De boodschap van de tweede engel; babylon is gevallen pagina 7

Babylon: Heiligmaking is steeds proberen om te overwinnen
De waarheid: Heiligmaking is steeds verder gaan in de overwinning

“Maar thans, vrijgemaakt van de zonde en in de dienst van God gekomen, hebt gij tot vrucht uw heiliging en als einde het eeuwige leven.” Rom 6:22

Wanneer dan begint de vrucht van de heiligmaking te groeien. Zoals de bovenstaande tekst zegt; nadat we vrijgemaakt zijn van de zonde.

Tot hen die de heiligmaking ervaren zegt Paulus: “Maar Gode zij dank: gij waart slaven der zonde, doch gij zijt van harte gehoorzaam geworden aan die vorm van onderricht, die u overgeleverd is; en, vrijgemaakt van de zonde, zijt gij in dienst gekomen van de gerechtigheid.” Rom 6:17

In deze vrijheid van de macht van de zonde kan de vrucht van de Geest groeien.

Alle omstandigheden doet God ten goede meerwerken (Rom 8:28) om in ons de liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof,
zachtmoedigheid en zelfbeheersing (Gal 5:22) te doen groeien steeds verder naar het beeld van Jezus toe.

Indien er echter geen overwinning, geen vrijheid bestaat dan is deze groei onmogelijk. Dan zijn we als het volk van Israel dat ronddoolde in de woestijn.

“Heiligmaking is niet het werk van een moment, een uur, een dag maar van een heel leven. Heiligmaking wordt niet verkregen door een kortstondig gelukzalig gevoel, maar is het resultaat van een voortdurend sterven aan de zonde, en een voortdurend leven voor Christus. Verkeerdheden kunnen niet worden rechtgezet en hervormingen kunnen niet tot stand worden gebracht in ons karakter door zwakke en tijdelijke pogingen. Het is alleen door voortdurende en volhardende inspanning, ernstige discipline, en harde strijd, dat we zullen overwinnen.-- God verwacht van ons alles te doen wat we kunnen. Dan zal Hij alles doen wat wij niet kunnen.—Wij weten vandaag niet hoe de strijd morgen zal zijn. Zo lang de Satan heerst zullen we ons zelf moeten verloochenen en tegen de zonde strijden; zo lang het leven duurt zal er geen eindbestemming zijn, geen punt waar we kunnen komen en zeggen “we zijn er”. Heiligmaking is het resultaat van levenslange gehoorzaamheid. (Acts of the Apostles p. 560, 561)

Babylon: Door onze zondige natuur blijven we altijd bij de zonde.
Waarheid: Hoe dichter we bij Jezus komen hoe meer bewust we worden van onze zondige toestand en onze nood aan Zijn gerechtigheid en bemiddeling.

Terwijl de heiligmaking de vrucht van de Geest in ons doet groeien brengt ze ons ook het besef hoe diep de zonde in ons geworteld is. Nooit kunnen we zeggen dat we het einddoel hebben bereikt. Telkens wanneer we iets overwonnen hebben worden ons nieuwe gebreken in ons karakter geopenbaard. Het licht van God dringt steeds verder binnen in de duisternis van onze zondige natuur en nieuwe onvolkomenheden worden zichtbaar. Nieuwe hindernissen moeten in de kracht van Gods genade genomen worden. Hij die geheiligd wordt kan zeggen dat hij overwinning heeft over de zonde maar nooit zal hij beweren zondeloos te zijn hoewel hij daarnaar streeft. Hij weet dat er nog zoveel te leren en te bereiken valt en dat het zo zal zijn tot de komst van de Heer.

“Niet, dat ik het reeds zou verkregen hebben of reeds volmaakt zou zijn, maar ik jaag ernaar, of ik het ook grijpen mocht, omdat ik ook door Christus Jezus gegrepen ben. Broeders, ik voor mij acht niet, dat ik het reeds gegrepen heb, maar een ding doe ik: vergetende hetgeen achter mij ligt en mij uitstrekkende naar hetgeen voor mij ligt, jaag ik naar het doel, om de prijs der roeping Gods, die van boven is, in Christus Jezus. Laten wij dan allen, die volmaakt zijn, aldus gezind zijn. En indien gij op enig punt anders gezind zijt, God zal u ook dat openbaren; maar hetgeen wij bereikt hebben, in dat spoor dan ook verder!” Fil 3:12-15

Elk godvruchtig mens kent de zondigheid van zijn natuur en zegt daarom:”Maar ik moge ervoor bewaard blijven te roemen anders dan in het kruis van onze Here Jezus Christus, door wie de wereld mij gekruisigd is en ik der wereld.” Gal. 6:14

Terwijl de heiligmaking verder schrijdt, groeit het besef van afhankelijkheid van Christus gerechtigheid want we zien dat er in onze natuur geen goed woont. Al het goede dat een mens voortbrengt is het resultaat van Zijn werk in ons. Maar zelfs dan is het voor God enkel aanvaardbaar door Zijn verdiensten.

“Daarom kan Hij ook volkomen behouden, wie door Hem tot God gaan, daar Hij altijd leeft om voor hen te pleiten.” Heb. 7:25

Indien wij met Christus verbonden blijven gaan we van overwinning tot overwinning. De heiligmaking gaat steeds verder. Maar wanneer Hij ons dingen openbaart die Hem niet welgevallig zijn en we blijven eraan vasthouden dan verbreken we de heiligmaking.

“Indien wij zeggen, dat wij gemeenschap met Hem hebben en in de duisternis wandelen, dan liegen wij en doen de waarheid niet; maar indien wij in het licht wandelen, gelijk Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkander; en het bloed van Jezus, zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde.” 1 Joh 1:6, 7

“Christus scheidt de berouwvolle ziel altijd van de zonde. Hij is gekomen om de werken van de duivel te vernietigen, en Hij heeft er in voorzien dat de Heilige Geest zal gegeven worden aan elke berouwvolle ziel om deze van zonde te weerhouden.” (Desire of Ages p. 311)

“Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart, toets mij en ken mijn gedachten; zie, of bij mij een heilloze weg is, en leid mij op de eeuwige weg.” Psalm 139:24

Dit gebed is van een man die de ware aard van zijn hart kent en niet vertrouwt op zijn eigen oordeel over zichzelf. Hij verlangt gereinigd te worden en weet dat alleen God dat kan doen voor hem.
Velen echter denken dat ze niets verkeerds doen omdat ze hun wandel niet onderwerpen aan het licht van het Woord, in gebed en besef van hun zondige natuur.

“Er zijn mensen die denken zuiver te leven,
maar vol vuiligheid zijn.” Spreuken 30:12

Wat alleen kan ons helpen onszelf te zien zoals we werkelijk zijn?

“Want het woord Gods is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard en het dringt door, zo diep, dat het vaneenscheidt ziel en geest, gewrichten en merg, en het schift overleggingen en gedachten des harten” Heb. 4:12

Er zijn er die Gods Woord bestuderen om anderen te veroordelen maar weinigen gaan tot het Woord en de Geest der Profetie om kennis te krijgen over hun eigen toestand. Ze zijn bang iets te moeten nalaten dat ze zo graag doen. In dit alles geven ze uiting aan hun onverschilligheid over het offer van Gods Zoon die Zichzelf heeft gegeven om ons te reinigen van alle ongerechtigheid. Ze willen de hemel zonder de prijs te betalen en weten niet dat ze deel zullen hebben aan de tweede opstanding ten oordeel.

“Dit is het oordeel: het licht kwam in de wereld en de mensen hielden meer van de duisternis dan van het licht, want hun daden waren slecht. Wie kwaad doet, haat het licht; hij schuwt het licht omdat anders zijn daden bekend worden.” Joh 3:19

“Wanneer gij zegt: Zie, wij wisten dit niet; zal Hij, die de harten doorzoekt, het niet merken, en Hij, die op uw ziel let, het niet weten, en de mens naar zijn doen vergelden?” Spreuken 24:12

“Want er is niets bedekt, of het zal geopenbaard worden en verborgen, of het zal bekend worden.” Matt 10:26

We kunnen het koninkrijk van God nooit binnengaan indien we Hem niet dagelijks toelaten Zijn zuiverend werk in ons te doen.

“Zijn ogen zien elke handeling, onderzoeken elk hoekje en kantje van onze geest, ontwaren alle verscholen zelfmisleiding en hypocrisie. Alle dingen Zijn gekend, open en bloot voor Degene met wie we te doen hebben. Maar allen die tot Hem komen met een berouwvol hart en het eerlijk verlangen elke verkeerdheid op te geven, zal Hij ontvangen.”
“Allen die verlangen hun naam te behouden in het boek des levens zouden nu in de resterende tijd van genade hun zielen voor God moeten kwellen door  droefheid over de zonde en oprecht berouw.” (Great Controversy p. 490)

Babylon: We zondigen niet meer.
De waarheid: We denken dat we niet zondigen omdat we ons hart niet onderzoeken

“Al iemands wegen zijn rein in zijn ogen, maar de HERE toetst de geesten.” Spreuken 16:2

Zullen wij met de Here medewerken en onszelf kritisch bekijken of zullen we met de Satan medewerken om anderen te bekritiseren? Wij zijn in zonde geboren en in ons is niets goeds. Hoe ernstig moeten wij dan met God samenwerken om gereinigd te worden van de zonde! Maar hoe kunnen wij samenwerken? Wat moeten wij doen?
We moeten tijd nemen en de stilte opzoeken en daar ons zelf onderzoeken met de lamp die God ons heeft gegeven. “Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad.” Psalm 119:105
Als wij werkelijk willen gereinigd worden zal de Geest ons daarbij helpen. Hij die alle geheimen kent zal ons verstand verlichten en ons verlangen om onszelf te zien zoals we werkelijk zijn, beantwoorden.

“De geest van de mens is een lamp des HEREN, doorzoekende al de schuilhoeken van het hart.” Spreuken 20:27

Satan zet zich met alle middelen in om ons bezig te houden zodat we geen tijd nemen voor ernstig zelfonderzoek.

“Zij die geen tijd nemen om aandacht te geven aan hun eigen ziel en om zichzelf dagelijks te onderzoeken om te zien of ze al dan niet in de liefde van God vertoeven en zich in Zijn licht te begeven, zullen wel tijd hebben om in te gaan op de suggesties van Satan en zijn plannen uit te werken.” (2 Selected Messages 20, 21)

Zij die God liefhebben doen als de Psalmist:” Ik overdenk mijn wegen, ik wend mijn voeten naar uw getuigenissen. Ik haast mij en aarzel niet om uw geboden te onderhouden.” Psalm 119:59

Een groot struikelblok voor velen onder Gods volk is het kijken naar films en tv programma’s . Al de dingen waar wij niet zouden moeten aan denken om onze geest vrij te houden voor de werking van de geest, worden daar vertoond. Hoe kunnen wij een besef hebben van onze zondigheid en nood aan reiniging wanneer wij voortdurend onze geest vullen met wat onrein is?  Beseffen zij dat het passief kijken naar het kwaad een zonde is in Gods ogen? Zij die zich voorbereiden om in het koninkrijk van God te wonen oefenen zich in het denken aan alles wat God welgevallig is. (zie Fil. 4:8)

“Ik wil acht geven op een onberispelijke wandel. Wanneer zult Gij tot mij komen? Ik wandel in oprechtheid mijns harten in mijn huis; ik stel geen schandelijke dingen voor mijn ogen; ik haat het doen der afvalligen, het kleeft mij niet aan. Een verkeerd hart wijke verre van mij, de boze wil ik niet kennen.Wie zijn naaste heimelijk lastert, die zal ik verdelgen; wie hoog van ogen en trots van hart is, die duld ik niet. Mijn ogen zijn op de getrouwen in den lande om bij mij te wonen; wie onberispelijk wandelt, die zal mij dienen. In mijn huis zal geen bedrieger wonen; de leugenspreker zal niet bestaan voor mijn ogen.” Psalm 100

“Zal Gods Israël wakker worden? Zullen allen die Hem belijden zich inspannen om alle verkeerdheden weg te doen uit hun leven?  Zullen zij alle verdoken zonden belijden en hun ziel in ootmoed neerbuigen? Zullen zij, met grote nederigheid de motieven van elke handeling onderzoeken, wetende dat God ze allen kent en alle verborgen dingen aan het licht brengt? Laat het werk grondig gebeuren. Laat de toewijding aan God volkomen zijn.” (2 Testimonies 124)

Babylon: Verdraag elkander in de zonde.
De waarheid: Wijs elkander terecht en vermaan elkander

“Verkondig het woord, dring erop aan, gelegen of ongelegen, wederleg, bestraf en bemoedig met alle lankmoedigheid en onderrichting. Want er komt een tijd, dat de mensen de gezonde leer niet meer zullen verdragen, maar omdat hun gehoor verwend is, naar hun eigen begeerte zich tal van leraars zullen bijeenhalen, dat zij hun oor van de waarheid zullen afkeren en zich naar de verdichtsels keren.” 2 Tim 4:2-4

In de naam van de liefde en de verdraagzaamheid wordt de zonde meer en meer getolereerd. Soms gaat het zo ver dat men het goede kwaad noemt en het kwaad goed.
Waar is de liefde van de broeder voor de broeder en van de zuster voor de zuster? Waar is de liefde die alles doet om de ziel van een ander te redden van de zonden die hem zullen uitsluiten van het koninkrijk? Hoe kan Jezus de Verlosser zijn die Zijn volk zal redden van hun zonden wanneer die zonden niet meer worden bestraft waardoor het volk het besef van hun eigen kwaad en van de heiligheid van God verliezen?

De plicht van de gemeente wordt duidelijk uitgedrukt in de bijbeltekst hierboven; “wederleg, bestraf en bemoedig met alle lankmoedigheid en onderrichting.” Hierin spreekt God tot Zijn volk opdat zij getrouw mogen zijn in de strijd tegen het kwaad door elke ziel die het gevaar loopt daardoor verloren te gaan, te waarschuwen in de meest duidelijke bewoordingen. De zonde moet bij haar juiste naam genoemd worden. Wat God daarover gezegd heeft moet voor iedereen duidelijk zijn. Zij die ontucht bedrijven, hun lichaam en geest bezoedelen, een afgod aanbidden, in onenigheid leven, altijd twisten, jaloers zijn, zich kwaad maken, hun eigen belang zoeken, tweedracht zaaien, dronken zijn van de wereldse genoegens, de sabbat breken, valse leer brengen enz., zullen het koninkrijk Gods niet beërven. (Gal 5:20-21)

Zij die God trouw willen blijven moeten niet bang zijn om hun plicht te vervullen; “Gebruik je gezag om dit te verkondigen, moedig aan en wijs terecht. Laat niemand op je neerkijken. Herinner allen eraan dat ze overheid en gezag moeten erkennen en gehoorzaam moeten zijn, bereid om altijd het goede te doen, dat ze van niemand mogen kwaadspreken, vredelievend en vriendelijk moeten zijn en zich tegenover iedereen zachtmoedig moeten gedragen.” Titus 2:15

Wij moeten de overtredingen van de zaken waarover hier boven wordt gesproken niet tolereren in ons midden. We mogen onze broeders niet laten begaan in de zonde, in een verlangen de vrede te bewaren en onszelf te vrijwaren van tegenstand en onbegrip.

 “Ziet toe op uzelf! Indien uw broeder zondigt, bestraf hem, en indien hij berouw heeft, vergeef hem.” Luc 17:3

“Jezus zelf kocht de vrede nooit met een compromis. Zijn hart vloeide over van liefde voor het gehele mensdom, maar Hij was nooit toegevend tegenover hun zonden. Hij was tezeer hun Vriend om te zwijgen wanneer zij een richting insloegen die zou leiden tot verderf van hun zielen…” (Wens der eeuwen, p. 304)

De mensen moeten onderwezen worden over het overwinnend leven dat God belooft aan allen die hun vertrouwen in Hem stellen. Zij moeten leren hoe God hen wil verlossen van de zonde en hoe zij daarin moeten medewerken. De ware aarde van de zonde en haar afschuwelijke gevolgen moeten voor iedereen duidelijk zijn. De prediking van deze boodschap en de bestraffing van de zonde zal velen ertoe brengen de zonde uit hun leven weg te doen. Het heeft geen zin mensen te bestraffen voor hun zonden als ze verkeerdelijk geloven dat God hen verlost in hun zonden en niet van hun zonden. Velen zijn daarin misleid en nemen het daarom niet dat de zonde met de vinger wordt gewezen.

Willen we elkander in dit alles helpen dan moeten wij ons heiligen. Niemand kan een ander helpen als zijn eigen leven niet geheiligd is. Jezus zei:”Ik heilig Mijzelf voor hen, opdat ook zij geheiligd mogen zijn in waarheid.” Joh 17:19 Zij die werkelijk geheiligd zijn krijgen kracht en wijsheid om de zonde te bestraffen en de zondaar te bemoedigen in alle lankmoedigheid. Tot zulke mensen komt het Woord van de Heer:
“Wie (publiekelijk) gezondigd hebben moet je in aanwezigheid van alle anderen terechtwijzen, zodat ook zij gewaarschuwd zijn.
Ten overstaan van God, Christus Jezus en de uitverkoren engelen roep ik je dringend op dit alles onbevooroordeeld en zonder enige partijdigheid in acht te nemen.” 1 Tim 5:20

“Indien uw broeder zondigt, ga heen, bestraf hem onder vier ogen. Indien hij naar u luistert, hebt gij uw broeder gewonnen.” Mt 18:15

Vele gemeenten worden verlamd door het tolereren van de “Achans”. Wanneer geen inspanningen worden gedaan om iemand te helpen in het wegdoen en overwinnen van zijn zonde zal deze zonde anderen beïnvloeden en besmetten en de werking van God en zijn engelen wordt zeer belemmerd.
Het is niet de bedoeling mensen te veroordelen en pijn te doen. Het is in Gods liefde dat we elkaar moeten helpen alles weg te doen wat God niet goed vindt.

“Mijn broeders, laat liefde en niet gestrengheid de overhand hebben. Wanneer iemand die zondigt zijn fouten inziet, wees er voor behoed om zijn zelfrespect niet te vernietigen. We moeten er niet op uit zijn te verwonden en te pijnigen maar eerder te verbinden en te genezen.” (7 Testimonies, p. 265)

“Christus zelf hield niet één woord van waarheid achter, maar Hij sprak het altijd in liefde. Hij toonde de grootste tact en voorkomende, vriendelijke aandacht in Zijn omgang met de mensen. Hij was nooit ruw, sprak nooit onnodig een streng woord, deed een gevoelige ziel nooit nodeloos pijn. Hij berispte de menselijke zwakheid niet. Onbevreesd echter klaagde Hij elke vorm van hypocrisie, ongeloof en zonde aan. Maar het was met tranen in Zijn stem dat Hij Zijn vernietigende berispingen uitsprak.” (Wens der Eeuwen, p. 300)

Terug pagina 6 pagina 8