Babylon: De wet werd aan het kruis genageld
De waarheid: Eer de hemel en de aarde vergaat, zal er niet een jota of een titel vergaan van de wet

Babylon staat voor verwarring. Haar leider Satan leidt de mens van de ene leugen in de andere. Eerst verkondigt hij een systeem van legalisme en dan een systeem van antinomianisme. Onder het antinomianisme staat de mens niet meer onder de verplichting om de wet te gehoorzamen of zich te houden aan een morele maatstaf. Satan brengt mensen altijd op een dwaalspoor op dezelfde wijze zoals hij altijd heeft gedaan. In de hof van Eden en tijdens de verzoeking in de woestijn stelde hij Gods woord op een verkeerde manier voor en dat doet hij ook vandaag met de tekst in Col 2:14: “door het bewijsstuk uit te wissen, dat door zijn inzettingen tegen ons getuigde en ons bedreigde. En dat heeft Hij weggedaan door het aan het kruis te nagelen” Babylon beweert dat Jezus’ kruisdood ons vrij heeft gemaakt van de verplichting om de wet te gehoorzamen.

Zij echter die geloven in de harmonie van de Schrift: “want nooit is profetie voortgekomen uit de wil van een mens, maar, door de Heilige Geest gedreven, hebben mensen van Godswege gesproken,” 2 Pet 1:21 weten dat de Schrift zichzelf niet tegenspreekt. De Geest die het woord heeft geïnspireerd verandert niet want God veranderd niet evenals het Woord Jezus Christus.

“Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en tot in eeuwigheid.” Heb 13:8
 
Hij zegt: “Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen. Want voorwaar, Ik zeg u: Eer de hemel en de aarde vergaat, zal er niet een jota of een tittel vergaan van de wet, eer alles zal zijn geschied.” Matt 5:17, 18

“Toen Jezus in een profetisch vergezicht het laatste mensengeslacht zag, merkte Hij hoe de wereld verstrikt was in een bedrog dat erg veel leek op de misleiding die de ondergang van Jeruzalem had veroorzaakt. De grote zonde van de Joden was hun verwerping van Christus; de grote zonde van de Christelijke wereld was haar verwerping van Gods wet, het fundament van Zijn heerschappij in de hemel en op aarde. Gods geboden zouden veracht en opzij gezet worden. Miljoenen mensen, geketend aan de zonde, slaven van Satan en gedoemd om de tweede dood te sterven, zouden in de tijd van hun bezoeking weigeren te luisteren naar de waarheid. Wat een verschrikkelijke blindheid! Wat een onbegrijpelijke dwaasheid!” (Great Controversy, p. 22, 23).

“Zo vaak uw woorden gevonden werden, at ik ze op, uw woord was mij tot vreugde en blijdschap mijns harten.” Jer 15:16

Deze vreugde wil de Here aan ons allen geven. Het is de vreugde die we krijgen wanneer we onder de leiding van Zijn Geest tijd nemen om Zijn woord te bestuderen. Het is dan dat hij aan ons persoonlijk wonderbaarlijke dingen openbaart. God spreekt tot ons persoonlijk van uit Zijn woord.

Dat was ook Davids ervaring:
“Hoe lief heb ik uw wet! Zij is mijn overdenking de ganse dag.
Uw gebod maakt mij wijzer dan mijn vijanden, want het is altoos bij mij.
Ik ben verstandiger dan al mijn leermeesters, want uw getuigenissen zijn mij tot overdenking.
Ik heb meer inzicht dan de ouden, want ik bewaar uw bevelen…
Hoe aangenaam zijn uw redenen voor mijn verhemelte, meer dan honig voor mijn mond.
Uit uw bevelen heb ik inzicht ontvangen; daarom haat ik elk leugenpad.
Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad.” Psalm 97:105

Hoevelen van ons kunnen vandaag nog zo een getuigenis geven van de vreugde en de zegen verbonden aan een persoonlijke studie van Gods woord? Onze tijd wordt opgeslorpt door de tijdrovende multi-media cultuur waarin we leven. Vele Christenen weten alleen nog wat ze van anderen hebben geleerd of gehoord maar kunnen geen verklaring geven voor hun geloof op grond van Gods woord. Velen schieten te kort in het bevel van de Heer: “Maar heiligt de Christus in uw harten als Here, altijd bereid tot verantwoording aan al wie u rekenschap vraagt van de hoop, die in u is, doch met zachtmoedigheid en vreze.” 1 Petrus 3:15

“Maak er ernst mede u wel beproefd ten dienste van God te stellen, als een arbeider, die zich niet behoeft te schamen, doch rechte voren trekt bij het brengen van het woord der waarheid. Maar vermijd de onheilige, holle klanken; want zij zullen de goddeloosheid nog verder drijven, en hun woord zal voortwoekeren als de kanker.” 2 Tim 2:15

Hoe zullen wij ontkomen aan de theologische verwardheid die zelfs binnen onze kerk leeft en waardoor velen niet meer weten wie of wat te geloven? Het antwoord is eenvoudig: “Als gij in mijn woord blijft, zijt gij waarlijk discipelen van Mij en gij zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken.” Joh 8:31, 32

De verwarring die bestaat rond Colossenzen 2:14, waardoor velen geloven dat Gods wet aan het kruis is genageld is grotendeels te wijten aan een nalatigheid van de grondige studie van Gods Woord.(zie "Zo zegt de Here")


Vele Christenen maken geen grondige studie meer van het Oude Testament. Het Nieuwe Testament echter is gebouwd op het Oude en gebruikt de taal van het Oude Testament. Wanneer er in het NT, in het bijzonder in de brieven van Paulus, sprake is van de wet dan moeten we naar de context kijken om te weten over welke wet het gaat. Bestaan er dan twee wetten?

De Bijbel maakt een onderscheid tussen twee wetten: de wet geschreven door Gods vinger op stenen tafelen(Exodus 32:15-16; Deut 10:1-4) en de wet van Mozes bestaande uit inzettingen en door Mozes opgeschreven. In Galaten 3:19 vertelt Paulus ons waartoe deze tweede wet diende: “Waartoe dient dan de wet (de wet van Mozes)?  “Om de overtredingen te doen blijken is zij erbij gevoegd, totdat het zaad zou komen, waarop de belofte sloeg, en zij is op last van God door engelen in de hand van een middelaar gegeven.” Gal 3:19

Paulus vertelt ons dat deze wet “er is bijgevoegd.” Het is dus geen eeuwige wet zoals Gods 10 geboden, maar een tijdelijke wet. De reden van deze wet is om de mensen een duidelijk inzicht te geven in de ware aard van de zonde en hen de weg tot verlossing te tonen. Deze wet hield op te bestaan wanneer het Zaad kwam, dat is de Christus. Ze werd in de hand van een middelaar gegeven: Mozes die ze eigenhandig in een boek schreef en voorlas aan de mensen.

De eerste wet is eeuwig de tweede is tijdelijk. Door de overtreding van de eerste kwam zonde in de wereld want: “Ieder die zondigt overtreedt Gods wet, want zondigen is Gods wet overtreden.” 1 Joh 3:4 (NBV). In de tweede, de wet van Mozes werd een systeem gegeven die de mensen naar Christus verwees als hun verlosser: de ceremoniële wetten en daarnaast de burgerlijke wetten voor Israel.

De wet van Mozes werd naast de ark geplaatst in het heiligdom en diende als getuigenis tegen het volk. “Toen Mozes gereed was met de woorden dezer wet volledig in een boek op te schrijven, gebood hij de Levieten, die de ark van het verbond des HEREN droegen: Neemt dit wetboek en legt het naast de ark des verbonds van de HERE, uw God opdat het daar tot getuige tegen u zij. Want ik ken uw weerspannigheid en hardnekkigheid. Wanneer gij, terwijl ik thans nog levend bij u ben, tegen de HERE weerspannig zijt geweest, hoeveel te meer dan na mijn dood!”

De Israëlieten hadden beloofd om alles wat in het boek van Mozes stond te gehoorzamen. Ook deze belofte stond in de wet van Mozes opgeschreven. Het boek echter zou tegen hen getuigen omdat zij weerspannig werden.

Vele Israëlieten probeerden ook redding te vinden door de wet van Mozes. Ze zagen niet de bedoeling ervan, nl.  hen tot Christus te brengen. Ze dachten dat het navolgen van deze wetten een verdienste bracht die hen een plaats zou geven in het koninkrijk. Nochtans hadden ze kunnen weten dat dit enkel een vervloeking over hen zou brengen want er stond geschreven: “ Want allen, die het van werken der wet verwachten, liggen onder de vloek; want er staat geschreven: Vervloekt is een ieder, die zich niet houdt aan alles, wat geschreven is in het boek der wet (wet van Mozes), om dat te doen.” Gal 3:10; Deut 27:26;Deut 29:20

Ellen White geeft ook een interessant commentaar: “Gods volk…was bevoorrecht met een tweevoudig wetssysteem; de morele en de ceremoniële wet. De ene verwees naar de schepping en beval de levende God die de wereld gemaakt had, te gedenken. Haar eisen zijn bindend voor alle mensen waar ze zich ook bevinden en ze zal voor eeuwig blijven bestaan. De andere werd gegeven omwille van de overtreding van de morele wet. De gehoorzaamheid van deze tweede wet bestond uit het naleven van de offers en gaven die verwezen naar een toekomstige verlossing. Deze twee wetten zijn duidelijk omschreven en van elkander te onderscheiden.
{6BC 1094.8}

     De morele wet vormde vanaf de schepping een essentieel onderdeel van Gods plan, en was even onveranderlijk als God zelf. De ceremoniële wet vervulde een aparte rol in Christus plan voor de redding van de mens. Het systeem, een schaduw van het komende, werd ingesteld opdat de zondaar doorheen haar diensten het grote offer van Christus zou leren kennen. Maar de Joden waren zo door hun eigen trots en zonde verblind dat weinigen verder konden zien dan de dood van dieren voor de verzoening van de zonde; en toen Christus, naar wie al deze offers verwezen, kwam, waren er maar weinigen die Hem erkenden. De ceremoniële wet was een heerlijke wet; het was Jezus zelf die in overleg met de Vader deze voorziening had getroffen om de mensheid te helpen in de verlossing. Het hele systeem van schaduwdiensten was op Christus gefundeerd. Adam zag een afschaduwing van Christus in het onschuldige dier dat moest lijden onder de straf van zijn overtreding van Gods wet. (RH May 6, 1875).  {6BC 1094.9}

     Paulus verlangen was dat de broeders zouden inzien dat het Christus was, de Verlosser van de zonde, die betekenis gaf aan het gehele Joodse stelsel. Hij verlangde dat ze zouden inzien dat wanneer Christus naar deze aarde kwam en voor de mens stierf, werkelijkheid en schaduwbeeld elkander ontmoetten  {6BC 1095.1}

     Nadat Christus stierf aan het kruis, als een offer voor de zonde, had de ceremoniele wet geen kracht meer. Toch was ze verbonden met de morele wet en had ze en goddelijk karakter. Ze drukte de heiligheid, rechtvaardigheid en gerechtigheid van God uit. En indien de dienst van deze voorbijgaande godsbeschikking heerlijk was, hoeveel groter is dan de heerlijkheid van de werkelijkheid: Christus die Zijn levend-makende en  heiligmakende Geest schenkt aan allen die geloven. (RH April 22, 1902)?  {6BC 1095.2}

Het was dit systeem van ceremoniële wetten die door Christus aan het kruis werd genageld. Daar deze wetten naar Hem verwezen, hadden ze geen zin meer nu het Echte gekomen was.
In de volgende tekst verwijst het woord ‘wet’ niet naar Gods morele wet maar naar de wet van Mozes bestaande uit richtlijnen voor de tempeldienst.

“Want daar de wet (wet van Mozes) slechts een schaduw heeft der toekomstige goederen, niet de gestalte dier dingen zelf, is zij nimmer in staat ieder jaar met dezelfde offeranden, die onafgebroken gebracht worden, degenen, die toetreden, te volmaken…In de aanhef zegt Hij(Jezus): Slachtoffers en offergaven, brandoffers en zondoffers, hebt Gij niet gewild, noch daarin een welbehagen gehad, hoewel zij naar de wet (wet van Mozes) gebracht worden. Doch daarna heeft Hij(Jezus) gezegd: Zie, hier ben Ik om uw wil te doen. Hij heft het eerste(wet van Mozes) op, om het tweede(de wil van God uitgerukt in de gerechtigheid door geloof) te laten gelden.” Heb. 10:6-10

“Want een vroeger voorschrift wordt wel afgeschaft, als het zonder kracht en nut is, immers de wet(wet van Mozes) heeft in geen enkel opzicht het volmaakte gebracht maar thans wordt een betere hoop gewekt, waardoor wij nader tot God komen.” Heb. 7:18 – 19
“Hij heeft het document met voorschriften (wet van Mozes) waarin wij werden aangeklaagd (getuigenis tegen ons), uitgewist en het vernietigd door het aan het kruis te nagelen.” (NBV Col 2:14)
Dank Here omdat Gij ons helpt duidelijk te zien



Babylon: Niemand kan volmaakt zijn
De waarheid: Morele volmaaktheid wordt van allen geëist.

“Gij dan zult volmaakt zijn, gelijk uw hemelse Vader volmaakt is.” Matt. 5:48
“Ik ben God, de Almachtige, wandel voor mijn aangezicht, en wees onberispelijk.” Gen 17:1 Col 1:28 

God eist van ons morele volmaaktheid. Velen vragen zich af hoe deze volmaaktheid bekomen kan worden; zij zien op zichzelf en steunend op hun eigen ervaring beweren ze dat volmaaktheid niet mogelijk is.

“Jezus zag hen aan en zeide: Bij mensen is het onmogelijk, maar niet bij God; want alle dingen zijn mogelijk bij God.” Mr 10:27 
“Hem verkondigen wij, wanneer wij ieder mens terechtwijzen en ieder mens onderrichten in alle wijsheid, om ieder mens in Christus volmaakt te doen zijn.”Col 1:28

De bovenstaande teksten zeggen ons niet alleen dat volmaaktheid mogelijk is maar ze vertellen ons ook hoe die volmaaktheid tot stand wordt gebracht.
Paulus geeft aan dat volmaaktheid alleen in Christus bekomen wordt door het aannemen van de onderwijzing van het Woord.

“Voorzeker, ik acht zelfs alles schade, omdat de kennis van Christus Jezus, mijn Here, dat alles te boven gaat. Om zijnentwil heb ik dit alles prijsgegeven en houd het voor vuilnis, opdat ik Christus moge winnen, en in Hem moge blijken niet een eigen gerechtigheid, uit de wet, te bezitten, maar de gerechtigheid door het geloof in Christus, welke uit God is op de grond van het geloof.” Fil 3:8-9

Wanneer wij alles hebben verlaten omwille van Christus en in geloof Zijn Woord aannemen, wordt ons de volmaakte gerechtigheid van Christus toegerekend. We zijn geborgen in de volmaaktheid van Christus. Willen wij in deze volmaaktheid blijven dan moeten wij blijven bij de onderwijzing die Zijn Geest ons vanuit Zijn Woord geeft.

“Ik weerhoud mijn voeten van alle boze paden, opdat ik uw woord onderhoude. Ik wijk niet af van uw verordeningen, want Gij onderwijst mij. Hoe aangenaam zijn uw redenen voor mijn verhemelte, meer dan honig voor mijn mond. Uit uw bevelen heb ik inzicht ontvangen; daarom haat ik elk leugenpad. Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad.” Psalm 119:101-105

Jezus zegt: “Als gij in mijn woord blijft, zijt gij waarlijk discipelen van Mij en gij zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken.” Joh 8:32

“1Jo 2:24  Wat u betreft, wat gij van den beginne gehoord hebt, moet in u blijven. Indien in u blijft, wat gij van den beginne gehoord hebt, dan zult gij ook in de Zoon en in de Vader blijven.”

Wat is ons karakter? Karakter is het resultaat van onze gewoonten en gewoonten zijn het resultaat van onze daden. Een daad komt voor uit onze gedachten en gevoelens. Als deze daden, gedachten of handelingen, zondig zijn dan is het karakter onvolmaakt. Jezus had een volmaakt karakter omdat Hij zonder zonde was. Zijn volmaakt karakter wil Hij aan ons meedelen daarom wilt Hij ons reinigen van alle zonde. Hij doet dat door ons denken te vernieuwen.

“Dit zeg ik dan en betuig ik in de Here, dat gij niet langer moogt wandelen zoals ook de heidenen wandelen, in de ijdelheid van hun denken… Gij toch hebt van Hem gehoord en zijt in Hem onderwezen, gelijk dit de waarheid is in Jezus, dat gij, wat uw vroegere wandel betreft, de oude mens aflegt, die ten verderve gaat, naar zijn misleidende begeerten, dat gij verjongd wordt door de geest van uw denken, en de nieuwe mens aandoet, die naar de wil van God geschapen is in waarachtige gerechtigheid en heiligheid.” Ef 4:17-21

We kunnen tot God komen zoals we zijn maar God aanvaardt niet dat we blijven zoals we zijn. Hij heeft ons “bestemd tot gelijkvormigheid aan het beeld zijns Zoons” Rom 8:29  Hij heeft ons “voorbestemd om, geheiligd door de Geest, gehoorzaam te zijn aan Jezus Christus en met zijn bloed besprenkeld te worden.” 1 Pe 1:2

“Want God heeft ons niet geroepen tot onreinheid, maar in heiliging.” 1 Thess 4:7 Hij wil onze gedachten en gevoelens heiligen zoadat wij de gezindheid van Jezus hebben (Fil 2:5)  en vraagt onze volledige medewerking.

Als wij het verlangen hebben om God te dienen maar zijn manier om ons te redden niet aanvaarden dan zal er niets veranderen in ons leven. Wij moeten afstand willen doen van alles, van onze gewoonten en levensstijl. Er zijn redenen genoeg om God volkomen te vertrouwen in Zijn goedheid en liefde. Waarom zouden we iets weerhouden van onszelf terwijl God iets veel beters in de plaats wil brengen?

“Wentel uw weg op de HERE en vertrouw op Hem, en Hij zal het maken.” Ps 37:5
“Daar wij nu deze beloften bezitten, geliefden, laten wij ons reinigen van alle bezoedeling des vlezes en des geestes, en zo onze heiligheid volmaken in de vreze Gods.” 2 Cor 7:1
Wat zullen wij dan zeggen? Mogen wij bij de zonde blijven, opdat de genade toeneme?
Volstrekt niet! Immers, hoe zullen wij, die der zonde gestorven zijn, daarin nog leven? Rom 6:1, 2.

Mogen we blijven bij wat we zijn en zeggen: “ik ben zo en zo, aanvaard me zoals ik ben”? Mogen we een excuus vinden in onze opvoeding en zeggen: “Mijn ouders hebben me zo opgevoed”? Kunnen we de schuld geven aan de erfelijkheid om te blijven bij onze gebreken? Zo denken ze in Babylon maar zo wordt niet gedacht in het koninkrijk van God.

“Niemand is almachtig, maar iedereen kan zichzelf reinigen van alle lichamelijk en geestelijk verderf en zo de heiligheid volmaken in de vreze Gods(2 Cor 7:1). God wilt dat iedereen zuiver en heilig is. We hebben allen overgeërfde neigingen tot het kwaad. Dit is een deel van onszelf dat we niet verder met ons hoeven mee te dragen. Het ligt in de menselijke aard om zijn zelfzuchtigheid te liefkozen. Deze zelfzucht echter is iets waar we ons moeten van afkeren door het kruis op te nemen. Tenzij we dit doen kunnen we nooit heilig zijn zoals God heilig is (Ellen White, FL p. 140).

De Schrift noemt de wijsheid van Babylon “onwetendheid”. Het is onwetendheid die de mens laat zoals hij is. Het is liefde die de mens ontvangt zoals hij is en in die mens oneindige mogelijkheden ziet. Het is liefde die zich opoffert om die mogelijkheden bij de andere tot werkelijkheid te brengen. God ziet in ons de mogelijkheid om te worden zoals Hij is : “barmhartig en genadig, lankmoedig, groot van goedertierenheid en trouw.” Exodus 34:6 Daarom zette Hij zijn leven in om dat tot stand te brengen.

“Voegt u, als gehoorzame kinderen, niet naar de begeerten uit de tijd uwer onwetendheid, maar gelijk Hij, die u geroepen heeft, heilig is, wordt zo ook gijzelf heilig in al uw wandel; er staat immers geschreven: Weest heilig, want Ik ben heilig.” 1 Petrus 1:14-16.

Mt 19:21  Jezus zeide tot hem: Indien gij volmaakt wilt zijn, ga heen, verkoop uw bezit en geef het aan de armen, en gij zult een schat in de hemelen hebben, en kom hier, volg Mij.

Jezus geloofde in de mogelijkheid van volmaaktheid anders zou Hij niet gezegd hebben: “Indien gij volmaakt wilt zijn?”
Wil jij volmaakt zijn dan zegt Jezus tot jou: “volg Mij.”
Waarin dan volgen wij Hem?
In Zijn overwinning: “Wie overwint, hem zal Ik geven met Mij te zitten op mijn troon, gelijk ook Ik heb overwonnen en gezeten ben met mijn Vader op zijn troon.” Op 3:21
In Zijn geloof: “en dit is de overwinning, die de wereld overwonnen heeft; ons geloof.” 1 Joh 5:4
In Zijn heiliging: “Ik heilig Mijzelf voor hen, opdat ook zij geheiligd mogen zijn in waarheid.” Joh 17:19
In Zijn lijden: “verblijdt u naarmate gij deel hebt aan het lijden van Christus”1Petrus 4:13
In Zijn eenheid met de Vader: “opdat zij allen een zijn, gelijk Gij, Vader, in Mij en Ik in U, dat ook zij in Ons zijn” Joh 17:21
In Zijn zending: “Gelijk Gij Mij gezonden hebt in de wereld, heb ook Ik hen gezonden in de wereld.” Joh 17:18
In Zijn dienstbaarheid: “Indien nu Ik, uw Here en Meester, u de voeten gewassen heb, behoort ook gij elkander de voeten te wassen; want Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat ook gij doet, gelijk Ik u gedaan heb.” Joh 13:14-15
In Zijn gezindheid: “Laat onder u de gezindheid heersen die Christus Jezus had.” Fil 2:5
In Zijn wandel: “Wie zegt, dat hij in Hem blijft, behoort ook zelf zo te wandelen, als Hij gewandeld heeft.” 1 Joh 2:6
In Zijn liefde: “Dit is mijn gebod, dat gij elkander liefhebt, gelijk Ik u heb liefgehad.” Joh 15:12

“Het beeld van God zelf moet in de mens hersteld worden. De eer van God, en de eer van Christus is betrokken in de vervolmaking van het karakter van Zijn volk.” (Desire of Ages, p. 671)

 

Terug pagina 1 pagina 3