top

Bijbelstudies - De laatste dagen - Les 18

Gods wet - onder de wet of onder de genade

Supplement bij Les 18

Wat bedoelt de Bijbel met: "want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade."?

Gods wet heilig en onveranderlijk


1. Wat werd gezien in de hemelse tempel toen deze open ging?
Openbaring 11:19: "En de tempel Gods, die in de hemel is, ging open en de ark van zijn verbond werd zichtbaar in zijn tempel."

2. Wat was geschreven op de stenen tafels die zich in de ark bevonden?
Deuteronomium 10:3-5: "En ik maakte een ark van acaciahout en hieuw twee stenen tafelen gelijk de eerste; toen beklom ik de berg met de twee tafelen in mijn hand. En Hij schreef op de tafelen met hetzelfde schrift als de eerste maal, de Tien Woorden, die de HERE op de berg tot u gesproken had uit het midden van het vuur op de dag der samenkomst; en de HERE gaf ze mij. Toen keerde ik mij om en daalde de berg af, en ik legde de tafelen in de ark, die ik gemaakt had; en zij bleven daar, zoals de HERE mij geboden had.


De ark die de tien geboden bevat, wordt In Openbaring voorgesteld als zijnde in het hemelse heiligdom. Gods geboden bevatten de wet van Zijn universele bestuur. De psalmist verkondigt dat Gods koninkrijk " heerst over alles" en dat Zijn engelen "zijn woord volvoert, luisterend naar de klank van zijn woord." Psalm 103:19-20. De tien geboden staan vermeld in Exodus 20:3-17

3. Wat doet God oneer aan?
Romeinen 2:23: "Die u op de wet beroemt, onteert gij God door uw overtreden van de wet?"

4. Waarom vraagt dit onderwerp vandaag om bijzondere aandacht?
Psalm 119:126: "Het is tijd voor de HERE om te handelen, zij hebben uw wet verbroken."

5. Op welke manier kunnen wij tonen dat we God liefhebben?
Johannes 14:15: "Wanneer gij Mij liefhebt, zult gij mijn geboden bewaren."

6. Wat getuigt van het feit dat we God kennen?
1 Johannes 2:3: "En hieraan onderkennen wij, dat wij Hem kennen: indien wij zijn geboden bewaren."

"Wie zegt: Ik ken Hem, en zijn geboden niet bewaart, is een leugenaar en in die is de waarheid niet." 1 Johannes 2:4

"Hieraan onderkennen wij, dat wij de kinderen Gods liefhebben, wanneer wij God liefhebben en zijn geboden doen. Want dit is de liefde Gods, dat wij zijn geboden bewaren. En zijn geboden zijn niet zwaar." 1 Johannes 5:2, 3

7. Wat moeten we volgens Jezus met het kleinste van de geboden doen?
Matteus 5:19: "Wie dan een van de kleinste dezer geboden ontbindt en de mensen zo leert, zal zeer klein heten in het Koninkrijk der hemelen; doch wie ze doet en leert, die zal groot heten in het Koninkrijk der hemelen."

"Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen. Want voorwaar, Ik zeg u: Eer de hemel en de aarde vergaat, zal er niet een jota of een tittel vergaan van de wet, eer alles zal zijn geschied." Matteus 5:17, 18.

Door "alle gerechtigheid te vervullen" was Jezus ons tot voorbeeld. Matteus 3:15.

8. Wat profeteerde Jesaja over Jezus?
Jesaja 42:21: "De HERE had er behagen in ter wille van zijn gerechtigheid een grote, heerlijke onderwijzing te geven."

Merk op hoe Jezus het zesde en zevende gebod ontplooide:

“Gij hebt gehoord, dat tot de ouden gezegd is: Gij zult niet doodslaan; en: Wie doodslag pleegt, zal vervallen aan het gerecht. Maar Ik zeg u: Een ieder, die in toorn leeft tegen zijn broeder, zal vervallen aan het gerecht." Matteus 5:21, 22

“Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: Gij zult niet echtbreken.
Maar Ik zeg u: Een ieder, die een vrouw aanziet om haar te begeren, heeft in zijn hart reeds echtbreuk met haar gepleegd. Matteus 5:27, 28.

9. Welke wet stelde Jezus in Zijn vlees buiten werking?
Efeziers 2:15: "Want Hij is onze vrede, die de twee een heeft gemaakt en de tussenmuur, die scheiding maakte, de vijandschap, weggebroken heeft, doordat Hij in zijn vlees de wet der geboden, in inzettingen bestaande, buiten werking gesteld heeft

10. Hoe werd het pasha genoemd?
Exodus 12:43: "De HERE zeide tot Mozes en Aaron: Dit is de inzetting van het Pascha."

In de tijden van het Oude Testament oefende Gods volk ceremoniele verordeningen uit, waaronder het brengen van brandoffers en het sprenkelen van bloed (Ezechiel 43:18). Het bloed van de stieren en de geiten nam niet hun zonden weg (Hebreeën 10:4), deze verordeningen waren bedoeld als een middel om uiting te geven aan hun geloof in Christus waardoor ze gerechtigheid door geloof bekwamen (Hebreeën 11:4, 28). Daar deze verordeningen een voorafschaduwing waren van Christus, hadden deze voorlopige wetten geen reden meer van bestaan na de dood van Christus.

11. Uit wat bestond het bewijsstuk dat Christus heeft weggedaan door het aan het kruis te nagelen?
Colossenzen 2:4: "door het bewijsstuk uit te wissen, dat door zijn inzettingen tegen ons getuigde en ons bedreigde. En dat heeft Hij weggedaan door het aan het kruis te nagelen."

12. Maar wat zal God niet veranderen?
Psalm 89:34: "mijn verbond zal Ik niet ontwijden, noch veranderen wat over mijn lippen gekomen is."

13. Kwamen de Tien Geboden over Gods lippen?
Exodus 20:1: "Toen sprak God al deze woorden."

We mogen de ceremoniele inzettingen niet verwarren met de morele wet die werd samengevat in de Tien Geboden. Zoals God niet verandert (Jakobus 1:17) zo veranderen ook Zijn geboden niet. Gods geboden Zijn een uitdrukking van Zijn gerechtigheid (Psalm 119:172) die Hij in ons bewerkt wanneer Hij ons rechtvaardigt (vgl. Romeinen 3:22 met Hebreeën 10:16, 17).

14. Welke wet blijft voor de Christenen van belang?
1 Corinthiers 7:19: "Want besneden zijn betekent niets, en onbesneden zijn betekent niets, maar wel het houden van Gods geboden."

15. Hoe beschreef Paulus Gods geboden?
Romeinen 7:12: "Zo is dan de wet heilig, en ook het gebod is heilig en rechtvaardig en goed."


16. Met wat wordt het kijken in de wet vergeleken?
Jakobus 1:23-25: "Want wie hoorder is van het woord en niet dader, die gelijkt op een man, die het gelaat, waarmede hij geboren is, in een spiegel beschouwt; want hij heeft zich beschouwd, is heengegaan en heeft terstond vergeten, hoe hij er uitzag. Maar wie zich verdiept in de volmaakte wet, die der vrijheid, en daarbij blijft, niet als een vergeetachtige hoorder, doch als een werkelijk dader, die zal zalig zijn in zijn doen.

17. Wat gebeurt er met ons wanneer we als in een spiegel in de wet kijken?
Romeinen 3:20 (laatste gedeelte): "want wet doet zonde kennen."

18. Kunnen we zonder wet weten wat zonde is?
Romeinen 7:7: "Wat zullen wij dan zeggen? Is de wet zonde? Volstrekt niet! Ja, ik zou de zonde niet hebben leren kennen, tenzij door de wet; immers, ook van de begeerlijkheid zou ik niet geweten hebben, indien de wet niet zeide: gij zult niet begeren."

19. Met wat worden Gods geboden nog meer vergeleken?
Spreuken 6:23: "Want het gebod is een lamp en de onderwijzing een licht."

20. Welke belangrijke rol speelt de wet voor onze ziel in het tonen van onze zonden?
Psalm 19:7: "De wet des HEREN is volmaakt, zij verkwikt de ziel; de getuigenis des HEREN is betrouwbaar, zij schenkt wijsheid aan de onverstandige."


21. Kan de wet nadat hij onze zonden heeft getoond ons ook tot gerechtigheid brengen?
Romeinen 3:20 (eerste gedeelte): "daarom, dat uit werken der wet geen vlees voor Hem gerechtvaardigd zal worden."

22. Wie alleen kan ons redden?
Handelingen 4:10, 12: "Dan moet aan u allen en het ganse volk van Israel bekend zijn, dat door de naam van Jezus Christus, de Nazoreeer, die gij gekruisigd hebt, maar die God heeft opgewekt uit de doden, dat door die naam deze hier gezond voor u staat. Dit is de steen, door u, de bouwlieden, versmaad, die nochtans tot hoeksteen is geworden. En de behoudenis is in niemand anders, want er is ook onder de hemel geen andere naam aan de mensen gegeven, waardoor wij moeten behouden worden."


23. Maakt dat de wet nutteloos?
Romeinen 3:31: "Stellen wij dan door het geloof de wet buiten werking? Volstrekt niet; veeleer bevestigen wij de wet.

"ik heb lust om uw wil te doen, mijn God, uw wet is in mijn binnenste." Psalm 40:8

“Dit is een getrouw woord en ik wil, dat gij op dit punt een krachtig getuigenis geeft, opdat zij, die hun vertrouwen op God gebouwd hebben, ervoor zorgen vooraan te staan in goede werken.” Titus 3:8

“Want het loon dat de zonde geeft is de dood.” Romeinen 6:23

24. Wat is de zonde?
1 Johannes 3:4: " Ieder, die de zonde doet, doet ook de wetteloosheid, en de zonde is wetteloosheid."

25. Wordt zonde aangerekend als er geen wet is?
Romeinen 5:13: "Want reeds voor de wet was er zonde in de wereld. Maar zonde wordt niet toegerekend, als er geen wet is."

“ de kracht der zonde is de wet..” 1 Corinthiërs 15:56

26. Zou er dan geen zonde zijn indien de wet werd weggedaan?
Romeinen 4:15: "De wet immers bewerkt toorn; waar echter geen wet is, is ook geen overtreding."

Door de wet te veranderen had Jezus de zonde kunnen wegnemen zonder te lijden. Een verandering van de wet had kunnen vermijden dat iemand moest gestraft worden voor de overtreding ervan. Christus had dan niet hoeven te sterven.

Het feit dat Christus stierf is het sterkste bewijs voor de onveranderlijkheid van de wet. De wet is de uitdrukking van Gods karakter en daar God niet verandert, kan ook de wet niet veranderd worden. "De Vader der lichten, bij wie geen verandering is of zweem van ommekeer" Jakobus 1:17. "Gemakkelijker zouden hemel en aarde vergaan, dan dat er van de wet een tittel zou vallen" Lucas 16:17.

27. Hij die hen rechtvaardigt die in Jezus geloven moet ook wat zijn?
Romeinen 3:26: "zodat Hijzelf rechtvaardig is, ook als Hij hem rechtvaardigt, die uit het geloof in Jezus is.

28. Hoe lang zullen Gods geboden blijven gelden?
Psalm 111:7, 8: "De werken zijner handen zijn waarheid en recht, betrouwbaar zijn al zijn bevelen,
vastgesteld voor immer en altoos
, volbracht in waarheid en oprechtheid."



“De wet des HEREN is volmaakt, zij verkwikt de ziel;
de getuigenis des HEREN is betrouwbaar, zij schenkt wijsheid aan de onverstandige.
De bevelen des HEREN zijn waarachtig, zij verheugen het hart;
het gebod des HEREN is louter, het verlicht de ogen.
De vreze des HEREN is rein, voor immer bestendig;
de verordeningen des HEREN zijn waarheid, altegader rechtvaardig.
Kostelijker zijn zij dan goud, ja, dan veel fijn goud;
en zoeter dan honig, ja dan honigzeem uit de raat.
Ook laat uw knecht zich daardoor ernstig vermanen;
in het houden ervan ligt rijke beloning.” Psalm 19:7-11

Supplement: Wat bedoelt de Bijbel met: "want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade."?
Zie ook: Gods wet heilig en onveranderlijk


In het licht van Gods Woord...(antwoord voor jezelf met ja of nee)

Ik begrijp dat de wet van God bestaande uit de tien geboden Zijn hoogste morele standaard is, en ik kies ervoor om die door Zijn genade te gehoorzamen.

Ik begrijp dat Gods wet de zonde en de gerechtigheid definieert, en niet kan worden veranderd.

Ik begrijp dat de inzettingen een symbool waren van het verzoeningswerk van Christus en bij Zijn dood zijn vervallen.

Heb je nog vragen? e-mail

Volgende les: Gedenk uw Schepper



Supplement bij Les 18

Wat bedoelt de Bijbel met: "want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade."?

Het woord "wet" in de Bijbel
Drie soorten wetten
De morele wet en het historische Protstantse standpunt
Het Nieuwe Testament onderwijst de Tien Geboden
Niet onder de wet
Ontslagen van de wet

De schriftteksten uit les 18 geven duidelijk aan dat Gods geboden even bindend zijn voor de hedendaagse Christen als toen ze door God werden gesproken op de berg Sinai. Toch zijn er heel wat mensen die denken dat een Christen geen verplichtingen meer heeft tegenover de wet. De bedoeling van deze studie is hun bezwaren te bespreken en de harmonie aan te tonen die er in de Schrift over dit onderwerp bestaat.

Het woord "wet" in de Bijbel

Het eerste wat we moeten begrijpen is de betekenis die de schrijvers van de Bijbel gaven aan het woord "wet". Het Hebreeuwse woord dat met "wet" wordt vertaald in het Oude Testament is tora, wat 216 maal voorkomt. In het Nieuwe Testament, komt het woord "wet" voornamelijk van het Grieks nomos en dit komt 195 maal voor.

In het Hebreeuwse denken was de "wet" een term met een brede betekenis die verwees naar de geopenbaarde wil van God. Het omvatte alle goddelijk onderwijs, alles wat God had bekendgemaakt betreffende zijn plan met de mens. Voor de gelovige Jood was Gods "wet" equivalent met Zijn verlossingsplan voor de mens.

De context van een passage uit het Oude Testament waarin het woord "wet" voorkomt, kan erop wijzen dat de schrijver verwijst naar een bepaald gedeelte van Gods geopenbaarde wil. Het onderricht dat God aan Mozes had gegeven werd bekend als de "wet van Mozes." Omdat de eerste vijf boeken van de Bijbel dit onderricht bevatten, wordt dat gedeelte van de Schrift dikwijls "de wet van Mozes" of eenvoudigweg "de wet" genoemd. In het Hebreeuwse denken waren Gods onderwijzingen Zijn wet, ongeacht of deze onderwijzingen morele maatstaven, rituele vereisten of burgerlijke gedragslijnen bevatten. Deze algemene opvatting over de wet verklaart waarom de term verwijst naar verscheidene zaken waarvan het onderscheiden ervan niet noodzakelijk als betekenisvol werd geacht.

Gebruik in het Nieuwe Testament

Tegen de tijd van het Nieuwe Testament waren er voor de term "wet" twee verschillende betekenissen ontstaan die het Joodse denken over de wet weerspiegelden zoals deze hierboven werd aangegeven.

Ten eerste werd de term toegepast op het Oude Testament in haar geheel of gedeelten ervan omdat dit de plaats was waar Gods geopenbaarde wil werd bewaard.<1> Dikwijls verwees de term naar de Pentateuch, of de boeken van Mozes, waarmee die werden onderscheiden van de Profeten en de Geschriften; en soms naar de Decaloog (Tien Geboden) als onderdeel van de Pentateuch.

Ten tweede begon men de uitdrukking te gebruiken om te verwijzen naar het Joodse godsdienstige stelsel <2> --in zijn geheel of gedeelten ervan -- welke tegen die tijd was geevolueerd naar een geheel van bijbelse instructies en rabbijnse tradities. Voor de Joden was dat een normaal gebruik van de term "wet"; voor hen was het Judaisme een praktische voorstelling van Gods geopenbaarde wil. Verwijzingen naar de 'werken van de wet' zoals die voorkomen in het Nieuwe Testament hebben meestal betrekking op het ceremoniele element. <3> Dat was ook het meest zichtbare kenmerk van het Joodse religieuze systeem.

Wanneer gebruik wordt gemaakt van teksten die naar "de wet" verwijzen, doet men er goed aan om zorgvuldig de context te bestuderen om te kunnen onderscheiden in welke betekenis het woord "wet" wordt gebruikt. Het is ook nuttig om vertrouwd te zijn met de belangrijkste elementen van het Oud Testamentisch wetssysteem, en de onderscheidende kenmerken van elk van deze elementen te kennen.


Drie soorten wetten

Het Oude Testament bevat drie soorten wetten. De morele wetten, de ceremoniele wetten en de burgerlijke wetten. Deze drie werden allen door God ingesteld.

Morele wetten

De Morele wet is het fundament van Gods universele koninkrijk. Het is de uitdrukking van Gods karakter. Ze bestaat omdat God bestaat, en zoals God is, zo is ook die wet. De volmaakte vereniging van barmhartigheid en rechtvaardigheid in deze wet kan met een woord worden samengevat: liefde.

Al de vereisten van Gods Morele wet hangen aan twee grote principes. Het eerste is Deuteronomium 6:5: "Gij zult de HERE, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw kracht." Het tweede is Leviticus 19:18: " Gij zult niet wraakzuchtig en haatdragend zijn tegenover de kinderen van uw volk, maar uw naaste liefhebben als uzelf."

God schiep de mens met de wet "geschreven in hun harten." <4> Maar omdat zij " het verwerpelijk achtten God te erkennen,"<5>vergaten zij ook Gods wet. Daarom vond God het noodzakelijk Zijn wet uit te drukken op een manier die de wet altijd in herinnering zou brengen. Hij sprak de Tien geboden met Zijn eigen mond, en schreef ze met Zijn eigen vinger op twee stenen tafelen. De vier eerste geboden, geschreven op de eerste tafel, drukken de liefde voor God uit. De laatste zes geboden, geschreven op de tweede tafel, drukken de liefde uit voor de naaste.

Om de heiligheid van de Tien geboden zorgvuldig te bewaren, gaf God aan Mozes bijkomende voorschriften met gedetailleerde instructies voor het dagelijkse leven. Deze "rechtvaardige verordeningen" en "betrouwbare wetten"<6>waren gewoonweg toepassingen van de principes van de Tien Geboden, en worden daarom ondergebracht bij de morele wet.

De morele wet definieert gerechtigheid, maar heeft geen macht om hen die overtreders zijn te verlossen. Daarom was er een systeem nodig die herstel kon brengen en waar God "rechtvaardig is" en "hem rechtvaardigd die gelooft."<7>

Ceremoniële wetten

De ceremoniële wetten waren bepalingen voor het verloop van de diensten van het heiligdom, het brengen van de offers, en het werk van de priesters. De ceremoniële wet wordt duidelijk onderscheiden van de morele wet. Terwijl de morele wet het gedrag omschrijft van de rechtvaardige, was de ceremoniële wet gericht op het verlossingsplan en Gods genade voor de berouwvolle zondaar. Het was door de ceremoniële wet dat profeten en wet konden getuigen van de gerechtigheid van God. <8>C
Elke bepaling van de ceremoniële wet verwees naar Christus en Zijn werk waardoor Hij de mens van zonde verlost. Elk dier dat werd geslacht verwees naar Christus' dood aan het kruis. Elke handeling die de priester uitvoerde verwees naar het werk van Christus in het hemels heiligdom. Elk heilig feest was een voorafschaduwing van een gebeurtenis die plaatsvond voor de redding van deze wereld.

God gaf de ceremoniële wet niet als een werkverbond waardoor men Gods genade kon verdienen door verdienstelijke werken. De heiligdomsactiviteiten hadden op zich geen verlossende waarde. Maar door deze activiteiten kon de gelovige door geloof <9>beslag leggen op de gerechtigheid van Christus om verzoening te bekomen voor zijn zonden. Zo moest de gelovige zijn blik voortdurend richten op "het Lam Gods dat de zonden van deze wereld wegneemt." <10>

Burgerlijke wetten

Elk land beschikt over burgerlijke wetten en de door God gegeven autoriteit om wetten op te leggen en orde te handhaven. Zo werden ook aan Israël wetten gegeven om het land te besturen.<11> Deze wetten die zich door hun aard duidelijk laten herkennen waren alleen bedoeld voor Israël als natie. Israël moest zich aan deze wetten onderwerpen zoals wij dat doen aan de wetten van het land waarin wij leven. "Onderwerpt u aan alle menselijke instellingen, om des Heren wil." "Ieder mens moet zich onderwerpen aan de overheden, die boven hem staan. Want er is geen overheid dan door God en die er zijn, zijn door God gesteld."<12>

De burgerlijke wetten werden niet zoals de ceremoniële wetten, die symbolisch van aard zijn, bij de dood van Christus opgeheven. Zij verloren hun kracht bij de ontbinding van de staat Israël.

Het volgende overzicht laat het verschil zien tussen de drie soorten wetten van het Oude Testament.

Soort wet-------------Morele
Onderworpen aan de wet--Alle mensen
Duur van de wet--Totdat hemel en aarde voorbijgaan

Soort wet-------------Ceremoniële
Onderworpen aan de wet--Alle gelovigen
Duur van de wet--Val van Adam tot de dood van Christus

Soort wet--------------Burgerlijk
Onderworpen aan de wet--Alle Israëlieten en vreemdelingen in het land.
Duur van de wet--Vanaf Mozes tot aan de verspreiding van het Joodse volk.

De morele wet en het historische Protestantse standpunt

Het meest wijdverspreide aanvaardde standpunt betreffende de Tien Geboden wordt weergegeven door de volgende uitspraken afkomstig van een inleidend artikel uit een populaire Bijbel uitgegeven voor Sears, Roebuck and Co. <13>

"De blijvende steen waarop de wet werd geschreven is een duidelijk symbool van de eeuwigheid en onveranderlijkheid van de wet." "Wat Mozes ontving was het Woord van God, dat wetskracht had en dat nog steeds heeft." "Ze werden opgeschreven zodat zij ons steeds voor ogen zouden staan, omdat wij ernaar zouden handelen en luisteren (Rom. 2:12-15)." "Het is uit liefde voor ons dat God deze wetten heeft gebracht, zodat we beter in staat zouden zijn het leven aan te kunnen."

De laatste jaren echter wordt steeds meer naar voor gebracht dat God Zijn grote morele maatstaf van Tien Geboden heeft teruggetrokken zodat we niet langer onder de verplichting staan deze te gehoorzamen. Deze leer vertegenwoordigt een radicale koerswijziging weg van het historische Protestantse standpunt. Nooit eerder in de geschiedenis van het Christendom hebben kerkelijke leiders zich zo openlijk uitgesproken tegen de wet van God.

Let op de aanmaning van Judas om, "tot het uiterste te strijden voor het geloof, dat eenmaal de heiligen overgeleverd is." Laat ons opnieuw lezen wat onze voorvaderen hebben onderwezen betreffende de onveranderlijke, eeuwige aard van Gods morele wet. Hier volgen enkele uitspraken van verschillende individuen en groepen.

Johannes Calvijn: "We moeten ons niet inbeelden dat de komst van Christus ons heeft bevrijd van het gezag van de wet: want deze is de eeuwige regel van een godsvruchtig en heilig leven, en moet daarom even onveranderlijk zijn als de gerechtigheid Gods waarvan ze een uitdrukking is."<14>

"Het gezag van de wet is niet afgenomen maar moet van ons nog altijd hetzelfde respect en dezelfde gehoorzaamheid krijgen."<15>

Martin Luther: "Maar hoe volgt daaruit dat omwille daarvan de wet zou afgedaan hebben? Zo een besluit kan ik niet terugvinden in mijn redeneringen; bovendien wil ik wel graag eens de leermeester zien en horen die dat kan bewijzen.

"...Omwille van onze zonden werd Hij geslagen--heeft de wet daarom afgedaan?...Kan iemand veronderstellen dat de zonde bestaat daar waar geen wet is? Hij die de wet wegdoet kan ook niet meer van zonde spreken"<16>

Samuel Mather: "De wetten...door Mozes gegeven waren van drieerlei aard--moreel, ceremonieel, gerechtelijk....De eerste, of morele wet van universele en onveranderlijke aard, is voor alle mensen bindend en nog steeds van kracht. "<17>

Dwight L. Moody: "De geboden van God die aan Mozes werden gegeven op de berg Horeb zijn vandaag nog even bindend als toen zij werden verkondigd aan de mensen... De mensen moeten geleerd worden dat de tien geboden nog steeds van tel zijn, en dat een straf verbonden is aan de overtreding ervan.... Paulus zei: "Liefde is de vervulling van de wet." Betekent dit echter dat de gedetailleerde bepalingen van de Tien Geboden van minder belang zijn geworden? Geeft een Vader geen regels meer die gehoorzaamd moeten worden wanneer zijn kinderen hem liefhebben? Verbrandt een natie haar wetboeken omdat de bevolking vaderlandslievend is geworden? Nee toch. En toch spreken de mensen zo alsof de geboden niet meer tellen voor een Christen omdat Hij God liefheeft....Laat ons alleen met God gaan en Zijn wet lezen--lees het zorgvuldig en onder gebed, en vraag Hem om onze zonden te tonen en wat we moeten doen."<18>

Charles H. Spurgeon: "Hij (Christus)zorgde voor een herziening en hervorming van de menselijke wetten; maar de wet van God bevestigde Hij .... Onze Koning is niet gekomen om de wet op te heffen, maar om ze te bevestigen en haar op te waarderen.... De Here Jezus kwam geen mildere wet opzetten, Hij zal ook niemand van zijn dienaren toelaten om dit te doen. Onze Koning vervult de wet, en Zijn Geest werkt in ons om te willen en te handelen naar Gods behagen zoals naar voor gebracht in de onveranderlijke verordeningen van Zijn gerechtigheid."<19>

"De wet is één van Gods meest verheven werken. Er is geen gebod te veel; er is geen gebod te weinig."<20>

John Wesley: "Bij de hooggeplaatsten van de vijanden van het evangelie van Christus, zijn er...die de mensen onderwijzen om alle geboden te overtreden; zij leren,...'Er is maar één plicht en dat is te geloven,"... Zij doen niets anders dan Hem verraden met een kus, door elk gedeelte van Zijn wet te ontkrachtigen met het voorwendsel het evangelie vooruit te helpen." <21>

"De rituelen of de ceremoniële wet, door Mozes gegeven aan de kinderen van Israel, ...kwam de Here inderdaad vernietigen....

"Maar de morele wet vervat in de Tien Geboden, en door de profeten bekrachtigd, heeft Hij niet weggenomen. Zijn komst beoogde niet om enig deel van de wet op te heffen. Dit is een wet die nooit kan verbroken worden, die vaststaat als de getrouwe getuige in de hemel.....Elk onderdeel van deze wet moet voor alle mensen in alle tijden van kracht blijven en is niet afhankelijk van tijd of plaats of enige andere omstandigheid die onderhevig is aan verandering."<22>

Baptist: "Door de wet te verwerpen wordt het evangelie door de mens helemaal omvergeworpen. Gelovigen worden niet ontslaan van de verplichting om de wet te gehoorzamen maar zijn meer verplicht dan eender welk mens in de wereld om te gehoorzamen." <23>

"Wij geloven dat de wet van God de eeuwige en onveranderlijke regel is van Zijn moreel bestuur; en dat de ontoereikendheid die de Schrift de gevallen mens toeschrijft, als het aankomt op de gehoorzaamheid aan haar eisen, helemaal te wijten is aan zijn liefde voor de zonde; om hem daarvan te verlossen en hem door een Middelaar terug te brengen tot volkomen gehoorzaamheid aan de heilige wet, is wat het evangelie beoogt en wat genade bewerkt."<24>

Kerk van England,<25> Protestant Episcopal,<26> Methodisten<27>: "Geen enkele Christen is ontslagen van de gehoorzaamheid aan de geboden die moreel zijn."

Luthers: "De Zoon van God verloste hen opdat zij bij dag en bij nacht de wet zouden gedenken en zich voortdurend zouden oefenen in gehoorzaamheid eraan." <28>

Presbyterianen,<29> Congregationalisten,<30> Baptisten<31>: "De morele wet bindt iedereen te allen tijde, zowel gerechtvaardigde mensen als alle andere, tot gehoorzaamheid; en niet alleen aan dat wat in de wet vervat is maar ook aan het gezag van God die de wet gaf. Ook Christus heeft niets aan de wet afgedaan maar de nadruk gelegd op de verplichting om de wet te gehoorzamen."

Baptisten: "De bepalingen van de wet zijn onveranderlijk en noch plaats of tijd, dagen of seizoenen, toestanden of omstandigheden of het voorbijgaan van de tijd kan daar iets aan veranderen. Het was onveranderlijk. Het zal onveranderlijk blijven. Deze wet is onveranderlijk want ze is in harmonie met de onveranderlijke natuur van God."<32>

"Jezus gaf geen nieuwe regels, maar Hij zei ook niet dat de morele onderwijzingen van het Oude Testament waren opgeheven. De ceremoniële wetten en de rituelen van het Oude Testament zijn voor de Christenen niet meer van tel, maar dat kan niet gezegd worden van de Tien Geboden."<33>

Het Nieuwe Testament onderwijst de Tien Geboden

De Tien Geboden werden in het Nieuwe Testament door Jezus en de apostelen onderwezen en nageleefd. Hierna volgen verschillende verwijzingen naar elk van de geboden in het Nieuwe Testament.

I
Daarop zei Jezus tegen hem: ‘Ga weg, Satan! Want er staat geschreven: “Aanbid de Heer, uw God, vereer alleen hem.”’ Matt. 4:10
Hij zeide tot hem: Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand. Matt 22:37
Wat nu het eten van offervlees betreft, wij weten, dat er geen afgod in de wereld bestaat en dat er geen God is dan Een. 1 Cor 8:4
Maar in de tijd, dat gij God niet kendet, hebt gij goden gediend, die het in wezen niet zijn. Nu gij echter God hebt leren kennen, ja, meer nog, door God gekend zijt, hoe kunt gij thans terugkeren tot die zwakke en armelijke wereldgeesten, waaraan gij u weder van meet aan dienstbaar wilt maken? Gal. 4:8, 9

II
God is geest en wie Hem aanbidden, moeten aanbidden in geest en in waarheid. Joh. 4:24
Maar als wij dan uit God voortkomen, mogen we niet denken dat het goddelijke gelijk is aan een beeld van goud of zilver of steen, het werk van een ambachtsman, door mensen bedacht. Handelingen 17:29 (NBV)
En zij hebben de majesteit van de onvergankelijke God vervangen door hetgeen gelijkt op het beeld van een vergankelijk mens, van vogels, van viervoetige en van kruipende dieren. Rom. 1:23

III
"Wederom hebt gij gehoord, dat tot de ouden gezegd is: Gij zult uw eed niet breken, doch aan de Here uw eden gestand doen. Maar Ik zeg u, in het geheel niet te zweren: bij de hemel niet, omdat hij de troon van God is; bij de aarde niet, omdat zij de voetbank zijner voeten is; bij Jeruzalem niet, omdat het de stad van de grote Koning is; ook bij uw hoofd zult gij niet zweren, omdat gij niet een haar wit kunt maken of zwart. Laat het ja, dat gij zegt, ja zijn, en het neen, neen; wat daar bovenuit gaat, is uit den boze." Matt. 5:33-37
Allen, die onder een slavenjuk zijn, moeten hun meesters alle eer waardig achten, opdat de naam Gods en de leer geen smaad lijden. 1 Tim. 6:1

IV
Bid, dat uw vlucht niet in de winter valle en niet op een sabbat. Matt. 24:20
En Hij zeide tot hen: De sabbat is gemaakt om de mens, en niet de mens om de sabbat. Marcus 2:27
Want Hij heeft ergens van de zevende dag aldus gesproken: En God rustte op de zevende dag van al zijn werken. Hebr. 4:4

V
Want God heeft gezegd: Eer uw vader en uw moeder, en: Wie vader of moeder vervloekt, zal de dood sterven. Matt 15:4
Eer uw vader en uw moeder, en gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. Matt. 19:19
Kinderen, weest uw ouders gehoorzaam in de Here, want dat is recht. Ef. 6:1

VI
Gij hebt gehoord, dat tot de ouden gezegd is: Gij zult niet doodslaan; en: Wie doodslag pleegt, zal vervallen aan het gerecht. Matt 5:21
Maar Ik zeg u: Een ieder, die in toorn leeft tegen zijn broeder, zal vervallen aan het gerecht. Wie tot zijn broeder zegt: Leeghoofd, zal vervallen aan de Hoge Raad, en wie zegt: Dwaas, zal vervallen aan het hellevuur. v. 22
Want de geboden: gij zult niet echtbreken, gij zult niet doodslaan, gij zult niet stelen, gij zult niet begeren en welk ander gebod er ook zij, worden samengevat in dit woord: gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. Rom. 13:9
Een ieder, die zijn broeder haat, is een mensenmoorder en gij weet, dat geen mensenmoorder eeuwig leven blijvend in zich heeft. 1 Joh. 3:15

VII
Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: Gij zult niet echtbreken. Maar Ik zeg u: Een ieder, die een vrouw aanziet om haar te begeren, heeft in zijn hart reeds echtbreuk met haar gepleegd. Matt. 5:27-28
Doch Ik zeg u: Wie zijn vrouw wegzendt om een andere reden dan hoererij en een andere trouwt, pleegt echtbreuk.
Hij zeide tot Hem: Welke? Jezus zeide: Deze: Gij zult niet doodslaan, gij zult niet echtbreken, gij zult niet stelen, gij zult geen vals getuigenis geven, eer uw vader en uw moeder, en gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. Matt 19:9, 18
Want de gehuwde vrouw is door de wet aan haar man gebonden, zolang deze leeft; wanneer echter de man sterft, is zij ontslagen van de wet, die haar aan die man bond. Rom. 7:2, 3

VIII
Matt. 19:18
Rom. 13:9

IX
Matt. 19:18
Rom. 13:9

X
Hij zeide tot hen: Ziet toe, dat gij u wacht voor alle hebzucht, want ook als iemand overvloed heeft, behoort zijn leven niet tot zijn bezit. Lucas 12:15
Wat zullen wij dan zeggen? Is de wet zonde? Volstrekt niet! Ja, ik zou de zonde niet hebben leren kennen, tenzij door de wet; immers, ook van de begeerlijkheid zou ik niet geweten hebben, indien de wet niet zeide: gij zult niet begeren. Rom 7:7
Rom. 13:9


Niet onder de wet

Sommigen die beweren dat we de geboden niet meer moeten houden verwijzen naar de uitspraak van Paulus in Romeinen 6:14: "gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade." Wat bedoelde de apostel met deze woorden?

Uit de rest van het boek blijkt duidelijk dat Paulus van mening was dat de Christen de plicht had om Gods geboden te onderhouden. In Rom. 2:13 zegt hij: "want niet de hoorders der wet zijn rechtvaardig bij God, maar de daders der wet zullen gerechtvaardigd worden." In Rom. 3:31: "stellen wij dan door het geloof de wet buiten werking? Volstrekt niet; veeleer bevestigen wij de wet." In Rom. 7:12: "ook is dan de wet heilig, en ook het gebod is heilig en rechtvaardig en goed." In Rom. 8:4: "opdat de eis der wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, doch naar de Geest." Wat bedoelde hij dan met de uitspraak, "gij zijt niet onder de wet"?

Indien iemand een bank berooft, wordt hij gearresteerd, geboeid en naar de gevangenis gebracht. Hij wordt daar achter de tralies gestopt en kan zichzelf niet bevrijden. Hij is onder de wet.

Stel je voor dat men hem vergeeft en uit de gevangenis laat. Hij mag terug naar huis bij zijn gezin. Nu is hij onder de genade.

Heeft hij nu de vrijheid om de bank terug te beroven maar zonder gestraft te worden? Zeker niet. Omwille van de genade die hij heeft gekregen heeft hij een nog een grotere verplichting om de wet na te leven.

"Onder de wet" zijn betekent veroordeelt zijn door de wet omwille van de overtreding ervan. Romeinen 3:19 zegt ons dat de uitspraak van de wet tegen hen die "onder de wet zijn" is dat "zij strafwaardig" zijn en schuldig voor God. Romeinen 3 benadrukt dat de hele wereld schuldig is en daarom onder de wet want allen hebben gezondigd tegen de wet. Maar Christus is gekomen om "hen die onder de wet waren, vrij te kopen" (Galaten 4:5). Hij kwam ons niet verlossen van de verplichting tot gehoorzaamheid aan de wet maar van de " vloek der wet" (Galaten 3:13). Door de boete te betalen van onze overtreding, vergeeft Hij de overtreding en plaatst ons onder Zijn genade.

De Bijbel zegt, "Immers, de zonde zal over u geen heerschappij voeren, want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade." Rom. 6:14. Wanneer de zonde heerst in ons leven zijn we onder de wet. Als slaaf van de zonde kunnen we ons niet zelf van haar macht bevrijden. We hebben ook geen mogelijkheid om te ontkomen aan de vloek die de wet over ons brengt. Wanneer wij onszelf aan Christus toevertrouwen, ons kruis opnemen en Hem volgen als onze Heer en Meester, worden we verlost van de heerschappij van de zonde. Door Zijn verbazingwekkende genade worden we van alle ketenen die ons aan de zonde gekluisterd hielden, bevrijd. Dat is wat de apostel bedoelde toen hij zei, "Gij zijt niet onder de wet maar onder de genade." Deze uitspraak is enkel van toepassing op hen die zichzelf geheel hebben toevertrouwd aan de leiding van de Heilige Geest. "Indien gij u echter door de Geest laat leiden, dan zijt gij niet onder de wet." (Gal. 5:18)

Wanneer Paulus wenste te spreken over mensen die hun verplichting tegenover de wet, om die te gehoorzamen, niet wilden erkennen, maakte hij geen gebruik van de uitdrukking "onder de wet." In plaats daarvan gebruikte hij de woorden, "zonder wet." En hij maakte ook duidelijk dat al deze mensen "zullen verloren gaan" Romeinen 2:12.

Het verschil tussen "niet onder de wet" en "zonder wet" wordt benadrukt in 1 Cor. 9:20, 21: "en ik ben voor de Joden geworden als een Jood, om Joden te winnen; hun, die onder de wet staan, als onder de wet (hoewel persoonlijk niet onder de wet) om hen, die onder de wet staan, te winnen; hun, die zonder wet zijn, ben ik geworden als zonder wet (hoewel niet zonder de wet van God, want ik sta onder de wet van Christus) om hen, die zonder wet zijn, te winnen." In vers 20 gebruikt Paulus de uitdrukking "onder de wet" op dezelfde wijze zoals hij altijd doet. "Voor de Joden," zei hij, "ben ik geworden als een Jood, om Joden te winnen; hun, die onder de wet staan, als onder de wet (hoewel persoonlijk niet onder de wet) om hen, die onder de wet staan, te winnen." Dan zegt hij, "hun, die zonder wet zijn, ben ik geworden als zonder wet,..." Hier gekomen, om duidelijk te maken dat hij als dienaar van God onder de verplichting stond om Gods wet te gehoorzamen, voegde hij eraan toe, "hoewel niet zonder de wet van God, want ik sta onder de wet van Christus." Betreffende de vraag of men verplicht is de wet te houden, maakte Paulus duidelijk dat hij onder de wet was.


Ontslagen van de wet

In Romeinen 7:1-6 vertelt Paulus het verhaal van een vrouw die "ontslagen" is "van de wet, die haar aan die man bond." Na deze illustratie besluit hij, "maar thans zijn wij van de wet ontslagen." Sommige mensen hebben dit verhaal gebruikt om te beweren dat het voor Christenen niet nodig is om de wet te gehoorzamen. Het verhaal echter leert juist het tegenovergestelde.

In de illustratie legt Paulus uit dat "Want de gehuwde vrouw is door de wet aan haar man gebonden, zolang deze leeft; wanneer echter de man sterft, is zij ontslagen van de wet, die haar aan die man bond. Zo zal zij dan, indien zij bij het leven van haar man een ander tot man neemt, echtbreekster heten; wanneer echter de man sterft, is zij vrij van de wet, zodat zij geen echtbreekster is, indien zij zich aan een andere man geeft."

"Bijgevolg," besluit hij, " zijt ook gij dood voor de wet door het lichaam van Christus om het eigendom te worden van een ander, van Hem, die uit de doden opgewekt is, opdat wij Gode vrucht zouden dragen."

Om er voor te zorgen dat wij zijn punt niet verkeerd zouden begrijpen, liet Paulus het verhaal voorafgaan met de woorden, "Of weet gij niet, broeders, (ik spreek immers tot wie de wet kennen) dat de wet heerschappij voert over de mens, zolang hij leeft?" Dat is duidelijk. Zelfs in de illustratie bevestigd hij dat "Zo zal zij dan, indien zij bij het leven van haar man een ander tot man neemt, echtbreekster heten."
Deze feiten tonen aan dat Paulus de geboden nog steeds bindend beschouwde.

Verder zien we ook dat zelfs de dood van de man de wet niet verandert. Zelfs na de dood van de man zegt de wet nog altijd hetzelfde over een nieuw huwelijk. De wet is niet veranderd, alleen de relatie van de vrouw tot de wet is dat. De vrouw is vrij van de wet, niet omdat de wet niet meer bestaat, maar omdat er geen wet is die haar verbiedt een andere man te huwen nadat haar man gestorven is.

Zo is het met de mens die de kracht van Christus in zijn leven heeft. Hij is van de wet bevrijd omdat hij niet langer de wet overtreedt. De wet is niet veranderd. Ze eist nog altijd hetzelfde. Maar de Christen is veranderd. Zijn leven openbaart nu de vruchten van de Geest: "Liefde, blijdschap, vrede...Er is geen wet die daar iets tegen heeft." (Galaten 5:22 NBV)

Het probleem van ons zijn "in het vlees" (Romeinen 7:5) ligt in "de zondige hartstochten" die door de wet bepaald worden. Het probleem is niet de wet, maar de zonde (verzen 7-13). Het zit dus zo. Wij zijn "van de wet ontslagen" wanneer we "dood" zijn, "voor haar, die ons gevangen hield." (vers 6). Daar het de zonde is die ons gevangen houdt, kan alleen de dood aan de zonde (Rom. 6:2) ons verlossen van de wet. Door de dood aan de zonde te ervaren worden we in staat gesteld om de wet te dienen "in de nieuwe staat des Geestes." (Rom. 7:6).

16 Feiten over genade

1. God is genadig (Ex. 34:6).
2. Zijn troon wordt beschreven als de troon der genade (Hebr.eeen 4:16)
3. In het Oude Testament waren zij die God dienden, onder genade. (Psalm 84:11; Spreuken 3:34).
4. Noach (Gen. 6:8), Lot (Gen. 19:18, 19), Moses (Ex. 33:13; 34:9), en Gideon (Richteren 6:17) waren allen onder de genade.
5. De Israelieten in de woestijn waren onder de genade (Jeremia 31:2).
6. De Joden na de verbanning waren onder genade (Ezra 9:6-8).
7. Genade wordt iedereen aangeboden (Titus 2:11).
8. De redding komt enkel door genade door geloof (Ef. 2:8).
9. Er is geen verschil tussen Jood en heiden; allen moeten door genade gerechtvaardigd worden (Rom. 3:22-24, 29, 30)
10. We worden door het geloof gerechtvaardigd en niet door de werken (Titus 3:5-7)
11. Sommigen echter gebruiken Gods genade als voorwendsel voor losbandigheid (Judas 4).
12. Genade geeft ons geen vrijheid om te zondigen (Rom. 6:15).
13. Genade leert ons om alle goddeloosheid te verwerpen, rechtvaardig te leven en vurig te zijn in goede werken (Titus 2:11-14).
14. Genade is de kracht van Christus (2 Cor. 12:9)
15. Genade bevrijdt ons van de macht van de zonde (Rom. 6:14).
16. Veracht nooit de kracht van Gods genade (Hebr. 10:29)

Voetnoten

1. Zie Johannes 12:34; 15:25; enz.
2. Zie Handelingen 18:15; 22:3; enz.
3. Zie Lukas 2:22-24; Handelingen 15:5, 24; enz.
4. Romeinen 2:15
5. Romeinen 1:28
6. Nehemiah 9:13
7. Romans 3:26
8. Romans 3:21
9. Het was "door geloof" dat Abel "Gode een beter offer heeft gebracht dan Kain, hierdoor werd van hem getuigd, dat hij rechtvaardig was, daar God getuigenis gaf aan zijn gaven" (Hebreeen 11:4). "Door het geloof heeft hij (Mozes) het Pascha gehouden en het bloed doen aanbrengen" (Hebreeen 11:28).
10. Johannes 1:29
11. Voor de straffen die werden gegeven bij een overtreding van de morele wet, werden specifieke instructies gegeven (Zie Leviticus 24:16-20). Deze burgerlijke wetten kenden gerechtigheid en ook barmhartigheid (Zie Numeri 35:11-15).
12. 1 Petrus 2:13; Romeinen 13:1
13. The National Bible Press, Philadelphia, 1958.
14. John Calvin, Commentary on a Harmony of the Evangelists, trans. by William Pringle (Grand Rapids, Mich.: Eerdmans, 1949), Vol. 1, p. 277, comment on Matt. 5:17.
15. John Calvin, Institutes of the Christian Religion, bk. 2, chap. 7, sec. 15, trans. by John Allen (7th American ed., rev.; Philadelphia: Presbyterian Board of Christian Education, 1936), Vol. 1, p. 392.
16. Martin Luther, "Wider die Antinomer" (Against the Antinomians) in Sammtliche Schriften, ed. by Joh[ann] Georg Walch, Vol. 20 (St. Louis: Concordia, 1890), cols. 1613, 1614.
17. Samuel Mather, The Gospel of the Old Testament (London: R. B. Seeley and W. Burnside, 1834), Vol. 1, p. 210.
18. D. L. Moody, Weighed and Wanting, Addresses on the Ten Commandments, (Chicago: Fleming H. Revell Company, 1898), pp. 10-17.
19. Charles H. Spurgeon, The Gospel of the Kingdom, comment on Matt. 5:17-20 (New York: The Baker & Taylor Co., 1893), pp. 47, 48.
20. C. H. Spurgeon, Sermons, 2d series (New York: Sheldon, Blakeman & Co., 1857), sermon 18, p. 280.
21. John Wesley, Works, Sermon 25 (Grand Rapids, Mich.: Zondervan [reprint of 1872 ed.]), Vol. 5, pp.317.
22. John Wesley, Sermon 25, "Upon Our Lord's Sermon on the Mount," Sermons on Several Occasions, Vol. 1 (New York: B. Waugh and T. Mason, 1836), pp.221, 222.
23. Baptist Publication Society, Tract 64.
24. New Hampshire Confession, article 12 [According to Philip Schaff, The Creeds of Christendom, (New York: Harper, 1919), Vol. 3, p. 746.]
25. Thirty-nine Articles of Religion, article 7 [According to Schaff, p. 491.]
26. Thirty-nine Articles, revised, article 6 [According to Schaff, p. 816: Same as article 7 of the Church of England Articles of Religion.]
27. Articles of Religion, article 6 [According to Schaff, p. 808: Same as article 7 of the Church of England Articles of Religion.]
28. Formula of Concord, article 6 [According to Schaff, p. 131.]
29. Westminster Confession of Faith, chapter 19 [According to Schaff, p. 641.]
30. Savoy Declaration [According to Schaff, p. 718, same as the quotation from the Westminster Confession.]
31. Philadelphia Confession [According to Schaff, p. 738, same as the quotation from the Westminster Confession.]
32. O. C. S. Wallace, What Baptists Believe, p. 81. Copyright 1934 by the Sunday School Board of the Southern Baptist Convention, Nashville.
33. J. Philip Hyatt, "God's Decrees for Moral Living." The Teacher, 57 (Oct., 1943), 5. Copyright, Sunday School Board of the So. Baptist Convention. geovisit(); setstats 1

Terug