Bijbelstudie - De laatste dagen - Les 15

Openbaring breekt het zegel van Daniel's profetie

"En hij zeide tot mij: Tweeduizend driehonderd avonden en morgens; dan zal het heiligdom in rechten hersteld worden".
Daniel 8:14.

1. Naar welke tijd verwees de 2300-dagen profetie?
Daniel 8:17: " En hij kwam tot waar ik stond, en toen hij kwam, schrikte ik en wierp mij op mijn aangezicht, maar hij zeide tot mij: Versta, mensenkind, dat het gezicht doelt op de tijd van het einde."

“Zie, ik maak u bekend wat geschieden zal in het laatst van de gramschap; want het doelt op het tijdstip van het einde. ” Daniel 8:19.

2. Hoe lang moest het boek Daniel gesloten blijven?
Daniel 12:9: "Doch hij zeide: Ga heen, Daniel, want deze dingen blijven verborgen en verzegeld tot de eindtijd."

3. Wat heeft de machtige engel uit Openbaring in zijn hand?
Openbaring 10:1, 2: "En ik zag een andere sterke engel nederdalen uit de hemel, bekleed met een wolk, en de regenboog was op zijn hoofd en zijn gelaat was als de zon en zijn voeten waren als zuilen van vuur, en hij had in zijn hand een geopend boekje en hij zette zijn rechtervoet op de zee en de linker op de aarde..."

Openbaring refereert duidelijk naar het boek Daniel:

Daniel 12:5-7. “En ik, Daniel, zag en zie, daar stonden twee anderen, de een aan deze oever van de rivier, en de ander aan gene oever der rivier, en de een zeide tot de man die met linnen klederen bekleed was en zich boven het water van de rivier bevond: hoelang toeft het einde dezer wonderbare dingen? Toen hoorde ik de man die met linnen klederen bekleed was en zich boven het water van de rivier bevond, zweren bij Hem die eeuwig leeft, terwijl hij zijn rechterhand en zijn linkerhand naar de hemel hief: Een tijd, tijden en een halve tijd; en wanneer er een einde komt aan het verbrijzelen van de macht van het heilige volk, dan zullen al deze dingen voleindigd zijn.”

Openbaring 10:5-7. “En de engel, die ik zag staan op de zee en op de aarde, hief zijn rechterhand op naar de hemel,
6 en zwoer bij Hem, die leeft tot in alle eeuwigheden
, die de hemel geschapen heeft en hetgeen daarin is en de aarde en hetgeen daarop is en de zee en hetgeen daarin is: er zal geen uitstel meer zijn, maar in de dagen van de stem van de zevende engel, wanneer hij bazuinen zal, is ook voleindigd het geheimenis van God, gelijk Hij zijn knechten, de profeten, heeft verkondigd."

4. Aan wie had God het voleindigen van het geheimenis voorspeld?
Openbaring 10:7: " maar in de dagen van de stem van de zevende engel, wanneer hij bazuinen zal, is ook voleindigd het geheimenis van God, gelijk Hij zijn knechten, de profeten, heeft verkondigd.

5. Waar bevonden zich de voeten van de engel?
Openbaring 10:2: "en hij had in zijn hand een geopend boekje en hij zette zijn rechtervoet op de zee en de linker op de aarde."

“En God noemde het droge aarde, en de samengevloeide wateren noemde Hij zeeen.” Genesis 1:10.

6. Naar wat verwijzen wateren in Bijbelse profetie?
Openbaring 17:15: " En hij zeide tot mij: De wateren, die gij zaagt, waarop de hoer gezeten is, zijn natien en menigten en volken en talen.

“op de zee en op de aarde.” Openbaring 10:5. Het boek Daniel moest geopend worden in gebieden waar vele volkeren woonden(zee, wateren) maar ook in dun bevolkt gebied(aarde).

In 1800 was Daniel nog een gesloten boek. In 1812 begon de studie van de profetie in Engeland. Spoedig verspreidde het zich doorheen Europa, Azie en Afrika. Weldra waren meer dan honderd schrijvers uit allerlei denominaties verdiept in de interpretatie van de Bijbelse profetie. De hand van de profetische klok had tal van mannen uit veel verschillende landen verspreid over vier continenten aangezet om onafhankelijk van elkaar maar op hetzelfde tijdstip de vervulling van de 2300-dagen profetie te verkondigen.

In de Verenigde Staten was de meest bekende uitlegger van Daniel 8:14, een Baptist genaamd William Miller. Hij en 43 predikanten uit 13 verschillende denominaties lagen aan de basis van wat waarschijnlijk de grootste profetische opwekking uit de Amerikaanse geschiedenis is geweest. Door een grondige studie van de 2300-dagen profetie, kwamen zij tot de ontdekking dat de 2300 dagen ten einde liepen op 22 oktober 1844.

7. Wat zou het boek van Daniel voor hen zijn terwijl het nog in hun mond was(terwijl ze de profetie verklaarden)?
Openbaring 10:8-10: "En de stem, die ik gehoord had uit de hemel, hoorde ik wederom met mij spreken en zij zeide: Ga heen, neem het boek, dat geopend ligt in de hand van de engel, die op de zee en op de aarde staat. En ik ging heen tot de engel en zeide tot hem, dat hij mij het boekje zou geven. En hij zeide tot mij: Neem het en eet het op, en het zal uw buik bitter maken, maar in uw mond zal het zoet zijn als honing.

“Zo vaak uw woorden gevonden werden, at ik ze op, uw woord was mij tot vreugde en blijdschap mijns harten.” Jeremia 15:16.

“Hoe zoet zijn uw woorden voor mijn gehemelte,
zoeter dan honing voor mijn mond."
Psalm 119:103.

8. Maar wat zou er nadien gebeuren?
Openbaring 10:9, 10: "En ik ging heen tot de engel en zeide tot hem, dat hij mij het boekje zou geven. En hij zeide tot mij: Neem het en eet het op, en het zal uw buik bitter maken, maar in uw mond zal het zoet zijn als honing

Het was een algemeen geloof dat het heiligdom dat moest gereinigd worden, de aarde was. Daarom dacht men dat Jezus naar de aarde zou terugkomen op het einde van de 2300-dagen periode. Geen andere boodschap kon zoeter zijn. Velen gaven hun werk op en inversteerden al hun spaarcenten voor de verspreiding van het heerlijke nieuws. Maar toen het tijdstip van de verwachtte wederkomst voorbij ging ervaarden zij de bitterste teleurstelling van hun leven.

9. Maar wat moesten zij die de bittere teleurstelling hadden meegemaakt opnieuw gaan doen?
Openbaring 10:11: "En er werd tot mij gezegd: Gij moet wederom profeteren over vele natien en volken en talen en koningen."

10. Onmiddelijk na dit bevel zegt de engel dat er iets moet gemeten worden, wat is het?
Openbaring 11:1: " En mij werd een riet gegeven, een staf gelijk, met de woorden: Sta op en meet de tempel Gods en het altaar en hen, die daarin aanbidden."

11. Waar werd de tempel van God geopend?
Openbaring 11:19: "En de tempel Gods, die in de hemel is, ging open en de ark van zijn verbond werd zichtbaar in zijn tempel..."

12. Hoe noemt de apostel de tempel van God die in de hemel is?
Hebreeën 8:2: "de dienst verrichtende in het heiligdom, in de ware tabernakel, die de Here opgericht heeft, en niet een mens."

13. Van wat was het aardse heiligdom een schaduwbeeld?
Hebreeën 8:5: " Dezen(Joodse priesters) verrichten slechts dienst bij een afbeelding en schaduw van het hemelse, blijkens de godsspraak, die Mozes ontving, toen hij de tabernakel zou gereedmaken. Zie toe, zegt Hij (God)immers, dat gij alles maakt naar het voorbeeld (hemels heiligdom), dat u getoond werd op de berg."

14. Wat wordt gezegd over het hemels heiligdom in vergelijking met het aardse?
Hebreeën 9:11: "Maar Christus, opgetreden als hogepriester der goederen, die gekomen zijn, is door de grotere en meer volmaakte tabernakel, niet met handen gemaakt, dat is, niet van deze schepping..."

15. Wie is de hogepriester in het hemels heiligdom?
Hebreeën 9:11: "Maar Christus, opgetreden als hogepriester der goederen, die gekomen zijn, is door de grotere en meer volmaakte tabernakel, niet met handen gemaakt, dat is, niet van deze schepping..."

“Daarom, heilige broeders, deelgenoten der hemelse roeping, richt uw oog op de apostel en hogepriester onzer belijdenis, Jezus..." Hebreeën 3:1.

16. Welke twee ruimten van het aardse heiligdom werden door een voorhangsel gescheiden?
Exodus 26:33: " Gij zult het voorhangsel onder de haken hangen en daarheen, binnen het voorhangsel, de ark der getuigenis brengen, zodat het voorhangsel voor u scheiding maakt tussen het heilige en het heilige der heiligen."

17. Welke andere naam wordt aan de tweede ruimte gegeven?
Hebreeën 9:3: " en achter het tweede voorhangsel was een tent, genaamd het heilige der heiligen."

18. Hoe dikwijls ging de aardse hogepriester in deze ruimte binnen?
Hebreeën 9:6, 7: " Dit was dan aldus ingericht, en de priesters kwamen bij het vervullen van hun diensten voortdurend in de voorste tent, maar in de tweede alleen de hogepriester, eenmaal in het jaar, niet zonder bloed, dat hij offerde voor zichzelf en voor de zonden door het volk in onwetendheid bedreven.

19. Wat was de bedoeling van het bloed dat hij met zich meenam?
Hebreeën 9:7: "maar in de tweede alleen de hogepriester, eenmaal in het jaar, niet zonder bloed, dat hij offerde voor zichzelf en voor de zonden door het volk in onwetendheid bedreven."

Deze eenmalige jaarlijkse gebeurtenis, die plaatsvond in de zevende maand, is de Grote Verzoendag die beschreven staat in Leviticus 16. Zoals alle diensten in het heiligdom verwezen naar het werk van Christus zo verwees de dienst op de Grote Verzoendag naar het werk dat Christus zou doen in het hemels heiligdom meer bepaald het werk in het heilige de heiligen dat Hij begon in 1844.

20. Wat moest al het volk op deze dag doen?
Leviticus 16:29: " Dit zal u tot een altoosdurende inzetting zijn: in de zevende maand op de tiende der maand zult gij u verootmoedigen en generlei werk doen, zomin de geboren Israeliet als de vreemdeling, die in uw midden vertoeft.

Voor de joden was de Grote Verzoendag een plechtige oordeelsdag. De Joodse encyclopedie beschrijft deze dag als volgt: "God plaatste Zich op zijn troon om de wereld te oordelen...opende het boek met de verslagen van elke mens. De grote bazuin wordt geblazen;een stille zachte stem wordt gehoord; de engelen beven, zeggende, dit is de dag van het oordeel....Op de Grote Verzoendag wordt het lot van ieder mens bezegeld, het staat vast wie zal sterven en wie zal leven."

21. Wat deed deze verzoening voor het volk?
Leviticus 16:30: " Want op deze dag zal over u verzoening gedaan worden, om u te reinigen; van al uw zonden zult gij gereinigd worden voor het aangezicht des HEREN.

22. Wat betekende het voor het heilige de heiligen en het heiligdom?
Leviticus 16:33: " het heilige der heiligen zal hij verzoenen, ook de tent der samenkomst en het altaar zal hij verzoenen, en over de priesters en het ganse volk der gemeente verzoening doen.

23. Waarom moest het heiligdom verzoend worden?
Leviticus 16:16: " Zo zal hij verzoening doen over het heiligdom om de onreinheden der Israelieten en om hun overtredingen in al hun zonden; aldus zal hij doen met de tent der samenkomst, die bij hen verblijf houdt te midden van hun onreinheden.

24. Wat moet er ook gebeuren met de hemelse dingen?
Hebreeën 9:23: " Noodzakelijk moesten dus hiermede de afbeeldingen van de hemelse dingen gereinigd worden, maar de hemelse dingen zelf met betere offeranden dan deze."

25.Wat moest er gebeuren met het heiligdom op het einde van de 2300 dagen?
Daniel 8:14: "En hij zeide tot mij: Tot twee duizend en driehonderd avonden en morgens; dan zal het heiligdom gerechtvaardigd(van zonden gereinigd)worden." (Statenvertaling)

Verdieping van dit onderwerp vindt u in het supplement bij deze les.


In het licht van Gods Woord...(antwoord voor jezelf met ja of nee)

Ik begrijp dat de heiligdomsdiensten uit het Oude Testament een schaduwbeeld zijn van Christus' werk voor de verlossing van de mensheid.
Ik begrijp dat net zoals het Pascha een illustratie is van Christus' offer aan het kruis, de Grote Verzoendag een illustratie is van de grote verzoening die Christus nu aan het volbrengen is in het hemels heiligdom.

Heb je nog vragen? e-mail

Volgende les: De rechtvaardiging van het heiligdom


Supplement bij les 15

Het evangelie in het Oude Testament

Nooit heeft iemand in de loop van de geschiedenis zijn verlossing kunnen verkrijgen door de verdiensten van zijn eigen werken. Zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament werden mensen gered door Gods genade en de verdiensten van Jezus. De volgende teksten maken ons duidelijk dat de mensen die leefden voor het kruis op dezelfde voorwaarden werden gered als de mensen die leefden in Nieuw testamentische tijden.

“Want ik schaam mij het evangelie niet; want het is een kracht Gods tot behoud voor een ieder die gelooft, eerst voor de Jood, maar ook voor de Griek. ” Romans 1:16.

“Want ook ons is het evangelie verkondigd evenals hun..." Hebreeën 4:2.

“wetende, dat de mens niet gerechtvaardigd wordt uit werken der wet, maar door het geloof in Christus .” Galaten 2:16.

“En de behoudenis is in niemand anders, want er is ook onder de hemel geen andere naam aan de mensen gegeven, waardoor wij moeten behouden worden. ” Handelingen 4:12.

“Maar ook al zouden wij, of een engel uit de hemel, u een evangelie verkondigen, afwijkend van hetgeen wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt! ” Galaten 1:8.

Ook het Oude Testament leert de verlossing door Christus. De 'Schriften' waarover gesproken wordt in de volgende teksten verwijzen naar het oude Testament. Deze teksten maken ons duidelijk dat de Schriften van het Oude Testament hetzelfde evangelie verkondigen als het Nieuwe Testament.

“Want voor alle dingen heb ik u overgegeven, hetgeen ik zelf ontvangen heb: Christus is gestorven voor onze zonden, naar de Schriften.” 1 Corintiërs 15:3.

“n dat gij van kindsbeen af de heilige schriften kent, die u wijs kunnen maken tot zaligheid door het geloof in Christus Jezus. ” 2 Timoteus 3:15.

“En Hij zeide tot hen: O onverstandigen en tragen van hart, dat gij niet gelooft alles wat de profeten gesproken hebben! Moest de Christus dit niet lijden om in zijn heerlijkheid in te gaan? En Hij begon bij Mozes en bij al de profeten en legde hun uit, wat in al de Schriften op Hem betrekking had.
” Lucas 4:25-27.

Elk van God ingegeven schriftwoord is ook nuttig om te onderrichten, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de gerechtigheid, opdat de mens Gods volkomen zij, tot alle goed werk volkomen toegerust."
2 Timoteus 3:16.

De Bijbel brengt één evangelie. Van Genesis tot Openbaring is er één verlossingsplan voor de redding van de mensheid. De Bijbel noemt het , het "eeuwig evangelie" (Openbaring 14:6), het “eeuwige verbond” (Psalm 105:10; Hebreeën 13:20).

Hoe konden mensen die leefden voor het kruis getuigen van hun geloof in Christus?

De Bijbel zegt dat we door genade gered zijn door het geloof. Geloof is het middel waardoor we beslag leggen op Gods genade.

Geloof openbaart zich altijd in een tastbare en herkenbare handeling. "ik zal u mijn geloof tonen uit mijn werken." Jakobus 2:18. Dikwijls heeft God aan Zijn volk gevraagd om hun geloof te tonen door het verrichten van een handeling. Vele van Christus' wonderen waren het antwoord op een geloofsdaad. Dit principe helpt ons het doel van de ceremoniële voorschriften uit het Oude Testament te begrijpen. Het verrichten van deze ceremonieën bracht de Israelieten geen verlossing, maar ze dienden als een middel waardoor we konden tonen dat ze geloofden in de komende Verlosser.

Elke offer, elk vervuld voorschrift, moest een uitdrukking zijn van het geloof in Christus. "Door het geloof heeft Abel God een beter offer gebracht dan Kain." Hebreeën 11:4. “Door het geloof heeft hij (Mozes) het Pascha gehouden en het bloed doen aanbrengen, opdat de verderver hun eerstgeborenen niet zou aanraken." Hebreeën 11:28.

Wat is de betekenis van de Oudtestamentische heiligdomsdiensten?

Elk element van het OT systeem van rituelen was door Christus ontworpen met de bedoeling een duidelijke illustratie te geven van Zijn werk in de verlossing van de mens. Elk lam dat geofferd werd verwees naar Christus, het Lam van God, dat zou geofferd worden voor de zonden van de wereld. Alles wat de priester deed verwees naar Jezus, onze Hogepriester in het hemels heiligdom.

Door het overdenken van de betekenis van de ceremonieën kon de Israeliet een duidelijk inzicht krijgen in elk aspect van het evangelie van de verlossing. Het evangelie is in het Oude Testament even duidelijk geïllustreerd als dat het in het Nieuwe Testament verkondigd is.

Dat het heiligdom een illustratie was van het evangelie komt nog eens naar voor in het boek Openbaring dat in de eerste plaats gericht was aan de Christenen in de zeven gemeenten van Klein-Azië. Elk belangrijk tafereel uit Openbaring is gericht op het heiligdom waar Christus voor ons dienst doet. In Openbaring wordt het hemels heiligdom 14 maal vermeld. (Openbaring: 3:12; 7:15; 11:1, 2, 19; 14:15, 17; 15:5, 6, 8; 16:1, 17).

Openbaring staat vol van heiligdomsterminologie. Acht en twintig keer wordt in Openbaring Jezus aangewezen als het "Lam". Verwijzingen naar het meubilair uit het heiligdom zoals de kandelaar, het wierookofferaltaar en de ark van het verbond worden doorheen heel het boek gevonden. Andere referenties naar het hemels heiligdom vinden we o.a. in Psalm 11:4; 18:6; Jesaja 6:1; Habakkuk 2:20; Maleachi 3:1; en Hebreeën 8 en 9.

Het aardse heiligdom was gebouwd naar het voorbeeld van het hemelse. Het bestond uit twee ruimten, het heilige en het heilige der heilige.

Uit welke drie stappen bestond de verzoening?

Door een grondige studie van de verlossing zoals deze geïllustreerd is in het Oude Testament kunnen weveel leren over de verzoening.

Het woord "verzoening," verwijst naar het proces waardoor de mens terug één wordt met God. Een studie van het heiligdom toont de drie stappen in dit proces: het offer, de bemiddeling en de reiniging.

Offer

Deze stap werd in het Oude Testament gesymboliseerd door het offeren van dieren. Een volmaakt lam zonder enig gebrek werd geëist en geofferd in de voorhof. Elke druppel bloed dat bij deze rituelen vloeide verwees naar het offer van Jezus voor de verloren mensheid. Zijn dood betaalde de volle prijs voor onze verlossing.

Bemiddeling

Deze stap werd gesymboliseerd door het dagelijks werk van de priesters in het heilige, de eerste ruimte van de tabernakel. Voortdurend werd er voor God wierook geofferd vermengd met de gebeden van de heiligen. Dit stelde de bemiddeling voor van Jezus als priester voor Zijn volk. Deze bemiddeling begon na Zijn hemelvaart. Door het werk van Christus in de eerste ruimte van het heiligdom wordt de schuld van de zondaar vergeven en de gerechtigheid van Christus wordt aan Zijn volk toebedeeld.

Reiniging

Deze derde stap werd eenmaal in het jaar geïllustreerd door de Grote Verzoendag. Deze gebeurtenis vond plaats op de tiende dag van de zevende maand. Het was de dag waarop het heiligdom werd gereinigd. Het werd beschouwd als de meest plechtige en betekenisvolle dag van het jaar. Op die dag verscheen de hele gemeente voor de Here om geheel en al met Hem verzoend te worden. De zonden die doorheen het jaar naar het heiligdom waren gebracht werden zinnebeeldig verwijderd. Maar zij die zich op deze dag niet voor God verootmoedigden werden uit het volk verwijderd.

Op deze dag verscheen de Hogepriester alleen voor God achter het voorhangsel dat de twee ruimten van elkaar scheidde. Hij nam met zich het bloed van de bok en een wierook van het altaar. Dit was een illustratie van de laatste fase van Christus' werk in het hemelse heiligdom dat Hij volbrengt in de "tijd van het einde." Het verzoeningswerk is pas ten einde wanneer het heiligdom gereinigd is.

Verwijzingen in de Schrift naar de Grote Verzoendag uit het Oude Testament vinden we in Leviticus 16 en 23:27-32. Informatie betreffende de reiniging van het heiligdom in de eindtijd vinden we in Daniel 8:14; Maleachi 3:1-5 en Hebreeën 8 en 9.

Bijbelse beelden die het reinigend werk van Christus in de eindtijd illustreren.

Les 16 bespreekt het onderwerp van Christus' reinigend werk dat plaats vindt in de eindtijd.Maar eerst willen een kort overzicht geven van dit werk. In de Bijbel worden er ten minste vier beelden gebruikt om de laatste fase van Christus' verzoeningswerk te illustreren. Ze worden hieronder samengevat.

1. De Verzoendag

Daar de Oudtestamentische feesten zoals het Pascha en Pinksteren een illustratie van en verwijzing naar de gebeurtenissen in Christus' verlossingswerk waren mogen we aannemen dat ook de Grote Verzoendag verwijst naar een belangrijk aspect van het werk van Christus. De Bijbelse beschrijving van de Grote Verzoendag stelt deze dag voor als een dag van reiniging voor het heiligdom en het volk.

2. Het pre-advent oordeel of onderzoekend oordeel

Een tweede Bijbels beeld ter illustratie van Christus' reinigend werk in de eindtijd is dat van het oordeel dat plaats vindt voor de wederkomst. Les 16 brengt de teksten die naar deze gebeurtenis verwijzen. Het onderzoekend oordeel zoals dat oordeel ook genoemd wordt. houdt in dat de levens van allen die hun naam hebben staan in het boek van het leven, onderzocht worden.

3. Voorbereidingen voor een huwelijk

Op een andere plaats wordt in de Bijbel het reinigend werk van Christus vergeleken met de voorbereidingen voor een huwelijk. De huwelijksgelijkenissen in het 22ste en 25ste hoofdstuk van Matteus spreken van een noodzakelijke voorbereiding bij hen die tot de bruiloft zijn uitgenodigd. Wij allen zijn uitgenodigd om aanwezig te zijn op het huwelijk van Christus met zijn gemeente. Het huwelijk vindt plaats in Openbaring 19:7-9 juist voor Jezus' wederkomst naar de aarde om Zijn bruid te ontvangen. In Matteus 22:11 inspecteert de koning zelf elke gast om er zich van te vergewissen of hij het bruiloftskleed draagt. Openbaring 19:8 zegt ons dat dit witte kleed " de rechtvaardige daden der heiligen"is. Alleen zij die door Gods genade hun zonden overwinnen (Openbaring 3:5) zijn met dit kleed bekleed. De voorbereiding en het onderzoek van het karakter zijn een illustratie van het reinigend eindwerk van Christus.

4. De zuivering van goud en zilver.

Een vierde beschrijving van Christus' werk in de eindtijd vinden we in Maleachi 3 waar we de Here zien komen tot Zijn tempel. "Hij zal zitten, het zilver smeltend en reinigend. Hij zal de zonen van Levi reinigen, Hij zal hen louteren als goud en als zilver, opdat zij de HERE in gerechtigheid offer brengen."
Het is bemoedigend te weten dat Jezus niet alleen ons leven onderzoekt maar dat Hij ook werkt om ons te reinigen van de zonden die ons overladen. Alle hemelse krachtbronnen worden door Zijn bemiddeling in werking gezet om ons te helpen in de overwinning over de zonde en ons vrij te maken van haar macht.

God staat aan onze zijde. Hij wilt dat wij overwinnaars zijn. Men zegt dat er drie stemmen zijn die het lot van een mens bepalen. De Satan stemt altijd tegen ons. God stemt altijd voor ons. De beslissende stem is aan ons.

Waar staan wij vandaag?

Wij leven nu in de tijd van Christus' werk dat geïllustreerd wordt door de vier Bijbelse beelden zoals hierboven vermeldt. De reiniging van het heiligdom vindt nu plaats. Het begon, volgens de profetie, op het einde van de 2300 dagen van Daniel 8:14. De eerste zeventig weken van de profetie verwezen naar het tijdstip van Christus' offer op Kalvarie. De overblijvende 1810 jaar van de profetie verwijzen naar het tijdstip waarop de reiniging van het heiligdom zou beginnen: de herfst van 1844 (Zie les 14)

Hoe komen wij aan de datum, 22 oktober 1844?

We hebben reeds duidelijk gemaakt dat elke ceremonie die God aan Israel gaf een of ander aspect van Christus' werk voorstelde. De feesten van de eerste maand ook bekend als de lentefeesten (Pascha, het feest van de ongezuurde broden, het wuiven van de tarweschoof, en pinksteren) verwezen allen naar gebeurtenis die verband hielden met het offer van Christus en Zijn werk als Middelaar. De feesten van de zevende maan of herfstfeesten (De bazuinen, de Grote Verzoendag, en het loofhuttenfeest), verwezen naar gebeurtenissen die te maken hadden met de laatste fase van de verzoening en de verwijdering van de zonde uit het universum.

Christus' vervulling van de gebeurtenissen waarnaar de lentefeesten verwezen vonden plaats op dezelfde datum waarop de feesten plaatsvonden volgens de Joodse kalender. Met andere woorden stierf hij op het Pascha werd opgewekt op de dag van het beweegoffer van de eerstelingsgarve(leviticus 23:10, 11), en de Heilige Geest werd uitgestort op de dag van het Pinksterfeest. Daarom weten we dat Hij het werk waarnaar de Grote Verzoendag verwees zou beginnen op die datum van de Joodse kalender in 1844 en dat was 22 oktober.

Het misverstand in 1844

De teleurstelling tengevolge van het uitblijven van Christus' wederkomst in 1844 was het gevolg van een verkeerde interpretatie van het begrip 'de reiniging van het heiligdom.' Vooraleer we de gelovigen gaan bekritiseren mogen we niet vergeten dat ook de profeet Daniel een verkeerd begrip had. Daniel ontving het visioen van de 2300-dagen profetie in 551 voor Christus. Maar de engel Gabriel gaf geen volledige uitleg over het gezicht. De engel wachtte daarmee tot het eerste jaar van Darius de zoon van Ahasveros, en dat was in 538 voor Christus. Hoofdstuk negen toont ons dat gedurende 13 jaar Daniel een verkeerd idee had over welk heiligdom moest gereinigd worden. Zijn bekommernis ging uit naar de tempel te Jeruzalem waarvan hij hoopte dat die spoedig zou hersteld worden. Hij kon zich niet voorstellen dat de opbouw nog 2300 jaar op zich zou laten wachten. Dat was de reden voor zijn grote ongerustheid en ernstig gebed.

William Miller begon met de prediking over de 2300-dagen profetie in het jaar 1831. Tot 1844 werd algemeen aangenomen dat het heilidom dat moest gereinigd worden de aarde was. Net zoals Daniel zaten ze gedurende 13 jaar op een verkeerd spoor betreffende de juiste betekenis van de reiniging van het heiligdom!

Het feit dat God gedurende een bepaalde tijd het volle licht van de waarheid weerhoudt, betekent niet dat Hij Zijn volk niet leidt. Voor alles wat Hij doet heeft Hij een reden en wanneer Hij het goed acht openbaart Hij Zijn geheimenissen. Onze plicht is te wandelen in het licht dat Hij heeft geopenbaard en hij zal ons verder leiden tot de gehele waarheid.

Het sluiten van de genadetijd

De gelijkenis van het huwelijk in Matteus 25 leert ons dat de verlossing aangeboden wordt voor een beperkte tijd. In de gelijkenis gaan zij die zich voorbereid hebben voor de bruidegom binnen voor het feest. De deur wordt vervolgens gesloten. Nadien wordt niemand die nog aanklopt om binnen te gaan toegelaten. Ze zijn te laat.

Jezus vergeleek Zijn komst met de dagen van Noach. Gedurende 120 jaar hadden mensen de gelegenheid gehad om op Noach's uitnodiging in te gaan. Maar eens de deur gesloten werd kon niemand meer binnengaan.

Jezus nodigt nu allen uit die willen komen tot de reiniging van alle zonde. Hij pleit op basis van de verdiensten van Zijn offer voor allen die ingaan op zijn uitnodiging. Maar wanneer Zijn werk in het hemels heiligdom ten einde is, wanneer iedereen heeft gekozen om mee - of tegen te werken, zal Hij het heiligdom verlaten. Zijn werk als middelaar houdt op. Zij die zich gedurende de genadetijd volledig aan Hem hebben toegewijd worden op dat moment verzegeld zodat de kracht van Satan tegen hen niets meer vermag. Zij zullen niet meer zondigen.

Maar zij die minachting hadden voor Gods genade terwijl Jezus middelaar was, zullen geen middelaar vinden wanneer de genadetijd sluit. Zij hebben ervoor gekozen hun zonden te behouden en hun beslissing is onomkeerbaar.

Openbaring 15:5-8 beschrijft het tafereel nadat Jezus de tempel heeft verlaten. Het heiligdom is leeg; er is een einde gekomen aan de diensten. Gods toorn wordt nu uitgestort over hen die zich niet hebben willen bekeren. De plagen die dan over de wereld zullen komen worden beschreven in Openbaring 16.

Maar zij die de Here tot hun schuilplaats hebben gemaakt zullen Zijn bescherming genieten gedurende de tijd van grote benauwdheid. Zie Jesaja 4:4-6; 26:20; en 33:16. Psalm 91 beschrijft de bescherming die de rechtvaardigen gedurende die tijd zullen genieten. Neem de tijd om deze passages te lezen en te memoriseren zodat u moed en kracht zou hebben in de dagen die voor ons liggen.

 
 Terug