De boodschap van de tweede engel; babylon is gevallen pagina 8

Babylon: Verwarring aangaande de rol van man en vrouw.
Waarheid: De Schrift toont dat man en vrouw een aantal specifieke rollen te vervullen hebben die niet kunnen omgewisseld worden.

Voor God zijn man en vrouw gelijkwaardig.
Ze zijn geschapen naar Zijn beeld.
“En God schiep de mens naar zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen.” Gen 1:27

Ze worden beiden verlost door Jezus Christus zonder onderscheid.
“Want gij allen, die in Christus gedoopt zijt, hebt u met Christus bekleed.
Hierbij is geen sprake van Jood of Griek, van slaaf of vrije, van mannelijk en vrouwelijk: gij allen zijt immers een in Christus Jezus.” Gal 3:28

Het zou verkeerd zijn te denken dat de verlossing in Christus het mannelijke en vrouwelijke teniet doet zodat man en vrouw in alle aspecten aan elkaar gelijk zouden zijn. We weten dat een vrouw en een man in Christus hun natuurlijke kenmerken blijven behouden en daardoor ook de functies die daaraan verbonden zijn.

Beiden zijn mede-erfgenamen van het koninkrijk Gods.
”Desgelijks gij, mannen, leeft verstandig met uw vrouwen, als met brozer vaatwerk, en bewijst haar eer, daar zij ook mede-erfgenamen zijn van de genade des levens, opdat uw gebeden niet belemmerd worden.”

Indien wij in Christus zijn moeten we als man of vrouw elkaar als gelijke behandelen.
“Toen God Eva schiep, was het Zijn bedoeling dat ze niet meer of minder zou zijn dan de man maar in alles zijn gelijke zou zijn.” (Testimonies for the Church, 3:484)
Zoals reeds eerder vermeld slaat deze gelijkheid op de waarde van de persoon maar niet op zijn functies. Terwijl man en vrouw gelijkwaardig zijn vullen zij elkaar aan. Man en vrouw zijn complementair.

De Schrift geeft aan man en vrouw bepaalde rollen waarin ze elkaar niet kunnen vervangen. Rollen die ze niet met elkaar kunnen wisselen. Sommige daarvan zijn ons allen duidelijk over andere wordt er veel getwist.
Dat de man het moederschap niet kan vervullen daar zal niemand over twisten. Dat een vrouw geen priesterrol kan vervullen daar wordt veel over getwist.
Maar is deze twist nodig? Is het Woord niet duidelijk genoeg daarover?

Dezelfde geïnspireerde Paulus die Galaten 3:28 schreef, schreef ook Ef. 5:22-24.
“Vrouwen, weest aan uw man onderdanig als aan de Here, want de man is het hoofd van zijn vrouw, evenals Christus het hoofd is zijner gemeente; Hij is het, die zijn lichaam in stand houdt.Welnu, gelijk de gemeente onderdanig is aan Christus, zo ook de vrouw aan haar man, in alles.”

We kunnen ons hier verschillende vragen stellen. Drie vragen zullen we in een verdere bespreking beantwoorden met het Woord Gods:
Op welk beginsel steunt deze tekst die zegt dat de man het hoofd is van de vrouw?
Is de man overal — in de familie en in de gemeente — het  hoofd van de vrouw?
Moet een vrouw werkelijk in alles haar man onderdanig zijn?
“Vrouwen, weest aan uw man onderdanig als aan de Here, want de man is het hoofd van zijn vrouw, evenals Christus het hoofd is zijner gemeente; Hij is het, die zijn lichaam in stand houdt. Welnu, gelijk de gemeente onderdanig is aan Christus, zo ook de vrouw aan haar man, in alles.”

Op welk beginsel steunt deze tekst die zegt dat de man het hoofd is van de vrouw?

Ef 5:21-33 wijst de man aan als degene die de hoofdverantwoordelijkheid draagt voor het leiden van zijn familie in een richting die God verheerlijkt. Dit leiderschap mag niet gezien worden als een overheersing over de vrouw want man en vrouw zijn volgens het woord gelijkwaardig. Het is duidelijk een dienend leiderschap.
Wanneer Paulus in Ef. 5: 21-33 het leiderschap aan de man toeschrijft, baseert hij zich helemaal niet op de heersende cultuur of heersende toestand van zijn tijd.  Hij heeft  daarvoor een zuiver theologisch argument.
“Maar ik sta niet toe, dat een vrouw onderricht geeft of gezag over de man heeft; zij moet zich rustig houden. Want eerst is Adam geformeerd, en daarna Eva.” 1 Tim 2:12
Hiermee verwijst hij naar de orde die God bij de schepping heeft duidelijk gemaakt. Het is God zelf die aan de man en de vrouw hun rol toebedeelde, een rol die nog steeds geldig is voor ieder Christen.
Adam was de eerstgeborene van de menselijke familie. Dit feit gaf hem de verantwoordelijkheid als geestelijke leider van zijn gezin.
Het was aan Adam dat God richtlijnen gaf betreffende het verbod in de tuin (Gen 2:16-17). Daarmee wordt getoond dat hij de geestelijke leider was. Dat leiderschap werd door Satan genegeerd door zich tot Eva te wenden en haar op te hitsen tot het nemen van een verantwoordelijkheid die alleen Adam toekwam. Daarmee is Satan doorgegaan tot op de dag van vandaag. Paulus wederstaat de Satan in 1 Tim 2:12.
God onderricht Adam dat de man het initiatief moet nemen in het huwelijk, zijn vader en moeder moet verlaten en zich verenigen met zijn vrouw.
“Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en zij zullen tot een vlees zijn.” Gen 2:24
God gaf de man een vrouw om hem te helpen bij de vervulling van zijn plichten
“En de HERE God zeide: Het is niet goed, dat de mens alleen zij. Ik zal hem een hulp maken, die bij hem past.” (Gen 2:23-24)
Het is de verantwoordelijkheid van de man om op een liefdevolle manier voor zijn vrouw te zorgen en haar te beschermen zoals Christus ook doet voor Zijn gemeente.
“U, mannen, moet verstandig omgaan met uw vrouw, die brozer is dan u. Behandel haar met respect, want zij deelt samen met u in de genade van het nieuwe leven. Dan staat niets uw gebeden in de weg.” 1 Petrus 3:7
Ook na de zondeval blijft de leiderschapsverantwoordelijkheid bij Adam. Alhoewel het Eva was die eerst ongehoorzaam was, wendt God zich eerst tot Adam en stelt hem aansprakelijk voor het eten van de verboden vrucht. Zijn geestelijk leiderschap en de daaruit volgende verantwoordelijkheid wordt ook door Paulus nog eens naar voor gebracht in 1 Cor 15:21-22:
“Zoals de dood er is gekomen door een mens, zo is ook de opstanding uit de dood er gekomen door een mens. Zoals wij door Adam allen sterven, zo zullen wij door Christus allen levend worden gemaakt.”
Als we het willen zien is de Schrift heel duidelijk over de rol die God aan de man en de vrouw heeft toebedeeld. God geeft aan de man de rol van geestelijke leider en houdt hem verantwoordelijk voor degene waarover hij het leiderschap heeft. Aan de vrouw geeft hij de rol om de man aan te vullen en hem te helpen in de vervulling van zijn leiderschap. Daarin is zij onmisbaar. Het slagen van dat leiderschap hangt grotendeels af van haar inzet.
Geloven wij dat God goed is. Zullen wij de orde respecteren die Hij bij de schepping heeft ingesteld en die een harmonische relatie tussen man en vrouw verzekerd?
“De man is het hoofd van het gezin, zoals Christus het hoofd is van de gemeente; en elke weg die een vrouw neemt waarbij ze zijn invloed doet afnemen en hem afbrengt van zijn waardige verantwoordelijke positie is niet welgevallig in Gods ogen.” (Testimonies for the Church, 1:307)
Is de man overal — in de familie en in de gemeente — het  hoofd van de vrouw?
De kerk is een gemeenschap van mensen die God aanbidden.
“Want waar twee of drie vergaderd zijn in mijn naam, daar ben Ik in hun midden.” Matt 18:20
Wanneer man en vrouw verenigd zijn in Christus wordt hun gezin gezien als een kerk waar Christus aanwezig is  In deze kerk oefent de man bijgestaan door zijn vrouw het geestelijk leiderschap uit. Zo was het in Eden. De eerste menselijke familie was een kerk en de man had het geestelijk leiderschap.
De familie is een kleine kerk en de kerk is een familie. De verbondenheid tussen de twee, familie en kerk, en de daar door God gestelde orde wordt ondersteund door verschillende teksten.
“Als iemand geen leiding kan geven aan zijn huisgezin, hoe zou hij dan voor de gemeente van God kunnen zorgen?”1 Tim 3:5
“Ik heb je op Kreta achtergelaten om, volgens mijn richtlijnen, de resterende zaken te regelen en in elke stad oudsten aan te stellen: onberispelijke mannen, die maar één vrouw hebben, en gelovige kinderen die niet kunnen worden beschuldigd van schandelijk gedrag en ongehoorzaamheid.” Titus 1:6
Het huisgezin is een voorbeeld voor de kerk, waar een verschillende rol toegekend wordt aan elk van de ouders.
“Sommige gezinnen hebben een kleine kerk in hun huis…Wanneer ouders getrouw hun plicht vervullen binnen het gezin, door beperkingen te stellen, te corrigeren, raad te geven, samen te overleggen, te leiden, de vader als priester van het gezin, de moeder als zendelinge binnen het gezin, doen zij datgene wat God van hen verlangt. Door getrouw hun plicht in het gezin te vervullen, ontwikkelen zij krachten om goed te doen buiten het gezin. Ze worden beter bekwaam om het werk in de kerk te doen. Door hun kleine kudde met wijsheid te trainen, door hun kinderen aan zich en aan God te binden worden vaders en moeders medewerkers met God.(Lift Him up, p. 253)
De kerk wordt in de schrift vergeleken met huisgenoten.
“Zo bent u dus geen vreemdelingen of gasten meer, maar burgers, net als de heiligen, en huisgenoten van God.” Ef 2:19
We kunnen dus stellen dat de rol van het geestelijk leiderschap zoals die in het gezin bestaat en uitgevoerd wordt door de man ook bij de ‘huisgenoten Gods’ door de man wordt uitgevoerd. Het is in het gezin dat hij zich gesteund door de vrouw daarop voorbereidt.
“In het huisgezin wordt het fundament gelegd voor de voorspoed van de kerk. De invloeden die in het huisgezin heersen worden overgebracht op het gemeenteleven; daarom moeten de plichten die in de gemeente bestaan eerst in het gezin worden nageleefd.(My Life Today, p. 284)
Elke familie moet in het gezinsleven een kerk zijn, een prachtig symbool van Gods kerk in de hemel” (Child Guidance, p. 480)

Het zijn de predikanten en ouderlingen die in de kerk het geestelijk leiderschap vervullen. Het Woord Gods leert ons dat de man het geestelijk leiderschap toegewezen kreeg om dat in zijn gezin te vervullen. De orde in het gezin is een model voor de orde in de gemeente. Het is dus ook enkel de man die het geestelijk leiderschap kan vervullen in de gemeente.
“Vrouwen, weest uw man onderdanig, gelijk het betaamt in de Here.” Col 3:18

Het is betamelijk in de Here dat de man het geestelijk leiderschap vervuld in de gezindheid van Christus. Het is alleen aan dit geestelijk leiderschap in Christus gedaan dat de vrouw zich moet onderwerpen binnen het huis van God dat is gezin en kerk.Vrouwen moeten zich niet aan alle mannen onderwerpen. De Here vraagt dat ze zich onderwerpen en hen die in gezin en kerk het geestelijk leiderschap hebben.

Het geestelijk leiderschap van de man geeft de vrouw de volle vrijheid om zich voor het werk van de Here in te zetten met al haar mogelijkheden en talenten en ondersteund haar daarin.

De Here heeft zowel de man als de vrouw toegerust om een aantal specifieke taken te vervullen. Dit betekent voor de vrouw dat ze veel dienstwerk kan verrichten waartoe ze beter is toegerust dan de man. We vinden heel wat voorbeelden daarvan in de Schrift waarvan hier enkele.
“En er was te Joppe een discipelin, genaamd Tabita, hetgeen, vertaald, betekent Dorkas. Deze was overvloedig in goede werken en aalmoezen, die zij gaf.” Hand 9:36
“Groet Prisca en Aquila, mijn medearbeiders in Christus Jezus, mensen, die voor mijn leven hun hals gewaagd hebben. Niet ik alleen ben hun dankbaar, maar ook al de heidengemeenten.” Rom 16:3

"De Here heeft een werk zowel voor vrouwen als voor mannen….De Here zal Zijn licht laten schijnen over deze zelfopofferende vrouwen en hen een kracht geven dat dat van de man overschrijdt. Zij kunnen binnen de gezinnen een werk doen dat mannen niet kunnen doen, een werk dat tot in het diepste van het wezen reikt. Zij kunnen het hart bereiken van hen die de man niet kan bereiken. Hun werk is nodig.” Evangelisme p. 472
Het is dit werk dat de Satan wil verhinderen door de vrouw te doen streven naar een positie waarvoor de man door God is aangewezen en is toegerust.

“Dankt te allen tijde in de naam van onze Here Jezus Christus God, de Vader, voor alles, en weest elkander onderdanig in de vreze van Christus.” Ef 5:21

Mannen en vrouwen zouden de Here dankbaar moeten zijn voor de positie waarin hij hen heeft gesteld binnen Zijn huishouden. Deze dankbaarheid zal hen ertoe brengen elkaar in deze positie te respecteren en te steunen als gelijken in Christus.

“Laten man en vrouw zoeken hoe ze elkaar kunnen gelukkig maken, en nooit tekortschieten in de kleine hoffelijkheden en vriendelijke handelingen die het leven opvrolijken. Een volkomen vertrouwen zou tussen man en vrouw moeten heersen. Laten ieder aandacht hebben voor de verantwoordelijkheden van de andere. Samen moeten ze werken voor het hoogste goed van hun kinderen. Nooit moeten ze in de nabijheid van de kinderen elkaars plannen bekritiseren of elkaars oordeel in vraag stellen. Dat de vrouw erop toezie het werk van haar man voor de kinderen niet te bemoeilijken. Laat de man zijn vrouw ondersteunen met wijze raad en liefdevolle bemoediging.” Ministry of Healing 393
Ik ben van mening dat dit citaat ook geldig is voor de geestelijke vaders en moeders binnen de gemeente Gods.

Toets alles

“Dooft de Geest niet uit, veracht de profetieën niet, maar toetst alles en behoudt het goede.” 1 Thess. 5:19-21

Tot wie richt Paulus zich hier? Als we even teruggaan in de tekst vinden we het antwoord.
“Wij verzoeken u, broeders, hen, die onder u zich moeite getroosten, die u leiden in de Here en u terechtwijzen, te erkennen…” 1 Thess 5:12
Hij spreekt niet alleen tot hen die de gemeente leiden of tot hen die theologie hebben gestudeerd, hij richt zich tot alle leden van de gemeente.
Door deze teksten zijn we zeer bemoedigd. Hierdoor hebben we de verzekering dat allen de Schrift kunnen onderzoeken om alles te toetsen en de waarheid te behouden. We zijn niet afhankelijk van een elite die kennis heeft van oude talen en de geschiedenis en cultuur van Bijbelse tijden. Niet dat deze kennis niet nuttig is maar ze is niet noodzakelijk om de waarheid te kennen of om het Woord te verklaren. De Bijbel verklaart zichzelf.
Laat de Bijbel zichzelf verklaren, door alles wat op verschillende tijdstippen en onder verschillende omstandigheden gezegd wordt betreffende een zelfde onderwerp bijeen te brengen.” (Child Guidance, p. 511).
“Het Woord Gods is de grote detector van de dwaling; we geloven dat alles aan haar moet getoetst worden. De Bijbel moet de maatstaf zijn voor elke leer en elk gedrag. We moeten ze met eerbied bestuderen. We mogen niet iemands opinie aannemen zonder deze met de Schriften te vergelijken. Hier is goddelijk gezag dat boven alles staat in geloofszaken. Het is het Woord van de levende God die bij alle twistpunten moet beslissen.” (The Ellen G. White 1888 Materials, pp. 44, 45).
Dit was de overtuiging van de gelovigen te Berea: “en dezen onderscheidden zich gunstig van die te Tessalonica, daar zij het woord met alle bereidwilligheid aannamen en dagelijks de Schriften nagingen of deze dingen zo waren.” Hand 17:11
Daarin gaven zij gehoor aan de vermaning: “Tot de wet en tot de getuigenis! Voor wie niet spreekt naar dit woord, is er geen dageraad.” Jes. 8:20
Ze onderzochten de Schrift in de overtuiging dat: “Elk van God ingegeven schriftwoord is ook nuttig om te onderrichten, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de gerechtigheid, opdat de mens Gods volkomen zij, tot alle goed werk volkomen toegerust.” 2 Tim 3:16

 “God zal een volk op aarde hebben dat de Bijbel en de Bijbel alleen zal hooghouden als de maatstaf voor alle leerstellingen en de grondslag voor alle hervormingen. De meningen van geleerden, de gevolgtrekkingen van de wetenschap, de geloofbelijdenissen of beslissingen van kerkvergaderingen, die even talrijk en tegenstrijdig zijn als de kerken die ze verdedigen, de stem van de meerderheid – niets van dit alles mag worden beschouwd als het bewijs voor of tegen een of ander geloofspunt. Voordat men leerstellingen of geboden aanneemt, moet men het bewijs hebben dat ze door een duidelijk “Zo spreekt de Here” worden gestaafd. (The Great Controversy, p. 595).

“Hoe lief heb ik uw wet! Zij is mijn overdenking de ganse dag.
Uw gebod maakt mij wijzer dan mijn vijanden, want het is altoos bij mij. Ik ben verstandiger dan al mijn leermeesters, want uw getuigenissen zijn mij tot overdenking.” Psalm 119:97-98

“Indien iemand diens wil doen wil, zal hij van deze leer weten, of zij van God komt, dan of Ik uit Mijzelf spreek.” Joh. 7:17
Jezus brengt hier een beginsel naar voor waaraan elke mens zich moet onderwerpen om tot de rechte kennis te komen.
Wanneer dan zijn we in staat te weten of iemand al dan niet de waarheid spreekt? Wanneer kunnen we werkelijk alles toetsen? Jezus geeft het antwoord: “Indien iemand diens wil (dat is de wil van God) wil doen, zal hij van deze leer weten, of zij van God komt…”
Op een ander moment zegt Jezus dat alleen zij die bij Zijn woord willen blijven de waarheid kunnen verstaan.
Jezus dan zeide tot de Joden, die in Hem geloofden: Als gij in mijn woord blijft, zijt gij waarlijk discipelen van Mij en gij zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken.” Joh 8:31

Je kunt pas van Jezus leren als je bereid bent alles los te laten wat je weet of denkt te weten. Ben je echt bereid om jezelf te zien zoals je werkelijk bent en Gods weg voor jezelf te aanvaarden? Dan doe je dat?
“Zo zal dus niemand van u, die niet afstand doet van al wat hij heeft, mijn discipel kunnen zijn.” Lucas 14:33
Om de waarheid te verstaan, om alles te kunnen toetsen moeten we ons los maken van alle traditie van alles wat onze cultuur ons heeft geleerd. We hebben allemaal onze opinies en verlangens, maar deze dingen moeten we willen aan de kant zetten en de Geest toelaten om ons te leiden in de hele waarheid.
“Doch wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid…” Joh 16:13 Dat is in de eerste plaats de waarheid over onszelf.
Als we meer liefde koesteren voor de traditie en onze cultuur kan dat ons ertoe brengen vreselijke dingen te doen tegen Gods gemeente en tegen de Here zelf naar het voorbeeld van de Schriftgeleerden die de Here en Zijn gemeente vervolgden. Zij konden het niet verdragen dat Jezus hen confronteerde met hun ware eigen ik.
“De Here wacht vol geduld op elke ziel die bereid is om te leren, om deze te onderrichten. De moeilijkheid ligt niet bij de bereidvolle Onderwijzer, de grootste Leraar die de wereld ooit heeft gekend, maar bij de leerling die zich vasthoud aan zijn eigen indrukken en ideeën, en zijn menselijke theorieën niet wilt opgeven om in nederigheid te komen en te leren.” This Day With God p.112


Valse leraren zullen verderfelijke ketterijen brengen

“Toch zijn er ook valse profeten onder het volk geweest, zoals ook onder u valse leraars zullen komen, die verderfelijke ketterijen zullen doen binnensluipen, zelfs de Heerser, die hen gekocht heeft, verloochenende en een schielijk verderf over zichzelf brengend.” 2 Petrus 2:1

Het Woord van God werd ons gegeven om ons te herscheppen door de wedergeboorte, naar het beeld van Christus.

“Als mensen die opnieuw zijn geboren, niet uit vergankelijk maar uit onvergankelijk zaad, door Gods levende en altijd blijvende woord.” 1Pe 1:23 

Vele valse leraren hebben als doel de herschepping door het Woord te verhinderen. Ze verdraaien het Woord zodat de hoorder ervan geen nood voelt aan verandering. Hij is tevreden in de toestand waarin hij zich bevind. De vrijheid van zonde en de ware heiliging van het karakter worden tegengewerkt wanneer de geest hun valse leer aanhoort en in zich opneemt.
Andere valse leraren stellen het Woord voor  als iets zonder kracht. Ze doen hun luisteraars geloven dat ze moeten veranderen op eigen kracht. Deze onmogelijkheid maakt hen hopeloos zodat ze hun geloof opgeven.

“Mijn volk, uw leiders zijn verleiders en zij maken de weg die u tot pad moest zijn, tot een doolweg.” Jesaja 3:12

Onder het volk van God zijn leiders die de mensen op een dwaalspoor brengen door de manier waarop ze de Bijbel interpreteren.
De volgende citaten verwijzen naar twee dergelijke methoden van interpretatie. Het eerste verwijst naar de methode waar gebruik wordt gemaakt van teksten die uit hun verband gerukt zijn om een stelling te bewijzen. De tweede verwijst naar de methode die bekend staat als de ‘historisch kritische methode’. Deze brengt de inspiratie van de Schrift in twijfel en gaat het Woord verklaren vanuit geschiedkundige gegevens, culturele achtergronden en wetenschappelijke vondsten waarvan de gegevens dikwijls zeer speculatief zijn.

“Om dwalingen en onchristelijke praktijken te verdedigen, zullen sommige Christenen schriftgedeelten uit hun verband rukken, door soms maar de ene helft van een vers als het bewijs van hun bewering aan te halen, terwijl de andere helft precies het tegenovergestelde zou aantonen. Met de listigheid van de slang verschansen ze zich achter uitspraken die geen verband met elkaar houden, maar die wel hun zinnelijke begeerten bevredigen.” Grote Strijd p. 479

“Wee hun die in eigen oog wijs zijn en in eigen oordeel verstandig.” Jes 5:21
Zij verkiezen hun eigen redeneringen boven goddelijke openbaringen, hun eigen plannen en menselijke wijsheid boven de raadgevingen en geboden van God. De vroomheid en nauwgezetheid van anderen wordt fanatisme genoemd en zij die waarheid en heiligheid beoefenen worden gadegeslagen en bekritiseerd.” Bijbelkommentaar vol. 4 p. 1138

Het volk wordt wijs gemaakt dat de Bijbel zichzelf niet voldoende verklaart en dat kennis nodig is van de geschiedenis en cultuur uit de tijd waarin de tekst werd geschreven. Daar de meeste mensen niet in staat zijn deze informatie te toetsen wordt een elite gecreëerd. Deze elite geeft de indruk dat zij alleen in staat is de Schrift uit te leggen. Waar hebben we dat nog gehoord?

”Schijnapostelen zijn het, die zich door oneerlijk te werk te gaan voordoen als apostelen van Christus. Dat is ook geen wonder, want niemand minder dan Satan vermomt zich als een engel van het licht. Het ligt dus voor de hand dat ook zijn dienaren zich voordoen als dienaren van de gerechtigheid. Maar ze zullen krijgen wat ze verdienen.” 2 Cor 11:13-15

“Mijn volk gaat te gronde door het gebrek aan kennis.” Hosea 4:6

De meest getrouwe leraar is de Heilige Geest. Hij is het die ons alles te binnen brengt wat Jezus heeft geleerd.
“Maar de Trooster, de Heilige Geest, die de Vader zenden zal in mijn naam, die zal u alles leren en u te binnen brengen al wat Ik u gezegd heb.” Joh 14:26 
Het doel van Jezus onderwijzingen is het herstel van de mens naar het beeld van God. Hij leert ons om te zien wie we werkelijk zijn en wat we werkelijk nodig hebben. Kennis van onze ware toestand is wat wij bekomen bij een nederige studie van het Woord onder de leiding van Gods Geest.
Valse leraren echter geven een verkeerd beeld van de toestand waarin de mens zich bevind en van zijn noden. Ze zijn niet geïnteresseerd in ons herstel naar het beeld van God.
“Zij zeggen voortdurend tot wie Mij verachten: De HERE heeft gesproken: gij zult vrede hebben; en tot ieder die wandelt in verstoktheid van hart, zeggen zij: geen kwaad zal u overkomen.” Jer 23:17
of zij stellen zich op als de schriftgeleerde tegenover de tollenaar en kennen geen liefde of vergiffenis waardoor de mens “door overmatige droefenis overstelpt wordt.” 2 Cor 2:7

De mens gaat ten gronde wanneer hij gebrek heeft aan kennis over zijn eigen toestand en de weg die God met Hem wilt gaan.
Wie niet dagelijks aan de voeten zit van Jezus om van Hem te leren krijgt gebrek aan ‘kennis’. Wie naar leraren luistert en niet voor zichzelf onderzoekt wat waarheid is krijgt gebrek aan ‘kennis’.

Onze enige bescherming tegen de listen van de Satan ligt in de ijverige studie van de Schrift en het kunnen verantwoorden van de redenen van ons geloof op een overtuigende en duidelijke wijze. Dit vraagt planning en het stellen van prioriteiten. We kunnen hier niet halfslachtig te werk gaan.

”Want er komt een tijd, dat de mensen de gezonde leer niet meer zullen verdragen, maar omdat hun gehoor verwend is, naar hun eigen begeerte zich tal van leraars zullen bijeenhalen, dat zij hun oor van de waarheid zullen afkeren en zich naar de verdichtsels keren.” 2 Tim 4:3, 4

Kijk niet naar de wereld buiten de kerk bij het lezen van deze woorden. Het is binnen het volk van God dat dit gebeurd. Zij die geen tijd meer apart zetten  om zich vertrouwd te maken met Gods Woord hebben de sterke neiging ontwikkeld om te vertrouwen op hun eigen gevoelens en gedachten. Zij luisteren graag naar degenen die hun manier van leven niet veroordelen. Zij ergeren zich aan de rechte prediking van het Woord en verwerpen hen die dat doen.

“Ik zei: ‘Tegen wie moet ik spreken,
wie luistert naar mijn waarschuwing?
Hun oren zitten dicht, niets merken ze op.
De woorden van de HEER bespotten ze,
ze hebben er een afkeer van.”  Jer 6:10

Want levend en krachtig is het woord van God, en scherper dan een tweesnijdend zwaard: het dringt diep door tot waar ziel en geest, been en merg elkaar raken, en het is in staat de opvattingen en gedachten van het hart te ontleden. Heb 4:12


Zij zullen de Geest der Profetie verwerpen

“En Hij zeide tot hen: O onverstandigen en tragen van hart, dat gij niet gelooft alles wat de profeten gesproken hebben!” Lucas 24:25

In de dagen van Jezus waren er niet weinigen die twijfelden aan de inspiratie van de profeten. Vandaag is dat niet anders. Niet alleen wordt de inspiratie van de Schrift in twijfel getrokken maar ook de Geest der Profetie die zich altijd onder Gods volk heeft gemanifesteerd wordt genegeerd en veracht.
Zij die Gods profeten minachten en over hun geschriften spreken als ware het voortbrengsels van de menselijke redenering, beseffen niet dat zij medewerkers van Satan zijn. Nochtans geeft de Schrift duidelijk weer wat zijn plannen zijn.

“De draak(Satan) was woedend op de vrouw(Gods gemeente) en ging weg om strijd te leveren met de rest van haar nageslacht, met allen die zich aan Gods geboden houden en bij het getuigenis van Jezus blijven.” Op. 12:17 “Want het getuigenis van Jezus is de geest der profetie.” Op. 19:10

Satans inspanningen zijn erop gericht om de uitwerkingen van het getuigenis van Gods Geest tot niets te herleiden. “Zonder profetie vervalt het volk tot bandeloosheid.” Spreuken 29:18. Hij heeft velen van Gods volk daar gebracht dat zij geen vermaning meer willen aanhoren. Zij willen niet dat iemand hen op hun tekortkomingen en gebreken wijst. Zij verachten hen die terechtwijzen en waarschuwen.

Maar de Here zegt: “gelooft in de HERE, uw God, en gij zult bevestigd worden, gelooft in zijn profeten en gij zult voorspoedig zijn.” 2 Chron. 20:20
“Veracht de profetieen niet, maar toetst alles en behoudt het goede.” 1 Thess 5:20

De Geest der Profetie is een noodzakelijke gave voor het welzijn van de gemeente. Zij heeft evenveel gezag als het woord van de profeten dat in de Schrift is vastgelegd.
Koning David nam het woord van de profeten Nathan en Gad, profeten van wie geen geschriften zijn, aan als gezaghebbend.

 “Hij stuurde de profeet Natan naar David” 2 Sam 12:1
David antwoordde Natan: ‘Ik heb gezondigd tegen de HEER.’ 2 Sam 12:13

”De HEER sprak tot Gad, de ziener van David” 1 Chron 21:9 “David ging naar boven, zoals Gad hem in naam van de HEER had opgedragen.” 1 Chron 21:19

Is onze houding als die van David als God tot ons een profeet zend?
Zend God tot ons dan een profeet?

“Zalig hij, die voorleest, en zij, die horen de woorden der profetie, en bewaren, hetgeen daarin geschreven staat, want de tijd is nabij.” Op. 1:3

De gave der profetie is één van de gaven die de Geest geeft om de gemeente op te bouwen (1 Cor 12:10). Er blijven dus profeten tot aan de wederkomst. Zevende-dags adventisten geloven dat deze gave zich onder andere heeft gemanifesteerd in de persoon van Ellen G. White.
Vele medegelovigen en ikzelf hebben haar getuigenissen gelezen. Deze getuigenissen staan ook bekend als de Geest der Profetie of de Getuigenissen. We hebben gehoor gegeven aan het Woord van de Heer, “veracht de profetieën niet, maar toetst alles en behoudt het goede”. Dit gedaan hebbende, hebben we kunnen vaststellen dat daar niets in is wat Gods Woord tegenspreekt. We hebben het daarom behouden als iets dat goed is voor ons; als een ‘getuigenis van Jezus’ dat met gezag tot ons spreekt.

Waarom zend God nog profeten tot Zijn volk? Is de Bijbel dan niet genoeg?
Ik zal Ellen White zelf een antwoord laten geven.

1. Om de mensen terug te brengen naar het Woord dat zij verwaarloosd hebben.

”Het woord van God is voldoende om de meest verduisterde geest te verlichten en kan begrepen worden door allen die het verlangen hebben het Woord te begrijpen. Niettegenstaande dit alles, zijn er die beweren Gods woord te bestuderen terwijl hun leven in tegenstelling is aan de duidelijkste onderwijzingen van dat woord. Om deze mannen en vrouwen zonder verontschuldiging te laten, geeft God duidelijke en gerichte getuigenissen om hen terug te brengen naar het woord dat ze niet gevolgd hebben.” (Testimonies for the Church, 5:663).

Zoals ook de profeet Jakobus deed ”Vergis u niet: alleen horen is niet genoeg, u moet wat u gehoord hebt ook doen.” Jak

2. Om het belang van geopenbaarde waarheden te benadrukken en er op te wijzen dat deze waarheden in het hart moeten leven.

"De Here wilt door middel van zijn getuigenissen ons waarschuwen, vermanen, en raadgeven. Hij wilt ons bewust maken van het belang van de waarheden van Zijn woord. De geschreven getuigenissen hebben niet als doel nieuw licht te brengen maar er op te wijzen hoe belangrijk het is de reeds geopenbaarde waarheden ter harte te nemen.   De verplichtingen die de mens tegenover God en zijn medemens heeft zijn duidelijk gespecificeerd in Gods woord,  toch zijn er maar weinigen onder u die gehoorzaam zijn aan het licht dat werd gegeven. Bijkomende waarheden zijn niet gegeven; maar God heeft door Zijn Getuigenissen de reeds gegeven waarheden op een eenvoudige manier naar voor gebracht. Hij heeft ze op een manier eigen aan Zichzelf voor de mensen gesteld om hen te laten inzien hoe belangrijk ze zijn, zodat niemand zich zou kunnen verontschuldigen”.(ibid., p. 665).

Gelooft in de HERE, uw God, en gij zult bevestigd worden, gelooft in zijn profeten en gij zult voorspoedig zijn. 2 Chr. 20:20

3. Om ons op te roepen tot een heilig Christelijk leven.
In 1871 verklaarde zij dat de getuigenis gegeven werden opdat wij ons leven zouden in harmonie  brengen met de onderwijzingen van de Bijbel: "Jullie zijn niet vertrouwd met de Schriften. Indien jullie Gods woord zouden hebben bestudeerd, met een verlangen om ernaar te leven en te streven naar Christelijke volmaaktheid, dan zou de Getuigenis niet nodig geweest zijn. Omdat jullie geen inspanning hebben gedaan om jullie zelf vertrouwd te maken met Gods geïnspireerde  boek, heeft Hij tot jullie gesproken door eenvoudige en gerichte getuigenissen, waardoor Hij jullie aandacht terug bracht bij het geïnspireerde woord waaraan jullie ongehoorzaam waren. Door de getuigenissen heeft Hij jullie aangespoord om jullie leven terug in harmonie te brengen met de zuivere en verheven onderwijzingen van Zijn woord. " (ibid., 2:605).

 

4. Om ons te helpen de Schrift te begrijpen.
De geschriften van Ellen White helpen ons om de Bijbel op de juiste manier te interpreteren. Terwijl ze naar de Bijbel verwijst als de hoogste maatstaf en naar haar werk als naar een kleiner licht, beschrijft ze haar tweezijdige functie in de kerk als volgt: "God heeft in dat Woord(de Bijbel) beloofd om in de laatste dagen visioenen te geven; niet om een nieuwe geloofsregel op te stellen, maar om Zijn volk te troosten en hen te vermanen die van de waarheid zijn afgeweken. " (Early Writings, p. 78). Op een andere plaats legt ze uit dat het licht dat God haar heeft gegeven “gegeven werd om verdoken leugens te ontmaskeren en de waarheid duidelijk te maken”( Selected Messages, 3:32).

Wat de interpretatie van de Schrift aangaat weten we dat er nog nooit zoveel verwarrende en tegenstrijdige stemmen zijn geweest als vandaag. Welk een genade dan om gezegend te zijn met de Geest der Profetie als hulp en correctie bij de onderneming van het interpreteren van de Schrift.
De Geest der Profetie is echter geen vervanging voor ernstige bijbelstudie.
In 1890 schreef ze:”Gods woord is de perfecte maatstaf. De Getuigenissen zijn niet gegeven om de plaats van het Woord in te nemen…
Laat iedereen een “zo zegt de Here” hebben voor zijn standpunten en laat iedereen zich kunnen verantwoorden voor zijn geloof vanuit het geopenbaarde Woord van God. " (Evangelism, p. 256).

”Maar heiligt de Christus in uw harten als Here, altijd bereid tot verantwoording aan al wie u rekenschap vraagt van de hoop, die in u is, doch met zachtmoedigheid en vreze” 1 Petrus 3:15

“De profeet Jeremia zei toen tegen de profeet Chananja: ‘Luister goed, Chananja! Jij bent niet door de HEER gezonden. Je hebt bij het volk valse hoop gewekt.” Jer 28:15

 

5. Om ons te beschermen tegen hen die in Gods naam spreken maar dwaalleer en leugen in de gemeente brengen.
Ellen White verwees naar deze dwaalleer als naar onkruid dat tussen de tarwe opschiet.
Ze schreef: "Mij werd getoond dat de Here, door Zijn oneindige kracht, de rechterhand van Zijn boodschapster voor meer dan een halve eeuw heeft behoed, opdat zij de waarheid zou schrijven zoals Hij ze heeft bevolen op te schrijven voor publicatie in tijdschriften en boeken, Waarom?—Omdat indien dit niet zou geschreven staan, er na de dood van de pioniers in het geloof, velen zullen zijn  die nieuw zijn in het geloof die boodschappen en leringen zouden aannemen die onwaarheden en misleidingen bevatten. Dikwijls is het zo dat wat mensen onderwijzen als “bijzonder licht” in werkelijkheid schoonschijnende dwaalleer is dat als onkruid gezaaid onder de tarwe zal opschieten en een slechte oogst zal voortbrengen. Dwaalleer van deze aard zal altijd door sommigen gekoesterd worden tot aan het einde van de wereldgeschiedenis.”(This Day With God, p. 126).

De gemeente wordt vandaag belast met dwaalleringen dikwijls beschouwd als “nieuw licht” betreffende homosexualiteit, het inzegenen van vrouwen, pluralisme, de inspiratie van de Schrift, schepping en evolutie, racisme en nog andere te delicaat om hier te vernoemen. Deze dwaalleringen brengen de eenheid onder Gods volk ernstig in het gedrang. Zij die zich willen stellen onder de leiding van de Geest der Profetie vinden daarin de nodige hulp om de subtiele dwalingen te onderscheiden in de argumenten van hen die deze niet bijbelse ideologieën promoten

De eenheid onder Gods volk is rechtevenredig met de aandacht die geschonken wordt aan de gave der profetie.

”Het is Satans plan om het geloof van Gods volk in de Getuigenissen aan het wankelen te brengen. Wat daarop volgt is scepticisme betreffende de hoofdpunten van ons geloof, de fundamenten van ons geloof, dan twijfel in de Heilige Schrift, en dan het neerwaartse pad naar de verdoemenis.” (Testimonies 4, p. 211)

Een Satanische haat zal opgewekt worden tegen de getuigenissen van de Geest der Profetie. Het is Satans werk om het geloof van de gemeente in de getuigenissen te doen wankelen en dit om de volgende reden: Satan heeft geen vrij spel in het brengen van zijn misleidingen indien men aandacht heeft voor de waarschuwingen, vermaningen en raadgevingen van Gods Geest(1 Selected Messages p. 48)

Allen die door de Geest van God worden geleid, zijn kinderen van God.” Rom 8:14  

Een ware profeet wordt altijd aangevallen en belachelijk gemaakt. Zijn of haar woorden worden uit hun context gehaald en op een verkeerde manier voorgesteld. Het internet staat vol met haat-websites tegen de Geest der Profetie.  
Voor een goede weerlegging van alle valse aantijgingen kunt u hier terecht: http://dedication.www3.50megs.com/egw.html

Geschriften van Ellen White in het Nederlands online: http://www.agp-internet.com/react/2005/ellenwhite/0000.htm
Boeken: http://www.zijnboodschap.nl/catalog/index.php?main_page=index&cPath=1&sort=20a&page=3


De fundamenten van ons geloof

“Maar de Geest zegt nadrukkelijk dat in de eindtijd sommigen het geloof zullen verlaten, doordat ze luisteren naar dwaalgeesten en naar wat demonen hun leren.” 1 Tim 4:1,2

“Satan hoopt Gods volk mee te trekken in de algemene vernietiging die over deze wereld komt. Terwijl de wederkomst nadert, worden zijn inspanningen beslister en vastberadener om hen ten val te brengen. Er zullen mannen en vrouwen opstaan die beweren nieuw licht te hebben of een nieuwe openbaring die er op gericht zijn de fundamenten van ons geloof te ondergraven. Hun leer echter kan de toets van Gods Woord niet doorstaan maar toch zullen zielen daardoor misleid worden ( 5 Testimonies 295).”
Waarom?
Vele van deze dwaalleringen die opkomen onder Gods volk zijn zeer subtiel en schoonschijnend. Als je geen persoonlijke gemeenschap kent met de Heer en niet gegrond bent in Zijn Woord ben je een gemakkelijke prooi.

Wat zijn de fundamenten van ons geloof in de eindtijd? Zijn deze fundamenten het onderwerp van onze voortdurende studie?

De Bijbel is het geïnspireerde woord van God, zelfverklarend en in staat elke mens volkomen toe te rusten tot elk goed werk. Alles moet getoetst worden aan het Woord. 2 Tim 3:16, 17; Hebr. 4:12; Psalm 119:130;  2 Cor 10:4, 5

God heeft alles geschapen in zes letterlijke dagen. Hij sprak en het was er. Zijn Woord heeft nog steeds dezelfde kracht en draagt alles wat geschapen is. Psalm 33:6, 9; Ex. 20:11; Hebr. 1:3

Gods wet is heilig, goed en onveranderlijk, de maatstaf in het oordeel. Rom 7:12; Jakobus 2:12

Door geloof in Christus worden we van schuld en de macht van de zonde bevrijd. Dit geloof is een geloof dat gehoorzaamheid bewerkt. 1 Joh 5:4

Jezus is onze enige middelaar voor God. Als hogepriester is Hij sinds 1844 bezig met de laatste fase van de verzoening in het onderzoekend oordeel.
1 Ti 2:5;  Hebr. 9:11; Da 7:9;7:25; Op 14:7; Da 8:14

Om de boodschap van het oordeel en de overwinning in Christus te prediken heeft God een zendingsbeweging opgewekt waarvan Johannes profeteerde in Openbaring 14:6-12

Door Zijn middelaarschap ontvangen wij de Heilige Geest en de bijstand van de engelen waardoor wij als overwinnaars uit de Grote Strijd zullen komen. Johannes 14:14-16; Hebr. 1:14; Deut 20:4; 2 Cor 2:14; Op. 12:11

Zij die gestorven zijn in Christus slapen en weten niets tot aan de wederkomst. Zij die gestorven zijn in Satan slapen en weten niets tot bij de tweede opstanding en de tweede dood. 1Th 4:16; Op. 20:6; Op 21:8

“Gij echter, geliefden, herinnert u de woorden, die voor dezen gesproken zijn door de apostelen van onze Here Jezus Christus, dat zij tot u hebben gezegd: Aan het einde des tijds zullen er spotters komen, die naar hun eigen goddeloze begeerten zullen wandelen. Zij zijn het, die scheuringen maken, natuurlijke mensen, die de Geest niet hebben. Maar gij, geliefden, bewaart uzelf in de liefde Gods, door uzelf op te bouwen in uw allerheiligst geloof…” Judas 17-20

“Er bestaat een alarmerende onverschilligheid aangaande de leerstellingen die de fundamenten zijn van het Christelijk geloof. De opinie dat deze niet van levensbelang zijn lijkt steeds meer terrein te winnen. Deze aftakeling sterkt de handen van Satans handlangers, zodat valse theorieën en dodelijk bedrog die gelovigen in vroegere tijden ten koste van hun leven hebben weerstaan en ontmaskerd, nu als goed worden aanzien door duizenden die belijden volgelingen van Christus te zijn.” (Great Controversy 46)

Is het van belang dat God heeft geschapen in zes letterlijke dagen? Of kunnen we zonder gevaar aannemen dat wanneer God spreekt er duizenden jaren moeten voorbijgaan voordat het gesproken tot stand komt. Als dat zo is dan heeft Jezus ook geen lamme doen opstaan en geen zonden vergeven toen Hij sprak,”neem uw bed op en wandel” en “uw zonden zijn uw vergeven”. Dan moeten wij ook niet hopen te overwinnen door de kracht van Zijn woord.

Elke afbreuk aan Gods woord heeft grote gevolgen voor ons geloofsleven.

“Ga heen, u geschiede naar uw geloof.” Matt 8:13

Is het van belang te geloven dat: “Elke schrifttekst is door God geïnspireerd en kan gebruikt worden om onderricht te geven, om dwalingen en fouten te weerleggen, en om op te voeden tot een deugdzaam leven, zodat een dienaar van God voor zijn taak berekend is en voor elk goed doel volledig is toegerust”?  2 Tim 3:16, 17
Dit niet te geloven maakt ons tot pragmatische mensen; mensen die beslissen dit of dat te doen omdat het goed uitkomt of passend lijkt, zonder wijsheid te zoeken in het Woord Gods en zich te vernederen onder Zijn hand. Een voorbeeld daarvan en de gevolgen kunnen we lezen in Jozua 7:2-6. Beslissingen nemen die goed lijken te passen bij de omstandigheden zonder Gods raad te zoeken is gevaarlijk.

We zouden veel kunnen schrijven over de wijze waarop de fundamenten van ons geloof vandaag worden afgezwakt en voor elk kunnen we een voorbeeld geven zoals hierboven.

“Vertrouw op de HERE met uw ganse hart en steun op uw eigen inzicht niet.
     Ken Hem in al uw wegen, dan zal Hij uw paden recht maken.

Wees niet wijs in eigen ogen, vrees de HERE en wijk van het kwaad en het zal medicijn wezen voor uw vlees, en lafenis voor uw gebeente.” Spreuken 3:5-8

 

Waarschuw de mensen met een luide roep

“Gij nu, mensenkind, u heb Ik tot wachter over het huis Israël aangesteld. Wanneer gij een woord uit mijn mond hoort, zult gij hen uit mijn naam waarschuwen. Als Ik tot de goddeloze zeg: Goddeloze, gij zult zeker sterven! Maar gij spreekt niet om de goddeloze te waarschuwen voor zijn weg, dan zal die goddeloze in zijn eigen ongerechtigheid sterven, maar van zijn bloed zal Ik u rekenschap vragen. Maar als gij een goddeloze waarschuwt om zich van zijn weg te bekeren, doch hij bekeert zich daarvan niet, dan zal hij in zijn eigen ongerechtigheid sterven, maar gij hebt uw leven gered.” Ezech. 33:7, 9

Waar zijn zij in wie Gods liefde woont, de liefde die zijn leven inzet om te redden; om anderen tot de vrijheid in Christus te brengen, de vrijheid waarvoor Hij gestorven is?

“Geef hem de naam Jezus, want hij zal zijn volk bevrijden van hun zonden.” Matt 1:24

“Het is het voorrecht van de wachters op de muur van Zion zo dicht bij God te leven, en zo ontvankelijk te zijn voor de indrukken van Zijn Geest, dat Hij door hen kan werken om zondaren te spreken over hun gevaar, en hen te wijzen naar de enige veilige plaats. Door God gekozen, verzegeld met het bloed van de toewijding, moeten zij mannen en vrouwen redden van de nakende vernietiging. Getrouw moeten zij hun naaste waarschuwen voor de zekere gevolgen van de overtreding en getrouw moeten zij zich inzetten voor de belangen van de kerk. Ze mogen op geen enkel moment hun waakzaamheid laten verslappen. Het is hun opdracht om elk vermogen van hun wezen te oefenen. Hun stem moet zich laten horen als een bazuin, en zij mogen op geen enkel moment een aarzelende toon laten klinken. Zij moeten niet werken voor een loon, maar omdat zij gedrongen zijn, want zij beseffen dat er een wee over hen komt indien zij nalatig zijn in de prediking van het evangelie.” (Gospel Workers p. 15)

Onder Gods volk is het besef van de ware aard van de zonde sterk afgezwakt. De zonde wordt getolereerd in het eigen leven en dat van de medegelovige in die mate dat ze niet meer als zonde wordt gezien.
Wil de gemeente haar opdracht kunnen vervullen dan moet ze uit deze verlammende situatie worden opgewekt.

De “Getrouwe Getuige” moet leven in de kerk. Een “zo zegt de Here” moet in duidelijke woorden gebracht worden. Het “tweesnijdend zwaard” moet gehanteerd worden door hen die persoonlijk door Christus zijn vrijgemaakt.
Anders zal Gods vloek op de gemeente rusten zoals dat gebeurde bij het oude Israël omwille van hun zonden.
“God houdt Zijn volk, in haar geheel, verantwoordelijk voor de zonden die bij de individuen onder hen bestaan. Indien de leiders van de gemeente nalaten om ijverig de zonden uit te zoeken die Gods ongenoegen over het volk brengen, worden ook zij verantwoordelijk gehouden voor deze zonden.” (3 Testimonies 269)

“Is er niet, toen Achan, de zoon van Zerach, zich aan het gebannene vergreep, toorn gekomen over de gehele gemeente van Israel? Het was niet die man alleen, die in zijn ongerechtigheid is omgekomen.” Jozua 22:20

“Van toen af keerden vele van zijn discipelen terug en gingen niet langer met Hem mede. Jezus zeide dan tot de twaalven: Gij wilt toch ook niet weggaan”?  Joh. 6:66

De predikingen van Jezus waren als een scherp tweesnijdend Woord. Zijn Woorden drongen het geweten van zijn toehoorders binnen en openbaarden de diepste gedachten en motieven. Luisterend naar Jezus beseften zij dat ze “ellendig en jammerlijk en arm en blind en naakt”(Op. 3:17) waren.
Deze woorden hebben wij in de Schriften en wij mogen ze niet ontnemen van hun kracht om van zonde te overtuigen door ze met eigen woorden en wijsheid een andere betekenis te geven.

“Breng het Getuigenis puur en onvermengd zoals ze gevonden wordt in het Woord van God, met een hart dat gevuld is van de vurige, verkwikkende invloed van Zijn Geest. Breng het met de liefde en het verlangen naar zielen. Dan zal het werk onder Gods volk doeltreffend zijn” (1 Testimonies 383)

“Zo zegt de HERE der heerscharen: Hoort niet naar de woorden der profeten, die u profeteren; zij maken, dat gij u aan een ijdele waan overgeeft, zij spreken het gezicht van hun eigen hart, niet uit des HEREN mond. Zij zeggen voortdurend tot wie Mij verachten: De HERE heeft gesproken: gij zult vrede hebben; en tot ieder die wandelt in verstoktheid van hart, zeggen zij: geen kwaad zal u overkomen.” Jeremia 23:16, 17

Er zijn er die de ware aard van de zonde verdoezelen. Zij vertellen niet aan de mensen hoe vernietigend haar invloed is.
De ware aard van de zonde is dat ze zich herhaalt en groeit totdat ze uiteindelijk God en Zijn universum vernietigt.

”Doet zo iets gruwelijks, dat Ik haat, toch niet!” Jer. 44:4

Onze zonden hebben de Here zelf doorstoken en Hij wilt dat we dat ten volste beseffen zodat we er ons met walging van afkeren.

“Ik zal over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem uitgieten de Geest der genade en der gebeden; zij zullen hem aanschouwen, die zij doorstoken hebben, en over hem een rouwklacht aanheffen als de rouwklacht over een enig kind, ja, zij zullen over hem bitter leed dragen als het leed om een eerstgeborene”. Zach. 12:10
”Op die dag zal er een bron ontspringen waarin de nakomelingen van David en de inwoners van Jeruzalem hun zonde en onreinheid kunnen afwassen.” Zach 13:1


 

 

Terug pagina 7