Dagelijks Manna overdenkingen

Stappen naar Christus

1. Wat zal ik doen om het eeuwig leven te beerven?

2. Samenwerken met God in je verlossing

3. Strijd de goede strijd van het geloof

4. Let op dat je niet valt

5. Leef het geheiligde leven

De Drie-engelen boodschap

De drie-engelen boodschap

Eerste engel

Tweede engel

Derde engel

De heiligdomservaring

De heiligdomservaring

Gods weg in het heiligdom

De dagelijkse offers

Wassen en besprenkelen

Het dagelijks dienstwerk

De kandelaar

De toonbroden

De wierook

De ark

 

1. Wat zal ik doen om het eeuwig leven te beërven?

Ervaar de kracht van het evangelie

Misleidde Christenen

Heb God lief en uw naaste

Wordt opnieuw geboren

Zorg dat je olie in je kruik hebt

Trek het bruiloftskleed aan.

Wees niet lauw maar heet!

Laat Jezus in je hart

Koop goud, witte klederen en ogenzalf

 

Ervaar de kracht van het evangelie.

Overal zijn er mensen wanhopig op zoek naar iets wat ze niet hebben. Ze verlangen naar een kracht die sterker is dan de slechte gewoontes, de ‘zonden’ in hun leven, de zaken waarmee ze anderen en zichelf pijn doen, een kracht die hen kan verlossen van de macht van het ‘kwade’, een kracht die hen gezondheid, leven en vrede kan geven.

Deze kracht is te vinden in het woord van God. Zij die dit woord aangrijpen met geheel hun wezen ervaren haar verlossende kracht.
Dit wordt duidelijk gezien in een aantal verhalen uit het leven van Jezus.
“En daar was een man, die reeds achtendertig jaar lang ziek geweest was…
Jezus zeide tot hem: Sta op, neem uw matras op en wandel. En terstond werd de man gezond en nam zijn matras op en ging zijns weegs.” Joh 5:8

Alle menselijke betrachtingen, hoe vernuftig ook hadden hier gefaald. Toen het Woord werd gesproken en aangenomen in geloof vond de lang gezochte bevrijding plaats. Dezelfde kracht die de wereld uit het niets bracht, bracht hier gezondheid aan de ten dode opgeschrevene.   

Dat woord doet het ook met de slechte gewoontes die ons leven verlammen.
Dezelfde Jezus die door zijn woord de lichamelijke verlamming wegnam neemt door dat woord ook de geestelijke verlamming weg. Hij zegt:
“Ga heen, zondig van nu af niet meer!” Joh 8:11

Het evangelie (goede nieuws) van Christus is geen levenloze theorie maar een levende kracht die het leven verandert, zoals Paulus zegt: “Want ik schaam mij het evangelie niet; want het is een kracht Gods tot behoud voor een ieder die gelooft…”

Dit idee van de kracht van het woord, geloof (aannemen met het gehele hart)  in het woord, en verlossing door het woord, is eeuwenlang verduisterd geweest door de verwarring van menselijke redeneringen.
Mensen worden door deze redeneringen weerhouden om het woord aan te nemen waardoor zij geen verlossing ervaren. Zij weten niet hoe ze hun wil en gedachten aan Jezus, het Woord kunnen overgeven.

Wij worden uitgenodigd God te zoeken met geheel ons hart. Als we dat doen zal Hij ons leren hoe we het woord kunnen aannemen en hoe we door het woord “mogen staan, volmaakt en verzekerd bij alles wat God wil.” Col 4:12  “Dan zal de vrede van God, die alle verstand te boven gaat, uw hart en gedachten in Christus Jezus bewaren.”

 

Misleidde Christenen?

De Bijbel bevat verschillende voorbeelden van mensen die dachten dat ze Christenen waren maar moesten vaststellen dat ze eigenlijk misleid waren.

“En een hooggeplaatst man vroeg Hem en zeide: Goede Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven?” Lukas 18:18

“Hij zeide tot hem: …indien gij het leven wilt binnengaan, onderhoud de geboden. Hij zeide tot Hem: Welke? Jezus zeide: Deze: Gij zult niet doodslaan, gij zult niet echtbreken, gij zult niet stelen, gij zult geen vals getuigenis geven, eer uw vader en uw moeder, en gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. De jongeling zeide tot Hem: Dat alles heb ik in acht genomen; waarin schiet ik nog te kort?” Matt. 19:17-20

Christus voelde zich tot deze man aangetrokken. Hij wist dat hij oprecht was in zijn bewering: “Dat alles heb ik in acht genomen.”

Zijn begrip van de wet echter was oppervlakkig en naar eigen inzicht. Naar menselijke normen had hij een onberispelijk karakter. Zijn openbaar leven was vrij van schuld, en hij was ervan overtuigd dat zijn gehoorzaamheid geen gebrek vertoonde. Maar ergens leefde er diep in hem de vrees dat er iets niet juist was tussen zijn ziel en God. Dit bracht hem ertoe de vraag te stellen: “waarin schiet ik nog te kort?”

“Jezus zeide tot hem: Indien gij volmaakt wilt zijn, ga heen, verkoop uw bezit en geef het aan de armen, en gij zult een schat in de hemelen hebben, en kom hier, volg Mij.  Toen de jongeling dit woord hoorde, ging hij bedroefd heen, want hij bezat vele goederen.” Matt. 19:21, 22

“Soms schijnt een weg iemand recht, maar het einde daarvan voert naar de dood.” Spreuken 14:12

Christus las het hart van de jongeling. Een ding maar ontbrak, maar dat ene was een levensbelangrijk principe. Hij had Gods liefde nodig. Indien dit gebrek niet zou gelenigd worden, zou dat voor hem fataal zijn.

“Hieraan zullen allen weten, dat gij discipelen van Mij zijt, indien gij liefde hebt onder elkander.” Joh 13:35

“Hieraan hebben wij de liefde leren kennen, dat Hij zijn leven voor ons heeft ingezet; ook wij behoren dan voor de broeders ons leven in te zetten.
 Wie nu in de wereld een bestaan heeft en zijn broeder gebrek ziet lijden, maar zijn binnenste voor hem toesluit, hoe blijft de liefde Gods in hem?” 1 Johannes 3:16-18

“De liefde is geduldig en vol goedheid. De liefde kent geen afgunst, geen ijdel vertoon en geen zelfgenoegzaamheid. Ze is niet grof en niet zelfzuchtig, ze laat zich niet boos maken en rekent het kwaad niet aan, ze verheugt zich niet over het onrecht maar vindt vreugde in de waarheid.
Alles verdraagt ze, alles gelooft ze, alles hoopt ze, in alles volhardt ze.” 1 Cor 13:4-7

Liefde verdraagt niet alleen de fouten van een ander, maar onderwerpt zich gewillig aan het lijden of het ongemak dat daaruit voorkomt. Ze houdt niet op goed te doen. Ze ziet niet de gebreken maar de potenties van de mens.

“Wat ons drijft is de liefde van Christus.” 2 Cor 5:14 (NBV)

Maar wij zijn toch maar mensen. Hoe dan kunnen wij deze liefde hebben?
Als wij alleen maar mensen zijn dan zijn we geen Christenen. Christenen hebben deel aan de goddelijke natuur.
“Door deze(Christus) zijn wij met kostbare en zeer grote beloften begiftigd, opdat gij daardoor deel zoudt hebben aan de goddelijke natuur, ontkomen aan het verderf, dat door de begeerte in de wereld heerst.” 2 Petrus 1:3
Zij hebben Christus in hen, “de hoop der heerlijkheid.” Col 1:27
Zij zijn vervuld van Gods geest en Zijn liefde beheerst hun leven.

Velen misleiden zichzelf want het principe van de liefde leeft niet in hun harten.

“Al ware het, dat ik met de tongen der mensen en der engelen sprak, maar had de liefde niet, ik ware schallend koper of een rinkelende cimbaal. Al ware het, dat ik profetische gaven had, en alle geheimenissen en alles, wat te weten is, wist, en al het geloof had, zodat ik bergen verzette, maar ik had de liefde niet, ik ware niets. Al ware het, dat ik al wat ik heb tot spijs uitdeelde, en al ware het, dat ik mijn lichaam gaf om te worden verbrand, maar had de liefde niet, het baatte mij niets.” 1 Cor 13:1-3

Wij kunnen actief zijn en veel werk verzetten, maar zonder liefde, de liefde die in het hart van Christus was behoren we eigenlijk niet tot het hemelse gezin, het koninkrijk van God daar waar niets en niemand leeft voor zichzelf.

Liefde is de basis van godsvrucht. Wat de belijdenis ook mag zijn, niemand heeft zuivere liefde tot God tenzij hij onzelfzuchtige liefde heeft voor zijn broeder. Maar nooit kunnen we deze geest bezitten door zelf te proberen anderen lief te hebben. Wat we nodig hebben is de liefde van Christus in ons hart. Wanneer het eigen ik opgegaan is in Christus, ontspringt ware liefde geheel spontaan.

“Gods liefde is in ons hart uitgegoten door de heilige Geest, die ons gegeven is.” Romeinen 5:5

 

Heb God lief en uw naaste

“En zie, een wetgeleerde stond op om Hem te verzoeken en zeide: Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven?  En Hij zeide tot hem: Wat staat in de wet geschreven? Hoe leest gij? Hij antwoordde en zeide: Gij zult de Here, uw God, liefhebben uit geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw kracht en met geheel uw verstand, en uw naaste als uzelf.
En Hij zeide tot hem: Gij hebt juist geantwoord; doe dat en gij zult leven. Maar hij wilde zich rechtvaardigen en zeide tot Jezus: En wie is mijn naaste?” Lucas 10:25-29

“Indien gij echter de koninklijke wet vervult naar het schriftwoord: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf, dan doet gij wel. Doch indien gij met aanzien des persoons (de ene hoger acht dan de andere) handelt, doet gij zonde en wordt gij door de wet overtuigd van overtreding.” Jacobus 2:8, 9

“…doch in ootmoedigheid achtte de een de ander uitnemender dan zichzelf; en ieder lette niet slechts op zijn eigen belang, maar ieder lette ook op dat van anderen.” Fil. 2:3, 4

“De liefde doet de naaste geen kwaad; daarom is de liefde de vervulling der wet.” Rom 13:10

“Alles nu wat gij wilt, dat u de mensen doen, doet gij hun ook aldus: want dit is de wet en de profeten.” Matt 7:12

“Doet dan aan, als door God uitverkoren heiligen en geliefden, innerlijke ontferming, goedheid, nederigheid, zachtmoedigheid en geduld.
Verdraagt elkander en vergeeft elkander, indien de een tegen de ander een grief heeft; gelijk ook de Here u vergeven heeft, doet ook gij evenzo.” Col 3:12, 13

“Wij weten, dat wij overgegaan zijn uit de dood in het leven, omdat wij de broeders liefhebben. Wie niet liefheeft, blijft in de dood. Een ieder, die zijn broeder haat, is een mensenmoorder en gij weet, dat geen mensenmoorder eeuwig leven blijvend in zich heeft.” 1 Joh 3:14, 15

Wanneer haat of bitterheid wordt gekoesterd in het hart, dan is daar niets aanwezig van de liefde Gods.

“Indien iemand zegt: Ik heb God lief, doch zijn broeder haat, dan is hij een leugenaar; want wie zijn broeder, die hij gezien heeft, niet liefheeft, kan ook God, die hij niet gezien heeft, niet liefhebben.
En dit gebod hebben wij van Hem: Wie God liefheeft, moet ook zijn broeder liefhebben.” 1 Joh 4:20, 21

Tenzij je in je leven het principe aanvaard van zelfopofferende liefde, wat het beginsel is van Zijn karakter, kun je God niet kennen.

“Soms schijnt een weg iemand recht, maar het einde daarvan voert naar de dood.” Spreuken 14:12

“Geliefden, laten wij elkander liefhebben, want de liefde is uit God; en een ieder, die liefheeft, is uit God geboren en kent God.
Wie niet liefheeft, kent God niet, want God is liefde.” 1 Joh 4:7, 8

“Maar gij, geliefden, bewaart uzelf in de liefde Gods …verwachtende de ontferming van onze Here Jezus Christus ten eeuwigen leven.” Judas 21
 

Wordt opnieuw geboren

“En er was iemand uit de Farizeeën, wiens naam was Nikodemus, een overste der Joden; deze kwam des nachts tot Hem en zeide tot Hem: Rabbi, wij weten, dat Gij van God gekomen zijt als leraar; want niemand kan die tekenen doen, welke Gij doet, tenzij God met Hem is.” Joh 3:1, 2

Jezus zag de man aan als iemand die de hele ziel doorleest. In Zijn oneindige wijsheid zag Hij voor zich iemand die oprecht de waarheid zocht.

Jezus antwoordde en zeide tot hem: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand wederom geboren wordt, kan hij het Koninkrijk Gods niet zien.” Joh 3:3

Nicodemus was een farizeeër die zich strikt aan alle regels hield en zich beroemde op zijn goede werken. Overal werd hij geacht voor zijn weldadigheid en vrijgevigheid in het steunen van de tempeldienst. Hij was er zeker van Gods wil te doen en in Zijn gunst te staan.
Jezus echter confronteerde hem met de gedachte dat Gods koninkrijk van een veel grotere zuiverheid was dan deze die hij bezat. In zijn huidige toestand kon hij geen deel hebben aan dit koninkrijk.
Nicodemus had zichzelf, omwille van zijn geboorte als Israëliet, altijd beschouwd als een zekere kandidaat voor het koninkrijk Gods. Het was nog nooit bij hem opgekomen dat er iets zou moeten veranderen aan zijn karakter. Jezus woorden sloegen hem met verbazing en hij ergerde er zich aan.

Nikodemus zeide tot Hem: “Hoe kan een mens geboren worden, als hij oud is? Kan hij dan voor de tweede maal in de moederschoot ingaan en geboren worden?
Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk Gods niet binnengaan. Wat uit het vlees geboren is, is vlees, en wat uit de Geest geboren is, is geest.
Verwonder u niet, dat Ik u gezegd heb: Gijlieden moet wederom geboren worden.”  
Joh 3:4-7

Er bestond echter geen excuus voor de blindheid van deze schriftgeleerde betreffende het werk dat God in ons belooft te verrichten voor het herstel van ons karakter. Geïnspireerd door Gods Geest had Jesaja geschreven: “Wij zijn allen geworden als een onreine, al onze gerechtigheden (goede daden) als een bezoedeld kleed.” 64:6. David had gebeden: “Schep mij een rein hart, o God, en vernieuw in mijn binnenste een vaste geest.” 51:12. Door Ezechiël werd de belofte gegeven: “een nieuw hart zal Ik u geven en een nieuwe geest in uw binnenste; het hart van steen zal Ik uit uw lichaam verwijderen en Ik zal u een hart van vlees geven.” 36:26.

Hij die de hemel probeert te bereiken door zijn eigen werken in het houden van de wet, probeert iets wat onmogelijk is. Indien iemand godsdienst erin bestaat uit eigen kracht Gods wet te houden, zal hij altijd wankelen en mislukken. Het leven van een Christen is geen aanpassing of verbetering van het oude leven maar het is een totale verandering van zijn natuur. Er is een sterven aan het eigen ik en de zonde en een geheel nieuw leven. Deze verandering kan alleen tot stand gebracht worden door de doeltreffende werking van de Heilige Geest in het hart dat wijdopen staat voor God.

“Niet door kracht noch geweld, maar door mijn Geest! zegt de HERE der heerscharen.” Zacharia 4:6

We zouden ons in de eerste plaats moeten afvragen of ons hart werkelijk vernieuwd is. Is mijn persoon veranderd? Zijn mijn zonden vergeven door het geloof in Christus? Ben ik wedergeboren?

De wedergeboorte is een ervaring die nog zelden voorkomt in onze tijd. Dit is de reden van vele moeilijkheden in gezinnen en kerken. Velen die zich de naam Christen toe-eigenen hebben geen ervaring met een inwonende Christus. Zij leven als mensen zonder God. Ze zijn gedoopt geweest maar levend begraven. Ze zijn niet afgestorven aan hun zelf en daarom zijn ze niet opgestaan in het nieuwe leven. In dit nieuwe leven is het niet meer ik, maar Christus.

“ Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, dat is, niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij.” Gal. 2:20

“Doch allen, die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden, hun, die in zijn naam geloven; die niet uit bloed, noch uit de wil des vlezes, noch uit de wil eens mans, doch uit God geboren zijn.” Joh. 1:12, 13

De oude natuur, geboren uit bloed en naar de wil van het vlees, kan het koninkrijk van God niet beërven. De oude manier van doen, de overgeërfde neigingen, de vroegere gewoonten moeten we opgegeven, door God laten wegnemen. De genade Gods wordt ons geschonken; onverdiende oneindige kracht, die met de wedergeboorte nieuwe motieven, nieuwe smaken, nieuwe neigingen schenkt. Zij die door de Heilige Geest in dit nieuwe leven gekomen zijn, zijn deelachtig geworden aan de goddelijke natuur en in al hun gewoonten en praktijken zullen ze het bewijs leveren van hun relatie met Christus.

Ware bekering is een radicale verandering. De hele gedachtegang en de gezindheid van het hart wordt totaal anders. Het leven wordt nieuw in Christus.

Velen die beweren Christus te volgen hebben geen echte godsdienst. In hun leven zijn geen vruchten van ware bekering zichtbaar. Ze worden nog altijd door dezelfde gewoonten, dezelfde geest van zelfzucht en kwaadsprekerij beheerst die ze hadden voor hun belijdenis.

Niemand kan deel uitmaken van Gods gezin zonder de ware ervaring van een echte bekering. In deze bekering wordt de ziel herboren. Een nieuwe geest neemt bezit van de tempel van de ziel. Een nieuw leven, dat van Christus, wordt in het karakter geopenbaard.

“Zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping; het oude is voorbijgegaan, zie, het nieuwe is gekomen. En dit alles is uit God, die door Christus ons met Zich verzoend heeft en ons de bediening der verzoening gegeven heeft,” 2 Cor 5:17, 18

Door de liefde van Jezus wordt de ziel gereinigd van alles wat verwerpelijk is in het karakter.

“ Loof de HERE, mijn ziel, en al wat in mij is, zijn heilige naam;
loof de HERE, mijn ziel, en vergeet niet een van zijn weldaden;
die al uw ongerechtigheden vergeeft, die al uw krankheden geneest,
die uw leven verlost van de groeve, die u kroont met goedertierenheid en barmhartigheid,
die uw ziel verzadigt met het goede, zodat uw jeugd zich vernieuwt als die van een arend.” Psalm 103: 1-5

Terug
pagina 2 Hoofdstuk2