraagt in mijn naam, Ik zal het doen, opdat de Vader in de Zoon verheerlijkt worde.”

Lu 11:13  “Indien dan gij, hoewel gij slecht zijt, goede gaven weet te geven aan uw kinderen, hoeveel te meer zal uw Vader uit de hemel de Heilige Geest geven aan hen, die Hem daarom bidden?

2Co 9:8  En God is bij machte alle genade in u overvloedig te schenken, opdat gij, in alle opzichten te allen tijde van alles genoegzaam voorzien, in alle goed werk overvloedig moogt zijn,

Ro 8:32  Hoe zal Hij, die zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard, maar voor ons allen overgegeven heeft, ons met Hem ook niet alle dingen schenken?

De godsdienst van Christus betekent meer dan de vergeving van de zonde, ze neemt de zonde weg en vult de leegte met de genadegaven van de Heilige Geest.

“…reinigt u, gij die de vaten des HEREN draagt.” Jes. 52:11

“…opdat Hij u geve, naar de rijkdom zijner heerlijkheid, met kracht gesterkt te worden door zijn Geest in de inwendige mens,
opdat Christus door het geloof in uw harten woning make. Geworteld en gegrond in de liefde,
 zult gij dan samen met alle heiligen, in staat zijn te vatten, hoe groot de breedte en lengte en hoogte en diepte is, en te kennen de liefde van Christus, die de kennis te boven gaat, opdat gij vervuld wordt tot alle volheid Gods.” Ef. 3:16 – 19

“Hem nu, die blijkens de kracht, welke in ons werkt, bij machte is oneindig veel meer te doen dan wij bidden of beseffen,
Hem zij de heerlijkheid in de gemeente en in Christus Jezus tot in alle geslachten, van eeuwigheid tot eeuwigheid! Amen.” Ef. 3:20-21

“Dan zal het Koninkrijk der hemelen vergeleken worden met tien maagden, die haar lampen namen en uittrokken, de bruidegom tegemoet. En vijf van haar waren dwaas en vijf waren wijs. Want de dwaze namen haar lampen mede, maar geen olie; doch de wijze namen olie in haar kruiken, met haar lampen.” Matt. 25:1-4

Deze tien maagden stellen twee groepen voor. Beide belijden ze te wachten op de komst van hun Heer.
Ze worden maagden genoemd omdat ze een zuiver geloof belijden. De lampen stellen het woord van God voor. (Ps 119:105  Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad.) De olie is een symbool van de Heilige Geest. De Geest is het die het woord actief maakt in ons leven zodat ons leven is als een licht in de duisternis.
In de gelijkenis zien we dat alle maagden de bruidegom tegemoet gaan. Allen hadden ze een lamp en een kruik voor de olie. Vijf echter hadden hun kruik niet met olie gevuld.
Op het eerste zicht was er geen verschil tussen de twee groepen. Zo is het ook met de gemeente die leeft juist voor de wederkomst. De beide groepen hebben een kennis van de Schriften. Beide aanhoren de boodschap van de naderende wederkomst en zien verwachtend uit naar Zijn verschijning, “De bruidegom, zie, gaat uit hem tegemoet!” velen zijn echter niet klaar. Ze hebben geen olie in hun kruik om hun licht te doen schijnen. De Heilige Geest is een onbekende in hun leven.

“Hieraan onderkennen wij, dat wij in Hem blijven en Hij in ons, dat Hij ons van zijn Geest gegeven heeft.” 1 Joh. 4:13

“Maar u leeft niet zo. U laat u leiden door de Geest, want de Geest van God woont in u. Iemand die zich niet laat leiden door de Geest van Christus behoort Christus ook niet toe.” (NBV) Rom. 8:9

Allen hadden ze wel lampen; een uiterlijk kenmerk van godsdienstigheid, maar alleen vijf onder hen hadden een innerlijke gemeenschap met God.
Bij vijf ontbrak de olie van Zijn genade. De Geest van het leven in Christus, de Heilige Geest maakte geen woning in hun harten. Tot welk nut was het dan om met een lamp van belijdenis rond te lopen terwijl de lamp geen licht gaf omdat de olie van Zijn genade ontbrak?

“Soms schijnt een weg iemand recht, maar het einde daarvan voert naar de dood.” Spreuken 14:12

Hier is de grootste misleiding die een mens kan overkomen; deze mensen geloven dat ze goed zitten terwijl ze helemaal verkeerd zitten. Te laat stellen ze vast dat ze het belangrijkste ontbreken. Te laat, want er was geen mogelijkheid meer om hen te voorzien in het hetgeen ze meest nodig hadden.
Ga 6:3  “Want indien iemand zich verbeeldt, dat hij iets is, en het niet is, dan vergist hij zich zeer.”

Trek het bruiloftskleed aan.

“Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een koning, die voor zijn zoon een bruiloft aanrichtte… Toen de koning binnentrad om hen, die aanlagen, te overzien, zag hij daar iemand, die geen bruiloftskleed aanhad. En hij zeide tot hem: Vriend, hoe zijt gij hier gekomen zonder bruiloftskleed? En hij verstomde. Toen zeide de koning tot de bedienden: Bindt hem aan handen en voeten en werpt hem uit in de buitenste duisternis; daar zal het geween zijn en het tandengeknars. Want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren.” Matt. 22:2, 11-14
Toen de koning vroeg: “Hoe zijt gij hier gekomen zonder bruiloftskleed?” stond de man sprakeloos. Zo zal het ook zijn op de dag van het oordeel. Nu heeft de mens allerlei excuses voor zijn zonden, maar op die dag weet hij niets meer te zeggen.

“Een mens denkt de juiste weg te gaan,
terwijl die eindigt bij de dood.” Spreuken 14:12

In de gelijkenis van het bruiloftskleed vinden we een les die al onze aandacht vereist. De bruiloft stelt de vereniging voor van de mens met God. Het bruiloftskleed is een beeld van het karakter dat ieder moet hebben om deel te nemen aan het feest van de vereniging.

“Laten wij blijde zijn en vreugde bedrijven en Hem de eer geven, want de bruiloft des Lams is gekomen en zijn vrouw heeft zich gereedgemaakt;
en haar is gegeven zich met blinkend en smetteloos fijn linnen te kleden, want dit fijne linnen zijn de rechtvaardige daden der heiligen.” Op. 19:7, 8

Deze rechtvaardige daden zijn niet uit eigen gerechtigheid. Het is de gerechtigheid van Christus. De gerechtigheid die Hij in hun dagelijkse omgang met Hem in hun hart heeft tot stand gebracht. Het is Zijn eigen vlekkeloos karakter dat door geloof werd aangenomen en ingeplant. Het is de wonderbaarlijke herschepping naar het beeld van Gods Zoon bij allen die Hem als hun persoonlijke verlosser hebben ontvangen.
Dit kleed geweven in de hemelse gewesten, bevat geen enkele draad van menselijke makelij. Christus ontwikkelde als mens een volmaakt karakter en Hij wil ons aan dit karakter deelachtig maken. “Al onze gerechtigheden zijn als een bezoedeld kleed.” Alles wat we uit onszelf kunnen doen is door de zonde aangetast. Maar de Zoon van de mensen is gekomen om de zonde weg te nemen, en in Hem is geen zonde. Door Zijn volmaakte gehoorzaamheid heeft Hij het voor eenieder mogelijk gemaakt om Gods wil te doen.
Wanneer wij ons aan Hem onderwerpen, wordt het hart verenigd met Zijn hart, de wil gaat op in Zijn wil, de gezindheid wordt een met Zijn gezindheid, de gedachten worden in gevangenschap tot Hem gebracht; wij leven Zijn leven. Dat is wat het betekent gekleed te worden met de mantel van Zijn gerechtigheid.

“Ik vind grote vreugde in de HEER, mijn hele wezen jubelt om mijn God.
Hij deed mij het kleed van de bevrijding aan, hulde mij in de mantel van de gerechtigheid,
zoals een bruidegom een kroon opzet, zoals een bruid zich tooit met haar sieraden.”
Jesaja 61:10

De HERE is mijn herder, mij ontbreekt niets;
Hij doet mij nederliggen in grazige weiden; Hij voert mij aan rustige wateren;
Hij verkwikt mijn ziel. Hij leidt mij in de rechte sporen om zijns naams wil.
Zelfs al ga ik door een dal van diepe duisternis, ik vrees geen kwaad, want Gij zijt bij mij; uw stok en uw staf, die vertroosten mij. Psalm 23:1-4

God heeft voldoende voorzieningen getroffen zodat we als volmaakt mogen staan in Zijn genade, aan niets gebrek hebbende, uitziend naar de komst van de Heer. Bent u klaar? Hebt u het bruiloftskleed aan? Dat kleed zal nooit de verborgen en gekoesterde zonden van het hart bedekken. De Here kent ons zitten en ons opstaan. In de ogen van de mensen lijken we misschien als heiligen, maar de Schepper kent ons zoals we werkelijk zijn.

“…want er is niets bedekt, of het zal geopenbaard worden en verborgen, of het zal bekend worden.” Matt. 10:26

“want mijn ogen zijn op al hun wegen, deze zijn voor Mij niet verborgen, en hun ongerechtigheid is voor mijn ogen niet bedekt.” Jer 16:17

Wij moeten allen voor het alziend oog van de grote Koning verschijnen. Hij zal toegang verlenen tot het feest aan hen die het kleed van Christus’ gerechtigheid hebben aangetrokken.
Gerechtigheid is doen wat recht is. Het is naar hun daden dat allen zullen geoordeeld worden. In de daden wordt het karakter kenbaar. De daden tonen of we al dan niet een levend geloof hebben.
Maak uzelf niets wijs in wat uw eigen ziel aangaat. Jezus bereidt Zijn gemeente voor om die zonder vlek of rimpel aan de Vader voor te stellen.

“Mannen, hebt uw vrouw lief, evenals Christus zijn gemeente heeft liefgehad en Zich voor haar overgegeven heeft,
om haar te heiligen, haar reinigende door het waterbad met het woord,
en zo zelf de gemeente voor Zich te plaatsen, stralend, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, zo dat zij heilig is en onbesmet.” Ef. 5:25 – 27

God is niet van plan om iets in de hemel binnen te laten dat met de zonde is besmet. Jaloersheid, haat, bitterheid, afkeer van wat goed is, alles wat het karakter misvormd, wil Hij wegnemen uit ons hart. Als Hij onze toelating en medewerking krijgt zal Hij het doen.

“Reinig uw hart van boosheid, Jeruzalem, opdat gij behouden wordt; hoelang zullen in uw binnenste uw zondige overleggingen verwijlen?” Jeremia 4:14

“De volgende dag zag hij Jezus tot zich komen en zeide: Zie, het lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt.” Joh. 1:29

Zullen wij onze zonden laten wegnemen en het bruiloftskleed aantrekken? Het kleed, dat is de gerechtigheid van Jezus Christus, is geen dekmantel om onbeleden en gekoesterde zonden te bedekken. Het kleed is een levensbeginsel dat het karakter omvormt en zo het gedrag bepaalt. Heiligheid betekent geheel van God zijn, Hem volkomen toebehoren, de volledige overgave van het hart en het leven aan de hemelse beginselen. Door de kracht van Zijn genade kunnen wij ons deze beginselen eigen maken.
De genade van Christus moet verweven worden met elk aspect van ons karakter zodat zijn leven bij ons wordt ingeplant. Dan wordt elke gedachte onderworpen aan de wil van God en alle gevoelens worden beheerst door het verstand en de godsdienst. De verbeeldingskracht werd ons niet gegeven om onbeteugeld haar weg te gaan. Door Gods genade kan ze gestuurd en geleid worden naar wat goed is en welgevallig.

“Voorts, broeders, al wat waar, al wat waardig, al wat rechtvaardig is, al wat rein, al wat beminnelijk, al wat welluidend is, al wat deugd heet en lof verdient, bedenkt dat;
wat u geleerd en overgeleverd is, wat gij van mij gehoord en gezien hebt, breng dat in toepassing en de God des vredes zal met u zijn.” Fil. 4:8

In de uitdrukking van Zijn wil ligt de belofte om deze wil waar te maken in ieder die wil samenwerken met Zijn genade.
Als de gedachten verkeerd zijn, zijn ook de gevoelens verkeerd. Het zijn de gedachten en gevoelens die het morele karakter van de mens bepalen.

Spr 4:23  “Behoed uw hart (gedachten) boven al wat te bewaren is, want daaruit zijn de oorsprongen des levens.”

Het is Gods plan om in ons een morele volmaaktheid uit te werken.

Rom 8:29 “Want die Hij tevoren gekend heeft, heeft Hij ook tevoren bestemd tot gelijkvormigheid aan het beeld zijns Zoons, opdat Hij de eerstgeborene zou zijn onder vele broederen.”

Het is niet naar Zijn wil wanneer wij de maat van gerechtigheid aanpassen aan onze overgeërfde en aangeleerde verkeerdheden. Wij moeten vertrouwen in Zijn duidelijke beloften dat ieder wie Christus aanneemt als zijn persoonlijke verlosser het voorrecht krijgt om deel te hebben aan alle aspecten van Zijn karakter.

Zijn goddelijke macht heeft ons alles geschonken wat nodig is voor een vroom leven, door de kennis van hem die ons geroepen heeft door zijn majesteit en wonderbaarlijke kracht. Hiermee zijn ons kostbare, rijke beloften gedaan, opdat u zou ontkomen aan het verderf dat de wereld beheerst als gevolg van de begeerte, en opdat u deel zou krijgen aan de goddelijke natuur.” 2 Petrus 1:3-4

Alleen door Gods wijsheid kan het kleed geweven worden. Als wij daarvoor op onszelf vertrouwen, worden er draden van zelfzucht door het weefsel getrokken en het prachtige patroon wordt verbroken.
De gerechtigheid van Christus bestaat uit rechtvaardig handelen en goede werken vanuit een zuivere en onzelfzuchtige motivatie.
Uitwendige gerechtigheid waarbij de innerlijke liefde Gods ontbreekt is van geen enkel nut.
Wanneer zij die beweren Gods kinderen te zijn een Christelijk karakter bekomen, zullen ze gehoorzamen aan Gods woord. Dan kan de Here hen met vetrouwen opnemen in Zijn hemels gezin. Uitgedost met de heerlijkheid van Christus gerechtigheid kunnen ze plaats nemen aan de koninklijke tafel. Ze hebben het recht het volk te vervoegen dat gewassen is in het bloed van het Lam.

“Omdat u hiernaar uitziet, geliefde broeders en zusters, moet u zich inspannen om smetteloos, onberispelijk en in vrede door hem te worden aangetroffen.” (NBV) 2 Petrus 3:14

“Aan hem die door de kracht die in ons werkt bij machte is oneindig veel meer te doen dan wij vragen of denken,
 aan hem komt de eer toe, in de kerk en in Christus Jezus, tot in alle generaties, tot in alle eeuwigheid. Amen.” Ef. 3:20

Wees niet lauw maar heet!

“En schrijf aan de engel der gemeente te Laodicea: Dit zegt de Amen, de getrouwe en waarachtige getuige, het begin der schepping Gods: Ik weet uw werken, dat gij noch koud zijt, noch heet. Waart gij maar koud of heet! Zo dan, omdat gij lauw zijt en noch heet, noch koud, zal Ik u uit mijn mond spuwen.” Op 3:14, 16

De boodschap aan Laodicea is gericht aan het volk van God dat belijdt te geloven in de tegenwoordige waarheid. Uit deze boodschap blijkt dat het overgrote deel van hen lauw is.
Laodicea betekent niet lauw maar ‘volk van het oordeel’. Wij leven in de tijd van het oordeel. De Here kijkt naar Zijn volk en stelt vast dat de meesten lauw zijn. Hij verlangt hen te tonen wat hun ware toestand is. Zij die ‘heet’ genoemd worden hebben de ervaring van de wedergeboorte en kennen de noodzaak van een dagelijks leven door de Geest. De ‘koude’ beseffen dat ze niet met God leven en dat ze zich in een verloren toestand bevinden. De ‘lauwe’ denken dat alles goed is tussen hen en God, ze weten niet dat ze zich in een verloren toestand bevinden. Dat is een dodelijke vergissing.

“Omdat gij zegt: Ik ben rijk en ik heb mij verrijkt en heb aan niets gebrek, en gij weet niet, dat gij zijt de ellendige en jammerlijke en arme en blinde en naakte…” Op 3:17

Een duidelijk beeld van hen die denken de hele waarheid te bezitten en denken geen gebrek te hebben. Zij roemen op hun kennis van het Woord van God, terwijl de heiligende kracht ervan in hun leven ontbreekt. Indien hun eigen leven geprojecteerd zou worden op een beeldscherm zouden ze het niet wagen zich Christenen te noemen.
Ze mogen dan wel zeggen, ‘Het huis van de Heer, het huis van de Heer zijn wij,’ maar hun harten bevatten een verzameling ongerechtigheden. Daar woont afgunst, trots, passie, kwaaddenkerij, verbittering en een hol formalisme.
Christus ziet met droefenis op Zijn belijdend volk dat zich rijk waant en vol van kennis der waarheid maar in werkelijkheid hebben ze geen waarheid in hun leven en karakter.

Het innerlijke werk van de genade ontbreekt in hun harten.

“Indien gij u dan Jood laat noemen, steunt op de wet, u beroemt op God,
 zijn wil kent, weet te onderscheiden waarop het aankomt, daar gij onderricht in de wet geniet, en u overtuigd houdt, dat gij een leidsman van blinden zijt, een licht voor hen, die in duisternis zijn,  een opvoeder van onverstandigen en een leermeester van onmondigen, daar gij in de wet de belichaming der kennis en der waarheid bezit,  hoe nu, gij, die een ander onderwijst, onderwijst gij uzelf niet? Gij, die predikt, dat men niet stelen mag, steelt gij?  Die overspel verbiedt, doet gij overspel? Die gruwt van de afgoden, pleegt gij tempelroof?
 Die u op de wet beroemt, onteert gij God door uw overtreden van de wet?”
Rom. 2:17

Laat Jezus in je hart

“Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. Indien iemand naar mijn stem hoort en de deur opent, Ik zal bij hem binnenkomen en maaltijd met hem houden en hij met Mij.”
Op. 3:20

Groot is het verlangen en de bereidheid van Christus om het roer te nemen van ons leven. Maar Hij doet het enkel wanneer wij dat willen! We zien Hem hier kloppend en wachtend aan de deur van ons hart. Waarom dan komt Hij niet binnen? Omdat de liefde voor de zonde en het eigen ik de deur gesloten houdt. Vanaf het moment dat we de zonde laten wegnemen en onze schuld belijden, wordt de hindernis tussen de ziel en haar Verlosser weggenomen.

“…maar uw ongerechtigheden zijn het, die scheiding brengen tussen u en uw God, en uw zonden doen zijn aangezicht voor u verborgen zijn, zodat Hij niet hoort.” Jesaja 59:2

“Ja, Ik heb u liefgehad met eeuwige liefde, daarom heb Ik u getrokken in goedertierenheid”. Jer. 31:3

Het verlossingswerk gebeurt niet onder dwang. Geen uitwendige macht wordt gebruikt. Onder de invloed van de heilige Geest blijft de mens vrij om te kiezen wie hij wil dienen. In de verandering die plaatsgrijpt wanneer de ziel zich aan Christus overgeeft is er het grootste gevoel aan vrijheid. Het uitwerpen van de zonde is een handeling van de eigen persoon. Het is waar dat we ons niet uit onszelf kunnen bevrijden van de heerschappij van de Satan; maar wanneer we deze bevrijding verlangen, wanneer we wensen verlost te worden van de zonde en in onze nood smeken om kracht van buitenaf, dan worden de vermogens van de ziel vervult met de goddelijke energie van de Heilige Geest en wij gehoorzamen de bevelen van onze wil in het vervullen van Gods wil.

“Deze ellendige hier riep en de HERE hoorde, Hij verloste hem uit al zijn benauwdheden.” Psalm 34:6

“Nadert tot God, en Hij zal tot u naderen. Reinigt uw handen, zondaars, en zuivert uw harten, gij, die innerlijk verdeeld zijt.
Beseft uw ellende, treurt en weent; uw gelach moet veranderen in treurigheid, en uw vreugde in neerslachtigheid.
Vernedert u voor de Here, en Hij zal u verhogen.”
Jakobus 4:8-10

Wanneer iemand ontdaan is van Zijn eigen ik, wanneer elke valse God uit het leven is verwijderd, wordt de leegte gevuld met de Geest van Christus.
“Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, dat is, niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij. En voor zover ik nu nog in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft overgegeven.”
Galaten 2:20

Koop goud, witte klederen en ogenzalf

“Daarom raad Ik u aan van Mij te kopen goud, dat in het vuur gelouterd is, opdat gij rijk moogt worden, en witte klederen, opdat gij die aandoet en de schande uwer naaktheid niet zichtbaar worde; en ogenzalf om uw oogleden te bestrijken, opdat gij zien moogt.” Op 3:18

Het goud dat in het vuur gelouterd is, is geloof dat door liefde werkt.

Pe 1:7  “opdat de echtheid van uw geloof, kostbaarder dan vergankelijk goud, dat door vuur beproefd wordt, tot lof en heerlijkheid en eer blijke te zijn bij de openbaring van Jezus Christus.”

Alleen dit geloof kan ons in harmonie brengen met God. Het kan zijn dat we veel werk doen ‘voor de Heer’; maar zonder liefde, de liefde zoals die in het hart van Christus was, zal ons geloof te kort schieten.

“Want in Christus Jezus vermag noch besnijdenis iets, noch onbesneden zijn, maar geloof, door liefde werkende.” Gal 5:6

“Al verkocht ik mijn bezittingen omdat ik voedsel aan de armen wilde geven, al gaf ik mijn lichaam prijs en kon ik daar trots op zijn–had ik de liefde niet, het zou mij niet baten.” 1 Cor 13:3

Echt geloof werkt altijd door liefde. Liefde is de motiverende kracht die ons aanzet om geloof te oefenen en te vertrouwen in het Woord van Hem die voor ons Zijn leven heeft gegeven.
De mens heeft uitwendige kracht nodig om hem terug naar het beeld van God te herstellen; maar deze nood aan goddelijke hulp sluit de menselijke activiteit niet uit. De mens moet van zijn kant geloof beoefenen; maar dit geloof werkt door liefde – God geeft de motivatie - en reinigt de ziel.

De witte klederen stellen de rechtvaardigheid van Christus voor dat in het karakter wordt uitgewerkt. Zuiverheid van hart, zuiverheid van motief zal eenieder kenmerken die zijn klederen wast en wit maakt in het bloed van het Lam.
Het is in dit leven dat we het kleed van Christus’ gerechtigheid moeten aantrekken. Dit leven is de enige gelegenheid  om het karakter te vormen voor de plaats die Jezus heeft bereid voor hen die Zijn Woord gehoorzamen.
Het oog is het gevoelige geweten, het innerlijke licht van de geest. De geestelijke gezondheid van de gehele ziel hangt af van de wijze waarop het oog de dingen aanschouwt. De ‘ogenzalf’ is het Woord van God. Deze zalf doet het geweten pijn bij de aanwending ervan want ze overtuigt van zonde. De pijniging is noodzakelijk voor de genezing  die moet volgen en opdat het oog gericht mag blijven op de heerlijkheid van God.

“De lamp van het lichaam is het oog. Indien dan uw oog zuiver is, zal geheel uw lichaam verlicht zijn; maar indien uw oog slecht is, zal geheel uw lichaam duister zijn. Indien nu wat licht in u is, duisternis is, hoe groot is dan de duisternis!”
Matt. 6:22

Op het moment dat het oog zich van Jezus afwendt, ziet het en voelt het alleen maar duisternis, want alleen Jezus is licht en vrede en zekerheid voor altijd.
Indien een enkele zonde gekoesterd wordt in de ziel of een verkeerde gewoonte onderhouden, dan lijdt het hele wezen daaronder.

“Deze opdracht vertrouw ik u toe, mijn kind Timoteus, overeenkomstig de profetieen, die vroeger aangaande u zijn uitgesproken, opdat gij, u daarnaar richtend, de goede strijd strijdt
 met geloof en met een goed geweten. Omdat sommigen dit hebben verworpen, heeft hun geloof schipbreuk geleden.” 1 Tim 1:18, 19

Wanneer een mens het schild van een goed geweten verliest, weet hij dat hij de samenwerking van de hemelse engelen verliest. God werkt niet meer in hem. Een andere geest leidt hem.

“Daarom tracht ook ik steeds mijn geweten zuiver te houden tegenover God en de mensen.”
Handelingen 24:16

Terug pagina 1