dagelijks manna

 

Bijbelstudies - De laatste dagen - Les 22

Het beest uit openbaring 13

1. Wat gebeurde er met het vierde dier uit Daniel 7?
Daniel 7:11: “Toen keek ik toe vanwege het geluid der grote woorden welke de horen sprak; terwijl ik bleef toekijken, werd het dier gedood, zijn lichaam werd vernietigd en prijsgegeven aan de brand van het vuur.

2. Wat werden de overige dieren nog gegeven na het wegnemen van hun heerschappij?
Daniel 7:12: “Ook aan de overige dieren werd de heerschappij ontnomen, en hun werd een levensduur gegeven tot tijd en wijle.

3. Waaruit zag Johannes nog een ander dier opkomen?
Openbaring 13:1: “En ik zag uit de zee een beest opkomen met tien horens en zeven koppen; en op zijn horens tien kronen en op zijn koppen namen van godslastering.”

4. Van welke drie andere dieren had dit beest de kenmerken?
Openbaring 13:2: “En het beest, dat ik zag, was een luipaard gelijk, en zijn poten als van een beer en zijn muil als de muil van een leeuw.

5. Van wie kreeg dit beest zijn kracht, zijn troon en zijn grote macht?
Openbaring 13:2: “En de draak gaf hem zijn kracht en zijn troon en grote macht.”

6. Wie is de draak?
Openbaring 12:9: “En de grote draak werd (op de aarde) geworpen, de oude slang, die genaamd wordt duivel en de satan, die de gehele wereld verleidt.

7. Welke naam stond geschreven op de koppen van het beest?
Openbaring 13:1: “op zijn koppen namen van godslastering.”

8. Wat is godslastering?
Johannes 10:33: “De Joden antwoordden Hem: Niet om een goed werk willen wij U stenigen, maar om godslastering en omdat Gij, een mens, Uzelf God maakt.

9. Hoe hoog verheft de tegenstander van God zich?
2 Thessalonicenzen 2:4: “de tegenstander, die zich verheft tegen al wat God of voorwerp van verering heet, zodat hij zich in de tempel Gods zet, om aan zich te laten zien, dat hij een god is.”

10. Wat wil hij aan zichzelf laten zien door zich als God in Gods tempel te zetten
2 Thessalonicenzen 2:4: “zodat hij zich in de tempel Gods zet, om aan zich te laten zien, dat hij een god is.

Wij moeten geen mens aanbidden (Handelingen 10:25, 26), of engelen (Openbaring 22:8, 9) of gevallen engelen (Mattheüs 4:9, 10), of een ander geschapen wezen (Romeinen 1:25). We moeten Jezus aanbidden (Hebreeen 1:6; Filippenzen 2:10).

11. Er werd hem een mond gegeven om wat te doen?
Openbaring 13:5: “En hem werd een mond gegeven, die grote woorden en godslasteringen spreekt.”

12. Wat wordt er gezegd over de mond van de kleine horen?
Daniel 7:8: “in die horen waren ogen als mensenogen en een mond vol grootspraak.”

13. Tegen wie zal hij grote woorden spreken?
Daniel 7:25: “Hij zal woorden spreken tegen de Allerhoogste

14. Tegen wie opende hij zijn mond in godslastering?
Openbaring 13:6: “En (het beest) opende zijn mond tot lasteringen tegen God, om zijn naam te lasteren.”

15. Wat werd hem toegestaan om de heiligen aan te doen?
Openbaring 13:7: “En hem werd gegeven om tegen de heiligen oorlog te voeren en hen te overwinnen.

16. Wat deed dezelfde horen terwijl Daniel toekeek?
Daniel 7:21: “Ik zag, dat die horen strijd voerde tegen de heiligen en hen overmocht.

17. Voor hoelang zouden ze in zijn hand gegeven worden?
Daniel 7:25: “zij zullen in zijn macht gegeven worden voor een tijd en tijden en een halve tijd.”

18. Wat denkt hij te veranderen?
Daniel 7:25: “hij zal er op uit zijn tijden en wet te veranderen.”

19. Waarover werd hem macht gegeven? 
Openbaring 13:7: “en hem werd macht gegeven over elke stam en natie en taal en volk.

20. Voor hoe lang kon hij die macht uitoefenen?
Openbaring 13:5: “en hem werd macht gegeven dit tweeënveertig maanden lang te doen.”

21. Wat zag Johannes aan één van de hoofden?
Openbaring 13:3: “En (ik zag) een van zijn koppen als ten dode gewond.”

22. Wat gebeurde er vervolgens met zijn dodelijke wonde?
Openbaring 13:3: “En (ik zag) een van zijn koppen als ten dode gewond, en zijn dodelijke wond genas…”

23. Hoe populair werd hij daarna?
Openbaring 13:3: “en de gehele aarde ging het beest met verbazing achterna.”

24. Wie op deze aarde zal het beest aanbidden?
Openbaring 13:8: “En allen, die op de aarde wonen, zullen het (beest) aanbidden, ieder, wiens naam niet geschreven is in het boek des levens van het Lam, dat geslacht is, sedert de grondlegging der wereld.”

25. Wat is het getal van het beest?
Openbaring 13:18: “Hier is de wijsheid: wie verstand heeft, berekene het getal van het beest, want het is een getal van een mens, en zijn getal is zeshonderd zesenzestig.”

26. Wat is een van de kenmerkende leerstellingen van de antichrist?
1 Johannes 4:3: “En alle geest, die niet belijdt, dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, die is uit God niet; maar dit is de geest van den antichrist.”

Wil je weten wie of wat het beest nu precies is, lees dan het supplement getiteld: De man die zich gemachtigd weet Gods wet te veranderen


In het licht van Gods Woord...(antwoord voor jezelf met ja of nee)

Ik begrijp dat het beest uit openbaring 13:1-10 en de kleine horen uit Daniel 7 een en dezelfde macht voorstellen.

Ik begrijp dat deze macht de wereld gedurende honderden jaren regeerde en strijd voerde tegen God en Zijn volk.

Ik begrijp dat deze macht, die beweert het recht te hebben om Gods wet te veranderen, de zondagsheiliging heeft ingesteld.

Heb je nog vragen? e-mail

Volgende les: Het teken van getrouwheid



Supplement bij les 22

De man die zich gemachtigd weet Gods wet te veranderen

Identificatie van het beest

1. Zijn geografische locatie
2. Het tijdstip van zijn opkomende macht
3. De omstandigheden waarin hij aan de macht kwam  
4. Het beest vergeleken met andere koninkrijken
5. Zijn overgeërfde kenmerken
6. Zijn overgeërfd gezag
7. Waarop het beest aanspraak maakt
8. Zijn vervolgingen
9. Zijn levensduur
10. Zijn ogenschijnlijke dood
11. Zijn genezing
12. Zijn wereldwijde populariteit
13. Zijn getal
14. Zijn leer
15. Zijn pogingen om Gods wet te veranderen

De oorsprong van de zondagsviering

Identificatie van het beest

Deze studie over de aard van het beest veronderstelt dat je op de hoogte bent van de bijbelteksten die gebruikt werden in les 21 en 22

Jezus zegt ons “Want God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld veroordele, maar opdat de wereld door Hem behouden worde.” (Johannes 3:17) De boodschap van de Bijbel is nooit tegen mensen maar voor mensen. Haar waarschuwingen en vermaningen “ deze zijn geschreven, opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zoon van God, en opdat gij, gelovende, het leven hebt in zijn naam. (Johannes 20:31). Soms snijdt haar boodschap doorheen langbewaarde  tradities en gevestigde religieuze systemen. Wat fout is moet aan het licht komen en waarschuwingen moeten gegeven worden. Maar het is nooit de bedoeling om te verwerpen of te veroordelen, maar om te herstellen en te genezen. In deze studie wordt niet gepoogd om individuen te kwetsen. Velen zijn oprecht geweest in hun fouten. Daarom is het dat we vanuit oprechte bekommernis uw aandacht richten op de uitleg die de Bijbel zelf geeft betreffende haar symbolische termen gebruikt in openbaring 13 om het beest en zijn macht te beschrijven en te identificeren. Aan de bijbelse bepalingen voegen we geschiedkundige gegevens toe om het verloop van de zondagsheiliging met feiten te illustreren.

De kleine hoorn in Daniel 7 en het samengesteld beest in openbaring 13:1-10 zijn twee symbolen voor dezelfde macht. Doorheen de bijbelse profetie heeft God van deze macht een veel gedetaileerdere beschrijving gegeven dan van de andere machten. Daniel 7 beschrijft de opkomst van deze macht; openbaring 13 heeft bijkomende details betreffende haar werk. Een derde beschrijving van deze macht wordt gegeven in 2 Thessalonicenzen 2:3-12.

Er is maar één politieke macht die aan de drie beschrijvingen beantwoordt en dat is de het rooms katholieke pausdom. Meer dan kerkelijk gezag hebbende, regeerde de paus honderden jaren lang over keizers, prinsen en machthebbers.

“Tijdens de hele geschiedenis van de kerk, vanaf de dagen van Gregorius de Grote tot heden, hebben mensen gewezen op het pausdom als de vervulling van deze profetie. Deze interpretatie wordt naar voor gebracht in de homilies van de Engelse kerk en door alle gereformeerde kerken. De interpretatie is echter genegeerd of verworpen geweest door critici, omwille van redenen die niet gespecificeerd hoeven te worden. Ze kan echter elke kritische test doorstaan." —Dr. Charles H. H. Wright, Daniel and His Prophecies , p. 168. London: 1906.

Laat ons elk van de identificerende kenmerken van deze kleine horen onderzoeken om bevestigd te zien dat de vereniging van religieuze en burgerlijke macht belichaamd in het Pauselijk bewind werkelijk die macht is die voorspeld staat in deze gedeelten van de Schrift.

1. Zijn geografische locatie

“DAARTUSSEN” "Terwijl ik op die horens lette, zie, daartussen verhief zich een andere kleine horen, en drie van de vorige horens werden daarvoor uitgerukt." Daniel 7:8

Om te kunnen opkomen tussen de andere horens zou het moeten opkomen daar waar de tien naties waren die het West-Romeinse rijk hadden ingenomen. Rome waar het pausdom opkwam lag daartussen.

2. Het tijdstip van zijn opkomende macht

“NA HEN” "En de tien horens; uit dat koninkrijk zullen tien koningen opstaan, en na hen zal een ander opstaan; die zal van de vorige verschillen en drie koningen ten val brengen." Daniel 7:24

Historici geven het jaar A. D. 476 aan als het tijdstip waarop het Romeinse rijk haar gezag volledig overgaf aan de tien naties. We moeten dus de datum van de machtsovername door de kleine horen na A. D. 476 zetten.

3. De omstandigheden waarin het beest aan de macht kwam

“HIJ ZAL DRIE KONINGEN TEN VAL BRENGEN" Daniel 7:8; Daniel 7:20; Daniel 7:24

De Heruli, de Vandalen, en de Ostrogoten die de bisschop van Rome niet als het hoofd van de kerk wilden erkennen werden ten val gebracht.

4. Het beest vergeleken met de andere koninkrijken

“DIE ZAL VAN DE VORIGE VESCHILLEN" Daniel 7:2

Het pausdom was een andere soort macht dan de andere koninkrijken. Terwijl zij enkel werelds gezag hadden, maakte het pausdom aanspraak op zowel religieuze als burgerlijke macht. De ogen, de mond en de grootspraak van deze horen tonen haar superioriteit over de andere koninkrijken.

5. Zijn overgeerfde kenmerken

“EN HET BEEST DAT IK ZAG, WAS EEN LUIPAARD GELIJK, EN ZIJN POTEN ALS VAN EEN BEER EN ZIJN MUIL ALS DE MUIL VAN EEN LEEUW." Openbaring 13:2

De vitale aspecten van de koninkrijken van Babylon, Medo-Perzie, en Griekenland zijn bewaard gebleven in het pausdom. Het priesterschap en de sacramentele rituelen van het Katholicisme zijn afkomstig uit de Babylonische cultus. Ook de aanbidding van een maagdelijke moedergod is van Babylonische oorsprong. Het Perzische Mitraïsme wordt teruggevonden in de feestdagen en religieuze tradities van de Katholieken. Leerstellingen en filosofieen van het Griekse gnosticisme die onderwezen werden door de kerkvaders en die aangenomen zijn door de eerste Katholieke concilies zijn vandaag nog aanwezig.
Zie o. a. - Alexander Hislop, De twee Babylons.

De Katholieke Kardinaal Newman geeft een uitgebreidde lijst van zaken "van heidense oorsprong" die het pausdom binnen de kerk bracht "met als bedoeling de nieuwe godsdienst bij de heidenen aan te bevelen": "het gebruik van tempels, en deze gewijd aan welbepaalde heiligen, en bij bijzondere gelegenheden versierd met takken van bomen; wierook...kaarsen...heiligwater...feestdagen...processies...priesterkleren...de huwelijksring...afbeeldingen...kerkgezangen..." - J.H. Newman, An Essay on the Development of Christian Doctrine, 1920 ed., p. 373.

6. Zijn overgeërfd gezag

“DE DRAAK GAF HEM ZIJN KRACHT EN ZIJN TROON" Openbaring 13:2

Openbaring 2:13 spreekt ook van Satan's troon. Voor de opkomst van het pausdom, gebruikte Satan het heidense Rome als een werktuig om de Christenen te vervolgen. Dit heidense Rome was "wat hem (pausdom) weerhoudt, totdat hij zich openbaart op zijn tijd." 2 Thess. 2:6, 7

Op de vrijgekomen troon van het Romeinse Rijk kwam het pausdom. Een historicus zei, "De Paus...is de opvolger van Caesar." - Adolf Harnack, What is Christianity? (New York: G.P. Putnam's Sons, 1903), p. 270.

7. Waarop het beest aanspraak maakt

“HIJ ZAL WOORDEN SPREKEN TEGEN DE ALLERHOOGSTE" Daniel 7:8, 11, 20, 25; 2 Thess. 2:4; Openbaring 13:1, 5, 6

Het spreken van woorden tegen de Allerhoogste duidt op godslastering.
De Bijbel geeft twee definities voor godslastering: (1) Johannes 10:33 -- Wanneer iemand zichzelf tot God maakt; (2) Lukas 5:20, 21 -- Wanneer men zichzelf de macht toeeigent om zonden te vergeven. Het pausdom maakt aanspraak op deze twee zaken. We leren dat uit de volgende uitspraken:

"Gij zijt een andere God op aarde." - Christopher Marcellus, Redevoering tijdens het vijfde Lateraans concilie, 4de sessie.

"Wij bezitten op deze aarde de plaats van God de Almachtige." - Paus Leo XIII, Littera encyclica "De hereniging van het Christendom."

'Alle namen die in de Schriften betrekking hebben op Christus...al dezelfde namen zijn van toepassing op de Paus." - Robert Bellarmine, Disputationes de Controversiis, Tom. 2.

"Vandaar dat de Paus een drievoudige kroon draagt, als koning van de hemel en de aarde en de lagere regionen." - Lucius Ferraris, Prompta Bibliotheca, "Papa", art. 2.

Paus betekent "papa,"of "vader." Het is een titel die op godsdientig vlak enkel aan God toekomt. "En gij zult op aarde niemand uw vader noemen, want een is uw Vader, Hij, die in de hemelen is." Mattheüs 23:9.

"Zij beweren onfeilbaar te zijn, iets wat enkel God toebehoort. Zij beweren zonden te kunnen vergeven, iets wat enkel God toebehoort. Zij beweren de sleutel te hebben tot de hemel, iets wat alleen God toebehoort. Zij beweren boven alle koningen van de aarde te staan, iets wat alleen God toebehoort. En zij gaan verder dan God zou doen door valselijk te beweren dat zij hele naties kunnen ontslaan van hun eed van trouw aan de koning, wanneer deze koning hen niet welgevallig is. En ze gaan tegen God in, wanneer zij aflaten schenken voor de zonden. Dit is de grootste van alle godslasteringen." - Adam Clarke, Commentaar op Daniel 7:25.

8. Zijn vervolgingen

“ DIE HOREN STRIJD VOERDE TEGEN DE HEILIGEN EN HEN OVERMOCHT" Daniel 7:21, 25; Openbaring 13:7

Omwille van het belijden van een geloof dat afwijkt van de leerstellingen van de kerk van Rome, vinden we in de geschiedenis het verslag van het martelaarschap van meer dan honderdmiljoen mensen. Een miljoen Waldenzen en Albigenzen verloren hun leven tijdens een kruistocht uitgeroepen door Paus Innocentius III in 1208; Vanaf de oprichting van de Jezuïeten in 1540 tot 1580; werden negenhonderdduizend levens vernietigd; honderdenvijftig duizend lieten het leven tijdens een 30 jarige Inquisitie; Tijdens de 38 jaar die volgden op het edict van Karel V tegen de protestanten, werden vijftigduizend mensen opgehangen, onthoofd, of levend verbrand voor ketterij; in vijf en een half jaar stierven gedurende het bewind van de hertog van Alva achttienduizend zielen." - Brief Bible Readings for Busy People, No. 8.

“Dat de kerk van Rome meer onschuldig bloed heeft vergoten dan enig andere instelling die ooit op aarde heeft bestaan, zal geen enkele protestant die een voldoende kennis heeft van de geschiedenis betwijfelen....Het is onmogelijk om tot een volledig begrip te komen van de omvang van haar slachtoffers, en het is onwaarschijnlijk dat men zich een voorstelling kan maken van het lijden dat zij hebben meegemaakt." - W. E. H. Lecky, History of the Rise and Influence of the Spirit of Rationalism in Europe (1955 ed.), Vol. 2, p. 40.

9. Zijn levensduur

"VOOR EEN TIJD EN TIJDEN EN EEN HALVE TIJD" Daniel 7:25; Daniel 12:7; Openbaring 12:14

“TWEEENVEERTIG MAANDEN LANG" Openbaring 11:2; Openbaring 13:5

“TWAALFHONDERD ZESTIG DAGEN LANG” Openbaring 11:3; Openbaring 12:6

Deze drie uitdrukkingen verwijzen allemaal naar de periode gedurende dewelke het pausdom haar heerschappij zou uitoefenen.

“voor een tijd en tijden en een halve tijd." Een "tijd" stelt een jaar voor (Daniel 4:16; 11:13) Een profetisch jaar komt overeen met 360 profetische dagen. In het Aramees (de oorspronkelijke taal gebruikt in Daniel 7:25) betekent het woord "tijden" "twee tijden." Laten we dit alles nu even optellen.

1 tijde = 360 profetische dagen

+2 tijden = 720 profetische dagen

+een halve tijde = 180 profetische dagen

TOTAAL = 1260 PROPHETISCHE DAGEN

“Tweeenveertig maanden lang” Een profetische maand bestaat uit 30 profetische dagen. Laten we dit even vermenigvuldigen.

30 dagen per maand
x 42 maanden
TOTAAL = 1260 PROFETISCHE DAGEN

Het feit dat we in de Schriften zeven verwijzingen vinden naar deze tijdsperiode maakt ons duidelijk dat het pausdom gedurende 1260 profetische dagen haar macht zou kunnen uitoefenen.

In les 14 leerden we dat we bij de interpretatie van profetische tijdsperioden we de bijbelse regel van "een dag voor een jaar" moeten volgen. De regel vinden we in Numeri 14:34 en Ezechiël 4:6. Het bewijs van deze regel vinden we wanneer we ze toepassen op tijdsprofetieen en zien dat ze dan exact kloppen met de werkelijkheid. In Daniel 9:24-27 werd dit tijdstelsel gebruikt om het jaar van Jezus' kruisiging te voorspellen. Door deze informatie te gebruiken bij de details die ons gegeven worden in het eerste gedeelte van dezelfde profetie (Daniel 8:14), berekenden we het beginpunt van de werkelijke Grote Verzoendag waarvan de Grote Verzoendag in het oudtestamentische ceremoniële systeem een schaduwbeeld was.

Hetzelfde tijdstelsel is van toepassing op de profetie van de 1260 dagen.

1 prophetic day profetische dag = 1 letterlijk jaar
1260 profetische dagen = 1260 LETTERLIJKE JAREN

De geschiedenis bevestigt het feit dat het pausdom precies 1260 jaar heerschappij voerde. In 533 A.D vaardigde Keizer Justinianus een decreet uit waarin hij de bisschop van Rome erkende als "het hoofd van alle heilige kerken." Maar volledig oppergezag kon niet gerealiseerd worden zolang de Ostrogoten macht hadden te Rome. U herinnert zich misschien dat de Ostrogoten de laatste van de drie koninkrijken was die het gezag van de bisschop van Rome niet erkenden. In 538 echter werden de Ostrogoten volledig verslagen. De bisschop van Rome met een onbetwist politiek en kerkelijke gezag, was nu de machtigste man in het Westen. Het jaar 538 dan luidt het begin in van de 1260 jaren van pauselijke overheersing.
Nu gaan we nog een som maken.

A.D. 538
+ 1260 jaren

A.D. 1798

Op 10 februari, 1798 drong Napoleon's generaal, Berthier, Rome binnen en nam de paus gevangen. Kort daarna stierf de paus te Valence in Frankrijk. Het jaar 1798 betekende zo het einde van de 1260 jaar durende heerschappij van het pausdom.

10. Zijn ogenschijnlijke dood

“ALS TEN DODE GEWOND” Openbaring 13:3

We hebben zojuist beschreven hoe het pausdom na 1260 jaar heerschappij een dodelijke slag kreeg toegediend. Twee factoren openbaren de betekenis van deze gebeurtenis:

(10)-1. Het pausdom had reeds interne scheuringen meegemaakt maar deze keer was het een gezag buiten het pausdom die de paus ontzette met de bedoeling de hele pauselijke structuur te vernietigen.

(10)-2. Tegen het jaar 1798 was de houding van de hele wereld tegenover het pausdom grondig veranderd.

Na deze gebeurtenis beschouwden de naties van de wereld het pausdom als vernietigd.

11. Zijn genezing

“ZIJN DODELIJKE WOND GENAS" Openbaring 13:3

In 1870 nam de Italiaanse regering bezit van Rome. Maar in 1929 ontmoette Kardinaal Gasparri, eerste minister Mussolini in het Lateraans paleis waar het verdrag van Lateranen werd ondertekend waardoor de Paus terug politieke macht kreeg.

De "Catholic Advocate" in Australie (18 april, 1929, p. 16) zei dat het effect de "genezing van een 59 - jarige wond" zou zijn. De voorpagina van de San Francisco Chronicle van 12 februari, 1929 had als krantenkop, "Jarenlange wonde genezen." Het verslag dat de Associated Press van de gebeurtenis gaf vermeldde, "Door hun handtekening te plaatsen onder het gedenkwaardig document, werd de wond die sinds 1870 zwerende was, genezen. Van beide kanten toonden men een uitzonderlijke hartelijkheid." Zo werd het Vaticaan in 1929 erkend als een onafhankelijke staat met de paus als koning. Religieuze en burgerlijke macht waren terug verenigd in het pauselijke ambt.

12. Zijn wereldwijde populariteit

“EN DE GEHELE WERELD GING HET BEEST MET VERBAZING ACHTERNA" Openbaring 13:3

Op 9 maart, 1929 kon de paus zeggen, "De volkeren van deze wereld staan achter ons." Vandaag is er niemand op aarde die zoveel aandacht krijgt als de paus, er is niemand die zo van nabij wordt gevolgd als de man die op de troon zit in het Vaticaan.

13. Zijn getal

“ZIJN GETAL IS ZESHONDERD ZESENZESTIG” Openbaring 13:8

Het mysterieuze nummer 666 heeft vier kenmerken:

(13) 1. Het is het "getal van het beest" (vers 18).
(13) 2. Het is het "getal van een mens" (vers 18).
(13) 3. Het is het "getal van zijn naam" (vers 17).
(13) 4. Wanneer iemand "verstand heeft" dan kan hij "het getal van het beest berekenen" (vers 18).

De Katholieke Douay bijbel bevat deze opmerking over Openbaring 13:18: “De getalwaarde van de letters van zijn naam geven zijn getal." We moeten dus weten wat de naam van de paus is en dan kunnen we de getalwaarde van de letters van zijn naam optellen om het getal van zijn naam te kennen. Het wekelijks Katholiek blad, Our Sunday Visitor, 18 april, 1915, zegt, "Dit zijn de letters die geschreven staan op de mijter van de paus:

VICARIUS FILII DEI, wat Latijn is voor "plaatsvervanger van de Zoon van God." Deze tittel wordt in hoogstaande Rooms Katholieke literatuur toegepast op de paus (Prompta Bibliotheca, door Ferraris, in het artikel "Papa") Deze titel heeft dus een onbetwistbare authenticiteit. Zij geeft duidelijk weer welke positie de paus zichzelf toeeigent.

Hoe kan men het getal van zijn naam bekomen? Vóór het gebruik van de nummers die we vandaag kennen, werden aan de letters van het alfabet een getalwaarde toegekend. In oud-heidense cultussen werd veel aandacht besteed aan het opstellen van titels met de gewenste numerieke betekenis.

De Romeinse getallen zijn ons allen bekend. Deze getallen werden gebruikt in het oude Rome. I=1; V of U=5; X=10; L=50; C=100; D=500. Laten we nu de getalwaarde van de pauselijke titel zoeken.

V = 5
I = 1
C = 100
A = 0
R = 0
I = 1
U = 5
S = 0

F = 0
I = 1
L = 50
I = 1
I = 1

D = 500
E = 0
I = 1

TOTAAL: 666

Een zeer uitgebreidde bespreking van het "getal van het beest" kun je vinden op biblelight.net

14. Zijn leer

“DIE DE KOMST VAN JEZUS CHRISTUS IN HET VLEES NIET BELIJDEN" 1 Johannes 4:3; 2 Johannes

Volgens de bijbel is een belangrijk kenmerk van de antichrist zijn leer betreffende de menselijke natuur van Christus. In twee van zijn brieven waarschuwt de apostel Johannes (die ook het boek Openbaring schreef) voor de antichrist die zou beweren dat Jezus Christus niet in het vlees gekomen is. De bijbel zegt dat Jezus gekomen is "in een vlees, aan dat der zonde gelijk" (Romeinen 8:3). Hij nam op Zich de natuur van hen die Hij kwam redden. "Daar nu de kinderen aan bloed en vlees deel hebben, heeft ook Hij op gelijke wijze daaraan deel gekregen...Hij ontfermt Zich over het nageslacht van Abraham. Daarom moest Hij in alle opzichten aan zijn broeders gelijk worden." (Hebreeen 2:14-17). (Zie les 13). Het Katholieke geloof ontkent dat Jezus de menselijke natuur die jij en ik hebben, op Zich heeft genomen. De Katholieke leer van de onbevlekte ontvangenis leert dat Maria geboren werd zonder de mogelijkheid om te zondigen. Daarom werd Jezus geboren met een natuur zo verschillend van de onze zodat Hij niet zoals de Schrift zegt "kan medevoelen met onze zwakheden" en "in alle dingen op gelijke wijze als wij is verzocht geweest."


15. Zijn pogingen om Gods wet te veranderen

“HIJ ZAL ER OP UIT ZIJN ... WET TE VERANDEREN" Daniel 7:25

De activiteiten van de kleine horen zijn niet in de eerste plaats gericht tegen het menselijk gezag maar tegen het gezag van God zelf. De tekst zegt, "Hij zal woorden spreken tegen de Allerhoogste, en de heiligen des Allerhoogsten te gronde richten." De "tijden en wetten" die hij denkt te veranderen zijn de wetten van de "Allerhoogste." Het pausdom eist inderdaad het recht op om de goddelijke wetten te veranderen.

De volgende uitspraak werd gedaan ten tijde van paus Nikolaas. "De paus heeft het gezag en heeft dit gezag dikwijls gebruikt om de geboden van Christus aan de kant te zetten... Hij kan vrijstellen van de wet, en het verkeerde juist maken door de wet te verbeteren en te veranderen."

Verder, “Het gezag van de paus is zo groot en machtig dat hij zelfs de goddelijke wetten kan aanpassen, uitleggen en zelf interpreteren... De paus kan de goddelijke wet veranderen, want zijn macht is niet uit de mensen maar van God, en hij handelt in Gods plaats op aarde, met de macht om zijn schapen te binden of los te laten." - Lucius Ferraris, "Papa," art. 2, in Prompta Bibliotheca.

Je weet nog wel dat de tien geboden het enige deel van de bijbel is die God met Zijn eigen stem heeft gesproken en met eigen vinger heeft neergeschreven. De geboden worden gevonden in Exodus 20:3-17. We zullen enkele voorbeelden geven waar de paus Gods wet heeft willen veranderen. Deze veranderingen kun je in elke katholieke catechismus terugvinden.

Gods tweede gebod zegt in Exodus 20:4-6, “Gij zult u geen gesneden beeld maken" Omdat dit gebod spreekt tegen het gebruik van gesneden beelden, een gebruik dat veelvuldig plaatsvindt in de Katholieke godsdient, heeft het pausdom dit tweede gebod uit haar leer verwijderd. Om toch nog aan tien geboden te komen, heeft ze van het tiende gebod twee afzonderlijke geboden gemaakt en zo geprobeerd Gods wet te veranderen.

De tekst zegt "Hij zal er op uit zijn tijden en wetten te veranderen." De enige wet van God die te maken heeft met tijd is het vierde gebod. Dit gebod zegt: "Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de HERE, uw God; dan zult gij geen werk doen."

De algemene schending van Gods heilige sabbatdag, en de verering van de dag van de zon, werd door geen ander gezag dan dat van de paus zelf tot stand gebracht. Het pausdom bracht deze heidense praktijk binnen in haar leer. De hierna volgende documentatie toont de geleidelijke overplaatsing van de heidense zondagsheiliging naar de populaire positie die ze heeft in hedendaagse denominaties.


De oorsprong van de zondagsviering

“Het is volstrekt zeker dat Christus zelf, Zijn apostelen, en de eerste Christenen gedurende lange tijd de sabbat van de zevende dag hielden." - William Prynne, A Briefe Polemicall Dissertation, Concerning...the Lordsday-Sabbath, p. 33.

“Tot de tweede eeuw bestaat er onder de Christenen geen aantoonbaar bewijs voor het vieren van de zondag. De eerste verwijzingen naar dat gebruik komen uit Alexandrië en Rome, plaatsen waar men al vroeg de viering van de zevende dag verwierp." Dr. Kenneth Strand, The Sabbath in Scripture and History , p. 330.

“Het is zeker dat de viering van de sabbat plaatsvond ...onder de Christenen van de Oosterse kerk, rond driehonderd jaar na de dood van de Verlosser.: - Prof. E. Brerewood, A Learned Treatise of the Sabbath, p. 77.

“Zelfs tot in de vijfde eeuw vond de viering van de Joodse Sabbat plaats in de Christelijke kerk." - Lyman Coleman, Ancient Christianity Exemplified, chap. 26, sec. 2.

“Alhoewel de meeste kerken in de wereld de heilige mysteries vieren op de sabbat van elke week, zijn er Christenen te Alexandrië en Rome die dat niet meer doen omwille van enige oude tradities." —Socrates Scholasticus (geschreven rond A.D. 440), aangehaald in Ecclesiastical History , Book 5, chapter 22.

“De Christelijke kerk maakt geen formele maar geleidelijke en bijna onbewuste overgang van de ene dag naar de andere." —F. W. Farrar, The Voice From Sinai , p. 167.

“Het Christendom en de meer ontwikkelde vormen van het heidendom neigden steeds meer naar elkaar toe naarmate de tijd vorderde... Zij hadden de neiging in elkaar te vloeien als twee stromen die op een punt bij elkaar komen." —J. H. Robinson, Introduction to the History of Western Europe. p. 31.

“De twee tegengestelde geloofsbelijdenissen bewogen zich in dezelfde intellectuele en morele sfeer, en de ene kon naar de andere overgaan zonder schok of onderbreking.... De religieuze en mystieke geest van het oosten had langzaam het hele maatschappelijk organisme overwonnen en had alle naties bereid om zich te verenigen in de boezem van een universele kerk." —Franz V. M. Cumont, Oriental Religions in Roman Paganism , reprint 1956, pp. 210, 211.

“Overblijfselen van de strijd worden gevonden in twee instellingen die van de rivaal zijn overgenomen door het Christendom in de vierde eeuw, de twee Mitraïsche heilige dagen , de 25ste december, dies natalis solis, als de geboortedag van Jezus, en zondag, "de eerbiedwaardige dag van de zon,' zoals Constantijn die noemde in zijn edict van 321," —Walter Woodburn Hyde, Paganism to Christianity in the Roman Empire , p. 60.

“De kerk maakte van de zondag een heilige dag...vooral omdat het de wekelijkse viering was van de zon; want het was beslist een Christelijke gedragslijn om de heidense feesten over te nemen waar de mensen door de traditie aan hielden, en aan die dagen een Christelijke betekenis te geven." —Arthur Weigall, The Paganism in Our Christianity , 1928, p.145.

“De kerk...nam de heidense zondag en maakte er de Christelijke zondag van....De zon was een vooraanstaande god in het heidendom...En zo werd de heidense zondag gewijd aan de god Baldr, de Christelijke Zondag." Dr. William L. Gildea, The Catholic World , March, 1894.

“Wat begon als een heidens instelling, eindigde als een Christelijke voorschrift; en een lange serie van keizerlijke decreten, gedurende de vierde, vijfde, en zesde eeuw, schreven met toenemende strengheid onthouding van arbied voor op de zondag." —Hutton Webster, Rest Days , p. 270.

“De Roomse kerk...veranderde het vierde gebod door de sabbat van Gods woord te verwijderen en de zondag als heilige dag in te stellen." Nicolas Summerbell, History of the Christian Church , 3rd edition, 1873, p. 415.

“De Katholieke kerk veranderde de dag van zaterdag naar zondag duizend jaar voor het bestaan van een protestant en ze deed dat krachtens haar Goddelijke opdracht." —The Catholic Mirror , September 23, 1893.

“De zondag, als een dag van de week apart gezet voor verplichtte publieke aanbidding van de Almachtige God... is van puur Katholieke makelij. Deze dag wordt niet bepaald door de verordeningen van de Mozaïsche wet. Ze behoort tot het systeem van de Katholieke kerk." —John Gilmary Shea, The American Catholic Quarterly Review , January, 1883.

“Vraag:     Welke dag is de sabbatdag?

Antwoord:     Zaterdag is de sabbatdag.

Vraag:     Waarom houden wij de zondag in de plaats van de zaterdag?

Antwoord:     Wij houden de zondag in de plaats van de zaterdag omdat de Katholieke kerk de plechtigheid van de zaterdag naar de zondag heeft overgeplaatst." —Peter Geiermann, The Convert’s Catechism of Catholic Doctrine (1957 ed.), p. 50.

“Ze hebben de macht van de kerk nodig om zeer groot te zijn, want zij heeft één van Gods geboden aan de kant gezet."—The Augsburg Confession , 1530.

“De kerk heeft de sabbat veranderd in de dag van de Heer op eigen gezag, en daarover heb je geen tekst uit de Schrift." —Johann Eck, Handbook of Common Places Against the Lutherans , 1533.

“Indien je alleen de bijbel volgt dan ben je verplicht om de zaterdag te heiligen, want dat is de dag waarvan de Almachtige God zegt dat je die zal heiligen voor Hem. Door het houden van de zondag volgen niet-katholieken het 1800 jaren oude gebruik van de Katholieke kerk, een traditie en geen bijbels voorschrift. .... Bij de Katholieken bestaat er betreffende deze kwestie geen probleem. Daar wij de bijbel niet beschouwen als de enige regel voor ons geloof, kunnen we steeds terugvallen op de aanwezige praktijken en tradities van de kerk." —Francis G. Lentz, The Question Box , 1900, p. 98, 99.

“Als twee heilige rivieren, vloeiende vanuit het paradijs, bevatten de bijbel en de goddelijke traditie het Woord van God, de kostbare parels van geopenbaarde waarheid. Hoewel deze twee goddelijke stromen in zichzelf, omwille van hun goddelijke oorsprong, even heilig zijn en beide vol zijn van geopenbaarde waarheden, is van deze twee toch de TRADITIE voor ons duidelijker en veiliger." —Joseph Fa di Bruno, Catholic Belief , p. 45.

“Daarom hebben wij het zelfde gezag voor het vagevuur als voor de zondag." —Martin J. Scott, Things Catholics Are Asked About , 1927, p. 136.

“Protestantisme die het gezag van de Kerk afwijst, heeft geen enkele goede reden voor haar theorie betreffende de zondag, en zou logischerwijs de zaterdag als sabbat moeten houden." —John Gilmary Shea, The American Catholic Quarterly Review , January, 1883.

“Je mag de bijbel lezen van Genesis tot Openbaring, en je zult daarin geen enkele vers vinden die de heiliging van de zondag machtigt. De Schriften bevelen de godsdienstige inachtneming van de zaterdag, een dag die wij (Katholieken) nooit heiligen." —James Cardinal Gibbons, The Faith of Our Fathers , 1917 ed., pp. 72, 73.

“Is het niet vreemd dat zij die de bijbel tot hun enige leraar maken in deze zaak inconsistent zijn door het volgen van de katholieke traditie."—Bertrand L. Conway, The Question Box Answers , 1910, p. 255.

“Hij antwoordde hun en zeide: Waarom overtreedt ook gij ter wille van uw overlevering zelfs het gebod Gods?”—Jezus, Matteus 15:3 “Tevergeefs eren zij Mij, omdat zij leringen leren, die geboden van mensen zijn.”—Jezus, Matteus 15:9

“Nee; het werd nooit veranderd, het kan ook niet, tenzij de schepping zou overgedaan worden: want de reden voor het in acht nemen van de sabbat moet veranderen vooraleer de inachtneming kan veranderen!! Het is oude wijvenpraat het te hebben over een verandering van de sabbat van de zevende dag naar de eerste dag. Indien het veranderd werd dan zal het dat indrukwekkende personnage geweest zijn die denkt tijden en wetten ex officio te veranderen - ik denk dat zijn naam DOKTER ANTICHRIST is."—Alexander Campbell, The Christian Baptist , Feb. 2, 1824, vol. 1, no. 7.

“Men moet Gode meer gehoorzamen dan de mensen.”—Petrus, Handelingen 5:29

“Want de aarde is ontwijd door haar bewoners, omdat zij de wetten hebben overtreden, de inzetting ontdoken, het eeuwig verbond verbroken. Daarom verslindt een vloek de aarde en moeten haar bewoners boeten; daarom worden de bewoners der aarde door een gloed verteerd en blijven er weinig stervelingen over." - Jesaja 24:5, 6

“Rede en gezond verstand vragen de aanvaarding van één van deze twee alternatieven: ofwel Protestantisme en de inachtneming van de zaterdag of Katholicisme en de inachtneming van de zondag. Een compromis is hier onmogelijk." Catholic Mirror , December 23, 1893. geovisit(); setstats1

Terug