Bijbelstudies - De laatste dagen - Les 12

Vragen over de hel

1. Wat zal God op de goddelozen laten regenen?
Psalm 11:6: "Hij regent op de goddelozen vurige kolen en zwavel, schroeiende wind is het deel van hun beker."

2. Van waar zal dat vuur komen?
Openbaring 20:9: "En zij kwamen op over de breedte der aarde en omsingelden de legerplaats der heiligen en de geliefde stad; en vuur daalde neder uit de hemel en verslond hen."

3. Wanneer zal dit gebeuren?
Openbaring 20:7: "En wanneer de duizend jaren voleindigd zijn, zal de satan uit zijn gevangenis worden losgelaten,
en hij zal uitgaan om de volkeren aan de vier hoeken der aarde te verleiden, Gog en Magog, om hen tot de oorlog te verzamelen, en hun getal is als het zand der zee."

Om meer te weten over de duizend jaar zie les 5.

4. De Here bewaart de rechtvaardigen om op welke dag te straffen?
2 Petrus 2:9: "dan weet de Here de godvruchtigen uit de verzoeking te verlossen en de onrechtvaardigen te bewaren om hen op de dag des oordeels te straffen."

5. Wanneer zal het zijn zoals bij het verbranden van het onkruid op het veld?
Matteus 13:40: "Zoals nu het onkruid verzameld wordt en met vuur verbrand, zo zal het gaan bij de voleinding der wereld."

6. Hoe wordt de angst die de goddeloze dan zal ervaren, beschreven?
Matteus 13:42: "en zij zullen hen in de vurige oven werpen; daar zal het geween zijn en het tandengeknars."

7. Aan wat wordt de vuurpoel waarin de goddelozen zullen sterven vergeleken?
Openbaring 21:8: "Maar de lafhartigen, de ongelovigen, de verfoeilijken, de moordenaars, de hoereerders, de tovenaars, de afgodendienaars, en alle leugenaars; hun deel is in de poel, die brandt van vuur en zwavel: dit is de tweede dood."

8. Hoe weten we dat deze plaats van gruwel en verderf niet ondergronds is?
Openbaring 20:9: "En zij kwamen op over de breedte der aarde en omsingelden de legerplaats der heiligen en de geliefde stad; en vuur daalde neder uit de hemel en verslond hen."

9. Wat zal er allemaal op de dag van het oordeel verbrand worden?
2 Petrus 3:7: "Maar de tegenwoordige hemelen en de aarde zijn door hetzelfde woord als een schat weggelegd, ten vure bewaard tegen de dag van het oordeel en van de ondergang der goddeloze mensen."

10. Welk gevoel heeft God betreffende de bestraffing van de goddelozen?
Ezechiël 33:11: "Zeg tot hen: zo waar Ik leef, luidt het woord van de Here Here, Ik heb geen behagen in de dood van de goddeloze, maar veeleer daarin, dat de goddeloze zich bekeert van zijn weg en leeft."

11. Verlangt God de dood van sommige mensen?
2 Petrus 3:9: "Hij is lankmoedig jegens u, daar Hij niet wil, dat sommigen verloren gaan, doch dat allen tot bekering komen."

12. Voor wie wordt het vuur bereid?
Matteus 25:41: "Dan zal Hij ook tot hen, die aan zijn linkerhand zijn, zeggen: Gaat weg van Mij, gij vervloekten, naar het eeuwige vuur, dat voor de duivel en zijn engelen bereid is."

13. Wie zal samen met het beest en de valse profeet in de poel van het vuur worden gegooid?
Openbaring 20:10: "de duivel, die hen verleidde, werd geworpen in de poel van vuur en zwavel, waar ook het beest en de valse profeet zijn."

14. Wat zal de Here met alle goddelozen doen?
Psalm 145:20: "De HERE bewaart allen die Hem liefhebben, maar Hij verdelgt alle goddelozen"

15. Wat gebeurt er met ons lichaam als we de zonde in ons leven laten?
Matteus 5:29, 30: "Indien dan uw rechteroog u tot zonde zou verleiden, ruk het uit en werp het van u, want het is beter voor u, dat een uwer leden verloren ga en niet uw gehele lichaam in de hel geworpen worde."

16. Is ons lichaam het enige dat de hel zal vernietigen?
Matteus 10:28: "En weest niet bevreesd voor hen, die wel het lichaam doden, maar de ziel niet kunnen doden; weest veeleer bevreesd voor Hem, die beide, ziel en lichaam, kan verderven in de hel."

Zij die het lichaam doden kunnen onze gedachtenis bij God niet vernietigen. Hij zal ons opwekken en het eeuwig leven schenken.De ziel verwijst naar onze persoon. Als de ziel aan de zonde kleeft zal de hel ons hele bestaan uitwissen. Na de tweede dood is er geen hoop meer, geen opstanding, geen vooruitzicht, geen gedachtenis bij God.

17. Naar wat zal God straffen?
Jeremia 21:14:" Nu, Ik zal aan u bezoeking doen naar de vrucht uwer handelingen, luidt het woord des HEREN

18. Wie zal vele slagen te verduren krijgen?
Lucas 12:47: "Die slaaf nu, die de wil van zijn heer kende en geen toebereidselen getroffen heeft, of niet gedaan heeft naar de wil van zijn heer, zal vele slagen ontvangen."

19. Wie zal weinig slagen krijgen?
Lucas 12:48: "Wie echter die wil niet heeft gekend en dingen heeft gedaan, die slagen verdienen, zal er weinige ontvangen."

20. Hoe zullen alle goddelozen zijn op de dag die zal branden als een oven?
Maleachi 4:1: " Want zie, de dag komt, brandend als een oven! Dan zullen alle overmoedigen en allen die goddeloosheid bedrijven, zijn als stoppels, en de dag die komt, zal hen in brand steken (zegt de HERE der heerscharen) welke hun wortel noch tak zal overlaten."

21. Wat zal er van hen overblijven?
Maleachi 4:1: "de dag die komt, zal hen in brand steken (zegt de HERE der heerscharen) welke hun wortel noch tak zal overlaten."

22. Tot wat zal de goddeloze vergaan?
Maleachi 4:3: "Gij zult de goddelozen vertreden, want tot stof zullen zij zijn onder uw voetzolen op de dag die Ik bereiden zal, zegt de HERE der heerscharen."

23. Als wat zal het vuur hen verslinden?
Nahum 1:10: "Want ...zij worden als droge stoppelen geheel en al verteerd."

"want voor de boze is er geen toekomst, de lamp der goddelozen wordt uitgeblust.
Spreuken 24:20.

24. Als wat zullen zij worden?
Obadia 16: "zij zullen worden, als hadden zij nooit bestaan."

25. Hoe volledig zal het vuur Satan verbranden?
Ezechiël 28:18: "Vuur deed Ik oplaaien uit uw midden; dat verteerde u! Ik maakte u tot as op de grond voor de ogen van allen die u zagen."

26. Zal Satan ooit nog gezien worden?
Ezechiël 28:19: "Alle volken die je kenden staan verbijsterd; je bent een schrikbeeld geworden, tot in eeuwigheid zul je er niet meer zijn."

27. Wat kunnen we besluiten over de gerechtigheid en over God?
Psalm 58:11: "En de mensen zullen zeggen: Toch is er loon voor de rechtvaardige, toch is er een God, die recht doet op aarde"

Voor verdieping van deze studie zie het supplement


In het licht van Gods Woord...(antwoord voor jezelf met ja of nee)

Ik begrijp dat de bestraffing van de goddeloze zal plaatsvinden aan het einde van de duizend jaar.

Ik begrijp dat het vuur de tweede dood met zich brengt wat betekent dat het leven voor altijd wordt vernietigd.

Ik begrijp dat het vuur ook de huidige hemel (uitspansel van de aarde) en de aarde zal vernietigen en dat God een nieuwe hemel en een nieuwe aarde zal scheppen waarin alleen gerechtigheid woont.

Heb je nog vragen? e-mail

Volgende les: Het geheimenis van de godsvrucht



Supplement bij les 12

Bijbelse uitdrukkingen, bijbelse verklaringen

Zullen zondaars voor eeuwig branden?
Eeuwigdurend vuur
Het woord 'hel' in de Bijbel
De rijke man en Lazarus

 

Zullen zondaars voor eeuwig branden?

De leer van het eeuwig branden van zondaars wordt in de Bijbel nergens onderwezen. Op geen enkele plaats wordt vermeld dat God de overtreders van Zijn wet zal in leven houden.

Wat doe je wanneer je een uitdrukking in de Bijbel vindt die op het eerste zicht andere duidelijke teksten over een bepaald onderwerp lijken tegen te spreken? Er is maar één veilige weg te volgen: Laat de Bijbel haar eigen termen uitleggen. Door de Bijbel te onderzoeken betreffende haar gebruik van een bepaalde uitdrukking, kun je de volkomen overeenkomst ontdekken die er over een onderwerp bestaat. Sommige mensen laten zich op een verkeerd spoor brengen door de uitdrukking "onuitblusbaar vuur." Deze term wordt gebruikt in Matteus 3:12; Marcus 9:43-48; en Lucas 3:17. Betekent het feit dat het vuur onuitblusbaar is dat zondaars eeuwig zullen branden?

Laat ons in de Bijbel zoeken naar een voorbeeld van dit soort vuur. Door de profeet Jeremia, profeteerde God dat indien Zijn volk de Sabbat niet zou heiligen, Jeruzalem zou verbrand worden met een vuur dat "niet zou worden geblust" (Jeremia 17:27). Deze profetie werd vervuld (2 Kronieken 36:19-21; Jeremia 52:12, 13). Merk op dat alhoewel het vuur niet kon geblust worden de brandstof wel opraakte!

In Jesaja lezen we dat de goddelozen "tezamen verbranden, zonder dat er iemand blust." (Jesaja 1:31). Hetzelfde hoofdstuk zegt echter ook dat ze "zullen vergaan" (Jesaja 1:28)!

Wist u dat de Bijbel voor ons een voorbeeld bewaard heeft van een tijd waarin een "eeuwig vuur" werd gebruikt? Judas 1:7 zegt dat, "Sodom en Gomorra en de steden in hun nabijheid, die op gelijke wijze als genen haar hoererij hebben botgevierd en ander vlees achternagelopen zijn, daar liggen als voorbeeld, onder een straf van eeuwig vuur." Het verslag van het gebeuren vinden we in Genesis 19.

Wat leren we uit dit voorbeeld over de grondige verbranding van eeuwig vuur? 2 Petrus 2:6 geeft het antwoord, "en de steden Sodom en Gomorra tot as verbrand, tot omkering gedoemd en ten voorbeeld gesteld heeft voor hen, die goddeloos zouden leven."

De Bijbel laat weten dat zij die betrokken zijn bij de laatste strijd tegen God dag en nacht zullen gepijnigd worden "tot in eeuwigheid" (Openbaring 14:11;20:10). Hoe lang is volgens bijbelse taal "tot in eeuwigheid?" Zijn er van deze tijdsaanduiding voorbeelden te vinden in de Bijbel?

Hier is er één. In de Joodse maatschappij werden alle Hebreeuwse slaven om de zeven jaar vrij gelaten. Maar indien iemand bij zijn meester wilde blijven, "dan zal zijn heer hem bij de goden brengen, hij zal hem bij de deur of de deurpost brengen, en zijn heer zal zijn oor met een priem doorboren en hij zal hem voor altijd dienen" de Statenvertaling zegt, "en hij zal hem eeuwiglijk dienen"(Exodus 21:6). "eeuwiglijk" betekent hier "zolang als hij leeft."

Hier is een ander voorbeeld. Hannah wijdde haar kind Samuel aan de Here en bracht hem naar het huis van de Here opdat hij daar "altijd zou blijven", "tot in eeuwigheid"(SV) (1 Samuel 1:22). Zij verduidelijkte de betekenis van haar woorden in vers 28 zeggende, "zolang hij leeft."

De uitdrukking "eeuwige straf" wordt in de Bijbel niet gevonden. Jezus sprak wel van een "eeuwige bestraffing" (Matteus 25:46). Kent u het verschil? Wat is de straf voor de zonde? "Het loon dat de zonde geeft is de dood" (Rom. 6:23). Eeuwige dood. De Schriften voorspellen duidelijk het lot van de goddeloze "Hun einde is het verderf" (Filippenzen 3:19). "een eeuwig verderf" (2 Thessalonicenzen 1:9). "Gij hebt de volken gedreigd, de goddelozen te gronde gericht, hun naam hebt Gij uitgewist voor altoos en immer; de vijanden zijn weg (eeuwige puinhopen), want steden hebt Gij verwoest, zelfs hun gedachtenis is vergaan." (Psalm 9:5, 6). "Dit is de tweede dood" (Openbaring 20:14). De Bijbel is heel duidelijk betreffende dit onderwerp. (Zie Job 8:22; 20:4-9; Psalm 1:6; 21:9; 37:38; Spreuken 2:22; Jesaja 65:17; Sefanja 1:18).

Eeuwigdurend vuur

Volg wat de Bijbel over dit belangrijk onderwerp leert:

Welk soort vuur zal er gebruikt worden om de goddeloze te vernietigen?
Matteus 2:12: "onuitblusbaar vuur."
Marcus 9:43-48: "het onuitblusbaar vuur."
Lucas 3:17: "onuitblusbaar vuur."
Matteus 25:41: "eeuwig vuur."

 

Wat is de bron van dit onuitblusbaar vuur?
Genesis 19:24: "Toen liet de HERE zwavel en vuur op Sodom en Gomorra regenen, van de HERE, uit de hemel."
Openbaring 20:9: "vuur daalde neder uit de hemel."

Wat weten we over de natuur van de eeuwige God?
Hebreeën 12:29: "Onze God is een verterend vuur!"
Daniel 7:9, 10: "zijn troon bestond uit vuurvlammen, de raderen daarvan uit laaiend vuur."
Exodus 24:17: "De verschijning van de heerlijkheid des HEREN was als verterend vuur op de top van de berg ten aanschouwen van de Israelieten."

Wat gaat er gepaard met het vuur dat zich in Gods aanwezigheid bevindt?
Exodus 19:18: " En de berg Sinai stond geheel in rook, omdat de HERE daarop nederdaalde in vuur; de rook daarvan steeg op als de rook van een oven, en de gehele berg beefde zeer."
2 Samuel 22:9: "Rook steeg op uit zijn neus, verterend vuur kwam voort uit zijn mond, kolen raakten erdoor in brand."
Jesaja 6:1-4: "In het sterfjaar van koning Uzzia zag ik de Here zitten op een hoge en verheven troon en zijn zomen vulden de tempel...En de dorpelposten beefden van het luide roepen en het huis werd vervuld met rook."
Openbaring 15:8: " En de tempel werd vervuld met rook vanwege de heerlijkheid Gods en vanwege zijn kracht."

Wat gebeurt er met de goddelozen die in Gods aanwezigheid komen?
Exodus 33:20: "Hij zeide: Gij zult mijn aangezicht niet kunnen zien, want geen mens zal Mij zien en leven."
Openbaring 14:10: "hij zal gepijnigd worden met vuur en zwavel ten aanschouwen van de heilige engelen en van het Lam."

Welk effect heeft het vuur op de goddelozen?
Leviticus 10:2: "Toen ging er vuur uit van de HERE en dit verteerde hen, zodat zij stierven voor het aangezicht des HEREN."
Numeri 16:35: "Toen ging er een vuur uit van de HERE en verteerde de tweehonderd vijftig mannen, die het reukwerk geofferd hadden."

Welke mensen kunnen overleven in het midden van Gods eeuwig vuur?
Jesaja 33:14, 15: "Wie onzer kan verkeren bij een verterend vuur; wie onzer kan verkeren bij een eeuwige gloed?
Hij, die in gerechtigheid wandelt en oprecht spreekt; die gewin, door afpersing verkregen, versmaadt; die zijn handen weerhoudt om een geschenk aan te nemen, zijn oor toestopt om niet naar een moordplan te horen en zijn ogen toesluit om het slechte niet aan te zien."

Zullen de rechtvaardigen in staat zijn om in Gods aanwezigheid te leven?
Openbaring 21:3: "En ik hoorde een luide stem van de troon zeggen: Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal bij hen zijn."

Zullen de rechtvaardigen kunnen leven in hetzelfde vuur dat de goddelozen vernietigt?
Maleachi 4:1-3: "Want zie, de dag komt, brandend als een oven! Dan zullen alle overmoedigen en allen die goddeloosheid bedrijven, zijn als stoppels, en de dag die komt, zal hen in brand steken (zegt de HERE der heerscharen) welke hun wortel noch tak zal overlaten. Maar voor u, die mijn naam vreest, zal de zon der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder haar vleugelen; gij zult uitgaan en springen als kalveren uit de stal. Gij zult de goddelozen vertreden, want tot stof zullen zij zijn onder uw voetzolen op de dag die Ik bereiden zal, zegt de HERE der heerscharen."

Welke illustratie vinden we van dit contrasterende effect?
Daniel 3:22-25: "Omdat nu het bevel des konings streng was en de oven bovenmatig was opgestookt, doodde de vlam van het vuur de mannen die Sadrak, Mesak en Abednego naar boven gebracht hadden. En die drie mannen, Sadrak, Mesak en Abednego, vielen gebonden in de brandende vuuroven. Toen schrok koning Nebukadnessar en stond ijlings op; hij nam het woord en zeide tot zijn raadsheren: Hebben wij niet drie mannen gebonden in het vuur geworpen? Zij antwoordden de koning: Zeker, o koning. Hij zeide: Zie, ik zie vier mannen vrij wandelen midden in het vuur, en zij hebben geen letsel, en het uiterlijk van de vierde gelijkt op dat van een zoon der goden!"

Voor wat zullen de goddelozen zich bij Gods verschijning verbergen?
Openbaring 6:16: "Zij zeiden tot de bergen en tot de rotsen: Valt op ons en verbergt ons voor het aangezicht van Hem, die gezeten is op de troon, en voor de toorn van het Lam; want de grote dag van hun toorn is gekomen en wie kan bestaan?"

Wat is de belangrijke vraag?
Openbaring 6:17: "Want de grote dag van hun toorn is gekomen en wie kan bestaan?"

Wat is het antwoord?
Openbaring 7:14-16: "En ik sprak tot hem: Mijn heer, gij weet het. En hij zeide tot mij: Dezen zijn het, die komen uit de grote verdrukking; en zij hebben hun gewaden gewassen en die wit gemaakt in het bloed des Lams. Daarom zijn zij voor de troon van God en zij vereren Hem dag en nacht in zijn tempel; en Hij, die op de troon gezeten is, zal zijn tent over hen uitspreiden. Zij zullen niet meer hongeren en niet meer dorsten, ook zal de zon niet op hen vallen, noch enige hitte."

Besluit:

Het eeuwige, onuitblusbare vuur waarover de Bijbel spreekt is het vuur van Gods aanwezigheid. Zondaars kunnen daarin niet overleven. Alleen zij die van alle ongerechtigheid gereinigd zijn, kunnen voor altijd in de aanwezigheid van de heilige God leven.

Het woord 'hel' in de Bijbel

Vele mensen beseffen niet dat er in feite vier verschillende woorden zijn die in de Bijbel vertaald worden met het woord hel. Wat verwarrend is, is dat niet alle vier woorden uit de grondtekst dezelfde betekenis hebben. Indien iemand probeert om de vier betekenissen van de vier woorden te doen passen in één concept, zal hij niet alleen een zeer verwarrend beeld bekomen van het lot van de goddeloze, maar hij doet ook af aan de ware bedoeling van de Bijbel.

Het woord "hel" wordt in de Bijbel 54 maal gebruikt: 31 maal in het OT, en 23 maal in het NT.

Telkemale u het woord "hel" ziet in het OT, werd daar het Hebreeuwse woord sheol gebruikt. Dat woord betekent "graf" (Zie Jona 2:2[dodenrijk]). In de helft van de gevallen werd het woord vertaald in "hel". Bij de andere helft gebruikte men het woord "graf" of "dodenrijk." Nergens in de Schrift verwijst het woord sheol naar een plaats van eeuwige pijniging. De Bijbel zegt duidelijk dat alle mensen, de rechtvaardigen zowel als de goddelozen, naar sheol gaan wanneer ze sterven! De aartsvader Jakob zei dat hij bij zijn dood naar sheol zou gaan, en zijn zoon Jozef zou daar ook gaan (Genesis 37:35)! De rechtvaardige Job gebruikte het woord sheol toen hij sprak over zijn eigen rustplaats (Job 17:3). Daar wacht iedereen die is ingeslapen op de opstanding.

Het NT bevat drie Griekse woorden die met "hel" werden vertaald. Elk woord heeft een andere betekenis. Tien van de 23 NTestamentische referenties zijn een vertaling van het woord Hades, wat het Griekse equivalent is voor sheol, en "graf" betekent. (Matteus 11:23; 16:18; Lucas 10:15; 16:23; Handelingen 2:27, 31; Openbaring 1:18; 6:8; 20:13, 14.) Hades wordt in de Bijbel nooit geassocieerd met een bewust ervaren pijniging behalve in een gelijkenis die we vinden in Lucas 16:23 (Zie de bespreking van deze parabel in het volgende onderwerp.)

In 12 gevallen wordt het Griekse woord gehenna met "hel" vertaald. (Matteus 5:22, 29, 30; 10:28; 18:9; 23:15, 33; Marcus 9:43, 45, 47; Lucas 12:5; Jakobus 3:6.) Gehenna, of "Vallei van Hinnom," wordt herhaaldelijk in het OT vermeld (Jozua 15:8; 2 Koningen 23:10; 2 Kronieken 33:6; Jeremia 7:31). Het is een kloof dichtbij Jeruzalem waarin afgodische koningen hun kinderen verbrandden als offer voor de heidense God Moloch (2 Kronieken 28:3; 33:1, 6). Omwille van deze gruwel, verklaarde de Here dat Hij het tot een "moorddal" zou maken voor Zijn opstandig volk en waar het gevolgelte van de hemel de lichamen zouden eten die niet konden begraven worden omwille van plaatsgebrek (Jeremia 7:32, 33; 19:6, 7).

Dezelfde vallei werd later gebruikt als vuilnisbelt waar dierlijke resten en afval werden verbrand. Dergelijke plaatsen worden dikwijls door maden geteisterd die bijdragen tot de snelle ontbinding van het afval (Marcus 9:44). Gehenne werd in het Joods denken geassocieerd met de plaats van het laatste oordeel. Daarom gebruikte Jezus het als een illustratie van het vuur dat de goddelozen zal verteren op de laatste dag van het oordeel. De Bijbel zegt duidelijk dat het vuur dat de goddeloze zal verbranden hen niet zal raken voor de laatste dag van het oordeel aanbreekt.

Het woord "hel" wordt nog maar op één andere plaats in de Schrift gebruikt en dat is in 2 Petrus 2:4. Hier wordt in het Grieks het woord tartaros gebruikt, wat betekent "de diepste afgrond." Petrus gebruikte dit woord toen hij sprak over de verbanning van de opstandige engelen uit de hemel.

Samengevat: De vier woorden die in de Bijbel met "hel" worden vertaald, hebben drie verschillende begrippen.

1. Sheol of hades: Het graf waar alle mensen bij het sterven heengaan en waar ze wachten op de opstanding ten leven of de opstanding ten dode.

2. Gehenna: Een verbrandingsplaats gebruikt als illustratie van het vuur dat de aarde en de goddelozen zal vernietigen.

3. Tartaros: Eenmalig gebruikt maar niet in verband met de bestemming van de mens.

De rijke man en Lazarus

In de hele Bijbel is er maar één passage die spreekt over een bewust lijden in de dood. Dit schriftgedeelte vinden we in Lucas 16:19-31. De geinspireerde getuigenis van de Bijbel leert dat de dood een slaap is, en dat de bestraffing in de toekomst ligt. Het doel van deze allegorie was niet een beschrijving te geven van de toestand van de doden. De gelijkenis leert ons wel enkele belangrijke zaken.

Ze leert ons vooral dat elke persoon zal oogsten wat hij zaait. God zal geen compromissen maken om ons te sparen als we voortdurend zijn genade verachten. De gelijkenis leert ons dat het in dit leven is dat we ons eeuwig lot bepalen. Terwijl we leven biedt God ons Zijn genade aan. Maar als we ons leven doormaken met de voldoen aan onze eigen begeerten en niet denken aan de eeuwigheid verliezen we het eeuwig leven. Na onze dood is er geen mogelijkheid meer om ons te bekeren.

De gelijkenis is ook een waarschuwing aan het adres van hen die meer in hun rijkdom vertrouwen dan in God. Ze zegt ons dat de tijd komt dat zij die arm waren in deze wereld maar op God hebben vertrouwd, zullen verheven worden.

Bij een nader onderzoek van de gelijkenis zal hoogstwaarschijnlijk niemand beweren dat de details in het verhaal kunnen gebruikt worden als de basis van een leerstelling over het leven na de dood. De details geven ook geen ondersteuning aan de argumenten van hen die geloven in een onmiddellijke pijniging van een lichaamloze ziel na de dood.

Bijvoorbeeld:

1. In de parabel wordt geen gewag gemaakt van een lichaamloze ziel. De rijke man zat in de hel en had zijn lichaam nog. Hij had ogen, een tong, enz. Niemand gelooft dat de lichamen van de goddelozen na hun dood onmiddelijk in het vuur gaan.

2. Niemand gelooft dat de letterlijke schoot van Abraham het verblijf is van de rechtvaardige doden. De aard van de allegorie geeft aan dat dit een beeldspraak is. Als het zover is, zullen de engelen de heiligen bijeen brengen(vers 22), maar volgens Matteus 24:31 gebeurt dit bij de wederkomst van Jezus en niet bij de dood.

3. Een ander punt is dat het paradijs en hades hier worden afgebeeld als plaatsen waarvan de bewoners met elkaar kunnen communiceren. De Bijbel echter maakt duidelijk dat wat de verlosten betreft "aan vroeger niet zal gedacht worden." (Jesaja 65:17).

4. Het verzoek van de rijke man in vers 24 is allesbehalve kenmerkend voor iemand die zich in een dergelijke toestand bevindt. Daar zit hij met zijn lichaam in de vlammen en alles wat hij aan Lazarus vraagt is een dipje water op zijn tong te laten vallen. Hoeveel verlichting van zijn pijn zal hem dat geven? Hoeveel van het water zal er op de vinger van Lazarus overblijven bij het naderen van de vlammen? Niemand kan geloven dat zoiets een werkelijk beeld geeft van wat zal gebeuren met de rechtvaardigen en goddelozen na hun dood.

5. Om te voldoen aan het verzoek om de broeders van de rijke man te waarschuwen moest Lazarus uit de doden opstaan (vers 31). Dit is verre van een ondersteuning van het geloof in communicatie tussen de doden. Dit ondersteund eerder de gedachte dat om ook maar iets te doen Lazarus moet opgewekt worden!

6. In de gelijkenis verwijst jezus ons naar de bron van goddelijk onderwijs: "“Ze hebben Mozes en de profeten: laten ze naar hen luisteren” (vers 29). Daar moeten we gaan om het ware lot van de goddeloze te leren kennen.

Jezus maakte de details van Zijn verhaal zo opvallende irreëel opdat niemand er zou aan denken deze letterlijk te nemen. Zijn bedoeling was dat Zijn toehoorders hun gedachten zouden bepalen bij de les die Hij met deze gelijkenis wilde brengen.

Een allegorie wordt gegeven om een morele les te geven en we kunnen geen leerstelling bouwen op basis van bijkomstigheden die deel uitmaken van de allegorie. Een doornstruik kan niet de hand vragen van de dochter van de ceder om haar aan zijn zoon tegeven (2 koningen 14:9). Bomen kunnen ook niet uitgaan om over zichzelf een koning uit te roepen (Richteren 9:8-15). Wanneer je met een gelijkenis te doen hebt, moet je jezelf afvragen, "Wat probeert de spreker in dit verhaal duidelijk te maken?" Als je echter meer wilt weten over de ware aard van bomen of dode mensen, ga dan naar een passage waar dit onderwerp besproken wordt.