Het evangelie in gelijkenissen

In Zijn grote wijsheid gaf God aan Israel een systeem van feesten en ceremonieën die zich afspeelden rondom het heiligdom.
De psalmist roept uit, "O God! Uw weg is in het heiligdom; wie is een groot God, gelijk God?" (SV Psalm 77:14). Gods weg die Hij wil gaan met de mens is inderdaad te zien in het heiligdom en de aktiviteiten die zich daarrond afspelen. Elk aspect van Christus' werk ten behoeve van de zondaar wordt door het heiligdom weergegeven. Daarom kon Paulus zeggen over de Israelieten, "zij, die het evangelie eerst ontvangen hebben..." (Heb. 4:6). Het heiligdom was een volmaakte profetie over het werk van de Messias en wat betreft de laatste de fase van Zijn hogepriesterlijk werk is het ook voor ons nog een profetie die we met veel aandacht moeten bestuderen.



De dienst van Christus in het heiligdom

Geloofspunt 24

Christus' werk in het heiligdom

Aards en hemels heiligdom
Het plaatsvervangend offer
De priester-middelaar
Het laatste oordeel
Het werk in het heilige der heiligen
De twee bokken: bok voor de Here en de bok Azazel
De 3 fasen van het oordeel en de Grote Verzoendag



Het hemels heiligdom in de profetie

Inwijding van het hemels heiligdom
De reiniging van het hemels heiligdom
De tijd van het onderzoekend oordeel
Nieuwe waarheden worden ontdekt
De betekenis binnen de grote strijd tussen Christus en Satan

Verdieping

Een reis door het heiligdom
De heiligdomservaring

Wat is het heiligdom
Het onderzoekend oordeel
Tweeduizend driehonderd avonden en morgens
De grootste tijdsprofetie
Openbaring breekt het zegel van Daniel
De rechtvaardiging van het heiligdom
Overzicht



De jaarlijkse feesten

De Joodse feesten en hun betekenis
Overzicht Joodse feesten



Geloofspunt 24.
De dienst van Christus in het hemels heiligdom

Er is een heiligdom in de hemel, de ware tabernakel, die de Heer heeft opgericht, en niet een mens.

Daarin doet Christus dienst, ons ten goede, en maakt Hij de resultaten van zijn zoenoffer, dat eens en voor altijd aan het kruis is gebracht, beschikbaar voor alle gelovigen.

Hij werd als onze grote Hogepriester ingewijd en begon zijn bemiddelende dienst bij zijn hemelvaart.

In 1844, aan het einde van het profetische tijdperk van 2300 dagen, begon Hij aan de tweede en laatste fase van zijn verzoeningswerk. Dat is een werk van onderzoekend oordeel, dat deel uitmaakt van de uiteindelijke verdelging van alle zonde, uitgebeeld in de reiniging van het Hebreeuwse heiligdom, uit de oudheid, op de Grote Verzoendag.

In deze zinnebeeldige dienst werd het heiligdom gereinigd met bloed van dierenoffers, maar de hemelse dingen worden gereinigd door het volmaakte offer van het bloed van Christus.

Het onderzoekend oordeel openbaart aan de hemelse wezens welke doden in Christus zijn ontslapen en daarom, in Hem, waardig worden geacht deel te hebben aan de eerste opstanding. Het maakt ook duidelijk welke van de levenden in Christus standhouden, de geboden van God en het geloof van Jezus bewaren, en daarom in Hem gereed zijn voor opneming in zijn eeuwig koninkrijk.
Dit oordeel toont de gerechtigheid van God aan in de verlossing van hen die in Christus geloven. Het verklaart dat zij die God trouw zijn gebleven, het koninkrijk zullen ontvangen.
De voltooiing van dit dienstwerk van Christus luidt het einde van de genadetijd voor de mens, vlak voor de
wederkomst, in.

Studie
Christus’ werk in het hemels heiligdom

Wat gebeurde er in de tempel toen Jezus stierf?

 “Jezus riep wederom met luider stem en gaf de geest. En zie, het voorhangsel van de tempel scheurde van boven tot beneden in tweeën…” Matt. 27:50

Het is het uur van het dagelijkse avondoffer. Naar gewoonte staat de priester in de voorhof van de tempel te Jeruzalem. Hij is klaar om een lam als offer te slachten. Plots begint de aarde te beven. Boven het gerommel hoort hij het geluid van een enorme scheur. Een onzichtbare hand heeft het voorhangsel van de Tempel, van boven naar beneden, in tweeën gescheurd.

Over de stad liggen zwarte wolken die ook het kruis omgeven. Jezus het Lam Gods roept uit, “Het is volbracht!” Hij sterft voor de zonden van de wereld.

Schaduwbeeld en werkelijkheid hadden elkaar ontmoet. De gebeurtenis waarnaar de tempeldiensten sinds eeuwen naar verwezen, had plaatsgevonden. De Verlosser had Zijn verzoenend offer gebracht, en omdat symbool de werkelijkheid had ontmoet, werden de tempelrituelen die naar het Offer verwezen opgeheven. Vandaar het scheuren van het voorhangsel.

Het verlossingsverhaal eindigt hier niet. Het gaat verder dan het kruis.

Waarom kan Jezus iedereen die tot God komt behouden?

“Daarom kan Hij ook volkomen behouden, wie door Hem tot God gaan, daar Hij altijd leeft om voor hen te pleiten.” Hebr. 7:25

Het middelaarswerk van Jezus is een belangrijk deel van het verlossingsplan.
Jezus’ opstanding en hemelvaart richten onze blik naar het hemels heiligdom waar Hij niet langer als Lam maar als Priester dienst doet.
Het offer is gebracht en geld voor eens en altijd: “…Christus, die eenmaal is geofferd om de zonden van velen te dragen…” Heb. 9:28
Nu zorgt Hij ervoor dat iedereen kan beslag leggen op de verdiensten van Zijn verzoenend offer.

Wat moest Mozes bouwen?

"En zij zullen Mij een heiligdom maken, en Ik zal in hun midden wonen.
Gij zult het maken overeenkomstig alles wat Ik u toon..."
Ex. 25:8

God beval Mozes een aards heilidom te bouwen als Zijn woonplaats. Dit was het heiligdom van Oude Verbond.
"Het eerste verbond bevatte bepalingen voor de rituelen van de dienst en het aardse heiligdom." Heb. 9:1

De bedoeling van het aardse heiligdom was mensen bekend maken met het verlossingsplan.

Elk onderdeel van het heiligdom had iets te vertellen over het werk van Jezus Christus die de Verlosser is van alle mensen.

Kan iemand behouden worden buiten Jezus Christus?

"En de behoudenis is in niemand anders, want er is ook onder de hemel geen andere naam aan de mensen gegeven, waardoor wij moeten behouden worden." Hand 4:12

Ulrike Unruh beschrijft op een boeiende wijze hoe de gelovige uit het Oude Testament het verlossingsplan leerde kennen door het heiligdom. Lees verder>>>

Wat gebood God aan Mozes?
Hoelang zou deze tempel blijven bestaan?

"Wat gij daar aanschouwt, er zullen dagen komen, waarin geen steen op de andere zal gelaten worden, die niet zal worden weggebroken...Zodra gij nu Jeruzalem door legerkampen omsingeld ziet, weet dan, dat zijn verwoesting nabij is." Lucas 21:6, 20

Zij die niet geloofden in de Messias bleven, niettegenstaande het gescheurde voorhangsel, verdergaan met het brengen van offers. In 70 na Christus werd de tempel door de Romeinen volledig vernield.

Is er in het Nieuw Verbond ook een heiligdom?

"De hoofdzaak van ons onderwerp is, dat wij zulk een hogepriester hebben, die gezeten is ter rechterzijde van de troon der majesteit in de hemelen, de dienst verrichtende in het heiligdom, in de ware tabernakel, die de Here opgericht heeft, en niet een mens." Heb. 8:1, 2

Hoe kunnen we weten wat er in het hemels heiligdom gebeurt?

God had tot Mozes gezegd:
"Gij zult het (heiligdom)maken overeenkomstig alles wat Ik u toon, het model van de tabernakel en het model van al zijn gerei.
Zie nu toe, dat gij alles maakt naar het model dat u daarvan op de berg getoond is." Ex. 25:9, 40

Het aardse heiligdom was een model van het hemelse en de dienst die er verricht werd was een beeld van het werk van Christus.

Wat zegt het NT over de aardse tempel en het hemels heiligdom?

"Noodzakelijk moesten dus hiermede de afbeeldingen van de hemelse dingen gereinigd worden, maar de hemelse dingen zelf met betere offeranden dan deze. Want Christus is niet binnengegaan in een heiligdom met handen gemaakt, een afbeelding van het ware..." Heb. 9:23, 24

Door de studie van de werking van het aardse heiligdom konden niet alleen de Israelieten kennis nemen van het werk van de komende Messias maar kunnen ook wij leren over het werk van Jezus als Hogepriester.

Spreekt de Schrift nog op andere plaatsen over een hemels heiligdom?

"De HERE woont in zijn heilig paleis, de HERE heeft in de hemel zijn troon..." Psalm 11:4

"Hoort, gij volkeren altemaal; merk op, gij aarde en haar volheid, opdat de Here Here getuige zij tegen u, de Here uit zijn heilige tempel. Want zie, de HERE gaat uit van zijn woning, en Hij daalt neder en treedt op de hoogten der aarde." Micha 1:2, 3

"En daarna zag ik, en de tempel van de tent der getuigenis in de hemel ging open..." Op. 15:5

" En de tempel Gods, die in de hemel is, ging open... " Op. 11:19

Wat zag Johannes nog meer van de tempel?

"...en de ark van zijn verbond werd zichtbaar in zijn tempel..."Op. 11:19

"En toen ik mij omkeerde, zag ik zeven gouden kandelaren, en te midden van de kandelaren iemand als eens mensen zoon..." Op 1:12

"En er kwam een andere engel, die met een gouden wierookvat bij het altaar ging staan, en hem werd veel reukwerk geschonken om het te geven, met de gebeden van alle heiligen, op het gouden altaar voor de troon." Op. 8:3

Al deze attributen waren ook te vinden in het aardse heiligdom want dit was een model van het hemelse.

Welke gebeurtenis zag de profeet Daniel in het hemels heiligdom?

"Terwijl ik bleef toekijken, werden tronen opgesteld, en een Oude van dagen zette Zich neder; zijn kleed was wit als sneeuw en zijn hoofdhaar blank als wol; zijn troon bestond uit vuurvlammen, de raderen daarvan uit laaiend vuur; en een stroom van vuur welde op en vloeide voor hem uit; duizendmaal duizenden dienden hem en tienduizend maal tienduizenden stonden voor hem. De vierschaar zette zich neder en de boeken werden geopend."

Daniel ziet in de hemelse tempel het begin van een oordeelstafereel waar een onderzoek wordt ingesteld aan de hand van boeken in de aanwezigheid van de hemelse wezens.

Vanwaar gaat het uiteindelijke oordeel uit?

"En daarna zag ik, en de tempel van de tent der getuigenis in de hemel ging open; en de zeven engelen, die de zeven plagen hadden, kwamen uit de tempel, bekleed met rein en blinkend linnen en de borst omgord met een gouden gordel....En ik hoorde een luide stem uit de tempel zeggen tot de zeven engelen: Gaat heen en giet de zeven schalen van de gramschap Gods uit op de aarde.
" Op. 15:5-8; 16:1

Uit deze teksten zou het moeten duidelijk zijn dat de Schriften het hemels heiligdom als een werkelijke plaats zien (Heb. 8:2) en niet als een metafoor of een abstractie. Het hemels heiligdom is de plaats waar God woning houdt en het verzoeningswerk van Christus zich afspeelt ter aanschouwing van de hemelse wezens.

Het werk in het Hemels Heiligdom

De boodschap van het heiligdom was een boodschap van verlossing. God gebruikte de diensten van het heiligdom om het evangelie te verkondigen. Paulus zegt:"Want ook ons is het evangelie verkondigd evenals hun (Israelieten in het OT). De diensten van het aardse heiligdom waren een gelijkenis; "Dit was een zinnebeeld voor de tegenwoordige tijd... opgelegd tot de tijd van het herstel." (Christus' eerste komst) (Heb. 9:9, 10)
Het was Gods bedoeling om door het gebruik van symbolen en rituelen, het evangelie in gelijkenissen, het geloof van Israel te vestigen op het offer en hogepriesterlijke werk van de Verlosser van deze wereld, het 'Lam Gods dat de zonden van deze wereld zou wegnemen. (Johannes 1:29)."5

Het heiligdom toont drie fasen van Christus' werk: (1) het plaatsvervangend offer, (2) het priesterlijk middelaarschap, en (3) het laatste oordeel.

 


Het plaatsvervangend offer.

Welke waarheid werd geopenbaard door elk offer dat in het heiligdom werd gebracht?

"...zonder bloedstorting geschiedt er geen vergeving." Heb. 9:22

Deze offers waren een illustratie van de volgende waarheden:

1. Gods oordeel over de zonde. Omdat de zonde een diep gewortelde rebellie is tegen alles wat goed, zuiver en waar is kan ze niet genegeerd worden. De ware aard van de zonde is dat ze steeds verder gaat totdat ze God en Zijn schepping vernietigt. Daarom staat er geschreven: "Want het loon, dat de zonde geeft, is de dood" Rom 6:23

2. Het sterven van Christus in plaats van de zondaar. "Wij allen dwaalden als schapen, wij wendden ons ieder naar zijn eigen weg, maar de HERE heeft ons aller ongerechtigheid op hem doen neerkomen." (Jesaja 53:6). "Het belangrijkste dat ik u heb doorgegeven, heb ik op mijn beurt ook weer ontvangen: dat Christus voor onze zonden is gestorven, zoals in de Schriften staat." (1 Cor. 15:3)

3. God voorziet in het verzoenoffer. Dat offer is " ...Christus Jezus. Hem heeft God voorgesteld als zoenmiddel door het geloof, in zijn bloed..." (Rom. 3:24, 25). "Hem, die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid Gods in Hem." (2 Cor. 5:21).

Christus de Verlosser nam het oordeel over de zonde op zich. Daarom, "werd Christus behandeld zoals wij het verdienen opdat wij behandeld zouden worden zoals Hij het verdiende. Hij werd veroordeeld omwille van onze zonden, waar Hij geen deel aan had, opdat wij gerechtvaardigd zouden worden door Zijn gerechtigheid, in dewelke wij geen deel hebben. Hij onderging de dood die onze straf was opdat wij het leven zouden krijgen die het Zijne was. "en door zijn striemen is ons genezing geworden." (Jesaja 53:5)

De diensten van het aardse heiligdom herhaalden zich telkens weer. Elk jaar opnieuw werd het hele verlossingsplan in gelijkenissen aan het volk verteld.

Hoe dikwijls vond de werkelijkheid plaats?

"maar thans is Hij eenmaal, bij de voleinding der eeuwen, verschenen om door zijn offer de zonde weg te doen." Heb. 9:26
"zo zal ook Christus, nadat Hij Zich eenmaal geofferd heeft om veler zonden op Zich te nemen, ten tweeden male zonder zonde aanschouwd worden" vers 28
"Want door een offerande heeft Hij voor altijd hen volmaakt, die geheiligd worden." Heb. 10:14

Op het kruis werd de straf voor de zonde volledig betaald. De goddelijke gerechtigheid was voldaan. Wettelijk gezien was de wereld met God verzoend.(Rom 5:18). In die zin bracht het kruis een volmaakte verzoening. De zondaar behoeft niets meer te doen om Zijn schuld te betalen, hij kan erop vertrouwen dat dit werk volledig volbracht werd.
Het persoonlijk leven van elk mens is daarmee nog niet met God verzoend. Niettegenstaande de betaling van hun schuld leven mensen nog in rebellie tegen God. Het verzoeningswerk moet plaatsvinden in hun hart.

De priester middelaar.

Welk werk doet Christus nu om de mens persoonlijk met God te verzoenen?

"Want er is maar één God, en maar één bemiddelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus" 1 Tim 2:5

Het is alleen door Zijn verdiensten dat we tot God kunnen komen en beslag kunnen leggen op Zijn kracht om Zijn Woord te gehoorzamen. Christus bemiddeld op grond van Zijn volmaakte verdiensten.

Waar vindt dit werk plaats?

"De hoofdzaak van ons onderwerp is, dat wij zulk een hogepriester hebben, die gezeten is ter rechterzijde van de troon der majesteit in de hemelen,
de dienst verrichtende in het heiligdom, in de ware tabernakel, die de Here opgericht heeft, en niet een mens." Heb 8:1, 2

Wat hebben wij daaraan?

"Daarom kan Hij ook volkomen behouden, wie door Hem tot God gaan, daar Hij altijd leeft om voor hen te pleiten." Heb. 7:25
Alhoewel onze schuld betaald is zijn we nog niet persoonlijk verlost van de macht van de zonde. Maar wanneer wij Gods offer aanvaarden en ons tot Hem wenden komt Hij ons nabij door het middelaarschap en verlost ons van de heerschappij van de zonde in ons leven.

"Laten wij daarom met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade, opdat wij barmhartigheid ontvangen en genade vinden om hulp te verkrijgen te gelegener tijd." Heb. 4:16

In het aardse heiligdom had de priester twee verschillende diensten - een dagelijkse dienst die hij in het heilige, of eerste deel van het heiligdom verrichtte, en een jaarlijkse dienst in het heilige der heilige of tweede deel van het heiligdom. Deze beide diensten waren een beeld van het priesterlijk werk van Christus.

De dagelijkse dienst was een beeld van de voortdurende bemiddeling van Christus voor ons.

Welke genade ontvangen wij door deze dagelijkse bemiddeling?

"Dankzij hem hebben wij allen door één Geest toegang tot de Vader." Ef. 2:18
"Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan medevoelen met onze zwakheden, maar een, die in alle dingen op gelijke wijze als wij is verzocht geweest, doch zonder te zondigen. Laten wij daarom met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade, opdat wij barmhartigheid ontvangen en genade vinden om hulp te verkrijgen te gelegener tijd." Heb. 4:14-16
"Broeders en zusters, dankzij het bloed van Jezus kunnen we zonder schroom binnengaan in het heiligdom,
0mdat hij voor ons met zijn lichaam een weg naar een nieuw leven gebaand heeft, door het voorhangsel heen." Heb. 10:19-22

Door het middelaarswerk van Christus kan de gelovige niet alleen vergeving maar ook heiliging ontvangen zodat hij elke dag verder kan groeien naar de gelijkenis van Christus. Door Zijn bemiddeling wordt niet alleen gerechtigheid toegerekent maar de gerechtigheid dat is Gods karakter wordt ook medegedeeld zodat hart en geest vernieuwd worden naar het beeld van God.

Wanneer de berouwvolle zondaar naar het heiligdom kwam met een offer, legde hij zijn handen op het onschuldige dier en beleed zijn zonden. Door deze daad werden de zonden zinnebeeldig overgebracht op het slachtoffer. Als gevolg daarvan werd hem vergeving geschonken. Het slachtoffer nam de plaats in van de zondaar. Het was echter niet de daad zelf die vergeving bracht maar geloof in het werkelijke offer waarvan het onschuldig dier een zinnebeeld was. Van dat geloof getuigde men door de daad te stellen. "de rechtvaardige zal door zijn geloof leven" Habakuk 2:4

Het bloed van het zondeoffer werd op twee verschillende wijzen aangewend. Indien het werd meegenomen binnenin het heilige, werd het gesprenkeld voor het voorhangsel en op de horens van het wierookaltaar gewreven. (Lev. 4:6, 7, 17, 18). Indien het niet in het heiligdom werd gebracht, werd het gewreven aan de horens van het brandofferaltaar in de voorhof. (Lev. 4:25, 30). In dat geval werd een deel van het offervlees door de priester gegeten (Lev. 6:25, 26, 30). In beide gevallen begrepen de deelnemers aan het ritueel dat hun zonden en schuld overgebracht werden op het heiligdom en haar priesters.

In deze rituele gelijkenis neemt het heiligdom de schuld van de berouwvolle zondaar op zich - voorlopig althans - wanneer deze een zondeoffer bracht en zijn fouten beleed. De gelovige verliet het heiligdom vergeven en verzekerd van Gods aanneming. Zo is het ook in de werkelijke ervaring wanneer een zondaar tot berouw wordt gebracht door de Heilige Geest en gedrongen wordt om Christus aan te nemen als Zijn verlosser en Here. Christus dan neemt zijn zonden op zich en staat in voor zijn schuld. Hij wordt vrijelijk vergeven. Christus is de zekerheid en de plaatsvervanger van de gelovige.

In beeld en tegenbeeld is de dienst in het heilige vooral gericht op het individu. Het priesterlijk werk van Christus voorziet in de vergeving en verzoening van de zondaar met God.(Heb 7:25). Het is omwille van Christus dat God de berouwvolle zondaar vergeeft en hem het rechtvaardig karakter en de gehoorzaamheid van Zijn Zoon toerekent. Hij tekent zijn naam op in het boek des levens als één van Zijn kinderen. Wanneer de gelovige in Christus blijft, wordt hij de ontvanger van de geestelijke genade gebracht door de Heilige Geest door bemiddeling van de Heer. Zo ervaart hij een geestelijke groei en ontwikkelt een karakter dat het goddelijke weerspiegelt.
"Maar de vrucht van de Geest is liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing. Er is geen wet die daar iets tegen heeft. Wie Christus Jezus toebehoort, heeft zijn eigen natuur met alle hartstocht en begeerte aan het kruis geslagen." Gal 5:22, 23

Het laatste oordeel

Wat vond er plaats op de tiende van de zevende maand?

"De tiende dag van de zevende maand is het Grote verzoendag" (NBV lev 23:27)

"Dit zal u tot een altoosdurende inzetting zijn: in de zevende maand op de tiende der maand zult gij u verootmoedigen en generlei werk doen, zomin de geboren Israeliet als de vreemdeling, die in uw midden vertoeft. Want op deze dag zal over u verzoening gedaan worden, om u te reinigen; van al uw zonden zult gij gereinigd worden voor het aangezicht des HEREN. Het zal u een volkomen sabbat zijn en gij zult u verootmoedigen, het is een altoosdurende inzetting. Lev 16:29-31
"En dit zal u een altoosdurende inzetting zijn, ten einde verzoening te doen over de Israelieten om al hun zonden, eenmaal in het jaar. En hij deed, zoals de HERE Mozes bevolen had." vers 34

De gebeurtenissen op de Grote Verzoendag illustreren de drie fasen van Gods laatste oordeel. Deze zijn (1) het 'onderzoekend oordeel' of het 'pre-Advent oordeel' (2) het 'duizendjarige oordeel' en (3) het 'uitvoerend oordeel' dat plaats vindt op het einde van de duizend jaar. Deze drie fasen zullen we van nabij bekijken.

1. Het werk in het heilige der heiligen

Het tweede deel van de priesterlijke dienst is voornamelijk gericht op het heiligdom, en betreft de reiniging van het heiligdom en Gods volk. Dit dienstwerk dat gericht was naar het heilige der heiligen kon alleen door de hogepriester gedaan worden en deed zich eenmaal voor in het godsdienstige jaar.

Wat was nodig voor de reiniging van het heiligdom?

"Hij(de hogepriester)zal de twee bokken nemen en ze voor het aangezicht des HEREN stellen bij de ingang van de tent der samenkomst, en Aaron zal over de beide bokken het lot werpen; een lot voor de HERE, en een lot voor Azazel. Lev 16:7-8

Welke verzoening bracht 'de bok voor de Here'?

"Dan zal hij de bok van het zondoffer, voor het volk bestemd, slachten en zijn bloed naar binnen, achter het voorhangsel brengen, en met dat bloed doen, zoals hij met het bloed van de stier gedaan heeft: hij zal het op het verzoendeksel en voor het verzoendeksel sprenkelen. Zo zal hij verzoening doen over het heiligdom om de onreinheden der Israelieten en om hun overtredingen in al hun zonden; aldus zal hij doen met de tent der samenkomst, die bij hen verblijf houdt te midden van hun onreinheden." Lev 16:15, 16

Het bloed van de bok voor de Here dat het bloed van Christus voorstelt werd in het heilige der heiligen gebracht. De hogepriester plaatste het bloed, in Gods aanwezigheid, op het verzoendeksel-het deksel dat op de ark lag waar de tien geboden in lagen-om zo aan de eisen van Gods heilige wet te voldoen. Zijn daad symboliseerde de onmetelijke prijs die Christus voor onze zonden heeft betaald, waarmee Hij toonde hoe groot Gods verlangen is om Zijn volk met zichzelf te verzoenen. "Het is God die door Christus de wereld met zich heeft verzoend: hij heeft de wereld haar overtredingen niet aangerekend." 2 Cor. 5:19
Daarna sprenkelde hij het bloed op het wierookofferaltaar en op het brandofferaltaar dat elke dag van het jaar besprenkeld is geweest met het bloed dat een voorstelling was van de beleden zonden. Door dit te doen deed de hogepriester verzoening voor het heiligdom en het volk waardoor beiden gereinigd werden. (Lev. 16:16-20, 30-33).

Vervolgens nam de hogepriester, die een beeld is van Christus de middelaar, de zonden die het heiligdom hadden verontreinigd op zich en bracht deze over op de levende bok Azazel De bok Azazel werd vervolgens uit het kamp van Gods volk verwijderd. Door deze handeling werden de zonden van het volk verwijderd. Het waren de zonden die figuurlijk waren overgeplaatst van de berouwvolle gelovige naar het heiligdom door het bloed of vlees van de offers tijdens de dagelijkse vergiffenisdienst. Op deze manier werd het heiligdom gereinigd. (Lev. 16:16-20, 30-33). En zo werd alles goedgemaakt tussen God en Zijn volk.

De Grote Verzoendag was het schaduwbeeld dat verwijst naar het oordeelsproces dat als doel heeft de zonde uit te roeien. De verzoening die op die dag werd gedaan verwijst naar het feit dat de verdiensten van Christus uiteindelijk en voor eeuwig de verwijdering van alle zonden zal bewerkstelligen. Het hele universum zal herenigd worden onder hetzelfde harmonieuze goddelijke bestuur.

Wat gebeurde er met de bok Azazel?

"En Aaron zal zijn beide handen op de kop van de levende bok(Azazel) leggen en over hem al de ongerechtigheden der Israelieten en al hun overtredingen in al hun zonden, belijden; hij zal die op de kop van de bok leggen en die door iemand, die daarvoor gereed staat, naar de woestijn laten brengen.
Zo zal de bok al hun ongerechtigheden op zich dragen naar een onvruchtbaar land, en hij zal die bok in de woestijn vrijlaten." Lev 16:21, 22


Een grondig onderzoek van Leviticus 16 toont ons dat Azazel een beeld is van de Satan en niet van Christus zoals sommigen denken. Deze interpretatie wordt ondersteund door de volgende argumenten: (1)de bok Azazel werd niet geofferd en kon dus niet gebruikt worden als een middel tot vergeving. "Want als er geen bloed wordt uitgegoten, vindt er geen vergeving plaats." (NBV heb. 9:22); (2) Het heiligdom was al volledig gereinigd door het bloed van de 'bok voor de Here' vooraleer de bok Azazel bij het ritueel werd betrokken (Lev. 16:20); (3) In de tekst wordt de bok Azazel behandeld als een persoonlijk wezen die zich tegen God verzet. (De letterlijke lezing van Leviticus 16:8 luidt, :"Een voor Jahweh en de ander voor Azazel"). Daarom is het in deze heiligdomsgelijkenis consequenter om de 'bok voor de Here' te zien als een symbool voor Christus en de bok Azazel als een symbool voor de Satan.

Wat is Gods uiteindelijk doel?

"En zijn besluit om alles in de hemel en op aarde onder één hoofd bijeen te brengen, onder Christus." (Ef 1:10)

Hoe Hij dit zal verwezenlijken wordt naar voor gebracht in de rituelen en de symboliek die plaatsvonden op de Grote Verzoendag.
Wij leren daaruit dat het uiteindelijke oordeel drie verschillende fasen kent. Het ritueel met de bok Azazel op de Grote Verzoendag wees voorbij Kalvarie naar het einde van het zondeprobleem - de uitroeiing van de zonde en Satan. De "volledige verantw0ordelijkheid voor de zonde zal op Satan worden gelegd, die de oorsprong en aanzetter van de zonde is. Satan en zijn volgelingen, en alles wat de zonde met zich heeft meegebracht zullen uit het universum worden verwijderd door de vernietiging ervan. Verzoening door het oordeel zal daarom een volledig verzoend en harmonieus universum voortbrengen. Dit is het objectief dat de tweede en laatste fase van Christus' priesterlijk werk in het heiligdom tot stand zal brengen. Gods rechtvaardigheid zal voor het hele universum eens en voor altijd vaststaan.

Eerste fase van het oordeel

Wat wordt onderzocht in de eerste fase van het oordeel?

"Ik zag dat er tronen werden neergezet en dat er een oude wijze plaatsnam. Zijn kleed was wit als sneeuw, zijn hoofdhaar als zuivere wol. Zijn troon bestond uit vuurvlammen, de wielen uit laaiend vuur. Een rivier van vuur welde op en stroomde voor hem uit. Duizend maal duizenden dienden hem, tienduizend maal tienduizenden stonden voor hem. Het hof nam plaats en de boeken werden geopend." Daniel 7:9-10

De profeet Daniel krijgt een profetische zicht op de gebeurtenissen in het hemels heiligdom die een beeld zijn van wat gebeurde op de tijd van de Grote Verzoendag in het aardse heiligdom. Hij ziet daar dat er in aanwezigheid van God en Zijn schepselen boeken worden geopend door een vierschaar. Dat kan maar een bedoeling hebben: een onderzoek van gegevens om tot een oordeel te komen.

Tot wat werd het volk opgeroepen bij de Grote Verzoendag in het aardse heiligdom?

"Want op deze dag zal over u verzoening gedaan worden, om u te reinigen; van al uw zonden zult gij gereinigd worden voor het aangezicht des HEREN. Het zal u een volkomen sabbat zijn en gij zult u verootmoedigen, het is een altoosdurende inzetting." " Want ieder die zich op die dag niet zal verootmoedigen, zal uitgeroeid worden uit zijn volksgenoten." Lev 23:29

De verootmoediging wijst duidelijk op een zelfonderzoek en een bekering van zonden want het was Gods bedoeling om van zonden te reinigen en dit kan alleen maar gebeuren wanneer er belijdenis is en bekering van zonde.

De hemelse boeken zijn een weergave van deze persoonlijke verootmoediging en bepalen het lot van iedere gelovige. Wanneer het verslag weergeeft dat er geen verootmoediging heeft plaatsgevonden gelden de woorden, " Want ieder die zich op die dag niet zal verootmoedigen, zal uitgeroeid worden uit zijn volksgenoten." Lev 23:29

De verwijdering van de zonden uit het heiligdom heeft te maken met het eerste oordeel dat plaats vindt voor de wederkomst. Het is de onderzoekende fase van het oordeel. Deze fase richt zich op de namen die geschreven staan in het "Boek des Levens" zoals ook de Grote Verzoendag gericht was op de verwijdering van de beleden zonden uit het heiligdom. Valse gelovigen zullen tijdens deze fase uitgezift worden. Het is het moment waar door het priesterlijk werk van Christus de tarwe van het onkruid zal gescheiden worden. Het geloof van de ware gelovigen en hun eenheid met Christus zal bevestigd worden voor het hele universum en het verslag van hun zonden zal voor altijd uitgewist worden.


Hoe roept de Schrift ons op tot deze ervaring?

"Komt dan tot berouw en bekering, opdat uw zonden uitgedelgd worden, opdat er tijden van verademing mogen komen van het aangezicht des Heren, en Hij de Christus, die voor u tevoren bestemd was, Jezus, zende." Handelingen 3:19-20

Wat vindt plaats tijdens de tweede fase van het oordeel?

"En ik zag tronen, en zij zetten zich daarop, en het oordeel werd hun gegeven; en ik zag de zielen van hen, die onthoofd waren om het getuigenis van Jezus en om het woord van God, en die noch het beest noch zijn beeld hadden aangebeden en die het merkteken niet op hun voorhoofd en op hun hand ontvangen hadden; en zij werden weder levend en heersten als koningen met Christus, duizend jaren lang. De overige doden werden niet weder levend, voordat de duizend jaren voleindigd waren. Dit is de eerste opstanding." Op. 20:4
Of weet gij niet, dat de heiligen de wereld zullen oordelen? En indien bij u het oordeel over de wereld berust, zijt gij dan onbevoegd voor de meest onbetekenende rechtspraak? Weet gij niet, dat wij over engelen oordelen zullen? Hoeveel te meer dan over alledaagse dingen? 1Cor 6:2-3

Waar zijn Satan en zijn engelen tijdens deze duizend jaar?

"Ik zag een engel uit de hemel neerdalen met de sleutel van de onderaardse diepte en zware ketenen in zijn hand.
Hij greep de draak, de slang van weleer, die ook duivel of Satan wordt genoemd, en ketende hem voor duizend jaren. Hij gooide hem in de diepte, sloot de put boven hem en verzegelde die, opdat de volken niet meer door hem misleid zouden worden tot de duizend jaar voorbij waren; daarna moet hij korte tijd worden losgelaten."
Op.20:1-3

De verbanning van de bok Azazel naar de woestijn verwijst naar de duizendjarige gevangenschap van Satan op deze verlaten aarde. Deze gevangenschap begint bij de wederkomst van Christus en valt samen met de tweede fase van het laatste oordeel, dat in de hemel plaatsvindt. Dit duizendjarig oordeel betreft hen die niet verlost zijn en wachten op de tweede opstanding. Het onderzoekend oordeel van de zondaars geeft inzicht aan de verlosten in de wijze waarop God met de zonde en de zondaars die niet gered zijn heeft gehandeld. Het zal al de vragen beantwoorden die de verlosten hebben over Gods genade en gerechtigheid.
"en God zal alle tranen van hun ogen afwissen." Op. 7:17

Wat gebeurt er met de veroordeelden in de derde fase van het oordeel?

"En wanneer de duizend jaren voleindigd zijn, zal de satan uit zijn gevangenis worden losgelaten...En de zee gaf de doden, die in haar waren, en de dood en het dodenrijk gaven de doden, die in hen waren, en zij werden geoordeeld, een ieder naar zijn werken. En de dood en het dodenrijk werden in de poel des vuurs geworpen. Dat is de tweede dood: de poel des vuurs. En wanneer iemand niet bevonden werd geschreven te zijn in het boek des levens, werd hij geworpen in de poel des vuurs." Op 20:1;13-15

"Maar de tegenwoordige hemelen en de aarde zijn door hetzelfde woord als een schat weggelegd, ten vure bewaard tegen de dag van het oordeel en van de ondergang der goddeloze mensen...Wij verwachten echter naar zijn belofte nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont." 2 Petrus 3:7-13

Wat zullen zij doen voor zij voor eeuwig vernietigd worden?

"Want er staat geschreven: Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Here: voor Mij zal alle knie zich buigen, en alle tong zal God loven."

De goddelozen die opstaan bij de tweede opstanding na de duizend jaar zullen de rechtvaardigheid erkennen van Gods oordeel. Iedereen zal ten volle beseffen dat hij zijn straf verdient. Er zullen geen vragen meer zijn en er zal geen twijfel meer bestaan over de rechtvaardigheid en liefde van God.

De vrijlating van Satan, de opstanding van de goddelozen, de erkenning van Gods rechtvaardigheid en de eeuwige vernietiging door het vuur vormen de laatste fase van het oordeel.

Terug pagina 2