De heiligdomservaring

Gods weg in het heiligdom
De dagelijkse offers
Wassen en besprenkelen
Het dagelijks dienstwerk
De kandelaar
De toonbroden
De wierook
De ark

Gods weg in het heiligdom

Paulus verwijst naar het Israël van het OT wanneer hij zegt: “Want ook ons is het evangelie verkondigd evenals hun…” Heb. 4:2
Werd het evangelie dan aan de Israëlieten verkondigd?
Het heiligdom met alles wat eromheen gebeurde was het evangelie uitgedrukt in symbolen en gelijkenissen.
Het hele verlossingsplan vanaf het offer van Christus voor onze zonde tot en met het volkomen herstel naar Zijn beeld en de complete uitroeiing van de zonde kan gezien worden in het heiligdomgebeuren dat zich elk jaar opnieuw voltrok in het Joodse stelsel.

”O God! Uw weg is in het heiligdom; wie is een groot God, gelijk God?” Psalm 77:14 (SV)

Maar wij leven niet meer in het OT, hebben wij dan nog iets aan het heiligdom?

”Want Christus is niet binnengegaan in een heiligdom met handen gemaakt, een afbeelding van het ware, maar in de hemel zelf, om thans, ons ten goede, voor het aangezicht Gods te verschijnen.” “Maar Christus, opgetreden als hogepriester der goederen, die gekomen zijn, is door de grotere en meer volmaakte tabernakel, niet met handen gemaakt, dat is, niet van deze schepping, en dat niet met het bloed van bokken en kalveren, maar met zijn eigen bloed eens voor altijd binnengegaan in het heiligdom, waardoor Hij een eeuwige verlossing verwierf.” Hebr. 9:24, 11

Wat Christus voor ons verricht in het hemelse heiligdom kunnen we leren door een studie van het aardse heiligdom dat een afbeelding was van het hemelse.

”Dezen (Israëlieten) verrichten slechts dienst bij een afbeelding en schaduw van het hemelse, blijkens de godsspraak, die Mozes ontving, toen hij de tabernakel zou gereedmaken. Zie toe, zegt Hij immers, dat gij alles maakt naar het voorbeeld, dat u getoond werd op de berg.” hebr. 8:5

Ook de belangrijke eindtijdprofetieën kunnen niet begrepen worden zonder een kennis van de heiligdomssymboliek. Het boek Openbaring dat in de eerste plaats gericht was aan de eerste gemeente is doorweven van de heiligdomssymboliek waarmee de eerste Christenen vertrouwd waren. We kunnen de boodschap van dit boek en dat van het boek Daniël waarvan Openbaring een voortzetting is, niet begrijpen zonder een kennis van het heiligdom.

Door het heiligdom wilt God ons een diepere ervaring geven van het verlossingswerk zodat Hij in ons midden kan wonen.

“En zij zullen Mij een heiligdom maken, en Ik zal in hun midden wonen.” Ex. 25:8


De Bijbel spreekt over drie tempels:
-De aardse tempel of tabernakel waarvan God zei: En zij zullen Mij een heiligdom maken, en Ik zal in hun midden wonen. Ex 25:8
-De hemelse tempel waarvan de aardse tempel een afspiegeling was: “Zij verrichten hun dienst in wat de afspiegeling en de voorafschaduwing is van het hemelse heiligdom” Hebr. 8:5 De hemelse tempel is Gods woonplaats.
-De mens Jezus die het voorbeeld is van iedere mens: Want het heeft de ganse volheid behaagd in Hem woning te maken. Col 1:19.
En als wij Hem aannemen: “Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt en dat de Geest Gods in u woont? 1 Cor. 3:16

Door het heiligdom openbaart God Zijn doel met de mens; hem te reinigen van de zonde en in hem te wonen door de Heilige Geest. Elk element van het heiligdom helpt ons in te zien hoe God dit met ons wilt bereiken.

”De heiligdomsdiensten werden ontworpen om de Israëlieten onder de indruk te brengen van Gods heiligheid en Zijn afkeer van de zonde. Het toonde hen dat elk contact met de zonde verontreinigd.” Great Controversy p. 419

“Want de genade Gods is verschenen, heilbrengend voor alle mensen, om ons op te voeden, zodat wij, de goddeloosheid en wereldse begeerten verzakende, bezadigd, rechtvaardig en godvruchtig in deze wereld leven, verwachtende de zalige hoop en de verschijning der heerlijkheid van onze grote God en Heiland, Christus Jezus, die Zich voor ons heeft gegeven om ons vrij te maken van alle ongerechtigheid, en voor Zich te reinigen een eigen volk, volijverig in goede werken.” Titus 2:11-14

“Jezus nam de menselijke natuur op zich, om voor de mensheid een voorbeeld na te laten, in alles en volmaakt. Hij wilt ons vormen naar Zijn beeld, waarachtige in elk streven, in alle gevoelens en gedachten – waarachtig in hart, ziel en leven. Dit is het ware Christendom. Onze gevallen natuur moet gezuiverd worden, veredeld en toegewijd door gehoorzaamheid aan de waarheid.” 5 Testimonies p. 235

“Volg dus het voorbeeld van God, als kinderen die hij liefheeft, en ga de weg van de liefde, zoals Christus, die ons heeft liefgehad en zich voor ons gegeven heeft als offer, als een geurige gave voor God.” Ef. 5:1, 2

Wordt een tempel voor de Heer!


De tempeldiensten uit het oude testament waren een samenwerking van het menselijke met het goddelijke. Een samenwerking die leidde tot de totale uitroeiing van de zonde. Deze samenwerking wordt ook gezien in het leven van Jezus. Jezus is een voorbeeld van de tempel die de mens kan zijn wanneer hij zich verbindt met de goddelijke natuur. In deze tempel zien we de weg die God met ons wilt gaan.

“Door deze zijn wij met kostbare en zeer grote beloften begiftigd, opdat gij daardoor deel zoudt hebben aan de goddelijke natuur, ontkomen aan het verderf, dat door de begeerte in de wereld heerst.” 2Pe 1:4

“Van Zijn eigen leven zei de Verlosser: “zoals ik me ook aan de geboden van mijn Vader gehouden heb en in zijn liefde blijf.” “En die Mij gezonden heeft, is met Mij. Hij heeft Mij niet alleen gelaten, want Ik doe altijd wat Hem behaagt.” Joh 15:10; 8:29. Zoals Jezus was in de menselijke natuur, zo wilt ook God dat Zijn volgelingen zijn. In Zijn kracht zijn wij geroepen te leven in zuiverheid en verhevenheid zoals ook de Verlosser leefde.” Testimonies 8, p. 289

“Ons overkomt geen enkele moeilijkheid die Hij niet in gelijke mate heeft ondervonden. Met elk lijden was ook Zijn hart vertrouwd. Zijn gevoelens konden evenals de onze door de verachting en de onverschilligheid van hen die zich zijn vrienden noemden, gekwetst worden. Is jouw pad met doornen bezaaid? Het pad van Christus was dat nog veel meer. Ben je noodlijdend? Hij was dat ook. Zijn toestand was volkomen geschikt om voor ons een volmaakt voorbeeld te zijn..” Our High Calling, p. 59

“Daarom moest Hij in alle opzichten aan zijn broeders gelijk worden, opdat Hij een barmhartig en getrouw hogepriester zou worden bij God, om de zonden van het volk te verzoenen. Want doordat Hij zelf in verzoekingen geleden heeft, kan Hij hun, die verzocht worden, te hulp komen.” Hebr. 2:17, 18

Het hele heiligdomsgebeuren was een uitdrukking van het werk en het karakter van de verlosser. Een studie van het heiligdom en het leven van Christus zal ons helpen een duidelijk beeld te krijgen van de samenwerking die God wilt aangaan met de menselijke ziel om van Hem een tempel Gods te maken.

De dagelijkse offers

De morgen en avondwijding

“Dit is, wat gij op het altaar zult bereiden: twee eenjarige lammeren, geregeld elke dag. Het ene lam zult gij in de morgen bereiden en het andere lam zult gij in de avondschemering bereiden…
een dagelijks brandoffer voor uw geslachten bij de ingang van de tent der samenkomst voor het aangezicht des HEREN, waar Ik met u zal samenkomen, om daar tot u te spreken.” Ex. 29:38, 39, 42

Deze offers werden gebracht op het koperen brandofferaltaar dat zich bevond bij de ingang van de voorhof. Alle vuuroffers die voor de Here werden gebracht werden op dit altaar verbrand en de horens van het altaar werden besprenkeld met het verzoenend bloed. Hierdoor werd duidelijk gemaakt dat: “nagenoeg alles volgens de wet met bloed wordt gereinigd, en zonder bloedstorting geschiedt er geen vergeving” Hebr. 9:22

Het morgen en avondoffer was een symbool van de dagelijkse toewijding van Gods volk en een uiting van hun voortdurende afhankelijkheid van Gods genade die komt door het verzoenend bloed van Christus. Elk offer moest zonder enig gebrek zijn (Lev. 22:20) want alleen een dergelijk offer kon symbool staan voor de volmaakte reinheid van Hem die het “onberispelijk en vlekkeloos Lam” is (1 Petrus 1:19).

De apostel Paulus verwijst naar deze offers als een illustratie van wat de volgelingen van Christus kunnen worden. Hij zegt, “Ik vermaan u dan, broeders, met beroep op de barmhartigheden Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levend, heilig en Gode welgevallig offer: dit is uw redelijke eredienst.” Rom 12:1

God verlangt dat we onszelf geheel aan Hem geven. Ons offer is volmaakt wanneer we niets achterhouden.

”Zo zal dus niemand van u, die niet afstand doet van al wat hij heeft, mijn discipel kunnen zijn.” Lucas 14:33

Dit gaat niet in de eerste plaats over materiele zaken maar over de dingen die gekoesterd worden in het zondige hart.

“Zij die de Here liefhebben met geheel hun hart, verlangen om Hem het beste te geven van hun leven. Zij proberen voortdurend elke kracht van hun wezen in harmonie te brengen met de wetten die hun vermogen vergroten om Zijn wil te doen.” Patriarchs and Prophets p. 352, 353


Zout

“Bij al uw offergaven zult gij zout voegen.” Lev. 2:13

Jezus zegt: “Hebt zout in uzelf en houdt vrede onder elkander.”
Dit zout zegt Paulus moet ook smaak geven aan uw woorden: “Col 4:6  Uw spreken zij te allen tijde aangenaam, niet zouteloos; gij moet weten, hoe gij aan ieder het juiste antwoord moet geven.”

Het is het zout dat kracht geeft en smaak aan het leven van een Christen. Zonder dat zout is onze dienst voor God smakeloos en verwerpelijk.

“Of zijt gij niet zo zeker van uzelf, dat Jezus Christus in u is? Want anders zijt gij verwerpelijk.” 2 Cor 13:5

Wat hebben onze woorden in de afgelopen dagen anderen aangedaan? Zijn zij versterkend geweest, opbouwend, bemoedigend en verrijkend?

”Een vriendelijke uitspraak is een korf vol honing,
zoet voor de ziel en gezond voor het lichaam.” Spreuken 16:24

We zijn alleen van nut voor de medemens op deze wereld wanneer Jezus Christus, het Zout in ons is.

Zout bewaart voor kwaad en verderf. De invloed van een Christelijk leven op de omgeving heeft hetzelfde effect. Zonder dat zout kan geen enkele invloed worden uitgeoefend dat tot verlossing van de medemens leidt.

“De energie en efficiëntie in de opbouw van Mijn koninkrijk, zegt Jezus, is afhankelijk van het ontvangen van Mijn Geest. Jullie moeten deelhebben aan Mijn genade, om door jullie leven met Mij anderen begerig te maken naar dat leven. Daarin is geen afgunst, geen zoeken van zichzelf, geen verlangen naar de hoogste plaats. U zult de liefde hebben die niet zoekt om zichzelf maar het leven van de ander te verrijken.” Desire of Ages p. 439

Kan dit iets anders brengen dan vrede onder broeders en zusters in Christus?


De tempel en haar diensten waren een symbool van Christus en Zijn verlossingswerk. Het hele ritueel dat gepaard ging met de vergeving van de zonden was erop gericht de zonde in al haar vreselijkheid te laten zien en een afkeer teweeg te brengen in de zondaar voor alles wat zonde was.
Ieder die zondigde en vergeving wenste werd persoonlijk geconfronteerd met de oneindig grote kostprijs van zijn verlossing.
De berouwvolle zondaar bracht zijn offer naar de deur van de tabernakel waar hij zijn handen plaatste op het hoofd van het onschuldige slachtoffer terwijl hij zijn zonden beleed. Zo werden de zonden symbolisch verplaatst van de zondaar naar het slachtoffer. Door zijn eigen hand werd het slachtoffer gedood. Hij zag het bloed vloeien dat eens zou vloeien uit het ‘Lam van God dat de zonden van deze wereld wegneemt.’ Alleen door geloof in het bloed van het ‘Lam’ kon hij vergeving en verlossing van zonde ervaren.
Deze handeling die vereist was om vergeving te bekomen liet de zondaar aan de lijve ondervinden dat “zonder bloedstorting geen vergeving geschiedt.” Hebr. 9:22. Zien en beseffen dat het niet zijn eigen bloed was maar dat van de onschuldige Zoon van God was het enige dat Zijn hart kon breken en ontvankelijk maken voor de liefde Gods.
De kracht van dit ritueel indien met geloof gepaard, was in staat om de zondaar van alle zonde te bevrijden en een nieuw leven te geven in de kracht van Gods genade.
Velen echter verloren het geloof en zagen dit ritueel als een middel om het zondige leven te onderhouden. Ze konden zondigen en alles vlug met God vereffenen door een offer te brengen.
Velen zien zo ook hun gebed om vergeving als een vereffening voor de zonde. Ze blijven zondigen en gebruiken het gebed als een aflaat bij God een boetedoening waarmee ze bij God in het reine kunnen komen.
Maar de Here zegt: “Gaat niet voort met huichelachtige offers te brengen; gruwelijk reukwerk is het Mij; nieuwe maan en sabbat, het bijeenroepen der samenkomsten. Ik verdraag het niet: onrecht met feestelijke vergadering. Uw nieuwemaansdagen en uw feesten haat Ik met heel mijn ziel, zij zijn Mij een last. Ik ben moede ze te dragen. Wanneer gij uw handen uitbreidt, verberg Ik mijn ogen voor u; zelfs wanneer gij het gebed vermenigvuldigt, hoor Ik niet; uw handen zijn vol bloed. Wast u, reinigt u, doet uw boze daden uit mijn ogen weg; houdt op kwaad te doen; leert goed te doen, tracht naar recht, houdt de geweldenaar in toom, doet recht aan de wees, verdedigt de rechtszaak der weduwe. Komt toch en laat ons tezamen richten, zegt de HERE; al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw; al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol.” Jesaja 1:13, 16-18


Bloed

“Het bloed van Jezus, zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde.” 1 Joh 1:7

Sommige mensen lezen dit vers verkeerd. Ze lezen, “Het bloed van Jezus, zijn Zoon, reinigt ons van alle schuld.”
Zo denken zij te mogen zondigen zonder verder schuld op zich te laden. Dit noemen zij de Christelijke vrijheid.

“De verzoening door het bloed van Christus is niet zomaar een handig middel om ons van de schuld van de zonde vrij te spreken; het is een goddelijke remedie tegen het overtreden van de wet en tot herstel van de geestelijke gezondheid. Het is het door de Hemel voorgeschreven middel waardoor de gerechtigheid van Christus niet alleen over ons maar ook in ons hart en karakter kan zijn.” 6 Bible Comm. 1074

“Hem, die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid Gods in Hem.” 2 Cor. 5:21

Het bloed van Christus is voor hen die geloven een oneindige krachtbron die hen tot kinderen van God maakt. Door Zijn bloed worden we deelachtig aan de goddelijke natuur.

Wanneer door Gods genade onze ogen worden geopend en we het bloed zien dat Hij voor ons vergoot, ervaren wij wat geschreven staat in Zacharia 12:10-13:1 : “Ik zal over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem uitgieten de Geest der genade en der gebeden; zij zullen hem aanschouwen, die zij doorstoken hebben, en over hem een rouwklacht aanheffen als de rouwklacht over een enig kind, ja, zij zullen over hem bitter leed dragen als het leed om een eerstgeborene…Te dien dage zal er een bron ontsloten zijn voor het huis van David en voor de inwoners van Jeruzalem ter ontzondiging en reiniging.”

Wanneer de zondaar zijn handen op het slachtoffer had gelegd, zijn zonden had beleden en het offer eigenhandig had gedood, werkte Gods Geest aan zijn hart. Het bloed van het onschuldige slachtoffer sprak tot hem over de oneindige liefde van God. Deze prediking van de Geest was krachtig genoeg om ieder hart te breken. Indien het hart zich niet verhardde kon het werk van de Geest zich verderzetten; “Ik zal mijn wetten in hun harten leggen, en die ook in hun verstand schrijven, en hun zonden en ongerechtigheden zal Ik niet meer gedenken.” Hebr. 10:14-18

Wat is het antwoord van ons hart op het bloed dat voor ons heeft gevloeid?
Heeft het ons leven van zonde gereinigd?
Heeft de gerechtigheid van Christus ons karakter veroverd?

Wassen en sprenkelen

Water

“Gij nu zult een vat van koper maken …voor de afwassingen, het plaatsen tussen de tent der samenkomst en het altaar, en daar water in doen. En Aaron en zijn zonen zullen daarin hun handen en voeten wassen. Wanneer zij naar de tent der samenkomst komen, zullen zij zich met water wassen, opdat zij niet sterve.” Ex. 30:17-20

Niemand kan voor God verschijnen en leven tenzij hij met water gewassen is!

We weten dat elk ritueel een gelijkenis is. Water wordt gebruikt om onreinheden te verwijderen. Het enige water dat dit kan doen met onze morele onreinheden is het levende water dat van Jezus komt. Dit is het water dat ons herstelt naar Zijn beeld wanneer wij met Hem verbonden zijn door geloof in Zijn woord.

Joh 15:5:  “Ik ben de wijnstok, gij zijt de ranken. Wie in Mij blijft, gelijk Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt gij niets doen.”

Zonder dat levend water kunnen we niets doen dat ons terug tot God brengt.

Het Woord is het levende water dat wij door het geloof in ons harten moeten brengen. Daar werkt het als een herscheppende en reinigende kracht die vloeit door onze woorden en daden naar anderen toe.

“Nu gij uw zielen door gehoorzaamheid aan de waarheid gereinigd hebt tot ongeveinsde broederliefde, hebt dan elkander van harte en bestendig lief, als wedergeboren, en niet uit vergankelijk, maar uit onvergankelijk zaad, door het levende en blijvende woord van God.” “Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk Gods niet binnengaan.”  1Petr. 1:23; Joh 3:5
.
“Als gij in mijn woord blijft, zijt gij waarlijk discipelen van Mij en gij zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken.” Joh. 8:31, 32

Christus is het woord, het levende water waar wij vrijelijk kunnen van drinken. Hij geeft ons alles wat we nodig hebben om “onberispelijk, zonder vlek of rimpel voor de troon van God te staan.”

“Maar uit Hem is het, dat gij in Christus Jezus zijt, die ons van God is geworden: wijsheid, rechtvaardigheid, heiliging en verlossing, opdat het zij, gelijk geschreven staat: Wie roemt, roeme in de Here.” 1 Cor. 1:30


“Ik zal rein water over u sprengen, en gij zult rein worden; van al uw onreinheden en van al uw afgoden zal Ik u reinigen; een nieuw hart zal Ik u geven en een nieuwe geest in uw binnenste; het hart van steen zal Ik uit uw lichaam verwijderen en Ik zal u een hart van vlees geven.Mijn Geest zal Ik in uw binnenste geven en maken, dat gij naar mijn inzettingen wandelt en naarstig mijn verordeningen onderhoudt.” Ezech. 36:25-27

Christus is het reine water. Door zijn bloed worden we gereinigd en krijgen we toegang tot de kracht van Zijn genade die krachtigere is dan de zonde. In Christus wordt de dorst naar vrijheid van de macht van de zonde volkomen gelest. Hij die met water besprenkeld is, is bevrijd van zichzelf, vrijgemaakt om goed te doen.

Joh 4:14  “maar wie gedronken heeft van het water, dat Ik hem zal geven, zal geen dorst krijgen in eeuwigheid, maar het water, dat Ik hem zal geven, zal in hem worden tot een fontein van water, dat springt ten eeuwigen leven.”

Het Woord is het levende water.

Col 3:16  “Het woord van Christus wone rijkelijk in u, zodat gij in alle wijsheid elkander leert en terechtwijst en met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen zingende, Gode dank brengt in uw harten.”

Jer 15:16  “Zo vaak uw woorden gevonden werden, at ik ze op, uw woord was mij tot vreugde en blijdschap mijns harten; want uw naam is over mij uitgeroepen, HERE, God der heerscharen.”

Zij die het levende water niet willen drinken, “verliezen het eeuwige leven omdat zij weigeren het enige middel aan te nemen die de Vader en de Zoon aanbiedt voor de redding van de wereld.” Bible Comm. 931.

 

Het dagelijks dienstwerk

Waarom is Christus binnengegaan in het hemelse heiligdom?

“Maar Christus, opgetreden als hogepriester… eens voor altijd binnengegaan in het heiligdom, waardoor Hij een eeuwige verlossing verwierf. Want als reeds het bloed van bokken en stieren en de besprenging met de as der vaars hen, die verontreinigd zijn, heiligt, zodat zij naar het vlees gereinigd worden,  hoeveel te meer zal het bloed van Christus, die door de eeuwige Geest Zichzelf als een smetteloos offer aan God gebracht heeft, ons bewustzijn reinigen van dode werken, om de levende God te dienen?  Hebr. 9:11-14

Het was het werk van de priester om tijdens de dagelijkse diensten het bloed van het zondeoffer voor God te brengen en reukwerk te doen opstijgen met de gebeden van het volk. Dit alles verwees naar het werk van Christus als hogepriester die nu pleit voor ons zondaars met Zijn bloed en onze gebeden voor God aannemelijk maakt door het kostbare reukwerk van Zijn gerechtigheid.

Al onze hoop op verlossing en eeuwig leven is in Jezus’ werk in het heiligdom. Deze hoop, “hebben wij als een anker der ziel, dat veilig en vast is, en dat reikt tot binnen het voorhangsel, waarheen Jezus voor ons als voorloper is binnengegaan naar de ordening van Melchisedek hogepriester geworden in eeuwigheid.” Hebr. 6:19-20

“De hoofdzaak van ons onderwerp is, dat wij zulk een hogepriester hebben, die gezeten is ter rechterzijde van de troon der majesteit in de hemelen, de dienst verrichtende in het heiligdom, in de ware tabernakel, die de Here opgericht heeft, en niet een mens.” Hebr. 8:1, 2

Wat wordt bedoeld met ‘zulk een hogepriester?’

“Ons losgeld werd betaald door onze Verlosser. Niemand hoeft nog slaaf te zijn van de Satan. Christus staat voor ons als een almachtige helper. ‘Daarom moest Hij in alle opzichten aan zijn broeders gelijk worden, opdat Hij een barmhartig en getrouw hogepriester zou worden bij God, om de zonden van het volk te verzoenen. Want doordat Hij zelf in verzoekingen geleden heeft, kan Hij hun, die verzocht worden, te hulp komen.” Hebr. 2:17, 18
“Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan medevoelen met onze zwakheden, maar een, die in alle dingen op gelijke wijze als wij is verzocht geweest, doch zonder te zondigen. Laten wij daarom met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade, opdat wij barmhartigheid ontvangen en genade vinden om hulp te verkrijgen te gelegener tijd.” Hebr. 4:15, 16

Hij waakt over jouw, kind van God dat beeft in zwakheid. Word je verzocht? Hij zal je verlossen. Ben je zwak? Hij zal je kracht geven. Ben je onwetend? Hij zal je kennis geven. Ben je gekwetst? Hij zal je genezen.” Ministry of Healing p. 71


“Hij kan tegemoetkomend zijn jegens de onwetenden en dwalenden, daar hij ook zelf met zwakheid omvangen is.” Heb. 5:2

Omdat Hij op elk gebied verzocht is geweest zoals wij, kan Hij met ons meevoelen. Hij weet hoe Hij de kinderen en de jongeren kan helpen omdat Hij ook kind is geweest en elke beproeving en verzoeking waarmee kinderen te maken hebben begrijpt.

Kinderen moeten verteld worden dat Jezus hun menselijke natuur op Zich heeft genomen en net als hen door de Satan werd verzocht. Hij heeft aan de verzoeking weerstaan omdat Hij zich steeds afhankelijk stelde van de goddelijke kracht van Zijn hemelse Vader en Zijn wil aan Hem onderwierp zodat Hij gehoorzaam bleef aan Zijn geboden.

Elk kind heeft het voorrecht en de plicht om in de voetsporen van Jezus te wandelen. De kinderen moeten weten dat Jezus het op prijs stelt wanneer Zij Hem vragen om elke geestelijke genade. Hij verlangt ernaar dat Zij met al hun moeilijkheden tot Hem komen, want Hij weet precies hoe Hij hen kan helpen want Hij heeft meegemaakt wat ieder kind meemaakt.

Indien wij iets te verduren hadden dat Jezus niet is overkomen dan zou Satan de kracht van God op dit punt als ontoereikend voorstellen. Hij doet dat eigenlijk altijd maar we moeten hem weerstaan door te geloven wat geschreven staat: “Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan medevoelen met onze zwakheden, maar een, die in alle dingen op gelijke wijze als wij is verzocht geweest, doch zonder te zondigen.” Hebr. 4:15
Jezus doorstond elke verzoeking die een mens kan overkomen. Hij oefende geen kracht uit waarover wij niet vrijelijk kunnen beschikken. Als mens weerstond Hij de verzoeking en overwon in de kracht die God Hem gaf.

1Jo 4:4  Gij zijt uit God, kinderkens, en gij hebt hen overwonnen; want Hij, die in u is, is meerder dan die in de wereld is.
1Jo 5:4  want al wat uit God geboren is, overwint de wereld; en dit is de overwinning, die de wereld overwonnen heeft; ons geloof.
Opb 3:21  Wie overwint, hem zal Ik geven met Mij te zitten op mijn troon, gelijk ook Ik heb overwonnen en gezeten ben met mijn Vader op zijn troon.


“De verzoekingen waaraan Christus weerstond zijn die waaraan wij zo moeilijk kunnen weerstaan. De kracht van de verzoekingen was evenredig met de sterkte van Zijn karakter; veel groter dus dan de kracht van onze verzoekingen. Terwijl de vreselijke last van de zonde op Hem rustte, bood Hij weerstand aan de eetlust, de liefde voor deze wereld en de liefde voor vertoon die leidt naar overmoed. Dit waren de verzoekingen die ook over Adam en Eva zijn gekomen en die ons zo vlug ten val brengen.” Desire of Ages, p. 116, 117

“Het is voor ons onmogelijk om in eigen kracht de aandrang van onze gevallen natuur te loochenen. Het is via deze weg dat Satan ons verzoekt. Christus wist dat de vijand tot elke mens zou komen, voordeel zou proberen te halen uit zijn overgeërfde zwakheden, en door zijn valse insinuaties allen die niet op God vertrouwen zou strikken. Door dezelfde weg te bewandelen die de mens gaat, heeft de Here voor ons de weg tot de overwinning bereid.” Desire of Ages, p. 122

Wat betekenen de bovenstaande teksten voor ons? Staan wij alleen en onbegrepen in het moment van de verzoeking? Helemaal niet! Hij die ze alle heeft overwonnen in een toestand moeilijker dan de onze staat ons bij, niet alleen om ons te bemoedigen maar te laten overwinnen door de kracht waarmee Hij overwonnen heeft.

Hij kent de strijd en de kracht die nodig is om te weerstaan.
“Tijdens zijn dagen in het vlees heeft Hij gebeden en smekingen onder sterk geroep en tranen geofferd aan Hem, die Hem uit de dood kon redden, en Hij is verhoord uit zijn angst, en zo heeft Hij, hoewel Hij de Zoon was, de gehoorzaamheid geleerd uit hetgeen Hij heeft geleden, en toen Hij het einde had bereikt, is Hij voor allen, die Hem gehoorzamen, een oorzaak van eeuwig heil geworden, door God aangesproken als hogepriester naar de ordening van Melchisedek.” Hebr. 5:7-10

“Daarom kan Hij ook volkomen behouden, wie door Hem tot God gaan, daar Hij altijd leeft om voor hen te pleiten.” Hebr. 7:25

Behouden van wat? Van de straf van de zonde? Nee, van de zonde zelf!

“Hij geeft de moede kracht en de machteloze vermeerdert hij sterkte.” Jesaja 40:29


“Daar wij nu een grote hogepriester hebben, die de hemelen is doorgegaan, Jezus, de Zoon van God, laten wij aan die belijdenis vasthouden. Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan medevoelen met onze zwakheden, maar een, die in alle dingen op gelijke wijze als wij is verzocht geweest, doch zonder te zondigen. Laten wij daarom met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade, opdat wij barmhartigheid ontvangen en genade vinden om hulp te verkrijgen te gelegener tijd.” Hebr. 4:14-16

“Jezus kent de omstandigheden die onze ziel omringen. Hij kent de vele hevige gevechten van de menselijke ziel tegen de overgeërfde neigingen en zonden die door gewoonte en herhaling algemeen zijn geworden.”

De mens beschikt over al de hulp die ook Christus had in hun strijd met de Satan. Niemand hoeft de strijd te verliezen. Allen kunnen meer dan overwinnaars zijn door Hem die ons heeft liefgehad en Zijn leven voor ons heeft gegeven. “U bent gekocht en betaald.” 1 Cor 6:20. En met welk een prijs! De Zoon van God streed in Zijn menszijn met dezelfde hevige, ogenschijnlijk onoverkomelijke verzoekingen die over de mens komen – verzoekingen om toe te geven aan de eetlust, om in overmoed daar te gaan waar God ons niet leidt, en om de god van deze wereld te aanbidden, om een eeuwige zegen op te offeren voor de fascinerende geneugten van dit leven. Iedereen zal verzocht worden, maar het Woord zegt dat we niet boven ons vermogen zullen verzocht worden. We kunnen de vijand weerstaan en overwinnen.” 1 selected messages, p. 95

“U hebt geen beproevingen te doorstaan die niet voor mensen te dragen zijn. God is trouw en zal niet toestaan dat u boven uw krachten wordt beproefd: hij geeft u mét de beproeving ook de uitweg, zodat u haar kunt doorstaan.” 1 Cor. 10:13 (NBV)

“Door geloof en gebed kunnen allen voldoen aan de eisen van het evangelie. Niemand kan tot zonde gedwongen worden. Zijn eigen toestemming moet verkregen worden; de ziel moet eerst instemmen met de zondige daad vooraleer de passie kan domineren over de rede en het kwaad kan heersen over het geweten. De verzoeking, hoe sterk die ook is, kan nooit geen excuus zijn voor de zonde. Ps 34:15:  “De ogen des HEREN zijn op de rechtvaardigen, en zijn oren tot hun hulpgeroep.” Roep tot de Here, gij die verzocht wordt. Werp jezelf, hulpeloos, onwaardig, op Jezus, en leg beslag op Zijn beloften. De Here zal horen. Hij weet hoe sterk de neigingen zijn van het natuurlijke hart, en Hij zal je bij elke verzoeking helpen.” 5 Testimonies 177

“Beijvert u daarom des te meer, broeders, om uw roeping en verkiezing te bevestigen; want als gij dit doet, zult gij nimmer struikelen. Want zo zal u rijkelijk worden verleend de toegang tot het eeuwige Koninkrijk van onze Here en Heiland, Jezus Christus.” 2 Petrus 1:10, 11

De kandelaar

Zoals alle onderdelen van het heiligdom verwijst ook de kandelaar naar Jezus Christus en Zijn werk voor ons.

Jezus zelf is het licht.

“In het Woord was leven en het leven was het licht der mensen.” Joh. 1: 4
”Wederom dan sprak Jezus tot hen en zeide: Ik ben het licht der wereld” Joh. 8:12

Door zijn hogepriesterlijk werk wordt Gods Geest gegeven aan allen die in Hem geloven. Zo schijnt ook het licht van Christus in de gelovige tot getuigenis van de kracht van Zijn genade en de oneindige grootheid van Zijn liefde.

Mt 5:14  Gij zijt het licht der wereld.

“Het is het voorrecht van elke ziel om een levend kanaal te zijn waardoor God de rijkdom van Zijn genade, de onuitputtelijke rijkdom van Christus,  aan de wereld kenbaar kan maken. Er is niets waar naar Christus meer verlangt dan naar medewerkers die aan de wereld Zijn geest en karakter kenbaar maken.  Er is niets waar de wereld meer nood aan heeft dan aan een openbaring door de mens van Christus’ liefde. De hele hemel wacht op kanalen waardoor zij de heilige olie (Zijn liefde) kunnen laten vloeien tot vreugde en zegen van de harten van de mensen.” Christ object lessons p. 419

De openbaring van Zijn eigen heerlijkheid in de mens zal de hemel zo dichtbij de mensen brengen dat de schoonheid die de innerlijke tempel bekleed, gezien zal worden in elke persoon waarin de Verlosser verblijft. Mensen zullen gegrepen worden door de heerlijkheid van de inwonende Christus. En in stromen van lofzang en dankzegging van de vele zielen voor God gewonnen zal de heerlijkheid terugvloeien naar de Gever ervan.” Christ object lessons p. 420

“Sta op, word verlicht, want uw licht komt en de heerlijkheid des HEREN gaat over u op.” Jesaja 60:1

“Zij die de Bruidegom verwachten moeten tot de mensen zeggen ‘zie hier is uw God.’ De laatste stralen van genadevol licht, de laatste boodschap van genade die de wereld moet krijgen, is een openbaring van Zijn liefdevol karakter. Gods kinderen moeten Zijn heerlijkheid openbaren. In hun eigen leven en karakter moeten zij openbaren wat de genade van God voor hen heeft gedaan.”
Christ object lessons p. 415, 416


Ps 90:8  Gij stelt onze ongerechtigheden voor U, onze heimelijke zonden in het licht van uw aanschijn.

Jezus is het licht dat laat zien wat we werkelijk zijn.

Wij kunnen dagelijks tot dat licht gaan en bidden: “Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart, toets mij en ken mijn gedachten; zie, of bij mij een heilloze weg is, en leid mij op de eeuwige weg.” Psalm 139:24

Alles wat we niet zijn is Christus voor ons geworden: “Maar uit Hem is het, dat gij in Christus Jezus zijt, die ons van God is geworden: wijsheid, rechtvaardigheid, heiliging en verlossing” 1Co 1:30

Wanneer wij niet in dat licht wandelen zijn wij geneigd te denken dat wij dat allemaal zelf hebben, maar wij vergissen ons en falen daardoor op vele momenten in ons leven.

“De reden waarom zovele belijdende discipelen van Christus tot zonde worden verleid is dat zij geen juiste kennis hebben van zichzelf…Indien wij onze zwakheid zouden beseffen, zouden we zoveel voor onszelf zien te doen dat we onze harten zouden vernederen onder de machtige hand van God. Onze hulpeloze zielen op Christus werpend zouden we onze onwetendheid aanvullen met Zijn wijsheid, onze zwakheid met Zijn kracht en eeuwige macht….In het hele Satanisch werk bestaat geen kracht dat een ziel die vertrouwt op de wijsheid van God kan doen struikelen ” Sons and Daughters of God p, 91

2Co 12:9  “ En Hij heeft tot mij gezegd: Mijn genade is u genoeg, want de kracht openbaart zich eerst ten volle in zwakheid. Zeer gaarne zal ik dus in zwakheden nog meer roemen, opdat de kracht van Christus over mij kome.”

 

De toonbroden

“Gij zult een tafel van acaciahout maken…En gij zult op de tafel geregeld toonbrood leggen voor mijn aangezicht.” Ex. 25:23-30

Voor ons dagelijks lichamelijk en geestelijk voedsel zijn wij afhankelijk van de Here. Deze afhankelijkheid werd gesymboliseerd door de toonbroden.

Ps 145:16  Gij doet uw hand open en verzadigt met welbehagen al wat leeft.

Alles wat van God is, komt tot de mens door het middelaarschap van Jezus Christus die pleit op grond van het bloed dat Hij voor ons heeft vergoten. Elk stukje brood dat wij eten is gekocht met het bloed van het Lam. Alles wat is, is aan Hem te danken.

“Dankt te allen tijde in de naam van onze Here Jezus Christus God, de Vader, voor alles.” Ef 5:20

We kennen allemaal de uitspraak, “Je bent wat je eet.” De kwaliteit van onze gezondheid is afhankelijk van de kwaliteit van ons voedsel. Zo is het ook met onze geestelijke gezondheid. Maar welke kwaliteit heeft het voedsel dat God ons daar aanbiedt!

“Ik ben het levende brood, dat uit de hemel nedergedaald is. Indien iemand van dit brood eet, hij zal in eeuwigheid leven; en het brood, dat Ik geven zal, is mijn vlees, voor het leven der wereld.” Joh 6:51

Hoe kunnen wij Christus eten? Hij is het woord en wij kunnen ons voeden met het woord door het dagelijks tot ons te nemen wanneer wij ons in gebed en onder de leiding van Zijn geest tot de Schrift wenden. Door dat woord te geloven en in ons hart te bergen worden wij deelachtig aan het leven van Jezus.

“Want mijn vlees is ware spijs en mijn bloed is ware drank.
Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem.” Joh. 6:53-56


Niemand wordt gevoed door het brood dat een ander eet. Zo moet iedereen voor zichzelf het brood des levens eten.

“Gelijk de levende Vader Mij gezonden heeft en Ik leef door de Vader, zo zal ook hij, die Mij eet, leven door Mij.” Joh. 6:57 

In elk woord en elke belofte van God is de kracht en het leven waardoor dat woord tot stand brengt wat het zegt in hem die dat woord tot zich neemt. De kracht en het leven van dat woord is rijkelijk geïllustreerd op de eerste bladzijde van de Schrift. Dit woord is niet veranderd, het schept in degene die het ontvangt het leven en het karakter van God! 

“De Geest is het, die levend maakt, het vlees doet geen nut; de woorden, die Ik tot u gesproken heb, zijn geest en zijn leven.” Joh 6:63

Het woord vernietigt en bouwt op. Het vernietigt de zondige natuur en bouwt ons op naar het beeld van Jezus. Het vernietigt haat en bitterheid en bouwt ons op tot liefdevolle onzelfzuchtige kinderen van God. Dat wonder gebeurt in hen die leven door elk woord dat God heeft gesproken, die het brood eten dat uit de hemel is nedergedaald.

Wanneer wij ons dagelijks voeden met het woord zullen we kunnen zeggen: “Niet ik, maar Christus leeft in mij.” De mensen die we ontmoeten zullen iets zien van de sympathie, tederheid en liefde van God. 

Leeft de Verlosser door Zijn woord in ons? Het is ons voorrecht om een levende, bij ons zijnde Verlosser te hebben. Hij is de bron van de geestelijke kracht die in ons werkt, en Zijn invloed zal tot uiting komen in de woorden en de daden waardoor allen die in onze nabijheid vertoeven, verfrist worden en het verlangen krijgen naar dezelfde kracht en zuiverheid, heiligheid, vrede en vreugde die zij in ons zien.

“Dit is het resultaat van een inwonende verlosser.” (Testimonies to Ministers)


maar u wilt dat waarheid mij vervult,
u leert mij wijsheid, diep in mijn hart.” Psalm 51;6

De enige plaats waar waarheid een verlossende invloed kan hebben op ons leven is diep in het hart. Het hart waarover de Psalmist spreekt is niet het kloppend hart maar de zetel van onze gedachten van waaruit onze woorden en handelingen voorkomen.
Indien de waarheid geen werkelijke verandering in ons leven bewerkt dan hebben we haar geen toegang gegeven tot het binnenste heiligdom, het diepste van ons denken.

Ro 12:2  En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt erkennen wat de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene.

Christus in ons leven laten betekent de waarheid toelaten tot het diepste van ons wezen zodat ons denken wordt hervormd. Is het denken hervormd dan worden ook de gedachten en handelingen hervormd en het karakter wordt gelijkvormig aan dat van Jezus.

“Wanneer de mens zich geheel aan God onderwerpt, het brood des levens eet, en het water der verlossing drinkt, zal hij opgroeien in de Heer.” (5BC 1135)

“Zoals de Zoon van God leefde door het geloof in Zijn Vader, zo moeten ook wij leven door het geloof in Christus. Jezus was zo volkomen overgegeven aan de wil van God dat alleen de Vader in Zijn leven te zien was. Hoewel Hij in alles verzocht is geweest zoals wij verzocht worden, stond Hij in de wereld onbesmet door het kwaad dat Hem omringde. Het is zo dat wij moeten overwinnen zoals Christus overwonnen heeft.” (Desire of Ages, p. 389)

De wierook

Gij zult een altaar, een offerplaats voor reukwerk, maken Gij zult het zetten voor het voorhangsel, dat voor de ark der getuigenis is voor het verzoendeksel, dat boven de getuigenis is, waar Ik met u zal samenkomen. Aaron nu zal daarop welriekend reukwerk in rook doen opgaan. Ex. 30:1, 6, 7

De tekst zegt verder dat Aaron dit elke morgen en elke avond deed. Dat zijn de tijden waarop Gods volk zich tot Hem wendt in gebed. Maar hij die van zichzelf weet wat hij is, een zondaar en God onwaardig, weet dat zijn gebeden, hoe oprecht ook, voor God onaanvaardbaar zijn. Hij ziet echter in geloof op zijn Middelaar Jezus Christus en weet dat deze het gebed voor de Vader brengt en het aanbied op grond van Zijn verdiensten en Zijn volmaakte gerechtigheid. Door Zijn bemiddeling brengt Hij het gebed voor God als Zijn eigen gebed.

“Want er is een God en ook een middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus, die Zich gegeven heeft tot een losprijs voor allen.” “Daarom kan Hij ook volkomen behouden, wie door Hem tot God gaan, daar Hij altijd leeft om voor hen te pleiten.” 1 Tim. 2:5; Heb 7:25 

Sommige mensen zondigen en denken dat ze eerst een tijd goed moeten zijn om zichzelf aanvaardbaar te maken voor God. Dat zij toch konden geloven in de verdiensten van de Verlosser en zich onmiddellijk aan Zijn voeten werpen in het besef van hun onmacht om ook maar enigszins aanvaardbaar voor God te komen. Jezus wil niet dat wij wachten, dat maakt de zaak alleen maar erger.

“Wanneer wij tot God komen, vertrouwend op de verdiensten van de Verlosser, neemt Christus ons dicht aan Zijn zijde, omsluit ons met Zijn menselijke arm, en grijpt de troon van de Eeuwige met Zijn goddelijke arm. Hij legt Zijn verdiensten, als zoete wierook, in het wierookvat in onze handen, om ons te bemoedigen in ons gebed. Hij belooft te horen en ons smeken te beantwoorden.” Testimonies 8, p. 178

Heb je gezondigd, heeft de zonde jou in haar greep? Ga dan nu tot Jezus, wacht niet langer en werp je in Zijn armen. Vertrouw op Zijn verdiensten en Zijn krachtige bemiddeling. Belijd je zonden en grijp in geloof Zijn beloften van  

bevrijding en overwinning.


Nu 26:61  “En Nadab en Abihu stierven, toen zij vreemd vuur voor het aangezicht des HEREN brachten.”

Het vuur dat ze zelf gemaakt hadden, naar hun eigen inzicht, gebruikten ze om reukwerk aan te steken. Het reukwerk is een symbool van de gebeden van de gelovigen.
Welk vuur doet de gebeden van de gelovigen opgaan tot God?
Ro 8:26  “En evenzo komt de Geest onze zwakheid te hulp; want wij weten niet wat wij bidden zullen naar behoren, maar de Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen.” De Geest is het vuur die onze gebeden doet opgaan.
Het is de Geest van Christus die het gebed inspireert en aanvaardbaar maakt voor God. Hij weet precies wat we nodig hebben, hij weet wat de dag zal brengen en wat de kracht moet zijn om in alle uitdagingen van het leven te spreken en te handelen naar Zijn wil.
Alles wat we doen uit onszelf is vreemd vuur. Vele gebeden zijn zelfzuchtig en houden geen verband met dat wat God in ons persoonlijk leven wil bewerkstelligen. Gebeden zijn geen middel om gered te worden of om bij God in de gunst te staan.
Laat ons voor het gebed dan nederig tot de Here komen en ons hart openen voor de indrukken van Zijn Geest zodat het gebed zou zijn naar Zijn wil en tot kracht en zegen voor ons eigen leven. Laat het gebed eerst een luisteren zijn naar Hem die weet wat goed is voor ons.
Jezus gaf ons hierin een voorbeeld:
“Hij wekt elke morgen, Hij wekt mij het oor, opdat ik hore zoals leerlingen doen. De Here Here heeft mij het oor geopend en ik ben niet weerspannig geweest, ik ben niet teruggedeinsd.” Jesaja 50:4-5
“Wie onder u vreest de HERE, wie hoort naar de stem van zijn knecht? Wanneer hij in diepe duisternis wandelt, van licht beroofd, vertrouwe hij op de naam des HEREN en steune op zijn God.
Zie, gij allen die vuur ontsteekt, u met brandpijlen uitrust, gaat in de vlam van uw eigen vuur en onder de brandpijlen die gij aangestoken hebt. Van mijn hand overkomt u dit, in pijn zult gij neerliggen.
Hoort naar Mij, gij die de gerechtigheid najaagt, gij die de HERE zoekt. Jesaja 50:10-11; 51:1.
Hij van wie het gebed is ontstoken door het vuur van de Geest zal door de genade van Christus geleid worden.
“De genade van Christus beheerst onze stemming en onze manier van spreken. De werking van Zijn genade zal gezien worden in beleefdheid en een liefhebbende aandacht voor elkaar, in vriendelijke en bemoedigende woorden… Het leven verspreid een zoete geur, die tot God opstijgt als heilig reukwerk. Liefde wordt geopenbaard in vriendelijkheid, hoffelijkheid, verdraagzaamheid, en lankmoedigheid (verdragen tot lijdens toe).” (COL 102)

De ark

“Zij moeten dan een ark van acaciahout maken, …In de ark zult gij de Getuigenis leggen, die Ik u geven zal. Ook zult gij een verzoendeksel van louter goud maken, …Gij zult het verzoendeksel bovenop de ark leggen en in de ark zult gij de getuigenis leggen, die Ik u geven zal. En Ik zal daar met u samenkomen en van het verzoendeksel af, tussen de beide cherubs op de ark der getuigenis, over alles met u spreken wat Ik u voor de Israëlieten gebieden zal.” Ex. 25:10-22
De ark bevond zich in de tweede ruimte van de tabernakel. In dit gedeelte van de tabernakel vond de dienst van verzoening en bemiddeling plaats. Het was de plaats die de hemel met de aarde verbond.
De wet van God die in de ark lag was de grote maatstaf van gerechtigheid en oordeel. Deze wet veroordeelde de overtreder ter dood. Boven de wet echter bevond zich de troon der genade waar Gods aanwezigheid werd geopenbaard en van waaruit, krachtens de verzoening, vergiffenis werd geschonken aan de berouwvolle zondaar. Dit alles staat symbool voor het werk van Christus. In Hem is het dat, “Goedertierenheid en trouw elkander ontmoeten,  gerechtigheid en vrede elkaar kussen.” Ps 85:10

De ark symboliseerde de meest belangrijke waarheid over God. De waarheid die Satan heeft willen teniet doen maar door Christus leven en werk werd bevestigd.

Bij de aanvang van de grote strijd, had Satan beweerd dat de wet van God niet kon gehoorzaamd worden, dat gerechtigheid tegenstrijdig was met barmhartigheid, en dat indien de wet werd overtreden het onmogelijk zou zijn voor de zondaar om vergeving te ontvangen. Satan drong erop aan dat elke zonde moest gestraft worden. Hij beweerde verder dat indien God de straf zou kwijtschelden Hij geen God van waarheid en gerechtigheid kon zijn. Toen de mens Gods wet overtrad en Zijn wil trotseerde, juichte de Satan. Daar was volgens hem het bewijs dat de wet niet kon gehoorzaamd worden; de mens kon niet vergeven worden. Omdat hij na zijn opstand uit de hemel was verbannen, eiste hij dat het menselijk ras nu ook voor altijd van Gods gunsten moest uitgesloten worden. Hij beweerde dat God niet rechtvaardig kon zijn en toch genade tonen voor de zondaar.

Had God geen barmhartigheid getoond voor de Satan dat deze zo over Hem dacht?

Zelfs als zondaar bevond de mens zich in een andere positie dan die van Satan. Lucifer had gezondigd in het volle licht van Gods heerlijkheid. Zoals aan geen enkel ander wezen was hem de liefde van God geopenbaard geweest. Terwijl hij Gods karakter kende en zijn goedheid aanschouwde, koos hij ervoor zijn eigen zelfzuchtige en onafhankelijke wil te volgen. Dit was een definitieve keuze. God kon niets meer doen om hem te redden. De mens echter werd misleid; zijn geest werd verduisterd door de drogredenen van Satan. De hoogte en diepte van Gods liefde kende hij nog niet. Voor hem was er hoop in een kennis van Gods liefde. Door het aanschouwen van zijn karakter kon hij nog terug tot God getrokken worden.
(zie Patriarchs and Prophets 348, 349 en Desire of Ages 761, 762)

Dit karakter werd geopenbaard in het leven van Christus.
Wanneer wij het aanschouwen kunnen we zeggen:
“Want de liefde van Christus dringt ons, daar wij tot het inzicht gekomen zijn, dat een voor allen gestorven is. Dus zijn zij allen gestorven. En voor allen is Hij gestorven, opdat zij, die leven, niet meer voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem, die voor hen gestorven is en opgewekt.” 2 Cor 5:14, 15


Ro 6:15  “Wat dan? Zullen wij zondigen, omdat wij niet onder de wet, maar onder de genade zijn? Volstrekt niet!”

Nadat Jezus had getoond dat Gods gerechtigheid Zijn genade niet teniet deed, kwam Satan met een andere leugen, hij beweerde nu dat de dood van Christus de wet had afgeschaft.
Jezus echter was gekomen om de eis van de wet te vervullen in onze plaats. De wet eist de dood van de overtreder en Jezus heeft die dood voor ons allen ondergaan. Dit alleen al is het bewijs dat de wet niet kan afgeschaft worden. Bovendien betekent de afschaffing van de wet dat de zonde voor altijd onbestraft kan blijven bestaan. Waar geen wet is, is ook geen overtreding, alles kan. Niemand kan zich zo iets voorstellen!

“Vanaf het eerste moment dat de mens inging op de verzoekingen van de Satan en de dingen deed die God had verboden, stond Christus tussen de levenden en de dood zeggende, ‘Laat de straf op mij komen. Ik zal de plaats van de mens innemen. Hij zal een tweede kans krijgen.” (1BC 1085)

De offerdiensten verwezen vanaf het begin naar de belofte van Christus en door geloof in die belofte, geloof in het bloed van Christus werd de berouwvolle zondaar gered. Genade is er vanaf het begin geweest en door genade was er verlossing.

Toen Johannes de Doper naar de Messias wees en zei, “Zie het Lam Gods dat de zonden van de wereld wegneemt,” sprak hij niets nieuws. Er was nooit iets anders geweest dat van zonde verloste dan het Lam van God dat “voor de grondlegging der wereld gekend was.” 1 Petrus 1:20

Het enige wat het menselijke hart kan terugbrengen naar zijn oorspronkelijke relatie met God is de openbaring van Zijn liefde in Zijn offer voor ons.

“Niemand wordt gedwongen om op Christus te zien; maar de uitnodigende stem klinkt als een smachtende smeekbede, ‘Kijk en leef.’ Kijkende op Christus, zullen we zien dat Zijn liefde zonder weerga is, dat Hij de plaats van de schuldige zondaar heeft ingenomen, en hem Zijn vlekkeloze gerechtigheid heeft toegerekend. Wanneer de zondaar Zijn Verlosser ziet sterven op het kruis onder de vloek van de zonde in zijn plaats, Zijn vergevende liefde aanschouwend, wordt liefde opgewekt in het hart. De zondaar heeft Christus lief, omdat Christus hem eerst heeft liefgehad, en liefde is de vervulling van de wet. (Dit kan alleen waar zijn als de wet bestaat en geldig is) De berouwvolle ziel beseft dat God getrouw is en rechtvaardig om onze zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.’
1 Johannes 1:9” (1 selected messages 374, 375)

De voorzieningen van Gods genade liggen klaar voor elke ziel die genoeg heeft van de zonde en verlangt naar verlossing. Deze voorzieningen genezen elke geestelijke ziekte en drijven al het kwaad uit ons hart. Dit is het geneesmiddel dat het evangelie brengt voor iedereen die erin gelooft.


“Want de wet van de Geest des levens heeft u in Christus Jezus vrijgemaakt, van de wet der zonde en des doods. Want wat de wet niet vermocht, omdat zij zwak was door het vlees; God heeft, door zijn eigen Zoon te zenden in een vlees, aan dat der zonde gelijk, en wel om de zonde, de zonde veroordeeld in het vlees, opdat de eis der wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, doch naar de Geest.” Rom 8:2-4

Wat betekent de menswording van Jezus voor ons?

Het antwoord wordt gegeven in de bovenstaande tekst, “opdat de eis der wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, doch naar de Geest.”
(Een duidelijk bewijs dat de wet niet is afgeschaft want haar eis moet vervuld worden in ons.)

Wat is de eis der wet?

  1. De dood van de overtreder. “Want het loon, dat de zonde geeft, is de dood” Rom 6:23
  2. Gehoorzaamheid. Jak 2:10  “Want wie de gehele wet houdt, maar op een punt struikelt, is schuldig geworden aan alle geboden.

Hoe voldoen zij die in Christus zijn aan deze eis?

De dood van de overtreder.
Jezus heeft het loon van de zonde voor ons allen betaald. “maar wij zien Jezus, die voor een korte tijd beneden de engelen gesteld was vanwege het lijden des doods, opdat Hij door de genade Gods voor een ieder de dood zou smaken.” Heb. 2:9.  Jezus betaalde onze schuld en kocht ons vrij van de vloek der wet.

Gehoorzaamheid
Door Zijn bemiddeling ontvangen wij Zijn Geest. In Hem hebben we overwinning over de zonde.
”Wandelt door de Geest en voldoet niet aan het begeren van het vlees.” Gal 5:16
”Maar de vrucht van de Geest is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing. Tegen zodanige mensen is de wet niet.” Gal. 5:22, 23

Door de menswording van Christus werd de prijs betaald en de Geest geschonken door wie we elke verzoeking weerstaan om in gehoorzaamheid te wandelen. Zo wordt de eis der wet vervuld in iedereen die in Hem gelooft.

“Het menszijn van de Zoon van God betekent alles voor ons.” (Selected Messages, book 1, p. 244.)


De menselijke natuur van de Verlosser

De waarheid over de natuur van Christus wordt betekenisvol wanneer wij die in verband brengen met onze eigen noden.
Deze noden worden uitgedrukt door Paulus:
Rom 7:15: Want ik weet, dat in mij, dat wil zeggen in mijn vlees, geen goed woont. Immers, het wensen is wel bij mij aanwezig, maar het goede uitwerken, kan ik niet. Want niet wat ik wens, het goede, doe ik, maar wat ik niet wens, het kwade, dat doe ik.

Hier is iemand die de wet van God kent. Over deze wet zegt hij dat ze heilig is, rechtvaardig en goed. (Rom 7:12) Maar hij heeft een enorm probleem: hij komt er niet toe naar deze wet te leven en zegt over zichzelf: “….“Ik, ellendig mens! Wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?” Rom 7:24

Daar wij allen met hetzelfde probleem zitten zijn we blij spoedig het antwoord te horen: “Gode zij dank door Jezus Christus (Rom 7:25)

Waarom kan Jezus ons Verlossen van de onmacht om te gehoorzamen aan de wet?

Johannes zegt over Jezus: “Het woord is vlees geworden.” Joh 1:14

Wat bedoelt Johannes met vlees?

Waarom deze vraag? Is daar een probleem?  
Jezus zegt: “Volg mij.” en Petrus voegt daaraan toe:
“Want hiertoe zijt gij geroepen, daar ook Christus voor u geleden heeft en u een voorbeeld heeft nagelaten, opdat gij in zijn voetstappen zoudt treden.” 1Pe 2:21 
Jezus zegt verder: “Wie overwint, hem zal Ik geven met Mij te zitten op mijn troon, gelijk ook Ik heb overwonnen en gezeten ben met mijn Vader op zijn troon.” Opb 3:21 

Stel je voor dat Jezus zou gekomen zijn in het vlees van Adam voor de zondeval. Een vlees onaangetast door de zonde. Wat zouden we dan van bovenstaande woorden vinden. Zouden wij het eerlijk vinden dat iemand zou zeggen, “Overwin zoals ik overwonnen heb,” terwijl Zijn toestand veel beter was dan de onze. Want wij zeggen met Paulus, “Ik weet dat in mijn vlees geen goed woont.” We zouden zeer ontmoedigd zijn. 

Maar wat zegt de Bijbel over het vlees van Christus?

“God heeft, door zijn eigen Zoon te zenden in een vlees, aan dat der zonde gelijk, en wel om de zonde, de zonde veroordeeld in het vlees.” Rom 8: 3

Daar nu de kinderen aan bloed en vlees deel hebben, heeft ook Hij op gelijke wijze daaraan deel gekregen, opdat Hij door zijn dood hem, die de macht over de dood had, de duivel, zou onttronen,
en allen zou bevrijden, die gedurende hun ganse leven door angst voor de dood tot slavernij gedoemd waren.
Want over de engelen ontfermt Hij Zich niet, maar Hij ontfermt Zich over het nageslacht van Abraham.

Daarom moest Hij in alle opzichten aan zijn broeders gelijk worden, opdat Hij een barmhartig en getrouw hogepriester zou worden bij God, om de zonden van het volk te verzoenen.
Want doordat Hij zelf in verzoekingen geleden heeft, kan Hij hun, die verzocht worden, te hulp komen.” Hebr. 2:14-17

Over Jezus zegt de Schrift, “Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan medevoelen met onze zwakheden, maar een, die in alle dingen op gelijke wijze als wij is verzocht geweest, doch zonder te zondigen.” Heb 4:15 

Hoe worden wij verzocht?

Jakobus 1:14: “Maar zo vaak iemand verzocht wordt, komt dit voort uit de zuiging en verlokking zijner eigen begeerte. Daarna, als die begeerte bevrucht is, baart zij zonde; en als de zonde volgroeid is, brengt zij de dood voort.”

De verzoeking komt uit de zuiging van de begeerten van het zondig vlees.
Is dit op zich zonde? Nee!

“Het vlees op zich kan niet handelen tegen de wil van God.” (Adventist Home, p. 127)
Wanneer is er dan zonde? Wanneer de begeerte bevrucht wordt. Dat is wanneer de geest ingaat op de verzuchtingen van het vlees en kiest om eraan toe te geven. Dat deed Jezus nooit. Hij was zondeloos. Hij kruisigde het vlees. Hij nodigt ons uit Hem daarin te volgen wanneer Hij zegt: “Neem uw kruis op en volg mij.”

Indien Jezus op dezelfde wijze verzocht werd zoals wij, zoals geschreven staat in Hebr. 4:15, dan kan dat enkel als hij deelhad aan onze zondige natuur. Hij kwam in een vlees dat de gevolgen droeg van 4000 jaar zonde.

De brief aan de Hebreeën toont ons een Hogepriester die de Goddelijke natuur heeft en onze menselijke natuur. Het is omwille van Zijn verdiensten in de menselijke natuur dat van Hem kan gezegd worden:
“Daar wij nu een grote hogepriester hebben, die de hemelen is doorgegaan, Jezus, de Zoon van God, laten wij aan die belijdenis vasthouden.
Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan medevoelen met onze zwakheden, maar een, die in alle dingen op gelijke wijze als wij is verzocht geweest, doch zonder te zondigen.
Laten wij daarom met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade, opdat wij barmhartigheid ontvangen en genade vinden om hulp te verkrijgen te gelegener tijd.” Hebr 4:14-16

Hebr. 7:25 Daarom kan Hij ook volkomen behouden, wie door Hem tot God gaan, daar Hij altijd leeft om voor hen te pleiten.

Ps 24:8  Wie is toch de Koning der ere? De HERE, sterk en geweldig, de HERE, geweldig in de strijd.
“Geef hem de naam Jezus, want hij zal zijn volk bevrijden van hun zonden.” Matt 1:21

Indien Jezus niet volledig mens was geweest zou er voor ons geen volmaakt voorbeeld geweest zijn van een mens die met God overwon.
Maar nu kunnen we volkomen vertrouwen op Hem die zegt, overwin zoals ik overwonnen heb.

“Hij nam op zich de gevallen, lijdende menselijke natuur, ontaard en ontwijd door de zonde.” YI 12/20/1900
“Zoals Jezus was in het menselijk vlees zo wilt God dat zijn volgelingen zijn.” ST 4/01/97


“Zijn goddelijke macht heeft ons alles geschonken wat nodig is voor een vroom leven, door de kennis van hem die ons geroepen heeft door zijn majesteit en wonderbaarlijke kracht. Hiermee zijn ons kostbare, rijke beloften gedaan, opdat u zou ontkomen aan het verderf dat de wereld beheerst als gevolg van de begeerte, en opdat u deel zou krijgen aan de goddelijke natuur.” 2 Petrus 1:4

We hebben gezien dat in Christus de menselijke natuur, onze natuur, verbonden was met de goddelijke natuur. Hij gaf ons een voorbeeld van hoe een mens zich kan verbinden met de goddelijke natuur en leven naar de wil van God. In Hem zijn de kostbare beloften, in Zijn voorbeeld zijn “de rijke beloften” dat wij kunnen “ontkomen aan het verderf dat de wereld beheerst als gevolg van de begeerte”. In Zijn leven als mens “in een vlees aan dat der zonde gelijk” zijn de beloften dat wij deel kunnen hebben aan de goddelijke natuur en de zonde kunnen overwinnen.

Christus zei: “Ik heb de geboden van Mijn Vader bewaard.” “Ik doe altijd wat Hem behaagt.” Joh. 15:10; 8:29. De volgelingen van Christus moeten worden zoals Hij is – door Gods genade karakters vormen die in harmonie zijn met de principes van Zijn heilige wet. Dit is Bijbelse heiligmaking.
“Dit werk kan alleen tot stand gebracht worden door geloof in Christus (in wat Hij is, in Zijn volmaakt voorbeeld, in wat Hij nu doet voor ons als Hogepriester) door de kracht van de inwonende Geest van God. (Great Controversy p. 469)

Jezus heeft ons een voorbeeld gegeven van de verreikende betekenis van de wet. Hij heeft daarover veel gesproken en de belofte gedaan dat de wet in de volste betekenis van haar woorden in ons kan vervuld worden. Na zijn uitvoerige bespreking van de wet in de zaligsprekingen besluit Hij: “Gij dan zult volmaakt zijn, gelijk uw hemelse Vader volmaakt is.” Matt. 5:48.
Hij stelt ons daarbij geen onbereikbaar doel voor ogen maar geeft ons daarin de belofte dat door zijn verdiensten dit doel in ons zal bereikt worden.
“niet door kracht noch geweld, maar door mijn Geest! zegt de HERE der heerscharen.” Zach. 4:6


“Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.” Ex. 20:3

Indien wij leven door het geloof in Jezus, Hem volgen door de kruisiging van het vlees, zullen wij geen andere goden voor ons aangezicht hebben. In Jezus Christus zijn alle geboden beloften.

“Liefde is de vervulling van de wet.”
Is onze liefde voor God die ons verlost heeft van de heerschappij van de zonde en de dood zo groot dat er niets mee kan wedijveren?
Zijn onze gevoelens en gedachten zo van die liefde doordrongen dat daar niets is dat de voorrang neemt op de aanwezigheid van de Verlosser in ons leven?
We verliezen niets maar winnen alles wanneer Hij de eerste plaats heeft in ons leven.

“Mt 6:33  Maar zoekt eerst Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid en dit alles zal u bovendien geschonken worden.

“Laten we de Here God aanbidden en dienen, en Hem alleen. Laten we ons eigen trots niet verheffen en dienen als een god. Laten we ons geld niet dienen als een god. Indien de sensualiteit niet beheerst wordt door de hogere vermogens van de geest zullen lage passies ons leven beheersen. Alles wat tot onderwerp wordt gemaakt van ongepaste gedachten en bewondering, en de geest in beslag neemt, is een god die de eerste plaats inneemt van de Here. (Sons and Daughters of God p. 56)

Zijn er zaken in ons leven die onze liefde voor God doen afnemen? Liefde moet in stand gehouden worden door samen te werken, samen tijd door te brengen, samen te spreken, samen te streven voor de verwezenlijking van een doel. Bovendien wordt liefde voor God gevoed door Gods liefde zelf. Hij is het die ons die liefde geeft, de liefde die zichzelf niet zoekt, want God is liefde.

“Geworteld en gegrond in de liefde, zult gij dan samen met alle heiligen, in staat zijn te vatten, hoe groot de breedte en lengte en hoogte en diepte is,
en te kennen de liefde van Christus, die de kennis te boven gaat, opdat gij vervuld wordt tot alle volheid Gods.” Ef. 3:18, 19

Dit is de vervulling van de belofte van het eerste gebod; vervuld worden met alle volheid Gods!


Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is. Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen Ex. 20:4, 5

Weinigen zeggen: “Here wat wilt Gij dat ik doen zal.”
Ze zijn bang de dingen te moeten nalaten waar zij zo aan gehecht zijn. Ze geloven niet dat het leven in volkomen overgave zoveel overvloediger is in vrede, “de vrede die alle verstand te boven gaat”, en geluk.
Daarom maken zij een eigen beeld van God. Dat hoeft geen tastbaar gesneden beeld te zijn. In hun gedachten snijden zij dat beeld. Alles van God dat hen niet past snijden zij eraf tot alleen dat overblijft wat past in hun manier van leven; een god die zegt: het is goed zo, blijf zoals je bent.” Ze willen een God waar ze zich ten allen tijde goed bij voelen. Niet een God die zegt: “Gaat heen, verkoopt alles wat ge hebt en volg mij.” of nog erger, “  Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, indien de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft zij op zichzelf; maar indien zij sterft, brengt zij veel vrucht voor.” Joh 12:24

Zij maken een God naar hun hart, ze verdraaien zijn woorden en maken ook een beeld in de gedachten van hun kinderen. Maar de Here zegt tot hen.

De 4:25  Wanneer gij kinderen en kindskinderen verwekt hebt en in het land ingeburgerd zijt en gij dan verderfelijk handelt door een beeld te maken in welke gedaante ook, en doet wat kwaad is in de ogen van de HERE, uw God, en Hem krenkt.

Zelfs geestelijke leiders hebben een gesneden beeld gemaakt. Zij kennen de verlangens en begeerten van hun volgelingen de verlangens om te blijven zoals ze zijn en niet te veranderen. Zij bevestigen hen in de begeerten van het vlees en snijden voor hen een god die past bij hun zondige gedachten zoals de koning uit het Oude Testament:
1Kon 12:28  Toen overlegde de koning en maakte twee gouden kalveren, en zeide tot het volk: Het is te veel voor u om op te trekken naar Jeruzalem. Dit zijn uw goden, o Israel, die u uit het land Egypte hebben geleid.

Al die mensen die een godsbeeld hebben uitgesneden in hun gedachten zullen uiteindelijk “het beest en zijn beeld” aanbidden. Maar er is geen profijt, geen geluk, geen vrede, geen hoop, geen liefde in het aanbidden van een afgod.

Opb 14:9  En een andere engel, een derde, volgde hen, zeggende met luider stem: Indien iemand het beest en zijn beeld aanbidt en het merkteken op zijn voorhoofd of op zijn hand ontvangt,
Opb 14:10  die zal ook drinken van de wijn van Gods gramschap, die ongemengd is toebereid in de beker van zijn toorn; en hij zal gepijnigd worden met vuur en zwavel ten aanschouwen van de heilige engelen en van het Lam.


“Gij zult de naam van de HERE, uw God, niet ijdel gebruiken, want de HERE zal niet onschuldig houden wie zijn naam ijdel gebruikt.”

We kunnen het hebben over vloeken en zweren. De Bijbel spreekt daarover in duidelijke termen. Er bestaat echter een andere vorm van het oneerbiedig gebruik van Gods naam waar minder aandacht voor bestaat.
In het verhaal van Job wordt er door Job en zijn vrienden allerhande zaken over God gezegd.
God zwijgt tot ze uitgepraat zijn en richt Zich dan tot Job:
“Wie is het toch, die het raadsbesluit verduistert met woorden zonder verstand? (38:2)
”Wil de bediller twisten met de Almachtige?
De aanklager van God antwoorde daarop! (39:35)
“Wilt gij zelfs mijn recht teniet doen,
Mij in het ongelijk stellen om zelf gelijk te hebben? (40:3)
Daarop antwoordde Job:
“Ik weet, dat Gij alles vermoogt, en dat geen uwer plannen wordt verijdeld.
‘Wie is het toch, die het raadsbesluit omsluiert zonder verstand?’ Daarom: ik verkondigde, zonder inzicht, dingen, mij te wonderbaar en die ik niet begreep.
‘Hoor nu, en Ik zal spreken; Ik wil u ondervragen, opdat gij Mij onderricht’
Slechts van horen zeggen had ik van U vernomen, maar nu heeft mijn oog U aanschouwd.
Daarom herroep ik en doe boete in stof en as. (42:2-6)

Wat met Job gebeurde was een ware ramp en in deze ellende worden dingen over  God gezegd die niet juist zijn.

Sommige mensen hebben die gewoonte voor de meest alledaagse zaken, ze gebruiken God om van alles en nog wat te verklaren en goed te praten. Hun eigen toestand, geluk en ongeluk in de kleinste zaken, de  toestand van anderen, hun geluk en ongeluk worden altijd op de een of andere manier aan God toegeschreven. Het lijkt wel alsof ze hun verstand hebben uitgeschakeld en niet meer kunnen denken in termen van oorzaak en gevolg.

De naam van God moet met de grootste eerbied en voorzichtigheid gebruikt worden zodat we noch door onze woorden noch door onze daden Hem oneer aan doen. In de meeste omstandigheden is het beter “in stilheid te wachten.”


“Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt” Ex. 20:8

Sabbat is de dag waar we ons als volk van God samen verheugen in Zijn verlossende kracht. De kracht waarmee Hij de hemel en de aarde schiep. De kracht van Zijn Woord waarmee Hij ons draagt (Heb. 1:3)  als overwinnaars in de strijd.

Ex 31:13  Gij dan, spreek tot de Israelieten: maar mijn sabbatten moet gij onderhouden, want dat is een teken tussen Mij en u, van geslacht tot geslacht, zodat gij weet, dat Ik de HERE ben, die u heilig.

De sabbat gedenken wij omdat wij al onze overwinningen toeschrijven aan de kracht van God die ons in Christus “ten allen tijde doet zegevieren” (2 Cor 2:14). We zijn tot rust gekomen van onze eigen werken (Heb. 4:10) omdat we Hem in ons laten werken. Hij is het die ons heiligt.

Deze vreugde van de sabbat kunnen wij alleen ervaren als wij dagelijks leven in de heiligende kracht van de Heer.

Het houden van het Sabbatsgebod is afhankelijk van onze gehoorzaamheid aan alle andere geboden. Het is de viering van onze gehoorzaamheid die het gevolg is van ons geloof in Christus.  Er is absoluut niets te verdienen met het houden van de sabbat.  Als we geen overwinning ervaren in het houden van alle andere geboden kan de sabbat voor ons niet zijn zoals God ze bedoeld heeft. “Want wie de gehele wet houdt, maar op een punt struikelt, is schuldig geworden aan alle geboden.” Jakobus 2:10

Weldra komt zoals ook de profetie zegt de zondagswet. Zij die de sabbat houden uit gewoonte of traditie maar niet als een hoogtepunt in het vieren van een verlost leven zullen zonder weerstand zijn tegen de immense druk van de wereld. Nu is de tijd om Gods scheppende kracht ten volle in ons leven te laten gelden. Het is alleen in deze kracht dat we binnenkort zullen kunnen weerstaan aan de macht van de duisternis die in alle hevigheid zal losbarsten over Gods volk.

Dat die tijd heel nabij is kunt u lezen in de bijgevoegde overdenking van predikant Hal Mayer.

Enkele korte video’s over Zondag en sabbat in verband met het bezoek van de paus aan de USA.

Part 1  http://nl.youtube.com/watch?v=w-nW_KjY8aU

Part 2 http://nl.youtube.com/watch?v=njBuqS2ygt8&feature=user

Part 3 http://nl.youtube.com/watch?v=APImi5PSWDs&feature=user

Part 4 http://nl.youtube.com/watch?v=xL19s-KoJk8&feature=related


"Eer uw vader en uw moeder, opdat uw dagen verlengd worden in het land dat de HERE, uw God, u geven zal.”

Jezus toonde Zijn liefde voor dit gebod toen Hij aan het kruis aan Johannes vroeg om voor Zijn moeder te zorgen. Joh 19:27.  Zelfs in deze momenten van intense strijd gingen Zijn gedachten uit naar het welzijn van Zijn moeder. Hij wist hoe groot haar verdriet was en de last die zij droeg.

Zij die Hem volgen moeten Zijn gezindheid in het hart hebben. Het is in het gezin hier op aarde dat ware Christelijkheid gezien wordt. De liefde voor onze ouders uit zich in hoffelijkheid en vriendelijkheid, behulpzaamheid en respect voor hun gedachten en woorden.

Vele jonge en oudere kinderen, hebben geen besef van de lasten en zorgen die hun ouders dragen en doen hen pijn door hun opmerkingen en achteloos gedrag. Alles moet hen gevraagd worden want nooit steken zij uit zichzelf een helpende hand toe. Zij zullen dan ook nooit ervaren wat het betekent, “opdat uw dagen verlengd worden in het land dat de Here, uw God , u geven zal.” 

Dit gebod is een levenslang gebod. Het blijft gelden zolang de ouders leven. Vooral in hun oude dag wanneer de ouders meer hulpbehoevend worden is de zorg en de liefde van de kinderen nodig. Zij moeten er voor zorgen dat de herfst van het leven van hun ouders een aangename tijd is waarin zij tenvolle op hun kinderen kunnen steunen.

De dood is geen vreselijk ding voor de familie waar liefde heerst. Zij die sterven weten dat de scheiding niet voor altijd is en dat er hoop is op een eeuwige hereniging. Maar hoe bitter is het sterven van ouders die geen liefde zien in hun kinderen en waar het afscheid zonder hoop op weerzien is.  


“Gij zult niet doodslaan.” Ex. 20:13

Bij het lezen van dit gebod wordt er meestal gedacht aan moord, oorlog of de doodstraf. Maar Jezus gaf aan dat we een veel diepere betekenis van dit gebod moeten zoeken door te zeggen:
”Gij hebt gehoord, dat tot de ouden gezegd is: Gij zult niet doodslaan; en: Wie doodslag pleegt, zal vervallen aan het gerecht.
Maar Ik zeg u: Een ieder, die in toorn leeft tegen zijn broeder, zal vervallen aan het gerecht. Wie tot zijn broeder zegt: Leeghoofd, zal vervallen aan de Hoge Raad, en wie zegt: Dwaas, zal vervallen aan het hellevuur.” Matt. 5:21-22

Paulus zegt: “Want de geboden: gij zult niet echtbreken, gij zult niet doodslaan, gij zult niet stelen, gij zult niet begeren en welk ander gebod er ook zij, worden samengevat in dit woord: gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.” Ro 13:9 

Gij zult niet doodslaan komt er dus op neer dat we onze naaste liefhebben als onszelf. We moeten dat doen in de zin dat elke daad die we verrichten het leven moet eerbiedigen en ten goede komen.

Waar haat en wraakzucht wordt gekoesterd is geen liefde.
Waar passies heersen waardoor anderen gekwetst worden is geen liefde.
Waar zelfzucht heerst en nalatigheid om voor de lijdende en behoeftige mens te zorgen is geen liefde.
Waar genotzucht en overdaad onze gezondheid schaadt is geen liefde.
Waar zondige gevoelens zoals jaloersheid, begeerte, haat, en onheilige ambitie worden gekoesterd is geen liefde.
Al deze dingen zijn, in meer of mindere mate, een overtreding van het zesde gebod omdat ze het leven pijn doen en inkorten. 

De doodstraf is niet noodzakelijk een overtreding van het zesde gebod. Wanneer de overheid na een eerlijk proces een misdadiger straft voor zijn overtreding van de burgerlijke wet, kan dit rechtvaardig zijn en noodzakelijk voor de bescherming van de maatschappij.

De overheid heeft als taak de vrijheden van de burgers te beschermen daarom moet ze soms hard optreden tegen vijanden van deze vrijheden.


“Gij zult niet echtbreken.” Ex. 20:14

Net zoals bij het vorige gebod gaat dit gebod veel verder dan wat in het openbare leven gebeurt. De zonde van echtbreuk begint in de gedachten. Deze gedachten komen er via verschillende wegen. Ze komen uit de begeerten van ons eigen zondig vlees. Begeerten die dikwijls geprikkeld worden door wat we zien of horen. Maar we hoeven niet in te gaan op deze gedachten.

“we maken iedere gedachte krijgsgevangene om haar aan Christus te onderwerpen.” 2 Cor. 10:5

Indien we echter op de gedachten ingaan en we onszelf bezig houden met onzuivere taferelen dan heeft de zonde nog macht in ons leven. Ons hart behoort niet geheel aan God toe.
Dit is een gevaarlijke weg die de begeerte bevrucht,  “Daarna, als die begeerte bevrucht is, baart zij zonde; en als de zonde volgroeid is, brengt zij de dood voort.” Jak 1:15 
Het koesteren van onreine gedachten stelt ons zonder verweer of kracht in de tijd van de verzoeking.
Wanneer de gelegenheid zich voordoet wordt de daad die reeds in de gedachten aanwezig is, gesteld. Het kwaad dat gebeurt toont dan wat al lang in het hart aanwezig was.
“Een man is zoals hij is in zijn hart” Spr. 23:7 (KJV)
“Behoed uw hart boven al wat te bewaren is, want daaruit zijn de oorsprongen des levens.” Spr. 4:23

“Het hart waarin Christus woont, zal zo vervuld zijn en verzadigd van Zijn liefde dat er geen verlangen zal zijn om aandacht en sympathie naar zichzelf te trekken.” (Sons and Daughters of God p. 62)
“Zo lang als het leven duurt, zal het nodig zijn om standvastig waakzaam te zijn over de gevoelens en passies. Alleen dan zijn we veilig wanneer we voortdurend op God vertrouwen en ons leven in Christus geborgen blijft.” (id)

Zonde heeft de Zoon van God gedood en oneindig veel pijn berokkend aan Hem en Zijn schepping. Het beste wat we er kunnen mee doen is het te haten vanuit de grond van ons hart.


“Gij zult niet stelen.” Ex. 20:15

Kunnen wij ook God bestelen?

“Mag een mens God beroven? Toch berooft gij Mij. En dan zegt gij: Waarin beroven wij U? In de tienden en de heffing.” Mal 3:8 
Het onthouden van tienden en gaven is een overtreding van het gebod.
Maar er is meer dan de tiende.
Jezus zei: “en geef aan God wat God toebehoort.” Matt 22:21
Wat behoort God toe?
“Of weet gij niet, … dat gij niet van uzelf zijt?
Want gij zijt gekocht en betaald. 1 Col 6:19, 20

Wat doen we als we onze krachten en talenten gebruiken voor zelfzuchtige doeleinden? Bestelen we dan God niet?
Alles waarover we beschikken is er dankzij het bloed van Jezus Christus: de tijd, onze middelen, onze krachten en ook de aarde waarop we leven. Gebruiken we dit alles tot Zijn eer of stelen we het voor de verrijking van onszelf?

Ook genegenheid kan gestolen worden. De kinderen behoren de ouders toe en hun genegenheid behoort in de eerste plaats naar hen uit te gaan. Maar er zijn jonge mensen die zonder het medeweten van de ouders de genegenheden van hun kinderen stelen. Wanneer een jonge man de genegenheid van een jonge vrouw probeert te winnen zonder goedkeuring van de ouders dan legt hij beslag op iets dat hem niet toebehoort.

Alleen God kan ons de breedte en diepte van dit gebod leren zien. Laten we daarom in nederigheid tot Hem komen en bidden: “Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart, toets mij en ken mijn gedachten; zie, of bij mij een heilloze weg is, en leid mij op de eeuwige weg. Psalm 139:23, 24

“Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.” Ex. 20:16
Ps 34:13:  “Bewaar uw tong voor het kwade en uw lippen voor het spreken van bedrog.”

Iets zeggen wat niet helemaal waar is, is rap gebeurd. Het ligt gewoon in onze natuur en niemand kan er aan ontsnappen.
Jak 3:8:  “maar de tong kan geen mens bedwingen. Zij is een onberekenbaar kwaad, vol dodelijk venijn.”
De psalmist beseft dat alleen goddelijke kracht daar verandering in kan brengen en hij roept: HERE, red mij van de leugenlippen, van de bedrieglijke tong. Psalm 102:2
De Here wilt alles wat onze tong wilt spreken eerst voor ons filteren opdat onze woorden tot zegen zouden zijn. Dit kan alleen als we met Hem wandelen en hebben leren luisteren naar Zijn stem.
Jak 1:19  Weet dit wel, mijn geliefde broeders: ieder mens moet snel zijn om te horen, langzaam om te spreken.
Het is belangrijk om goed te luisteren in de eerste plaats naar God maar ook naar de medemens.
De woorden die we spreken en het gebruik van onze tong geven aan hoe het staat met onze relatie met de Heer en met de liefde naar onze naaste.
Jak 1:26  Indien iemand meent godsdienstig te zijn en daarbij zijn tong niet in toom houdt, maar zijn hart misleidt, diens godsdienst is waardeloos.

Jezus leert ons dat de exacte waarheid de wet van ons spreken moet zijn.” Laat het ja, dat gij zegt, ja zijn, en het neen, neen; wat daar bovenuit gaat, is uit den boze.” Mt 5:37 Deze woorden veroordelen alle betekenisloze gezegden en krachttermen die grenzen aan heiligschennis. Zij veroordelen alle bedrieglijke complimenten, ontwijkingen van de waarheid, vleiende woorden, overdrijvingen, verkeerde voorstellingen van zaken, allemaal dingen die gangbaar zijn in de maatschappij en de zakenwereld. Zij leren ons dat niemand die zich anders voordoet dan wie hij in werkelijkheid is of van wie de woorden de ware gevoelens van het hart verbergen, waarheidlievend kan genoemd worden…
Alles wat een Christen doet zou zo doorschijnend moeten zijn als het zonlicht…We kunnen de waarheid niet spreken tenzij onze gedachten steeds door Hem worden geleid die Waarheid is. (Sons and Daughters of God p. 64)

“HERE, wie mag verkeren in uw tent? Wie mag wonen op uw heilige berg? Hij, die onberispelijk wandelt en doet wat recht is en waarheid spreekt in zijn hart, die met zijn tong niet lastert, die zijn metgezel geen kwaad doet en geen smaad op zijn naaste laadt. Psalm 15:1-3