Licht in de duisternis

De ervaring van de discipelen, die “het evangelie van het Koninkrijk” bij de eerste komst van Christus verkondigden, heeft zich herhaald voor hen die de boodschap van Christus’ wederkomst brachten. De discipelen predikten: “De tijd is vervuld en het Koninkrijk Gods is nabijgekomen”. Zij hadden echter geen juist inzicht in de volle betekenis van deze woorden. Ze waren van mening dat deze woorden tijdens hun leven in vervulling zouden gaan en dat Christus zich zou zetelen op de troon van Israël. Hoe groot was hun teleurstelling toen de Heer werd gekruisigd. Hun hoop op het herstel van het koninkrijk werd compleet de grond in geboord. Het was pas nadien dat zij de werkelijke betekenis van hun prediking begrepen. Zij kwamen tot het inzicht dat het koninkrijk Gods een geestelijk koninkrijk was en dat het werk van verzoening en herstel moest verdergezet worden onder het middelaarschap van Christus en onder leiding van de Heilige Geest.
Miller en zijn medewerkers verkondigden ook dat de langste en laatste profetische periode van de Bijbel zeer binnenkort zou verstrijken, dat het oordeel nabij was en dat het eeuwige Koninkrijk zou worden opgericht. De evangelieverkondiging van de discipelen steunde op de zeventig weken van Daniël 9. Volgens de boodschap die Miller en zijn medewerkers brachten, liepen de 2300 avonden en morgens van Daniël 8:14, waarvan de zeventig weken het begin vormden, spoedig ten einde. De verkondiging van beide groepen was gebaseerd op de vervulling van twee verschillende stukken van dezelfde lange profetische periode.
Zoals de eerste discipelen kenden ook Miller en zijn medewerkers de volledige draagwijdte van de boodschap die zij brachten niet. Door enkele dwalingen die allang gemeengoed waren geworden in de gemeente konden zij een belangrijk punt in de profetie niet juist interpreteren.  Hoewel ze dus de boodschap verkondigden die God hun had toevertrouwd, zouden zij door hun eigen verkeerde interpretatie worden teleurgesteld.
Miller had bij zijn uitleg van Daniel 8:14, “Tweeduizend driehonderd avonden en morgens; dan zal het heilgdom in rechte staat hersteld worden”, het algemeen aanvaarde standpunt ingenomen dat de aarde het heiligdom is. Hij meende dan ook dat “het in rechte staat herstellen van het heiligdom”doelde op de reiniging van de aarde door vuur bij de wederkomst van Christus. Toen hij vaststelde dat de bijbel duidelijk aangaf wanneer de 2300 avonden en morgens eindigden, trok hij de conclusie dat dit tijdstip samenviel met de wederkomst. Hij vergiste zich omdat hij de populaire opvatting over het heiligdom had overgenomen.
In de tabernakel-en tempeldienst, die een voorafschaduwing van het offer en martelaarschap van Christus was, sloot de reiniging van het heiligdom door de hogepriester de jaarlijkse cyclus af. Door deze dienst werd het verzoeningswerk afgerond en werden de zonden van Israël  uit het heiligdom verwijderd. Deze dienst was een beeld van het afsluitingswerk van onze Hogepriester in de hemel. Ook daar worden de zonden van Zijn volk die in de hemelse boeken staan opgetekend, verwijderd en uitgedelgd. Deze dienst impliceert een onderzoekend oordeel een gaat onmiddellijk aan de wederkomst  van Christus op de wolken des hemels met macht en heerlijkheid vooraf, want wanneer Jezus terugkomt, is er over iedereen een beslissing gevallen, Jezus zei: “Mijn loon is bij Mij om een ieder te vergelden, naardat zijn werk is”.Op. 22:12
De boodschap van de eerste engel van Openbaring 14:7 kondigt dit onderzoekend oordeel, dat vlak voor de wederkomst plaatsvindt, aan met de woorden: “Vreest God en geeft Hem eer, want de ure van Zijn oordeel is gekomen”.
De gelovigen die deze waarschuwing verkondigden, brachten de juiste boodschap op de juiste tijd. De eerste discipelen zeiden op grond van de profetie van Daniël 9: “De tijd is vervuld en het koninkrijk Gods is nabijgekomen”, maar ze hadden niet gezien dat dezelfde tekst ook de dood van de Messias voorzegde. Zo hebben Miller en zijn medewerkers de boodschap van Daniël 8:14 en van Openbaring 14:7 verkondigd zonder erop te letten dat er nog andere boodschappen in openbaring 14 waren die ook voor de wederkomst van Christus aan de wereld moesten worden meegedeeld. Zoals de discipelen zich hadden vergist in de aard van het koninkrijk dat zou worden opgericht, hebben de adventisten zich vergist in de aard van de gebeurtenis die zou plaatsvinden aan het einde van de 2300 avonden en morgens. In beide gevallen aanvaardden of geloofden zij populaire dwalingen, waardoor zij de waarheid niet onderkenden. beide groepen hebben Gods wil gedaan toen ze de boodschap verkondigden die God aan de wereld wilde meedelen, maar ze werden teleurgesteld, omdat ze hun eigen boodschap niet ten volle begrepen.
Toch liet God in zijn genade de waarschuwingsboodschap in die vorm aan de wereld brengen. De grote dag stond voor de deur en in zijn voorzienigheid heeft Hij de mensen op de proef willen stellen door het bekend maken van een bepaalde datum. Daardoor zouden ze zelf kunnen merken wat er in hun harten omging. De boodschap was bedoeld om de kerken te toetsen en te reinigen. Zij moesten inzien waar hun hart naar uitging: naar de wereld of naar Christus en de hemel. Ze beweerden dat ze Christus liefhadden. Nu kregen zij de kans dat ook te bewijzen. Waren zij wel bereid hun wereldse verwachtingen en ambities op te geven en de komst van Christus met blijdschap tegemoet te zien? De boodschap zou hen in de gelegenheid stellen zelf te oordelen over hun geestelijk leven. Ze was gezonden als een teken van Gods barmhartigheid om hen tot inkeer te brengen zodat zij Hem in alle nederigheid zouden zoeken.

Hoewel de teleurstelling het gevolg was van hun eigen verkeerde uitleg, zou ze toch positieve resultaten opleveren. Ze zou de harten van alle gelovigen die beweerden dat ze de waarschuwingsboodschap hadden aangenomen, op de proef stellen. Zouden zij door hun teleurstelling hun ervaring met God op een onbezonnen manier afzweren en hun geloof in Gods woord zomaar opgeven? Of zouden zij door gebed en in ootmoed proberen te ontdekken welk punt van de profetie ze verkeerd hadden begrepen? Hoeveel mensen hadden uit vrees of impulsief gehandeld? Hoevelen hinkten op twee gedachten of waren gewoon ongelovig? Zeer velen zeiden dat ze de verschijning van Christus liefhadden. Zouden ze als ze de spot en minachting van de wereld moesten verduren en de toets van de vertraging en de teleurstelling moesten doorstaan, hun geloof verliezen? Zouden zij omdat ze Gods handelen niet direct ten volle begrepen ook de waarheden die zeer duidelijk in zijn Woord naar voren kwamen, laten vallen?
Deze beproeving zou aantonen hoe sterk de mensen stonden die oprecht geloofden en handelden volgens de richtlijnen van de Geest en het Woord van God. Dit was het beste middel om hen te wijzen op het gevaar van menselijke theorieën en interpretaties. Ze zouden ook begrijpen welk risico men loopt als men de Bijbel niet zichzelf laat uitleggen. De echte gelovigen zouden door de verslagenheid en het verdriet die op hun vergissing volgden weer op het rechte pad komen. Zij zouden de profetieën grondiger gaan bestuderen en het fundament van hun geloof nauwkeuriger onderzoeken. Zij zouden dan elke opvatting verwerpen die niet op het woord der waarheid steunde, ook al was die nog zo populair onder de Christenen.
Deze gelovigen zouden net als de eerste discipelen een beter inzicht krijgen in alles wat tijdens hun beproeving onbegrijpelijk scheen. Als ze “het einde van de Here” konden zien, zouden ze beseffen dat God hen liefhad, ondanks de beproeving die het gevolg was van hun eigen vergissing. Zij zouden door de gezegende ervaring leren dat God “rijk is aan barmhartigheid en ontferming”, dat “alle paden des Heren zijn…goedertierenheid en trouw voor wie zijn verbond en zijn getuigenissen bewaren”.
Terug pagina 4 pagina 6